Foto bij Scar 154

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik trek haar warme, gespannen lichaam dichter naar me toe en verberg mijn gezicht in haar haar. Ik sluit mijn ogen. En ik weet nog niet hoe, maar we komen er wel doorheen.

Een paar uur later word ik wakker, nog steeds in dezelfde positie. Nog voor ik goed en wel mijn ogen open heb gedaan, weet dat Paige wakker is, ook al maakt ze geen geluid en beweegt ze nauwelijks. Ik voel het gewoon aan de kleine, onnoembare details.
Mijn arm om haar middel trekt haar iets dichter naar me toe en haar hand vindt mijn onderarm, waar ze haar vingertoppen afwezig overheen laat glijden. Het kan haast niet anders dan dat ze inmiddels doorheeft dat ik ook wakker ben geworden, waarschijnlijk door de verandering in mijn ademhaling, maar heel lang zeggen we geen van beiden iets.
'Ik... Het spijt me,' hoor ik haar dan stilletjes uitbrengen, en haar stem trilt een beetje.
Mijn hand vind haar heup en ik trek haar zachtjes naar me toe, zodat ze de hint begrijpt en zich naar me omdraait. Haar ogen staan vol tranen, en de ellende staat op haar doffe gezicht getatoeëerd. Haar wangen en neus zijn een beetje rood. Heel even kijkt ze me recht aan, met die ogen die er zo verschrikkelijk gekweld uitzien wanneer ze huilt, maar dan kijkt ze weer weg. Ik strijk zachtjes over haar wang en ze krimpt nog net niet ineen.
Ze gaat rechtovereind in bed zitten, met opgetrokken benen. Ze laat haar armen op haar knieën rusten en neemt haar hoofd in haar handen. Haar woede en vreemd soort roekeloosheid van eerder lijkt verdwenen te zijn, en nu ziet ze er eigenlijk alleen nog maar verloren uit, alsof ze verpletterd wordt onder al het gewicht dat ze mee moet dragen.
Ik ga naast haar zitten en leg mijn hand op haar rug. Ik geef een paar kusjes op haar schouder en schouderblad.
'Gaat het?' vraag ik met zachte, schorre stem. Het antwoord denk ik wel te weten, maar ik ben gewoon benieuwd of ze bereid is om het toe te geven.
Ze schudt haar hoofd en de eerste tranen ontsnappen uit haar ogen. Met al haar kracht probeert ze het in te houden, maar toch beginnen haar schouders te schokken. Ze verbergt haar betraande gezicht achter haar handen en probeert tevergeefs haar ellende te verbergen.
'Het is gewoon zo verschrikkelijk,' snikt ze. 'Alles is alleen nog maar verschrikkelijk.'
Aangezien ze niet tegenstribbelt wanneer ik het probeer, neem ik haar in mijn armen in een poging haar te troosten. Ik druk een kus tegen haar hoofd en wieg ons zachtjes heen en weer.
'Het komt wel goed,' murmel ik zachtjes in haar haar. 'We redden ons wel.'
Ze antwoordt niet, en ik weet niet zeker of ze me gelooft. Haar verdriet is bijna tastbaar, en het lijkt alsof ze in elkaar gebeukt wordt door alle pijn tot er niets meer van haar over is behalve en gekneusd hoopje trauma. Ik wil al haar lasten van haar weg nemen. Ik wil al haar zorgen oppakken en in mijn eigen armen nemen, maar dat kan niet, dus ik hou haar maar gewoon in mijn armen.
'Het spijt me dat ik gemeen tegen je was,' snikt ze dan, zo zachtjes dat ik het nauwelijks versta. De oprechtheid in haar verdrietige stem zorgt ervoor dat mijn hart verkrampt. 'I-Ik... Het was niet mijn bedoeling om... Ik weet niet waarom...'
Ik druk weer een kus op haar haar en wrijf over haar rug. 'Ik weet het liefje. Ik ben niet boos.'
Ik voel dat ze nog iets wil zeggen, maar het lukt haar niet, dus ik hou haar gewoon vast tot het snikken ophoudt en ze zich uiteindelijk zelf uit mijn omhelzing losmaakt. Ze ziet er uitgeput uit, en alsof ze hoofdpijn heeft. Maar het verdriet vormt nog steeds de boventoon, als een dikke laag die alles bedekt.
Ze veegt de laatste tranen van haar wangen en haalt een hand door haar haar, een verloren uitdrukking op haar gezicht.
'Wat moet ik hiermee?' brengt ze schokschouderend uit. 'Wat moet ik hier in godsnaam mee?'
'Ik weet het niet, liefje,' zeg ik na een tijdje.
'Ik ben niet in gevaar,' zegt ze dan. 'Is het raar dat ik dat nog moeilijker vind? Normaal gesproken, als zoiets gebeurt, dan ben ik in gevaar, net zoals toen Kaiden doodging, en Laritsja en Dmitri. Toen moest ik overleven. Toen moest ik dingen oplossen om in leven te blijven, moest ik gefocust blijven. Maar dit is gewoon... informatie. Wat moet ik hiermee? Het enige wat ik kan doen is erover nadenken en dat is zo fucking ondraaglijk. Ik heb geen... geen doel. Ik weet gewoon niet wat ik hiermee moet doen...'
Ze klinkt zo verloren dat het pijn doet, maar ze huilt niet meer. Ik denk dat haar tranen inmiddels op zijn. Er is maar een bepaalde tijd dat iemand kan huilen. Wanneer die tijd op is, kun je alleen nog maar lijden. Ze staart in stilte voor zich uit, een droeve blik in haar ogen. Heel lang zeggen we niks. Dit is niet het moment voor onnodige woorden.
'Ik heb er spijt van. Van dat ik Ivan aan Vanir heb verraden. En ik weet dat het niet opzettelijk was. Ik weet dat het niet mijn schuld is, of in ieder geval minder mijn schuld dan die van Vanir, maar ik heb er wel spijt van. En... En weet je waar ik om de een of andere bizarre reden nog meer spijt van heb?' vraagt ze met tranen in haar ogen.
Ik schud stilletjes mijn hoofd en pak haar hand vast, onze vingers in elkaar gehaakt. Mijn duim strijkt lichtjes over de rug van haar hand. In stilte wacht ik tot ze in staat is om verder te gaan.
'Ivan heeft één keer iets voor me gemaakt. Voor mijn verjaardag, toen ik negen werd. Het was een of andere mosterdgele ketting, die hij geregen had van allemaal houten kralen uit Laritsja's knutseldoos. Het was best een lelijk ding, en ik weet niet precies waarom hij lijm gebruikt had bij het maken van een kralenketting, maar ik vond het prachtig. Ik wilde het alleen niet aannemen. Zo was ik niet opgevoed. Alles is voor een prijs. Dus hij zei dat we konden ruilen. Ik zou koekjes voor hem bakken en dan zou ik die kralenketting krijgen. Dus dat heb ik gedaan. En eigenlijk waren de koekjes best goor, want ik wist beter hoe een pistool werkte dan een over, maar hij deed alsof het de beste deal was die hij ooit gemaakt had, en alsof hij nog nooit zo blij was geweest met eten. Waarschijnlijk meende hij het nog ook, gewoon omdat ik zijn dochter was.' Ze valt stil, en hoewel haar stem vrij kalm was, zie ik nu het verdriet op haar gezicht doorbreken. 'Het is een van de weinige dingen die ik meegenomen heb uit Rusland. Ik droeg hem bijna nooit, want het zag er natuurlijk niet uit en hij begon te krap te worden, maar ik had hem altijd in mijn jaszak zitten. En... En ik had hem ook in mijn zak zitten toen Jack Lockley mij... ontvoerde. Toen hij me na die week liet gaan en ik weer thuis was, heb ik na een dag of twee die ketting voor het eerst weer omgedaan, voor de spiegel in mijn slaapkamer. Maar het voelde alleen maar als Jack Lockleys handen om mijn hals. Ik heb de ketting van mijn nek getrokken, in stukjes geknipt en de kralen met een hamer kapotgeslagen. En daarna heb ik alles weggegooid. En... En om de een of andere reden is dat waar ik spijt van heb, meer dan van wat dan ook.' Haar stem breekt, en ze klinkt bijna boos, alsof ze het belachelijk vindt dat dit is wat ze voelt. 'I-Ik... Er is zoveel wat ik zou doen om die verdomde kloteketting terug te krijgen.'
Ze staart weer in stilte voor zich uit, en ook ik zeg niets, want ik weet niet wat ik zou moeten zeggen, en ik denk eigenlijk niet dat er woorden bestaan om het beter te maken.
Na een tijdje, minuten later, maakt ze haar hand los van de mijne en komt overeind.
'Ik ga douchen,' zegt ze zachtjes, en ik hou haar niet tegen.
Een blik op de klok vertelt me dat het inmiddels al zeven uur 's avonds is, en om middernacht moeten we op het bureau zijn. Het zou geen slecht idee zijn om wat te gaan eten, zeker omdat we sinds onze ontbijt/lunch-combinatie niets meer hebben gegeten. Ik wacht echter nog even voor ik iets klaar ga maken, want ik weet niet waar Paige zin in heeft.
Het duurt een minuut of tien voordat ik de douche weer uit hoor gaan, wat voor Paige verdacht lang is. Wanneer ze de woonkamer binnen komt lopen, ziet ze er moe en afwezig uit, alsof ze helemaal in zichzelf gekeerd heeft. Blijkbaar had ze het koud, want ze heeft een hoodie van mij aangetrokken. Normaal vind ik het enorm schattig als ze mijn kleding draagt, maar vandaag zorgt het ervoor dat ze er juist klein en breekbaar uitziet. Ze lijkt er bijna in te verdwijnen.
Zelfs met alle dikke kleding ziet ze eruit alsof ze het koud heeft, en ik denk dat dat komt doordat het een kou is die juist van ergens heel diep binnenin komt.
'Hey, liefje,' begroet ik haar en ze glimlacht naar me, maar het ziet er waterig en geforceerd uit. 'Ik zat te denken dat we maar beter iets kunnen gaan eten.'
Ze haalt haar schouders op en gaat aan tafel zitten, bij het raam. Ze kijkt me niet aan wanneer ze zegt: 'Ik heb niet zo'n honger.'
Ik kom bij haar staan en automatisch vinden mijn handen haar schouders, waar ik de gespannen knopen een beetje uit masseer.
'Je moet íéts eten. Je kunt echt niet gaan werken als je helemaal niets eet,' leg ik haar op, en ergens achterin mijn hoofd zegt een stemmetje dat ik wel heel belerend klinkt.
Ze maakt een onverschillig gebaar.
'We hebben in de vriezer nog een restje spaghetti liggen. Zal ik die eens opwarmen?' stel ik voor.
Ze schudt stilletjes haar hoofd. 'Maak voor jezelf maar wat. Ik vind het iets te machtig. Ik... Ik heb ge-'
'Ja, ja. Je hebt gewoon niet zo'n honger,' onderbreek ik haar, misschien net iets te vinnig, maar we hebben dit gesprek al heel veel vaker gehad. Elke keer als haar iets dwarszit, worstelt ze met haar eetlust. Ergens is het wel begrijpelijk, maar aan de andere kant word ik er ook gek van, want er is niets wat ik kan doen om dit op te lossen. Ik kan haar zichzelf niet laten verhongeren, maar ik kan haar ook niet op de grond drukken en eten in haar strot forceren.
'Ik pak wel een bakje yoghurt voor je,' zeg ik. 'Dat is vrij licht, en dan eet je toch iets.'
Ze kijkt me niet aan, maar ze protesteert ook niet, dus ik ga naar de keuken en terwijl ik voor mezelf twee sneetjes brood in het broodrooster druk, begin ik voor haar een appel in kleine stukjes te snijden. Wanneer ik dat gedaan heb, doe ik ze in een kommetje en meng ik wat yoghurt er doorheen.
Elke keer als ik tussendoor naar Paige kijk, zie ik haar troosteloos bij het raam zitten, met stille tranen die over haar wangen lopen.
Inmiddels is mijn toost ook klaar en ik smeer er boter overheen. Ik zet onze karige avondmaaltijd op tafel en schuif het bakje voor haar neus, samen met een lepel.
Ze zegt niets en werkt met moeite een paar happen weg. Ze ziet er bleek uit, bijna ziekjes, en eigenlijk zou het me niet moeten verbazen, want dit is niet de eerste keer dat ze zich ziek voelt van alle ellende in haar hoofd. Toch hoop ik elke keer opnieuw weer dat die keer de laatste is.
Na nog een hap begint ze gewoon een beetje afwezig door de yoghurt te roeren. Ze kijkt wat uit het raam, maar ik weet niet zeker wat ze allemaal ziet. Ik weet niet precies wat ik moet doen, want ik wil haar niet gaan bemoederen, maar ik kan haar ook niet weg laten zakken in een verlammende depressie.
'Paige,' zeg ik zachtjes, zo vriendelijk mogelijk. 'Je moet eten.'
Heel even kijkt ze me aan, met diezelfde droeve blik, maar dan kijkt ze weer weg.
'Ik heb niet zo'n honger,' murmelt ze terwijl ze haar lepel weer neerlegt.
'Nee, je bent aan het mokken.'
Ze kijkt verontwaardig naar me op, haar wenkbrauwen hoog opgetrokken.
'Aan het mokken?' stoot ze vol verontwaardiging uit.
Ik knik.
'Ja. Je bent aan het mokken. Je bent aan het mokken omdat je boos bent.'
Ze snuift minachtend en er ontstaat een laagje Ivanovic-kilte op haar gezicht.
'Boosheid is voor kinderen,' zegt ze met staalharde stem. 'Hier zijn geen woorden voor.'
'Het maakt niet uit welk woord je gebruikt. Wat is je doel? Wat wil je hier in hemelsnaam mee bereiken? Wil je jezelf uithongeren? Uit laten drogen? Gewoon in slaap vallen en niet meer wakker worden?' vraag ik.
Ze haalt haar schouders op, zonder me aan te kijken, en het voelt alsof ik tegen een recalcitrante tiener praat. Haar ogen worden weer vochtig.
'Ik... Ik voel me gewoon even niet zo goed,' mompelt ze. 'Ik heb gewoon hoofdpijn en ik ben een beetje misselijk en ik voel me zo ellendig dat ik me er ziek van voel.'
Ik staar haar in stilte aan, want ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik moet zeggen. Ik ben allesbehalve een expert als het op dit soort situaties aankomt. Ik doe ook maar gewoon wat.
'Negeer me maar gewoon eventjes. Ik moet hier gewoon even doorheen en dan gaat het wel weer. Tot die tijd ben ik gewoon...' Heel lang is ze stil, zoekend naar het juiste woord, ook al bestaat dat niet. '... zo.'
'Tuurlijk ga ik je niet negeren,' zeg ik meteen, en ik ben aangenaam verrast door de kalmte in mijn stem, want diep vanbinnen voel ik me allesbehalve kalm. 'Maar ik kan je jezelf ook niet laten verhongeren. We doen dit gewoon samen. Hoe moeilijk het ook is, je moet gewoon blijven eten. Ook als je het liefst gewoon de hele dag in bed wil blijven liggen. Eet in ieder geval dit op. Dit is toch wel echt het minimale.'
Heel lang is ze stil, maar dan weet ze het toch op te brengen om te knikken en ze neemt weer een hap, heel moeizaam.
'Wil je wel werken, vannacht? Als je denkt dat je er niet aan toe bent, is dat geen probleem,' stel ik voor, maar ze schudt haar hoofd.
'Ik wil gewoon naar werk,' zegt ze. 'Laten we hoofdcommissaris Cassidy niet nog een reden geven om aan me te twijfelen.'
'Fuck hoofdcommissaris Cassidy,' bries ik, want alleen het horen van zijn naam zorgt er al voor dat het voelt alsof er honderd spinnen over mijn ruggengraat lopen. 'Het gaat erom of jij eraan toe bent. Je hebt een verschrikkelijk zware dag achter de rug.'
Heel lang is ze stil, en ik weet niet of ze er oprecht over nadenkt of dat ze mij gewoon wil laten denken dat ze erover nadenkt. Uiteindelijk zegt ze toch: 'Ik kan het aan.'
Ik spreek haar niet tegen, ook al geloof ik er geen zak van.
Ook al geloof ik achteraf dat het beter was geweest als ik haar niet had laten gaan.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Oh nee... Achteraf? Dus nu gaat er iets gebeuren...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen