Foto bij 229 - Emmeline

Die avond drinken we samen, in onze vertrekken, wijn.
Rode wijn, even rood als het bloed dat er niet al te lang geleden over de vloeren vloeide.
Het haardvuur knispert, mijn benen gedrapeerd over de armleuning van de stoel. Het kaarslicht verlicht Lucien vanuit alle goede hoeken, verduidelijkt de lijnen in zijn gezicht. Zijn baard nog steeds lang, evenals zijn haren.
Hij leest een boek, of doet in ieder geval alsof. De woorden neemt hij niet in zich op, niet echt in ieder geval.
Ik zie het aan zijn blik, en aan de manier waarop hij de bladzijdes omslaat.
"Luce?"
Het geluid van mijn stem zorgt er voor dat hij opschrikt. Hij heeft het maar amper mogen horen, de afgelopen tijd. De laatste keer dat we een echt gesprek hebben gevoerd voelt als eeuwen geleden.
"Hhhmm?" Hij klapt zijn boek dicht, rust het op zijn schoot.
"Niets," ik kan het niet laten om te glimlachen als ik zijn gezicht nog eens beter in me opneem. "Ik wilde gewoon even je naam noemen."
Hij glimlacht terug.

De dag daarop is een grijze, druilerige dag. We hebben geen verplichtingen, geen verantwoordelijkheden.
In de voorafgaande nacht heb ik geslapen, voor het eerst in tijden. Het waren geen rustige, vredige uren, maar het is meer slaap dan ik de afgelopen tijd heb gehad, en het zorgt er voor dat ik minder gespannen wakker word.
Lucien is al, of nog, wakker als ik ontwaak.
Hij zegt niets tegen me, glimlacht alleen. Ik rol me op mijn zij, kus zijn schouder. Het is bijna routine geworden.
Ik strijk een hand door zijn wilde haren, mijn vingers gevangen in de knopen.
Buiten regent het. We horen de druppels tikken tegen de ruiten. Ik wilde gaan wandelen, misschien zelfs een stuk paardrijden, maar die plannen vallen in het water.
Ik aai door Lucien's baard. "Ga je je laten scheren?"
Schor en nog steeds wat onwennig geeft Lucien me antwoord. "Wil je dat?"
Ik trek een bedenkelijk gezicht. "Het heeft wel iets."
"Iets goeds?"
Voorzichtig draai ik me op mijn buik en leun ik mijn kin op zijn schouder. "Iets heel goeds." Zachtjes druk ik een zoen op zijn harige wang.
Dan verandert mijn bui eventjes naar heel erg serieus. "Sorry."
Lucien kijkt me vragend aan. "Waarvoor?"
Ik zucht luid en kijk naar mijn echtgenoot. "Voor.." Ik zoek naar de woorden. "Dat ik je buiten heb gesloten."

Heel veel meer tijd hebben we niet, samen. Het nieuws van Jacques' overlijden heeft ook het buitenland bereikt, en Lucien wordt van me weggetrokken door verschillende belangrijke mannen.
Ik ben daarin niet gewenst, of belangrijk. Ik ben alleen maar de vrouw van. Niemand weet dat de dood van de koning überhaupt met mij te maken heeft.
En dus ben ik weer even alleen.
Julien huilt, het gekrijs gaat door merg en been. Ik heb me laten uitleggen dat hij waarschijnlijk tandjes begint te krijgen, en dat de pijn ondraaglijk is voor hem. Ik wil alleen maar dat het stopt. Het liefst zou ik de pijn van hem overnemen, maar dat kan ik niet, en dus loop ik alleen maar gefrustreerd met hem door de kamer.
Ik zou zweren dat de vloer versleten is op de plekken waarop ik heen en weer loop van alle rondjes.
In mijn achterhoofd houd ik me voor om Madeleine, mijn eigen moeder en alle vrouwen die ik ken met meer dan één kind een groot compliment te leveren. Ik kan me niet voorstellen hoe vaak zij dit hebben moeten doen.
Eten wil hij niet, slapen ook niet. Alleen maar hard, luidkeels huilen. En ik zou bijna met hem meedoen, zo wanhopig ben ik.
      Een luide klop op de deur zorgt er alleen maar voor dat hij harder gaat huilen.
"Ja?" Mijn stem is amper te horen boven het gekrijs uit. Het duurt dan ook even voor de deur opent. Een van mijn wachten doet, voorzichtig, de deur open.
"Prinses Emmeline? Uw ouders zijn hier."

De aankomst van mijn beide ouders was een grote verrassing voor me. Ik heb in tijden niet van ze gehoord, en mijn brief rond het doordraaien van Jacques was een laatste noodkreet, een waarvan ik verwacht had dat ze hem gewoon zouden negeren.
Maar nu loopt mijn moeder rondjes met mijn zoon, haar kleinzoon, terwijl mijn vader zichzelf een glas whiskey inschenkt.
"Ik wist wel dat die Jacques niet goed was," mompelt hij, voor de zevende keer deze minuut. "Vroeg of laat moest hij instorten, dat was te verwachten."
Mijn moeder heeft al ontelbaar vaak gevraagd of ik in orde ben. Ze blijft het telkens vragen uit bezorgdheid, maar ook omdat ze mijn antwoord weer vergeet als ze afgeleid wordt door de schoonheid van haar eerste kleinzoon.
"Hij heeft jouw....," ik zie haar zoeken op zijn gelaat. Ze maakt haar zin niet af.
Ik lach zachtjes en haal mijn schouders op. "Hij is een exacte kopie van Lucien. Dat vind ik alleen maar een enorm geschenk."
Mijn moeder lacht met me mee.
"Je broers waren ook exacte kopieën van hun vader," ze kijkt met een schuin oog naar mijn vader, die op zijn beurt alleen maar knikt, "pas toen jij kwam zag ik dat ik ook kinderen kon baren die geen mini-Reginalds waren.."
Ik lijk inderdaad op mijn moeder, al is het niet zo erg als mijn broers op onze vader lijken, of Julien op Lucien.
Ze wiegt Julien, die inmiddels gestopt is met krijsen.
"Al heb je wel mijn karakter, Emmeline," mijn vader neemt een slok van zijn whiskey terwijl hij uitkijkt over de kasteeltuinen, "inclusief je moeder's empathie, en haar uiterlijk."
Hij zet zijn whiskey neer in het raamkozijn en loopt naar mijn moeder. Heel voorzichtig, alsof hij het meest breekbare ooit is, neemt mijn vader Julien van haar over.
Het is voor het eerst in jaren dat ik mijn vader zacht en breekbaar heb gezien, met een klein jongetje in zijn armen.
"Je...," hij lijkt hem even volledig in hem op te nemen, en Julien doet hetzelfde. Zijn grote ogen nemen elke milimeter van mijn vader's gezicht in zich op. "Hebt een prachtig mensje gemaakt, Emmeline."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen