Foto bij 230. - Lucien

Met twee vingers masseer ik mijn voorhoofd, mijn duim leunt op mijn jukbeen. Ze verwachten een antwoord van me, of als ik pech heb zelfs een oplossing. Ik heb geen van beiden. Moeder legt een hand op mijn arm.
"Tu ressembles à ton père quand tu fais ça." fluistert ze me toe, wetende dat ons bezoek het niet zal verstaan. Alleen de tolk, die hopelijk genoeg hersens heeft om te bedenken dit niet te vertalen. "Après, il trouverait toujours la bonne chose à dire."
Ik geef haar een moeizame glimlach. Tegenover ons zitten twee afgezanten van het Ottomaanse Rijk. Blijkbaar zijn er in de afgelopen maanden verschillende brieven gestuurd waarin vader ze heeft bespot en bedreigd. De toon van deze mannen was vanaf het eerste moment duidelijk: we mogen van geluk spreken dat we hiervoor een goede band hadden en dat we niet per direct zijn aangevallen door hun leger. Ik ben me heel bewust van dat geluk, maar ook van het feit dat het vertrouwen stuk is. Het Rijk is een belangrijke bondgenoot, dus alles aan dit is bijzonder slecht nieuws. Tot hun aankomst had ik gehoopt dat de oorlog alleen maar in vaders hoofd had gezeten, dat mij wegsturen de eerste werkelijke actie was. Klaarblijkelijk speelde het al veel langer.
"Heren." Ik kijk ze niet aan. Ik voel me zwak en verslagen. Het feit dat moeder me moed moet inspreken zal op hun niet goed overkomen. In plaats daarvan volg ik met mijn vinger de versiering op mijn wijnglas en hou mijn blik daarop gefocust. "Geen van deze dingen waren bekend bij wie dan ook. Ik heb hier geen bewijs van, maar ik zweer het op het lichaam van mijn broer."
"Huzur içinde yatsın." mompelen de mannen, op hetzelfde moment dat moeder en ik dezelfde woorden in het Frans zeggen.
Ik laat een stilte vallen om de woorden op te laten stijgen en om mezelf meer bedenktijd te geven. "We weten niets over wat er precies in het hoofd van de oude koning rondging. Ik kan alleen maar zeggen dat zijn meningen en intenties op geen enkele manier worden gesteund door ons."
Eén van hen, Ekrem, bromt iets in het Ottomaans; ik kijk naar de tolk, wiens wangen lichtroze kleuren.
"De koning was knettergek." zegt hij aarzelend. Hoewel hij ongelijk heeft, kan ik mijn frons niet helemaal verbergen. Ekrem schiet direct in de verdediging. Ik versta geen enkel woord, maar de frustratie druipt van de tirade af. Na de vertaling van de tolk komt het erop neer dat het Koningshuis in rep en roer was door de bedreigingen en dat ze dure voorbereidingen hebben getroffen om een eventuele aanval van ons uit op te vangen... of ons juist aan te vallen. Er sprankelt iets in de ogen van de tolk wanneer hij het laatste deel vertaalt: "Alles omdat jullie niet in staat zijn een seniele man in de hand te houden."
"Ça suffit!" snauw ik de mannen toe. "Ik ben bereid het gesprek aan te gaan over hoe we deze band kunnen herstellen, maar geen van de dingen die zijn gebeurd geeft jullie het recht ons koninkrijk of onze koning te beledigen!"
Serhan, de tweede man, maakt een wild gebaar met zijn handen dat ervoor zorgt dat aan weerszijden van de ruimte wapens voor een deel uit schedes worden getrokken door de wachten. Met een handgebaar laat ik weten dat ze plaats rust mogen nemen.
"Prins Lucien," zegt Ekrem. "Een formele excuses zal niet voldoende zijn voor herstel."
"De koning is dood." Mijn stem is kil, en door de lage toon valt het bijna niet op hoe schor ik ben. "Ik heb u als prins nooit een reden gegeven om mij of de rest van mijn familie te wantrouwen. De Koningin heeft op het moment van ontdekken dat dit gaande was direct een boodschapper gestuurd naar uw land met uitleg en de wens op een persoonlijke ontmoeting om het uit te spreken." Mijn vingers krullen zich om de stam van mijn wijnglas heen. Naast me heeft mijn moeder haar handen tot vuisten gebald. Haar aanwezigheid is, volgens de Ottomanen, een formaliteit. Ze mag dan koningin zijn, ze is slechts een vrouw. "Maandenlang heeft het kasteel onder de tirade van de koning geleden. Hij heeft mij gedwongen tot onderduiken, omdat hij anders mijn zoon en mijn vrouw zou ophangen. Hij dwong mijn vrouw tot een duel toen hij erachter kwam dat ik nooit op oorlogspad ben gegaan. Hij heeft haar ternauwernood van het leven beroofd. De enige reden dat mijn echtgenote nog leeft is door dapperheid van de koningin waar wij allen alleen maar van kunnen dromen! Zij heeft hem gedood en heeft daarmee de hele familie gered." Ik ga staan - mijn stoel maakt een krassend geluid over de tegels. Mijn tolerantiegrens van vandaag is bereikt. Ik dwing mezelf mijn handpalmen plat op tafel te leggen, om de heren geen reden te geven te denken dat ik ze aanvlieg. "Nogmaals: ik sta open voor het gesprek. Mits jullie het kunnen opbrengen berouw te tonen voor de situatie. Alle bewoners van het kasteel zijn herstellende van een bijzonder traumatisch evenement en u mag van geluk spreken dat wij überhaupt akkoord zijn gegaan u een dag na uw aankomst te spreken. Goedendag."
Een deel van de geladenheid zal verloren gaan in de vertaling, maar het kan me weinig boeien. De intentie zal meer dan duidelijk zijn geweest.

We staan voor het vuur, op precies dezelfde plek waar we de afgelopen dagen al onze avonden doorbrengen. Julien slaapt, op verzoek van de Schotse koningin, bij Emma's ouders in de vertrekken.
De sfeer tussen mij en Emma is zowel meer ontspannen als normaal als om te snijden. De woede jegens de Ottomanen kan ik maar slecht kwijt. Voor het grootste deel begrijp ik hun standpunt, maar als ze eens wisten wat voor hel het hierbinnen is geweest...
Emma drukt een kus op mijn ruggengraat. Ik ril.
"Het komt goed, lief." fluistert ze. Ik sluit mijn ogen, zo dankbaar om haar stem weer te horen. Nog steeds in haar omhelzing draai ik me om, zodat ik haar aan kan kijken.
"Toen ik... buiten was," begin ik. "in de grot, ben ik een paar keer naar een kroeg geweest in het dichtstbijzijnde dorp." Emma's ogen worden groot en een kleine glimlach krult mijn lippen. "Het was de enige manier om de regels toch nog een beetje te breken. Het was veilig, eerlijk waar. Ik was amper herkenbaar, niemand wist wie ik was."
Ze kijkt nog een beetje sceptisch. "Hielp het?"
"Eerst wel." Ik rust mijn kin op haar hoofd. "Het was fijn om onder de mensen te zijn. Alleen... de tweede avond kwam er een jonge vrouw aan de bar, vlak naast me." In mijn armen verstart Emma. Ik hóór haar bijna denken. Lucien Remí Castellon, als je me gaat vertellen dat je met een andere vrouw hebt geslapen draai ik je hier en nu de nek om. Ik ga door. "Ik dacht er niks van. Betaalde haar drinken, puur om galant te zijn. Ze deed me ergens aan denken, maar ik wist niet waaraan." Ik doe mijn ogen dicht en zie haar zo weer voor me. Zou ze nog in de buurt zijn, of is ze alweer doorgereisd? "Tot ze haar mantel afdeed en me aankeek. Ik weet niet... ik weet niet of het echt zo was, of dat het kwam door de alcohol, maar ik had durven zweren dat jij daar stond. Alsof je eindelijk had besloten dat dat was hoe we het zouden gaan doen - een zwervend leven onder de mensen, levend van alle taken die we konden aangrijpen. Het duurde maar een seconde voor ik doorhad dat jij het niet écht was."
Emma zegt niks. Ik adem haar geur in en trek haar nog dichter tegen me aan.
"Daarna was alles... slechter. Alsof de vreemdeling een muur omver had getrokken. Ik was constant overmand door heimwee naar huis." Ik druk mijn lippen op haar kruin.
"Naar jou."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen