. . .


Will was nou niet bepaald het stuk van de school, maar Ivory vond hem wel cute. Zijn groenbruine ogen verborgen altijd de woorden die hij niet wilde uitspreken. Het frustreerde haar – vroeger had ze de gave gehad om het hoofd van anderen binnen te dringen. Niet dat van iedereen – als ze het bij haar broers zou proberen zou haar brein verschrompelen, maar bij een eenvoudig mens als Will Byers kon het nooit moeilijk zijn.
      Nu kon ze er alleen maar naar gissen. Hoeveel zand ze ook door haar vingers liet glijden, er zou niets mee gebeuren. Ieder kunstwerk zou uiteenvallen, zou uitzakken en onherkenbaar worden. Het voelde alsof een belangrijk deel van haarzelf geroofd was.
      Vanuit haar ooghoeken keek ze opzij. Will liep naast haar, zijn ogen waren op het trottoir gericht. Waar dacht hij aan? Was hij aan het bedenken wat hij tegen haar zou kunnen zeggen, was hij verlegen? Of was het haar broer die zijn gedachten had opgeslokt?
      Ze klemde haar kiezen op elkaar toen ze weer terugdacht aan hoe Will net bij hem op schoot had gezeten. Een heftige boosheid borrelde in haar op. Zodra ze straks thuis was, zou ze hem eens goed duidelijk maken dat ze dit niet pikte! Will was haar ticket naar huis en ze zou niet toestaan dat Onyx het met die stomme spelletjes van hem verpestte!
      Ze haalde diep adem, probeerde de woede weer weg te stoppen. Ze kon maar beter een gesprek met Will aanvangen. Maar waarover? Hij was saai. Hoe kon ze ervoor zorgen dat hij haar zou gaan vertrouwen? Ze had al iedere dag een plekje voor hem vrijgehouden in de klas en ze hielp hem met de lesstof waar ze kon, maar er was een soort kloof tussen hen met een touwbrug die zo gammel was dat geen van tweeën er echt overheen durfde te gaan.
      Je bent op weg naar zijn huis, Ive, zei ze streng tegen zichzelf. Je bent hartstikke goed op weg. Maak je niet zo druk.
      ‘Hier is het.’ Will was voor een tuin stil blijven staan en wees een beetje opgelaten naar de voordeur. Hij keek haar schichtig aan, alsof hij bang was dat ze zou zeggen dat ze het maar een lelijk huis vond en weg zou lopen.
      Nou was dat waar – ze vónd het een lelijk huis. Dat gold echter voor alle huizen hier. Ze waren zo… fantasieloos, zo gewoontjes. Zo saai. Alles hier was saai.
      Toch veinsde ze een glimlach en stapte het tuinpad op. Will stopte de sleutel in de deur zodra hij die bereikt had en zwaaide die open. Er klonken stemmen vanuit verder in het huis. De eigenaars zag ze even later toen ze de keuken bereikte. Jane had zich op het aanrecht gehesen en was in gesprek met een vrouw van middelbare leeftijd, hoewel hun gesprek verstomde toen ze hen in het oog kregen.
      De vrouw hobbelde vlug naar hen toe. ‘Dag kind! Wat leuk je te zien! Will heeft veel over je verteld. Mijn naam is Joyce.’
      Will had over haar verteld? Dan ging het beter dan ze dacht! Ivory bracht een enthousiaste glimlach op haar lippen en schudde Wills moeder de hand. ‘Aangenaam kennis te maken, mevrouw.’
      Haar ogen gleden even naar Jane, Wills zusje. Of halfzusje. Ze had nog niet helemaal ondervonden hoe de familiebanden in elkaar staken. Ze had het meisje nog nooit gesproken, maar er hing een vibe om haar heen die mieren onder haar huid liet krioelen. Het was anders die van Will – ze kon de duisternis zien die nog aan hem plakte. Het waren sporen van overheersing, van een nederlaag. Als ze haar ogen sloot kon ze zijn angst op haar tong proeven. Oude angst, diep weggestopt in zijn ziel. Een angst die altijd terug zou komen op onbewaakte momenten.
      Bij Jane was dat niet zo. Zij was ook anders dan andere kinderen, maar Ivory kon er haar vinger niet op leggen. Het irriteerde haar mateloos. Wat het nog erger maakte, was dat ze wist dat het meisje hetzelfde ervoer. Ze vertrouwde haar evenmin, ze zag het in die ondoorgrondelijke blik, in de strakke trek om haar mond.
      Ze kregen limonade en koekjes, praatten over koetjes en kalfjes. Dat wil zeggen – Ivory en Wills moeder. Will zelf staarde uit het raam naar buiten, zag dingen die niemand anders zag. Jane verkoos Ivory boven het uitzicht buiten en keek haar zo intens aan dat het voelde alsof ze haar gedachten binnen probeerde te dringen. Het prikkelde haar nieuwsgierigheid. Het was jammer dat ze zo vijandig was, anders hadden ze elkaar misschien tot nut kunnen zijn.
      Uiteindelijk kreeg ze Will zo ver dat hij haar zijn kamer liet zien. Het was een typische jongenskamer, een beetje kinderachtig zelfs, met planetenbehang en actie- en fantasiefiguren die op plankjes stonden. Will ging op de rand van zijn bed zitten en klemde zijn handen tussen zijn knieën. Hij zag er een beetje verloren uit. Als ze hier geen verandering in bracht, zou hij waarschijnlijk nooit meer een meisje mee naar huis nemen.
      Ivory liep een rondje door de kamer, bekeek de figuren en bleef daarna voor zijn boekenkast staan waar een aantal dikke fantasy-pillen in stonden. Ze dacht weer aan dat spel, Dungeons & Dragons.
      ‘Hou je van fantasy?’ Ze draaide zich om een glimlachte liefjes. Het was slechts een aanzetje, hopelijk verwachtte hij nu geen diepgaand gesprek over boeken. Ze had hooguit een paar fantasy-films gezien en ze had ze weinig fantasievol gevonden.
      Will veerde overeind en knikte. ‘Heb je een van de boeken gelezen?’
      Ze schudde haar hoofd. ‘Nee… Ik ben niet zo’n lezer.’
      Maar je zou eens met mijn broer moeten praten.
      Nee – dat wilde ze helemaal niet.
      ‘Maar ik heb vrienden die wel helemaal gek zijn van fantasy. Ze hadden het laatst over een soort spel. Iets met draken ofzo?’
      ‘Dungeons & Dragons?’ Zijn hele gezicht leek op te lichten.
      ‘Ja… Dat wilde ze eens proberen. Maar ze hebben het geen van allen ooit gedaan, volgens mij kwamen ze er niet helemaal uit met de spelregels.’
      Ze beet op de binnenkant van haar wang. Was dit niet heel doorzichtig? Nee – ze schudde het van zich af. Hij had geen reden om aan te nemen dat ze vooronderzoek had gedaan.
      ‘Oh… Ik wil wel een keer spelleider zijn? Ik deed het vaak met mijn vrienden.’ Er kwam een verdrietige glans in zijn ogen toen hij over zijn vrienden sprak. ‘Al zijn we er misschien te oud voor.’
      ‘Welnee,’ wuifde ze het weg. ‘Ik krijg vast mijn broer zo ver om mee te doen en die is achttien.’
      Het was een leugen. Hij was geen achttien en ze kreeg hem nooit zo ver om een spelletje te gaan spelen. Ze wist ook niet precies waarom ze het zei, misschien om zijn reactie te peilen.
      En die liet haar alleen maar knarsetanden, want er verscheen een blos op zijn wangen en hij sloeg zijn ogen neer. Ze balde haar vingers tot vuisten totdat haar nagels in haar vlees sneden. Jeetje – wat had haar broer toch met hem gedáán? Zo lang waren ze niet samen geweest! Het was de bedoeling dat hij op háár verliefd werd! Ze ontspande haar vingers weer toen hij opkeek en verruilde haar grimas voor een glimlach.
      ‘Dus hebben we een deal? Ga jij ons leren om dat spel te spelen?’
      Hij knikte enthousiast.
      Hopelijk was hij nog steeds enthousiast als hij inzag dat Onyx daar niet bij zou zijn. Als het aan haar lag, zouden die twee elkaar nooit meer zien.

Onyx keek niet eens op toen ze thuiskwam. Ze trok haar neus op toen ze zag dat hij de krant aan het lezen was. De kránt. Wat kon het hun schelen wat er hier allemaal aan de hand was? Ze wilde alleen maar terug. Ze liep richting de bank en plantte haar handen verontwaardigd in haar zij.
      ‘Waar sloeg dat vanmiddag op?’ viel ze uit. ‘Je bedwelmde hem met je muziek! Zijn er niet genoeg anderen op school om je trucjes op uit te halen?!’
      Onyx liet zijn krant zakken. ‘Dat was niet de bedoeling. Ik kan er ook niets aan doen dat hij een gevoeliger oor heeft dan de rest.’
      Ze snoof. ‘Dat hij bij je op schoot belandde was zeker ook niet de bedoeling?’
      Haar broer haalde onverschillig zijn schouders op. ‘Ik leerde hem gewoon een beetje spelen. Maak je niet zo druk.’
      Ze dacht weer aan Wills blozende wangen. Nou – ze maakte zich wél druk!
      ‘Hij is meer op jou gesteld dan op mij.’
      ‘Misschien moet je hem dan ook wat muziek leren spelen in plaats van hem rond te commanderen als een hond,’ snoof Onyx.
      ‘Ik behandel hem niet als een hond,’ beet ze terug. ‘Ik wil gewoon niet dat je hem aan je bindt met die duivelse muziek van je. Hij is van míj. Ík heb hem nodig.’
      Onyx grinnikte kort. Ze vond het macaber klinken. ‘Je praat anders wel over hem alsof hij je huisdier is. Reageer het niet op mij af als hij liever dit baasje heeft.’ Hij grijnsde. ‘En wie weet, als je je een beetje gedraagt leen ik hem misschien nog wel aan je uit. Uiteindelijk maakt het niet uit wie van de twee hij vertrouwt.’
      Het maakte haar wél uit. Ze wilde niet van Onyx afhankelijk zijn, ze moest haar terugkeer zelf verdienen. Anders stond ze alleen maar bij haar broer in het kwijt en dat wilde ze niet. Ze wilde op eigen benen staan.
      ‘Blijf gewoon bij hem uit de buurt,’ gromde ze. ‘Je doet het toch alleen maar om mij te sarren.’
      ‘Misschien.’ Hij sloeg de bladzijde van de krant om. ‘En misschien heb ik ook wel een andere reden.’
      Ze rolde met haar ogen. Ze kon geen enkele andere reden bedenken, hij probeerde nu alleen maar de geheimzinnige jongen uit te hangen. Gepikeerd draaide ze zich om een beende ze weg.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen