Een beetje ongemakkelijk lopen Stefan en ik naar de rest. We hebben onze "wapens" in onze broekzakken gedaan en doen net of er niets aan de hand is. Meneer Noriech kijkt ons enkel even streng aan met Theodor naast hem staand. Hij fluistert nog iets in meneer Noriechs oor en hij knikt enkel, zijn blik nog steeds op ons gericht. Stefan en ik zijn nog steeds vijanden, ondanks dat we samen zojuist drie gorgonen hebben verslagen zonder iemand anders die ons kon helpen, dus kijken we elkaar enkel even aan.
'Dit betekent niet dat we vrienden zijn, Rose.' snauwt hij. 'Begrijp je dat?!'
Ik draai met mijn ogen en zucht geërgerd.
'Moet ik daar echt op antwoorden?' antwoord ik en hij grijnst. Zonder nog iets te zeggen, loopt hij weg en gaat bij z'n vrienden staan. Theodor loopt naar me toe en kijkt me streng aan.
'Meneer Noriech zegt dat hij wilt dat jij en Stefan na de excursie even blijven.' zegt hij zonder enige uitdrukking op z'n gezicht, maar z'n ogen zijn gevuld met zorgen.
'Waarom zag die ander het niet en jij wel?' vraag ik verbijsterd. Meteen wordt hij rood en zegt hij wat binnensmonds.
'Dat leggen we dan wel uit.'
We? Bedoelt hij meneer Noriech en hij? Weet hij ook van de gorgonen? Zijn zij zelf ook mythologische wezens!? Verschillende theorieën gaan door mijn hoofd, maar meneer Noriech verbreekt m'n gedachte als hij mededeelt dat de andere docenten ziek naar huis gegaan zijn. Niemand lijkt er problemen mee te hebben. Integendeel juist, iedereen geniet er van!

Zodra we weer op school zijn, gaat iedereen zowel meteen naar huis doordat de ouders ze al meteen meenemen. Ik wil ook vertrekken en Stefans moeder komt al binnenlopen wanneer ze merkt dat haar zoon nog niet naar buiten is gekomen. Ik moet zeggen, dat zijn moeder ook wel heel aardig is. Ze draagt een losse trui en een joggingbroek. Ze heeft wallen onder haar donkere ogen en haar lange, bruine haren zijn verward.
'Hey, Rose.' zegt ze. 'Heb je Stefan gezien?'
Ik zucht geërgerd en bijt op m'n lippen. 'Zowel ik als hij moest na school bij meneer Noriech komen,' geef ik toe. 'Maar ik wil niet op m'n donder krijgen.'
Ze glimlacht en gebaart haar te volgen. Even murmel ik wat binnensmonds en daarna loop ik achter haar aan.
'Ha! Rose! Hoe gaat het ermee meis?'
Meneer Noriech gedraagt zich alsof er niets is gebeurd! Alsof de gorgonen er niet geweest zijn! Zwijgend staar ik naar de grond, wat moet ik hier toch van zeggen?
'Wat is er gebeurd?' vraagt Stefans moeder bezorgd met de blikken op ons gericht. Theodor, wie ook aanwezig is, neemt het woord.
'Raad eens wat er is gebeurd. Gorgonen, vermomd als onze docenten.'
Theodor zei het alsof het het normaalste is wat ons kan overkomen, maar toch kan ik een glimp van ernst en zorgen ontdekken in z'n groene ogen. Stefans moeder reageert niet ongelovig of verbaasd, eerder bezorgd of angstig.
'Wat nu?' stamelt ze en meneer Noriech zucht.
'We zullen ze mee moeten brengen naar kostschool, maar voor sommigen hotel, Halfbloed, daar zullen ze gedurende deze zomer verblijven dan kunnen ze daarna weer terug naar huis.'
'Wat?! Hotel Halfbloed? Wat bedoel je met Halfbloed?! Waarom moeten wij daarheen?!'
Stefan vraagt verschillende dingen, maar ik heb maar één vraag die ik uiteindelijk uit durf te spreken.
'Wat als je geen huis hebt?'
'Heb je geen vader of moeder dan waar je naar moet terugkeren?'
'Ik ben wees,' durf ik te vertellen, aangezien niemand anders het weet, zelfs Theodor niet. 'M'n vader heeft me bij het weeshuis gebracht vlak nadat ik was geboren. De vrouw die het weeshuis runt, heeft hem nooit kunnen vragen wie hij was en is er vanuit gegaan dat mijn moeder is overleden toen ik geboren werd en mijn vader te arm was om voor me te zorgen. Ik ben al naar meerdere pleeggezinnen gestuurd, maar ze vonden me simpelweg te lastig om voor te zorgen. Doordat niemand me wilt zorgt het weeshuis voor mijn scholen, niet dat die me graag lesgeven. Ik ben als peuter iets van tien keer gewisseld van peuterschool en toen op de basisschool echt zestien keer doordat ik iedere keer weer werd geschorst. Ook op de middelbare heb ik echt al acht keer opnieuw moeten beginnen in een ander gebouw, hoe ongeloofwaardig het ook mag klinken. Dus ik denk niet echt dat jullie een herrieschopper als ik er bij zouden willen.'
Meneer Noriech lacht. 'Rustig maar, er kunnen altijd wel nieuwe herrieschoppers bij.'
Hij kijkt naar Stefans moeder met een glimlach. 'Zou u het een probleem vinden om Stefan en Rose naar Hotel Halfbloed te brengen? Dan kan Theodor eventueel ook mee zodat hij alles uit kan leggen aan ze.'
Ze knikt en met z'n drieën gaan we.
'Wacht,' mompel ik. 'Hoe gaat hij dan? Gaat hij soms vliegen?'
Het was deels als grap bedoelt, maar Theodor lijkt er bloedserieus over te zijn.
'Hij galoppeert.'
Stefan barst in lachen uit en komt haast niet meer bij. 'Heeft hij serieus een paard mee?'
Voordat Theodor kan antwoorden, beginnen mijn hersenen te draaien op volle toeren. Medusa, Euryale en Stheno gebruikten als pseudoniem een anagram, dus zou meneer Noriech die ook gebruiken? Ik geef mijn vriend niet eens de kans het uit te leggen, want mijn briljante brein heeft het al ontfutseld.
'Cheiron! Meneer Noriech is Cheiron, nietwaar?'
Theodor lijkt even in de war te zijn, maar zodra hij zich beseft dat ik het goed heb, knikt hij.
'Klopt. Cheiron de centaur. Hij is een van de "goede" centauren en heeft Hotel Halfbloed opgericht.'
'En jij?' vraag ik nieuwsgierig. 'En wat houdt een halfbloed precies in?'
'Een halfbloed is een kind van een god en een mens. Als ze dertien worden, worden er meestal monsters op ze afgestuurd en daardoor moeten ze dus een veilige plek hebben. Ikzelf ben een sater.'
Hij zegt het met trots in z'n ogen en meteen zie ik het voor me. Theodor met het onderlichaam van een geit en de hoorns. Meteen lach ik het uit en kijk ik hem aan.
'Sorry hoor, maar dat geloof ik niet!'
'Geef me eens een blikje.'
Stefan pakt een blikje cola, dat overigens nog vol is, en geeft hem aan Theodor. Zonder te twijfelen, stopt hij het in z'n mond. Het hele blikje.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen