Er is weinig voor nodig om meer los te peuteren uit de lokale bevolking - het bier vloeit rijkelijk, al zijn ze zelfs zonder alcohol bijzonder open in het contact. Thuis in Parijs en zeker in het kasteel is dat niet aan de orde; iedereen is daar op zichzelf gericht en houdt zoveel mogelijk alles privé. Tussen de verhalen van persoonlijke ellende en vreugde door komen Em en ik erachter dat we blijkbaar op doortocht zijn door het zuiden van het land om de moreel omhoog te halen en om kennis te maken met het normale volk.
"Ik vind daar wat van!" roept Imbert terwijl zijn pul voor de zoveelste keer wordt bijgevuld. Na ons eerste contact is de man niet meer van onze zijde geweken. Het is een gezellige vent met een goed gevoel voor humor, dus het gezelschap wordt gewaardeerd. "Geen enkele koning heeft dat gedaan!"
Emma, die wat rustiger aan doet met haar drank maar tot nu toe een hervulling nog niet geweigerd heeft, trekt een zelfgenoegzaam gezicht. "Wedden dat zijn vrouw het heeft bedacht?"
Mijn mond valt open en ze grijnst breed alvorens een grote slok van haar bier te nemen.
"Ik denk -" begin ik, maar de dochter van de herbergier- Jehanne - is me voor.
"Daar heb je helemaal gelijk in!" roept ze enthousiast. "Zulke goede ideeën komen van de vrouwen!" Ze proost haar glas met Emmaline. Of... Maria. We zijn hier allebei compleet andere personen dan we thuis zijn. Lucien en Emmeline zijn achtergebleven in Parijs. Hier zijn enkel Remí en Maria.
"Van zulke grote ideeën komen ongelukken!" snoeft Imbert.
"Ach, man! Net vond je het nog een geweldig idee!" Jehanne lacht hartelijk. "Je bent gewoon jaloers!"
"Natuurlijk ben ik jaloers!" Imbert leunt over de bar en grist daar de theedoek van het schort van de herbergiervrouw. Met een zwaaiende beweging knoopt hij het ding om zijn nek als een cape. Met een lepel als zwaard rost hij door de overvolle kroeg heen. Mensen brullen van het lachen, ik en Emma evengoed.
"Ik ben prins Lucien! Elke avond heb ik een feestmaal met een wild zwijn en wijn uit Spanje! Al mijn mantels zijn van zijde en ik kleed me in het fijnste zijde!"
"Alsof hij zichzelf aankleed!" roept Emma. Ik kijk haar met grote ogen aan, maar mijn grijns is zo breed dat het bijna pijn doet. Haar ogen glinsteren als ze de mijne ontmoeten, haar grijns net zo breed als die van mij.
Imbert maakt een goedkeurend gezicht en gebaart naar haar met de lepel. Dan knielt hij voor Emma neer, de zwaard-lepel op zijn open handpalmen aan haar aangeboden. "Daar had ik nog niet aan gedacht! Laten we samen het koninkrijk regeren - dit zijn de ideeën die oorlogen winnen."
Emma's wangen waren al roze van de alcohol, maar ik durf te zweren dat ze nog iets donkerder kleuren. In Parijs, waar iedereen ons kent en dingen van ons verwacht, zou dit hele spektakel er voor kunnen zorgen dat je een week in de kerkers doorbrengt. Hier? Hier pakt Emma de lepel en legt haar andere hand in die van Imbert. "Ik zal met je regeren! We zullen samen dineren met zwijnen en ons laten kleden in het fijnste zijde!"
Lachend draait Imbert haar in zijn armen en danst met haar op de vrolijke vioolmuziek die aan de andere kant van de herberg wordt gespeeld. Zelfs de muziek is hier anders - levendig en opzwepend, het tegenovergestelde van de rustige composities die op het paleis worden gespeeld.
"Ik zal u wraken!" roept Jehanne ineens. Ze heeft zich gewapend met een vork en zwaait hem uitdagend richting Imbert en Emma. "Ik en mijn metgezel, Remí!"
Onverwachts in het verhaal getrokken ga ik onverhoopt op zoek naar iets dat als wapen kan dienen. Uiteindelijk valt mijn oog op een verlaten stuk brood. Ik gris het van de bar en houdt het voor mijn lijf als zwaard. "Wij komen u van de troon beroven!"
Imbert hapt overdreven naar lucht en duwt Emma beschermend achter zich. "Schuw u, mijn vrouwe! Ik zal u beschermen!"
Jehanne en Emma maken oogcontact - een seconde later haalt Jehanne ergens een tweede vork vandaan die ze naar Emma gooit. Die plukt hem zonder moeite uit de lucht en duwt hem tegen Imberts keel aan.
"Hoogverraad!" roept die, alvorens Emma hem 'steekt' met de vork. "Oh, de kou! Het donker!" Imbert grijpt zijn hart en valt op zijn knieën. "Het licht! Het licht roept mij!" Onder dramatisch overdreven gekreun laat hij zich vallen op de grond.
"Vrouwen aan de macht!" roepen Jehanne en Emma samen en draaien zich dan naar mij. Ik hou mijn brood steviger vast.
"Geef het op!" zegt Emma uitdagend. "Je zal het niet winnen van twee tegenstanders!"
Ik knijp mijn ogen een beetje samen. In Parijs zou dit een echte uitdaging zijn, er zou van me verwacht worden dat ik dit gevecht aanga. Als ik dat hier doe, win ik geheid. Hier is dat geen deel van de lol of het spel. Dat betekent echter niet dat ik graag verlies. Ik hef mijn handen op in onschuld.
"Jullie hebben gelijk! Van de liefde kan ik het niet winnen!"
Jehanne rolt met haar ogen. "Met mooie woorden leidt je ons niet af!"
Ik richt mijn ogen op Emma en knipoog naar haar. "Sta mij dan toe het in de praktijk te brengen."
Mijn brood gooi ik het publiek in en in dat moment van onrust overbrug ik de afstand naar Emma. Ik grijp haar bij haar middel en druk mijn lippen stevig op die van haar, terwijl ik haar diep naar achteren dip. Ze gilt lachend tegen mijn mond en gooit haar handen in een reflex veel te strak om mijn nek, maar in haar alcohol-brutaliteit kust ze me enthousiast terug. Om ons heen joelt de kroeg - zelfs Imbert, die nog steeds op de vloer ligt, juicht ons toe.
Mijn hart racet, mijn wangen branden en mijn hoofd duizelt. Niet eerder heb ik me zo levend gevoeld.
"Ik hou van je." fluister ik tegen Emma's lippen.
"Ik eindeloos meer van jou." fluistert ze terug. Ik trek ons weer overeind en samen met onze nieuwe vrienden nemen we het applaus in ontvangst. Van verschillende kanten krijgen we meer drank aangeboden en we nemen het gelukzalig aan. De kater morgen zal gigantisch zijn, maar de nacht is nog lang.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen