Foto bij 234. - Lucien

Mijn hoofd bonst alsof Aleran het tegen de muur aan het rammen is. Mijn lichaam wil eigenlijk niets liever dan weer in bed gaan liggen en slapen tot de avond valt en het drinken weer kan beginnen. In plaats daarvan sta ik met mijn schouder tegen de muur geleund, Emma in mijn armen, te genieten van het schouwspel. De 'prins' heeft een overduidelijke Zuiderse tongval en die van de 'prinses' geeft weg dat ze eigenlijk uit Bordeaux komt.
Het volk slikt het als zoete koek. Verwonderd gefluister gaat door het publiek heen en iedereen probeert zo dichtbij mogelijk te komen. Ze worden op afstand gehouden door koninklijke wachters, die nog het meest overtuigend zijn van het hele spektakel zijn. Een beetje getraind oog zou echter direct zien dat de harnassen van een veel lichter metaal zijn dan onze daadwerkelijke lijfwachten, en het zit allemaal net anders in elkaar.
Emma leunt dichter tegen me aan en heft haar kin naar me op zonder ooit haar ogen van het stel te halen. "Heb ik ook zo'n accent?"
Ik schud mijn hoofd. "Het is niet alsof ze hier weten wat voor accent een Schot heeft die Frans praat."
Ze kreukelt haar neus. "Ik heb dus wel een accent?"
Met een lach kus ik haar kruin. "Heel aandoenlijk is het."
"Nu, de reis was lang en onstuimig! Is er een plek waar wij kunnen rusten?" De prins maakt grootste, theatrale gebaren tijdens het spreken, alsof hij een klucht voordracht. Eigenlijk is dat ook zo, natuurlijk. "Vanavond hopen wij te dineren met het klootjesvolk!"
De belediging gaat - gelukkig voor de bedreigers - verloren in het enthousiasme. Ik voel mezelf met mijn ogen rollen en Emma snuift, wat ons een scheve blik van een dorpeling oplevert. Ik geef haar een onhandige glimlach, ze wordt gelukkig snel afgeleid door haar peuter.
Ik leun naar beneden om in Emma's oor te fluisteren. "Kan je je voorstellen wat voor tirade ik van mijn moeder zou hebben gekregen als ik dat woord in de mond naam?"
Ze lacht achter haar hand en geeft me een por in mijn zij. "Je zou het je leven lang blijven horen!"
"Hoogheid!" Een man in een duur uitziend kostuum stapt door de menigte naar voren. Zijn kleding lijkt van hogere kwaliteit dan die van de prins en prinses. "Het is een eer u te mogen ontvangen! Mijn naam is Maussant le Cler, ik ben de sheriff in dit Hertogdom!" Aan de plotseling bijna gespannen sfeer onder de mensen is deze Maussant geen graag geziene verschijning. "Ik zou u willen uitnodigen bij mij thuis te komen rusten. Ik twijfel er niet aan dat de herbergier zijn bier en wijn en maaltijden kan komen leveren!"
In alle drukte vind ik de herbergier, die niet bijzonder gelukkig kijkt. Geen wonder - een moment eerder stond het stel op het punt om bij hem naar binnen te gaan. Een buitenkansje. Nu wordt hij zonder aarzeling weer gedegradeerd tot 'slechts' een herbergier. Zijn vrouw aait hem bemoedigend over de rug, maar hij schudt het gebaar af.

De gehele dag is het dorp in rep en roer door de aankomst van het paar. Overal wordt gewerkt om alles maar in zo mooi mogelijke staat te krijgen. In de herberg is een aantal tafels aan elkaar geschoven om een plek te maken waar dorpelingen geschenken voor de twee kunnen neerzetten. Mensen in vodden tot de draad versleten geven een volle kan melk, een ander grote stukken vlees. In de meeste gevallen wordt er ook nog munten bij gelegd.
"Dit kan niet." mompel ik. Ik zit met Emma en Jehanne aan de bar te kaarten. Er is weinig volk dat wat komt kopen vandaag - Jehanne en haar kater hebben geluk. Niemand wil dronken worden met zulk hoog bezoek. "Dit zijn toch spullen die deze mensen kunnen verkopen? Ze hebben al zo weinig..."
Jehanne haalt haar schouders op. "Wat moet je anders? Niet geven is nog veel erger. Een paar hongerige avonden is het echt wel waard."
Emma en ik wisselen een blik uit.
"Hoezo?" vraagt Emma voorzichtig. "Uiteindelijk gaat je eigen maaltijd toch voor?"
"We hebben het hier over het koningshuis!" Ze geeft ons een ongelovige blik. "We zullen niet het eerste dorp zijn dat ze aandoen. Als we het voor elkaar krijgen een goede indruk achter te laten, krijgen we er misschien nog wat voor terug... Plus, het lijken me goede mensen. Doen jullie niet graag iets fijns voor goede mensen?"
"Jawel..." begin ik aarzelend. Ik weet niet goed hoe ik de zin af moet maken. Ik heb me nooit zorgen hoeven maken over niet genoeg hebben. Ik zou de helft van alles in het kasteel kunnen weggeven en nog zouden we een royaal leven kunnen leiden. Mijn maag draait zich om in schuldgevoel.
"Komt de Hertog nog?" vraagt Emma ineens. "Het lijkt me toch dat hij het koningspaar ook graag wil ontmoeten."
Voor Jehanne antwoord kan geven wordt de deur met veel geweld opengegooid. "Een diner voor tien man!" briest Vincent. "Voor zonsondergang!"
"Papa!" Jehanne gooit haar kaarten neer en snelt naar hem toe. Ze neemt zijn jas aan en rent dan terug naar de bar om hem een grote pul bier in te schenken. "Een diner voor wie?"
"Voor de prins en de prinses! En alle andere gasten die de sheriff heeft uitgenodigd! Poh, alsof het niks is! En drie gangen ook nog! Ik weet niet hoe ik dat klaar ga spelen!" Wanhopig laat hij zijn hoofd in zijn handen vallen. "Ik zal wel moeten..."
"Ik help wel, papa. En mama kan het dorp in en vragen om alle ingrediënten!"
"We moeten dertig gerechten maken, lieverd! In een paar uur... Met zijn drieën is dat vrijwel onmogelijk."
Emma's ogen ontmoeten die van mij. Een seconde later zeggen we in koor: "Wij helpen!"
Vincent en Jehanne kijken ons verbaasd aan. "Weten jullie het zeker?"
Ik knik. "Absoluut! Ik zal mensen in het dorp vragen of ze willen helpen met het vervoer. Net buiten het dorp heb ik eindeloos veel zwijnensporen gezien. Ik ben een goede jager! Geef me een boog en ik schiet er twee, met genoeg tijd om ze klaar te maken."
"Ik kan helpen in de keuken." zegt Emma vastbesloten. "Alles wat je wil dat ik doe, je hoeft het maar te zeggen en ik doe het."
Vincent twijfelt. "Ik weet niet hoe..."
"Je hoeft ons er niks voor te geven." belooft Emma, op hetzelfde moment dat ik zeg: "We willen er niks voor."
Emma schiet me een blik en schudt lachend haar hoofd. "Dat lijkt me duidelijk. We doen het graag. Ik weet een goed recept voor een voorgerecht met eieren."
"Aan het werk!" roep ik. We geven de herbergier en zijn dochter geen ruimte om nee te zeggen. Elke andere burger zou ons waarschijnlijk voor schut verklaren, maar het idee dat ik iets voor iemand kan betekenen vult me met geluk. "We gaan dit doen!"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen