Foto bij H75: Te veel info ~ Nick

Ik luisterde naar James en Khana’s ademhaling terwijl ze in het bed naast mij sliepen. Het was net middernacht geweest en de twee mensen waren vroeg naar bed gegaan, waardoor ze nu in diepe slaap waren. Ik kwam weer overeind en stapte mijn bed uit, waarna ik naar het terras liep. Voorzichtig sloot ik de deur achter me en ademde de frisse nachtlucht in. Er was vandaag veel info op me afgekomen. Tot nu toe kende ik al vier mensen van de Zes: Khana, ik, Qasim en James. Ik vond het vrij vreemd dat we elkaar nu begonnen tegen te komen… Was het toeval? Ging er iets gebeuren? En daarbij, James wist iets over Khana dat ik duidelijk niet mocht weten. Gefrustreerd zuchtte ik diep en sloot mijn ogen. Wat was er toch allemaal aan de hand? Afgelopen eeuwen was het vrij rustig geweest op mythisch vlak… Oké, op menselijk vlak waren er twee Wereldoorlogen geweest en ook nog een heleboel opstanden enzovoort, maar op mythisch vlak was er niet veel gebeurd… Tot nu. Met een kleine zucht transformeerde ik naar mijn vossengedaante en sprong op de balustrade. In de verte hoorde ik een olifant trompetteren en als ik goed keek, zag ik een klein puntje door de nachtelijke hemel vliegen. Ngorongoro was op jacht en die gedachte liet me glimlachen. Niet iedereen sliep ’s nachts…

“Goedemorgen Nick”, hoorde ik opeens een mannelijke stem slaperig zeggen. Ik keek op van mijn gsm en knikte even naar James. “Goedemorgen James, goed geslapen?” vroeg ik en hij knikte, waarna hij in de zetel naast me plofte. We zaten in de zetels van het hoofdgebouw te wachten totdat het restaurant open ging voor ontbijt. Mijn maag maakte een klagerig geluidje en James begon spontaan te glimlachen. “Je hebt precies altijd honger”, zei hij toen plagend, maar ik knikte serieus en zei: “Bijna altijd ja. Ik slaap niet ’s nachts, dus tussen het avondeten en het ontbijt zit er veel te veel tijd…” James keek me nadenkend aan en zei toen: “Ja oké, dat is waar…” We vielen weer in een stilte, maar ik voelde er een soort spanning in hangen. James speelde wat met zijn vingers en kauwde twijfelend op zijn lip, wat mijn vermoedde bevestigde dat hij iets wou vragen. “Vraag het maar gewoon hoor”, zei ik en stak mijn gsm weg. James keek me verrast aan, maar bloosde toen en vroeg: “Is het zo duidelijk?” Ik knikte en hij glimlachte zwak. “Oké, ik… ik vroeg me af hoeveel je van Khana weet…? Als je begrijpt wat ik bedoel…”

Het was terug even stil. Hij wou iets over Khana vertellen dat eigenlijk niemand wist… Alles hing af van hoe ik nu ging antwoorden en eigenlijk wist ik niet zo veel over haar. Ik maakte een nadenkend geluidje en zei toen: “Ik weet dat haar oma een elf was, ik heb haar op haar sterfbed ontmoet.” James trok grote ogen en zei: “Wacht… is ze overleden?” Ik knikte en James keek verslagen voor zich uit. “Oh God…”, mompelde hij en het leek alsof hij alle last op zijn schouders kreeg. “Wat is er?” vroeg ik en James leek even te aarzelen, maar zei toen: “Mathilda was… Haar echte naam is Maranwe, maar voor de mensen noemde ze zich Mathilda… Ze was een soort contactpersoon.” “Hoe bedoel je?” vroeg ik toen hij weer even stil bleef. Hij zuchtte en zei toen: “Zij was een soort link tussen de menselijke realiteit en tussen de wezens. Haar huwelijk met een mens is gekomen omdat ze op missie onder de mensen kwam en hem leerde kennen. Ze leidde een leven vol met bedreigingen, want zoals je weet, wilt niet iedereen dat er zo’n link tussen die twee werelden bestaat… Maar nu zij er niet meer is, gaat die functie over op haar dochter… of kleindochter, mocht de dochter er niet meer zijn.”

Ik wist niet wat te zeggen. Mathilda… nee, Maranwe was dus niet zomaar een elf, maar een contactpersoon? Zou Khana dit geweten hebben? Ik herinnerde me het moment dat ik Maranwe’s kamer binnen kwam nog heel goed. Er hing een vreemde sfeer in de kamer, maar niet negatief… Was dat wat ik voelde? Had ik dit onbewust geweten? Ik kreunde even gepijnigd en wreef over mijn gezicht. Goed, dit was te veel info voor deze afgelopen 24 uur… “Hoi James, hoi Nick… Nick, gaat het?” hoorde ik opeens iemand bezorgd vragen en toen ik op keek, zag ik Khana mij vragend aankijken. Voordat ik iets kon zeggen, zei James al: “Gecondoleerd Khana… Ik wist niet dat Maranwe er niet meer was…” Spontaan zag ik Khana verbleken en haar ogen werden groot, waardoor ik duidelijk paniek, angst en verdriet erin kon zien. “Wat heb je verteld? James? Wat heb je hem verteld!” vroeg Khana in paniek en ik voelde mijn wantrouwen groeien. Er klopte iets niet aan haar paniekerige reactie… Ook James leek enorm geschrokken te zijn van haar reactie en antwoordde stotterend: “Dat… dat Maranwe een contactpersoon was… en… en dat die f… functie nu overgaat op h… haar dochter of… of kleindochter…”

Khana’s houding verzachtte een klein beetje en ze wreef over haar gezicht. Het leek alsof ze opgelucht was, maar ze zag er nog vrij gespannen uit. “Khana, waarom heb je dit niet verteld?” vroeg ik toen en ze keek me kort aan met een heel schuldige blik. Ze kruiste toen haar armen en keek naar de deuren van het restaurant die opengingen, waarna ze zacht zei: “Laten we maar gaan ontbijten…” Ik voelde mijn blik verduisteren, maar zei niets. James zat als een geslagen puppy ineengekrompen naast mij en ik stond op, om dan de twee mensen achter mij te laten en naar het restaurant te gaan. Ik haatte geheimen en het leek erop dat Khana enkel daaruit bestond. Dit was waarschijnlijk een heel waardevol stukje informatie, maar het leek slechts meer vragen op te roepen dan antwoorden te geven. Langzaamaan begon ik steeds meer te twijfelen over het feit of Khana wel betrouwbaar was… Had de Raad van Japan gelijk? Was ze een gevaar voor ons?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen