Foto bij 237 - Emmeline

De volgende ochtend sta ik deeg te kneden samen met Jehanne.
Lucien lag nog te slapen toen ik wakker werd, en ik besloot mijn handen maar eens uit de mouwen te steken. Het voelt goed, om iets nuttigs te kunnen doen, en ik heb het gevoel dat ik in Jehanne een gelijke heb gevonden.
We staan simpelweg naast elkaar, rustig met onze handen in een mengeling van water, meel en ei, en zo af en toe begint een van ons een kort gesprek.
"Dus, jij en Remí.." ze veegt met de rug van haar hand wat zweet van haar voorhoofd. "Jullie zijn echt heel erg verliefd, hè?"
Ik knik instemmend terwijl ik een bal rol van het deeg in mijn handen. "Enorm."
"Hoe lang al?"
Ik laat de bal deeg even los en staar naar mijn handen. "Jaren, voor mijn gevoel. Ik ben de tel kwijtgeraakt."
Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat ze glimlacht.
"En jij.. geen leuke mannen in jouw leven?"
Ze schudt fanatiek haar hoofd. "Nee... de mannen die hier langskomen willen een vrouw meestal maar voor één nacht. Egoïstische, luide mannen met een grote mond. Niets voor mij." Ze kneedt fanatiek door.
"Ja..," ik schenk ons allebei een glas water in. "Zo zijn er velen. Mijn vorige... relatie was ook met zo'n man. Egoïstisch, luid, ego-gedreven."
Ze neemt het glas water dankbaar aan en drinkt het met grote teugen leeg.

We zitten samen aan de lunch als Lucien naar beneden komt. Zijn haren zijn nog steeds wild, vouwen in zijn gezicht van het kussen.
Hij drukt een kus op mijn hoofd en steelt een hap eten van mijn bord.
"Wordt het niet eens tijd om je haar te knippen, Remí?" Ze steekt lachend haar mes in de lucht. "Je ziet er uit als een wildebras."
Lucien haalt zijn schouders op. "Zolang het niet hoeft.." Hij schudt zijn lange, wilde haren uit en ik word opnieuw verliefd op de man met de grote glimlach die voor me staat.
      Een gestommel van de gang zorgt er voor dat we alle drie opschrikken.
Aan de arm van een van de oudere gasten komt een vrouw binnen. Ze loopt moeilijk, en is volledig wit weggetrokken. Haar blonde haren hangen in haar gezicht, en aan alles aan haar houding merk ik dat het niet goed met haar gaat.
Het is lastig te zien door de grote cape die ze draagt, maar ik ben er bijna zeker van dat ze in verwachting is.
Dat vermoeden wordt bevestigd als ik haar hoor puffen, grijpend naar haar buik.
De oudere vrouw ratelt in onverstaanbaar Frans iets tegen Jehanne, die vervolgens met grote ogen naar ons kijkt.
"Ze is aan het bevallen.."
Meteen lijkt mijn hoofd over te schakelen naar een soort overlevings-mechanisme.
Ik laat mijn eten op de tafel staan en loop naar de vrouw toe, die bezweet is en er uit ziet alsof ze elk moment kan flauwvallen.
"Ik ben Em... Maria." Ik ondersteun haar net op tijd, voor ze half door haar beneden zakt.
"Claude..," verzucht ze, haar handen nog steeds aan haar buik.
"Is het je eerste?" Ze knikt alleen maar. Ik draai me naar Jehanne en Lucien. "We hebben een bed voor haar nodig, en handdoeken. Oh, en een heleboel heet water."
Het is voor mij bijna onmogelijk om de vrouw staande te houden, laat staan haar naar boven te begeleiden. Jehanne snelt naar me toe, een sleutel van een vrije kamer in haar handen.
"Luce... Remí..." ik struikel over de schuilnaam, "wil je haar naar boven helpen? Ik kom achter jullie aan."

Haar gekrijs gaat door merg en been.
"Waar is de vader?" Ze neemt slokken koud water tijdens een periode van rust.
"Verderop.. Ik was onderweg naar Henrí...," ik zie een golf van pijn over haar heen trekken, en ze knijpt het matras waarop ze ligt bijna fijn. "naar zijn huis."
Ik aai door haar haren terwijl ze de pijn wegkreunt en puft. "We zorgen dat iemand hem haalt, goed? Als je ons zijn naam geeft, zorg ik er voor dat hij hier naartoe komt."
Ze knijpt haar ogen samen en tranen biggelen over haar wangen.
"Te laat..," ze klinkt vastberaden. "De baby komt al.."
Haar ogen gaan weer even open. Jehanne staat in de deuropening, met lappen en handdoeken. Ze staat te kijken naar het tafereel dat zich voor haar afspeelt.
"Ik durf niet..," ze kreunt, "het doet zoveel pijn. Ik kan het niet meer..."
Ik stop niet met door haar haren aaien. "Het komt goed, Claude. Het voelt nu verschrikkelijk, maar het is het waard. Zometeen heb je een prachtig kindje in je armen."
"Dat zei Henrí ook," haar gezicht is inmiddels rood aangelopen en ze puft elke golf aan pijn weg, "maar wat weet hij er nou van?"
Ik lach. "Mannen weten niets, maar neem het maar van mij aan." Ik leg een natte, koude lap op haar voorhoofd, "ik heb het ook doorstaan. De pijn is vreselijk, maar vanaf het moment dat je een klein mensje vast hebt vergeet je dat allemaal."
Meteen als ik dat zeg besef ik dat het niet het slimste is wat ik had kunnen doen, maar er is nu geen weg terug meer. Hopelijk vergeet ze het, en is het Jehanne niet opgevallen.
"Oh, mon dieu...." haar handen grijpen weer naar haar buik. "Het gaat gebeuren, Maria, ik weet het zeker."
Ik draai me kort om naar Jehanne. "Ik weet niet of je hier bij wilt zijn.. het wordt nogal bloederig. En als je blijft, moet je daar klaar voor zijn, en volledig naar haar luisteren."
Dan richt ik me weer op Claude, haar jurk omhoog geschoven om plaats te maken voor een nieuw leven. Even twijfel ik aan of ik dit wel aan kan - ik heb het nooit van dichtbij meegemaakt, want de ene keer dat ik bevallen ben was ik niet echt aan het opletten.
"Dit gaat heel erg veel pijn doen, en je moet goed naar me luisteren, oké?" Ik geef haar een kussen. "Je wilt hier waarschijnlijk in knijpen, en schreeuw zo veel je wilt. Het komt goed."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen