Foto bij 238. - Lucien

Het gebeurt allemaal zo snel dat ik maar half doorheb wat er gebeurt. Ik help Claude op het bed en besluit de ruimte ook weer te verlaten; er is niet half zoveel ruimte als in het kasteel en met Emma en Jehanne in de buurt voelt het al snel erg vol. Bovendien heb ik hier niks bij te dragen - als ik blijf, loop ik waarschijnlijk alleen maar in de weg. De deur sluit achter me, net op het moment dat Jehanne laat weten dat zij wel blijft en graag wil helpen.
Terug in de kroeg is daar een lichte chaos uitgebroken; het is de lunch-drukte en er zijn te weinig handen. Vincent is het dorp in om inkopen te doen, samen met zijn vrouw Agnes. De keukenhulpjes staan in de keuken te koken voor de paar mensen die hier hun middagmaal willen hebben, maar vooral voorbereidingen te treffen voor het avondmaal. Met de frustraties over de prins en de prinses zijn er nu vooral veel mensen die in zijn voor een goede pul bier, alleen Jehanne boven is er niemand om die pullen te vullen. Over het algemeen zijn de stamgasten geduldig volk, maar het is aan gezichten af te lezen dat ze nu wel ongeveer klaar zijn met wachten. Ik schiet de keuken in.
"Pierre!" Ik pak de jongen bij zijn arm om te voorkomen dat hij naar buiten rent. "Hebben jullie iemand die de bar kan runnen?"
De jongen, amper ouder dan Eschieve, geeft me een blik van ongeloof. "Volgens mij weet jij alles prima te vinden."
"Maar ik kan toch niet..." Ik kap mezelf af. Hoezo eigenlijk niet? Ik kan geen goede reden bedenken. Ik knik naar Pierre en verdwijn weer uit de keuken. Het moment dat ik achter de bar stap wordt er naar me geschreeuwd.
"Il est grand temps! Tu baisais ta petite pute pour être si tard?"
Er wordt hartelijk om de grap gelachen en tijdens het vullen van de eerste pullen wordt er naar me gejoeld. Met een klap zet ik de pul voor de man neer. "Je ne savais pas que ta femme était une putain."
De vent kleurt dieprood en kijkt me woedend aan, maar de rest van de gasten gaat dusdanig tekeer dat hij zijn woede niet kan uiten zonder als spelbreker te worden gezien. Ik knipoog naar hem. "Sur la maison."

De tijd gaat onopgemerkt voorbij; het bier vloeit en ik vermaak me prima met de gasten. We lachen wat af, maar er komen ook wat normale gesprekken op gang. Over mij en 'Maria', over kleine problemen in het dorp, over een storm die wordt voorspeld. Keuvelende dingen, waar ik me twee weken geleden op geen enkele manier over had druk gemaakt. Nu zijn juist alle dingen in het kasteel even vergeten. Ik discussieer met de mensen over de beste manieren om de gewassen beschermen tegen de storm, in plaats van dat ik probeer te bepalen hoe ik in godsnaam de banden met Pruisen in stand ga houden.
"Wil jij niet met je meisje trouwen, Remí?" Ik kijk op. Eén van de stamgasten, Simon, kijkt me grijnzend aan. "Jullie zijn zo verliefd!"
"Ik zou niet liever willen!" beaam ik. "Daarom zijn we op reis, om haar ouders om toestemming te vragen."
Hij schudt zijn hoofd. "Die hoeven niet te weten dat jullie al zijn getrouwd! Tijdens een storm trouwen brengt geluk."
"Je trouwt niet voor de kerk hier, jongen." haakt Gilles in. "Jullie kiezen een mooie boom, zeggen een paar mooie woorden en in plaats van ringen gebruiken we hier linten. Daarna ga je met het hele dorp feesten in de kroeg!"
Het klinkt als een sprookje. Het klinkt als een lachertje vergeleken met onze werkelijke bruiloft, waar een smak geld en nog veel meer tijd en moeite in gestoken werd. Ik kijk naar de deur die leidt naar de kamers, waar Emma nog steeds hard aan het werk is een baby'tje gezond ter wereld te brengen. Het is niet moeilijk om ons voor te stellen, onder een boom aan de zonsondergang, met alleen de mensen die we hier kennen en vooral elkaar... "Ik zal het eens benoemen."
Voor de mensen hier is dat bevestiging genoeg; onder luid gejoel wordt er op mij en mijn toekomstige vrouw geproost. Het sterft in één keer weg als er een deur opengaat. Emma staat in de opening, haar jurk vol met bloed en haar krullen wild langs haar hoofd. Haar ogen vinden die van mij als ze lachend roept: "C'est un garçon!"

Ik blijf de hele avond achter de bar staan. Jehanne schiet me bij, maar wanneer Vincent en Agnes terugkomen wimpel ik ze af. Ze verdienen wel een avondje vrij. Met Jehanne erbij lukt het makkelijk. De geboorte van het kind wordt groots gevierd met alle bezoekers die we hebben, de sfeer is buitengewoon goed. Over de bar heen kus ik Emma. "Ik ben zo trots op je." vertel ik haar. Ze glundert.
"Ik deed gewoon wat moest gebeuren."
"Dan nog. Dit is niet zomaar wat, lief. Je sprong er in alsof je nooit anders hebt gedaan..." Ik steek een krul achter haar oor. We zouden ons moeten wassen. Thuis wassen we ons zeker tweemaal in de week en meestal nog wel vaker, maar ik denk dat het hier al minstens een week geleden is. Het maakt me niet uit. Misschien zijn we verwilderd, maar ik ben zielsgelukkig. Emma grijnst en kust mijn wang. Ze wil wat zeggen, maar mijn aandacht wordt getrokken door de deur die openklapt. Ik herken hem direct. Dat kan ook niet anders, want ik ben praktisch met deze man opgegroeid. Mijn ogen schieten naar die van Emma, die me vragend aankijkt. Ze draait zich om en slaakt een kreetje van verbazing voordat ze zich weer met een ruk naar mij omdraait. "Weet hij waarom we hier zijn?"
"Deels. Niet dat we ons zouden mengen onder het normale volk..." Heel even overweeg ik om Emma over de bar te trekken en weg te vluchten, maar het is al te laat. Ik zie de herkenning in zijn ogen als hij mij ziet staan - hij doorkruist de herberg vastberaden en komt naast Emma staan. Hij grijnst.
"Van alle dorpen waar jullie heen konden gaan, kiezen jullie deze."
Emma's schouders zakken in ontspanning, ik voel mezelf ook grijnzen. We maken ons ook druk om niks. Dit is mijn beste vriend. Zijn aanwezigheid hier maakt alles alleen maar beter. "Goed je te zien, Winoc." Ik schenk hem een pul bier in.
"Ik wist niet dat jullie aan het werk zouden gaan."
Emma lacht. "Dat was ook niet perse de planning. Dat... gebeurde gewoon."
Winoc bestudeerd haar. Ze heeft zich omgekleed in jurk van Jehanne, omdat die van haar niet meer te redden was van het bloed, maar het is alsnog duidelijk te zien dat ze zich in het zweet heeft gewerkt. "Heb jij een zwijn geslacht?"
Zowel ik als Emma schiet hartelijk in de lach.
"Een baby ter wereld gebracht." verbetert ze hem.
Winoc haalt zijn schouders op. "Bijna hetzelfde."
Emma slaat hem voor zijn achterhoofd en Winoc lacht. Jehanne komt naar ons toe, hoogstwaarschijnlijk om te vragen wie onze nieuwe vriend is, maar dan zwaait de deur opnieuw open. Dit keer met veel geweld - hij klapt tegen de wand. Mille, een jochie van ongeveer tien, staat hijgend in de opening.
"De prins... prinses..." puft hij. "Ze komen! Ze komen voor de baby!"
De sfeer in de herberg slaat met een klap om. In één keer is iedereen gespannen. Een groot aantal gasten verlaat de kroeg zelfs, geen zin om met het paar te dealen. Ik kijk Emma twijfelend aan, voordat Winoc niet zo subtiel zijn keel schraapt. "Misschien kunnen jullie me uitleggen waar dat over gaat?"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen