Foto bij H76: Gesprek met James ~ Khana

Een verscheen weer een nieuwe flits en een donderslag klonk door de lucht, waardoor ik het kussen in mijn armen nog wat steviger knuffelde. De wind blies vrij stevig en de regen kletterde op het dak en tegen het raam. Alle buitenactiviteiten van het hotel waren afgelast en ze spraken al over het vreemdste weer van dit jaar, aangezien het nu niet zo hevig hoorde te onweren. Ik wist wel beter. Na het ontbijt zei Nick dat hij ging wandelen en toen was hij verdwenen. Hij was serieus boos op mij, ik voelde het gewoon en dit onweer bevestigde het alleen maar. Weer klonk er een donderslag en ik kneep mijn ogen dicht. Het was ook logisch dat hij boos was… Ik wist immers dat hij geheimen haatte en ik had er wel een heleboel, maar ik wou ze nog niet aan hem prijs geven. Niet omdat ik hem niet vertrouwde, maar eerder voor de risico’s die het met zich meebracht… Een steek van schuldgevoel ging door mijn borstkast en ik kromp nog wat meer ineen. Het liefst wou ik in de matras van het bed verdwijnen, zodat ik niet met die druk zat om mijn geheimen prijs te geven…

“Khana? Ben je nog wakker?” hoorde ik James uiterst voorzichtig vragen en ik voelde hoe hij mij voorzichtig aanraakte. Ik humde en opende mijn ogen, waarna ik overeind ging zitten met het kussen nog steeds in mijn armen. James zat naast mij op bed in kleermakerszit en keek me met een bezorgde blik aan. “Ik… ik denk dat we moeten praten…”, zei hij toen aarzelend en ik knikte, waarna het weer even stil bleef. Opeens opende James zijn mond en begon te ratelen: “Het spijt me, ik had het niet moeten vertellen, maar ik wist niet of hij het al wist en ja, het leek me logisch dat hij het zou weten, maar ik wist het niet zeker en hij zei dat hij Maranwe had ontmoet dus dacht ik dat hij dat ook al zou weten, maar dat was niet zo en het spijt me zo dat ik het hem heb verteld zonder jou er eerst bij te betrekken, dat was dom van me en ik hoop dat je niet al te boos op me bent want het spijt me echt heel erg en…” “James”, onderbrak ik zijn woordenstroom en hij keek mij vol spijt aan. Ik kneep nog wat steviger in het kussen en zei toen: “Het is niet erg, je wist het niet. Het is niet jouw schuld, ik had het hem zelf eerder moeten vertellen.” “Maar… waarom heb je dat dan niet gedaan?” vroeg James toen voorzichtig en ik kneep wat steviger in het kussen. “Omdat ik bang ben, James. Ik ben bang voor wat er gaat gebeuren als hij alles weet.”

De stilte die daarop volgde, werd onderbroken door een nieuwe donderslag. James keek me verward aan en vroeg: “Kan je dat alsjeblieft wat uitleggen?” Kort keek ik in zijn ogen, maar wendde toen mijn blik af en zei: “Je weet dat ik hier niet hoor te zijn. Ik hoor zelfs niet te leven… Ze zeiden altijd dat ik het nooit mocht vertellen, dat ik iedereen in gevaar zou brengen als mijn verleden ontdekt wordt… en ook al snap ik hen volledig, wou ik dat ik het gewoon kon vertellen. Nick hoort het te weten, we kennen elkaar nu al een hele tijd en ik weet al heel veel over hem, maar ik vertel bijna nooit iets over mezelf en dat verteert me. Soms wou ik… wou ik dat ik al deze geheimen niet had… dat ik niet gered werd uit die brand…” “Khana, stop”, zei James opeens streng en ik keek hem geschrokken aan. Hij keek me vastberaden en serieus aan terwijl hij zei: “Je kunt niets meer aan het verleden veranderen, Khana, en hoewel het onmogelijk lijkt om er nu nog mee door te gaan, ooit zal je het tegen Nick kunnen vertellen zonder dat je jezelf ertoe verplicht voelt en dan komt alles goed. Hoor je me? Dan komt alles goed. Tot die tijd moet hij nog maar een paar keer het onweer inlopen en zich irriteren aan jouw geheimen, maar dat maakt niet uit. Doe gewoon waar jij je goed bij voelt, oké?” Verrast keek ik hem even sprakeloos aan, maar knikte toen aarzelend. Zijn blik verzachtte weer en opeens kroop hij naar mij toe, om mij dan te omhelzen. Een kleine glimlach brak door op mijn gezicht en ik genoot in stilte van de omhelzing. “Het komt goed, Khana. Na regen komt altijd weer zonneschijn”, mompelde hij nog zacht en ik sloot mijn ogen.

Toen ik mijn ogen weer opende, zag ik dat het donker begon te worden buiten. De zon was al achter de bergen gezakt en gedesoriënteerd kwam ik overeind. Hoe laat was het? De kamer was donker en er was niemand. “James? Nick?” vroeg ik, maar het bleef stil. Ik stapte uit bed en nam een trui tegen de avondkilte, waarna ik het licht aan deed en naar het raam wandelde. Op het terras was ook niemand en voor zover ik kon horen, was ook de badkamer verlaten. Klaarblijkelijk moest ik in slaap zijn gevallen, maar ik wist niet waar de twee mannen waren… Ik draaide me weer om en ging terug op het bed zitten, om dan in stilte voor me uit te staren. Diep in gedachten verzonken zat ik daar, totdat ik opeens getik hoorde. Verdwaasd keek ik op, waarna weer het getik klonk en ik keek naar het raam. Voor het raam zat een doorweekte witte vos en meteen liep ik naar de deur van het terras, om deze te openen. De vos liep snel naar binnen, recht naar de badkamer en ik sloot de deur weer. Er klonk wat gerammel en niet veel later kwam Nick de slaapkamer binnengewandeld terwijl hij zijn haar aan het drogen was. “Waar is James?” vroeg hij en ik hoorde een soort van haast in zijn vraag. Ik haalde mijn schouders op en antwoordde: “Geen idee, ik ben nog maar net wakker. Waarom? Is er iets?” Nick blikte kort naar buiten, waarna hij diep adem haalde en knikte. “Ja. De jagers… ze hebben een mythisch wezen gevangen en brengen het nu naar Musoma, maar ze zeiden ook iets over krachten stelen en andere mythische wezens”, zei Nick toen in een adem en mijn ogen werden groot.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen