Foto bij 239 - Emmeline

"Dus deze mensen doen net alsof ze jullie zijn, en jullie reactie daarop is...?" Winoc kijkt ons nog steeds vol onbegrip aan.
"Niets." Lucien klinkt nog steeds zo vastberaden over dat besluit als aan het begin. "We doen goede dingen voor de mensen hier, die er hopelijk snel genoeg achter komen dat dit na-apers zijn."
Winoc zit inmiddels met zijn handen in zijn haar. "Maar.. dit is zo slecht voor de reputatie van het kasteel!"
"Ach..," "Nee, niet ach, Lucien! Het is belangrijk dat alle mensen een goed beeld van jullie hebben, zeker na.." Hij hoeft zijn zin niet af te maken, we weten alle drie wat hij bedoelt.
"Maar..," Lucien haalt een hand door zijn haren. "Ik ben nog niet klaar om dit alles op te geven, Winoc. Ik wil niet terug naar ons leven, nog niet in ieder geval."
"En dat hoeft ook nog niet, maar we moeten toch binnenkort deze mensen ontmaskeren, voor ze nog meer schade kunnen aanrichten. Aan onze reputatie, maar ook aan het volk.. Dat zwaar verdiende geld aftroggelen."

Claude ligt nog op het bed. De lakens zijn verschoond, en ze draagt een schone jurk. Haar man is op de hoogte gesteld en we hebben vernomen dat hij onderweg is. Haar zoon slaapt vredig in een wiegje, geleend van een aantal dorpelingen.
De zogenaamde kroonprins en prinses staan aan de voet van het bed.
Hij is de enige die praat, en ook al lijkt alles dat hij zegt vriendelijk te zijn, er schemert een egoïsme doorheen. Wat een eer het voor haar moet zijn dat ze haar en haar zoon komen zegenen, wat een goede mensen ze zijn.
En ondertussen blijft hij maar hints laten vallen. Dat als ze geld doneert, haar zoon op een niet bestaande lijst komt van belangrijke burgers.
Ik sta in de deuropening, had ook de eer om hier bij te zijn, en wil constant met mijn ogen rollen.
Claude is nog te suf om het echt mee te krijgen, gelukkig, en na een minuut of tien tegen een muur te praten, gaan de kroonprins en prinses weer naar beneden.
Daar gaan ze rustig verder met hun toespraak om geld te werven. Waarom een prins en prinses in godsnaam geld nodig zouden hebben van arme mensen kan ik me niet voorstellen. Deze afzetters daarentegen zullen het geld vast uitgeven aan duur eten, en onnodige juwelen.
En mensen gaan er in mee. Geven deze prutsers geld uit hun eigen zak, geld waarmee ze hun kinderen zouden kunnen voeden, hun huis kunnen opknappen. Maar nee, het gaat nu naar deze...
Ik stap naar buiten, word even gek van de boosheid die ik in mijn lijf voel. Het is zo oneerlijk.
Ik weet dat ik in een extreem gelukkige positie geboren ben. Ik heb nog nooit hoeven te werken om mezelf of mijn familie in leven te houden, heb me nooit zorgen hoeven maken om rond te komen.
Natuurlijk heb ik het niet alleen maar makkelijk gehad, maar mijn positie is daar nooit de reden voor geweest.
En hier, in deze groep mensen, merk ik pas hoe oneerlijk het allemaal is. Ik wil ze helpen, ten eerste door er voor te zorgen dat deze acteurs nooit meer geld van iemand zullen aftroggelen met mooie praatjes, en dat ze elke cent moeten terugbetalen.
Maar dat kan niet als Maria, en ik ben net zoals Lucien nog niet klaar om haar op te geven. Nog niet klaar om terug te gaan naar Emmeline.
De enige reden om dat te doen is Julien, die ik zeker tijdens het helpen van Claude enorm ben gaan missen.
"Em?" Winoc is naar buiten gekomen. "Lucien stuurde me achter je aan.. hij is te druk achter de bar. Gaat alles goed?"
Ik schud mijn hoofd, de vlecht die Jehanne in mijn haar maakte schudt mee. "Het is zo oneerlijk! En alleen omdat wij te koppig zijn om deze neppe vrijheid op te geven, beroven we indirect deze mensen van hun geld!"
Winoc reikt me een glas bier aan. "Het lijkt me goed dat jij en Lucien hier op een rustig moment samen over praten. En in de tussentijd zorgen we er voor dat de zogenaamde Lucien en Emmeline niet verder kunnen trekken, zodat ze in ieder geval geen nieuwe slachtoffers kunnen maken."
"Hoe dan?"
"Ik heb wat vrienden in hogere posities gevraagd om ze bezig te houden. Beloftes maken van donaties, geld. Uitgebreid dineren. Lucien heeft al gezegd dat hij dingen wil betalen, ik laat geld komen vanuit het kasteel indien nodig. En in de tussentijd kunnen jullie dan nog even Remí en Maria zijn."

"Je wilt.. trouwen?"
Ik kam met mijn vingers door mijn haren, die nu licht krullen.
"Je weet toch dat we al getrouwd zijn, Luce? We hebben een enorm feest gevierd, of is je dat ontschoten?"
"Ja, ja...," Lucien ligt met een ontbloot bovenlijf op ons bed. Hij is bezweet. "Maar ze doen het hier heel anders. Niet voor de kerk, maar gewoon... een soort ritueel, met beloftes. En... nu we hier zo zijn, niet als Lucien en Emma maar als gewone mensen zijn er zoveel meer beloftes die ik aan je wil maken."
Mijn hart slaat een goede zevenhonderd slagen over als ik zijn woorden in me op neem.
"Jij weet echt precies wat je moet zeggen om mij te overtuigen, hè?"
Ik stap uit de jurk die ik van Jehanne kreeg en loop naar het bed.
"Gelukkig zou ik niets liever willen dan met je trouwen, elke dag weer.. Zelfs als je Remí bent, wild behaarde barman van een kroeg in the middle of nowhere."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen