Foto bij 241 - Emmeline

Met onze haren druipend van de regen komen we terug in de herberg.
Er branden kaarsen, en Vincent tapt bier voor ieder die hier om vraagt. Er wordt op ons geproost, en ik denk stiekem dat dit een mooier feest is dan dat dat we in het kasteel hadden.
Hier doet niemand alsof ze blij voor ons zijn, iedereen is dat gewoon. Niemand die denkt dat we alleen maar getrouwd zijn op de schijn op te houden - dat is immers niet nodig als je 'gewoon' Remí en Maria bent.
Het enige dat dit mooier had gemaakt, was als onze familie er bij had kunnen zijn.
Ik denk met pijn in mijn hart terug aan Julien, die inmiddels voor mijn gevoel al zo lang bij zijn grootouders is dat hij helemaal vergeten is dat hij een moeder en een vader heeft.
"Maria?" Lucien leunt over de bar naar me toe. Hij mocht van Vincent en Jehanne niet helpen, maar eigenwijs als hij is staat hij toch achter de bar.
"Hhhm?"
"Ik vroeg of het goed met je gaat, je kijkt zo.. afgeleid."
Ik knik en hef mijn glas naar de zoveelste persoon die me wil proosten. "Ik mis..," mijn brein heeft even een overleg met mijn hart, kan ik zijn naam uitspreken zonder in tranen uit te barsten? "Julien."
Lucien knikt begripvol. Hij zegt niet dat hij hem ook mist, maar dat begrijp ik ook wel. Zo is Lucien nou eenmaal.
"Julien?" Jehanne plaatst een aantal lege glazen op de bar.
We zijn alle drie even stil, Lucien wast de glazen terwijl Jehanne nieuwsgierig naar ons kijkt.
"Wie is..?" Ze kan haar zin niet afmaken, want Winoc, die zich bij ons gevoegd heeft, onderbreekt haar.
"Jehanne, mag ik deze twee even van je lenen, alsjeblieft?"
We stappen de herberg uit, de drukte uit en de rust in.
"We hebben een lichtelijk probleem," zegt Winoc. "Ik heb vanavond gedineerd met een aantal hoge piefen, en met de zogenaamde kroonprins en prinses.."
We wachten geduldig maar gefrustreerd tot hij zijn zin afmaakt.
"Ik dacht dat het wel veilig zou zijn, dat ze niet door zouden hebben dat het nepperds zijn, maar...," hij zucht, "het blijkt dat een van de mannen recentelijk in het paleis is geweest, en meteen zag dat deze mensen niet Lucien en Emmeline zijn.."
Lucien haakt in. "Kun je hem niet zo ver krijgen dat hij zijn mond houdt? Nog heel eventjes.."
"Met moeite.. Het blijkt dat veel mensen om hem heen slachtoffer geworden zijn van hun oplichting. Hij was niet blij toen hij hoorde dat ik wist dat het allemaal een toneelspel is. Dreigde met stappen.."
Hij schudt zijn hoofd.
"Ik vind het heel vervelend om dit te moeten zeggen, maar er moet nu echt een einde aan komen. Deze mensen verdienen het, en jullie kunnen niet eeuwig jullie echte leven blijven ontkennen. Er komt een moment dat Madeleine jullie terug wil, en dat gaat niet lang meer duren.. De mensen in het paleis worden ook ongeduldig, willen duidelijkheid."
Ik weet dat dit het laatste is waar Lucien op zat te wachten.
"Morgen," besluit ik dus, voor ons allebei. "Geef ons deze avond nog om zorgeloos te zijn. Morgen zullen we het oplossen."
Winoc knikt. "Goed. Morgen."

Door het aanstaande afscheid is Lucien gaan drinken. Ik ook, maar minder dan hij.
Hij lalt met alle mannen die nog in de ruimte aanwezig zijn, en waagt, met mijn goedkeuring, zelfs een dansje met Jehanne.
Hij is echt op zijn plaats, hier. Lucien is een geweldige prins, maar in dit normale leven is hij een nog beter mens geworden. Hij is opgebloeid, lijkt gelukkiger. Vrijer. Zijn blik staat minder zorgelijk, de rimpels in zijn voorhoofd lijken helemaal verdwenen te zijn.
Ik vind het moeilijk om dat van hem af te moeten nemen. Het liefste zou ik dit leven zo voortzetten - een huisje in het dorp, Julien op laten groeien onder de normale mensen. We zouden kippen houden, Lucien zou hier achter de bar werken.
Als hij het aan zou kunnen zouden we een broertje of zusje voor Julien maken. We zouden ze voorlezen, elke avond. Geen kindermeisjes in zicht, alleen wij vieren.
"Waar denk je aan?" Jehanne, die uitgezwaaid en gedraaid is, ploft naast me neer. "Je kijkt zo serieus."
"Aan...," ik neem een slok van mijn bier. "Van alles. Hoe moeilijk ik het ga vinden om afscheid te nemen." Ze slaat een arm om me heen.
"Dan komen jullie toch gewoon terug nadat jullie bij je ouders zijn geweest? Jullie passen hier zo goed.."
Ik zucht. "Dat gaat niet, al zou ik niets liever willen op dit moment."
"Waarom gaat dat niet?" Jehanne neemt geen halve antwoorden aan, wil altijd alles weten, dat had ik moeten weten.
"We hebben... verplichtingen. Het gaat simpelweg niet."
"Hebben die verplichtingen te maken met de Julien waar jullie het over hadden?"
Ik zie meteen het gezicht van onze zoon voor me, en knik. "Ja.. ook."
"Wie is hij?"
Morgen komt de waarheid toch uit. Ik hoef nu niet meer te liegen, en een uitgebreide smoes te verzinnen.
"Mijn.. onze zoon."
"Oh...," Jehanne knijpt even kort in mijn hand. "Wow. Hoe oud is hij?"
"Nog geen jaar."
"Je mist hem vast enorm..," verzucht ze. Ik kan alleen maar knikken. "Mooie naam... Die hoor je niet vaak. Al hoorde ik laatst nog dat mensen hun zoon zo genoemd hadden, maar wie het waren..." Ze krabt aan haar hoofd. Het is even stil. "Ik wou dat ik niet zo vergeetachtig was."
Dan trekt ze me mee, recht overeind. "En nu ga je even je zorgen vergeten en naar je man toe, Maria. Even niet nadenken over afscheid of verdriet, gewoon even genieten."
Ze duwt me naar Lucien, die tegen de bar leunt en met een aantal mannen praat.
Mijn Lucien, mijn Remí. Mijn man, zowel voor de kerk als voor het volk. Mijn prins, mijn barman, de vader van mijn kind, mijn held en mijn rots in de branding. En dat zal zo blijven, ook als hij zo meteen koning Lucien is, en ik koningin Emma.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen