Het werd nacht terwijl D’agon niet in slaap kon komen. Hij lag de gehele tijd wakker van een stekende pijn in zijn zij, hij wist niet precies waar het vandaan kwam, er was namelijk voor hem niets te zien. Hij gebruikte zelfs de heldere maan voor een reflectie in het water, er was nog steeds niets te zien.
Bij deze pijn had hij verwacht bloed te zien, zelfs dat was nergens te bekennen.
Czabock kwam naast hem zitten en keek bezorgd om naar D’agon.
“Gaat het wel?” D’agon keek maar lichtjes om wanneer hij zag dat een zwart rode draak naast hem kwam zitten.
“Waarom maak jij zorgen om iemand die je niet eens kent?” Hij keek terug naar zijn reflectie, zijn toon waarmee hij sprak was redelijk zacht en rustig.
“Omdat niemand anders dat zou doen, ik hoorde u kreunen. U hoeft u niet groot te houden voor mij.” D’agon keek om en moest zachtjes lachen om zijn opmerking.
“Een oude draak zoals ik zou zijn eigen problemen moeten kunnen oplossen, daar hoef jij je niet over te bekommeren jonge draak.” D’agon glimlachte, maar Czabock hield niet op. Hij wandelde om D’agon heen om vervolgens aan de andere kant te gaan zitten. De kant waar D’agon die pijnlijke steken voelde.
Met een klauw probeerde Czabock te voelen over zijn zij waar de pijn zat, en na een kort zacht kreuntje wist hij genoeg waar het zat.
“Het voelt vreemd, beetje hard. Laten we hopen dat u niets gebroken hebt.” Zonder veel antwoord te verwachten gloeide Czabock’s klauw een rode kleur, waarbij D’agon gefascineerd probeert mee te kijken.
“Vreemd, u bent niet gewond, maar er zit wel iets in uw zij. Ik krijg het niet weg.” De rode gloed van zijn klauw verdween en hij zette die weer neer.
“Dat was nog steeds vrij bijzonder om te zien.” D’agon keek Czabock iets serieuzer aan, maar Czabock leek niet te begrijpen waarom hij dat deed of zei.
“De magie die in jou huist is sterk, het is niet jouw schuld.” Zijn compliment maakte Czabock een beetje verlegen waarbij hij ging liggen, op de plek waar hij net stond.
“Ik leerde het toen Kevalth gewond raakte een tijdje terug… Hij viel in een ravijn tijdens onze vlieg lessen, en niemand kwam hem helpen… Zelfs ons eigen vader niet… Ik kon alleen maar huilen toen ik Kevalth langzaam zag wegslippen… En toen voelde ik een warme gloed… En… Zijn wond verdween.” Czabock keek naar het water. Het leek bijna alsof hij zich schuldig voelde over wat er gebeurd was.
“Rode magie, het is vrij sterke magie, ik snap alleen niet waarom jij dat zou kunnen. Je ziet er niet uit als een vuurdraak.” Czabock keek vragend op.
“Wat bedoelt u?” D’agon keek even bedenkelijk en besloot toen verder te spreken.
“Er zijn verschillende soorten magie op deze wereld. Veel zijn verbonden aan hun element. Als ik het niet beter zou weten, lijk jij op een schaduw draak. Niet op een vuurdraak.” Hij schudde zijn kop terwijl hij sprak en ging vervolgens verder. “Het is al helemaal opmerkelijk dat jij rode magie gebruikt als genezingsspreuk. Terwijl meestal alleen draken die gebonden staan aan de natuur, zoals aardedraken zulke spreuken zouden kunnen gebruiken.” Czabock keek heel geïnteresseerd, maar toen D’agon klaar was met spreken leek hij teleurgesteld.
“Ik wist wel dat ik een mislukkeling was.”
“Dat ben je zeker niet, integendeel, het is juist heel speciaal. Heb je wel eens overwogen je te verdieppen in je magische mogelijkheden?” Czabock keek op naar D’agon en schudde zijn kop.
“Ik zou niet weten hoe…”
“Heb je nog nooit over een boek gehoord? Er zijn veel boeken op de wereld die spreken over magische spreuken. Je zou kunnen leren van de geschiedenis, de mogelijkheden. Er zijn er oneindig.” Czabock keek D’agon aan met degelijke interesse, zoveel dat hij vergat dat D’agon eigenlijk nog steeds in pijn was, maar die gedachte kwam snel terug toen D’agon ineens opnieuw kreunde.
“Ik denk… Dat we moeten wachten tot de zon op komt. Zodat we beter kunnen zien wat er mis is met uw zij.” D’agon knikte, en kwam voorzichtig naast Czabock liggen.
“Er zit alleen niet veel slaap voor mij in, het doet best veel pijn.”
“Dan blijf ik net zolang wakker als u.” D’agon moest opnieuw zachtjes lachen en legt toen een klauw op Czabock’s kopje.
“Jij hebt je slaap hard nodig, jong.” Czabock schudde zijn kop omdat hij het daar niet mee eens was, maar het duurde niet al te lang voordat Czabock het gevecht tegen de slaap niet kon winnen. Eenmaal toen Czabock in slaap was, aaide D’agon voorzichtig over zijn kop, het bracht hem afleiding voor de pijn die hij nu voelde.
“Kan ik ook magie leren?” D’agon keek lichtelijk geschrokken op terwijl Kevalth met een vragend scheef kopje naast hem stond.
“Je laat deze oude draak nog eens dood schrikken, jonge draak,” lachte D’agon zacht.
“Ik wil graag mijzelf kunnen redden van dodelijke situaties, en van Za’afiel.” Kort keek Kevalth om naar zijn slapende vader.
“Magie vindt zijn eigen weg, iedereen kan magie leren wanneer hij of zij dat wilt, de eerste stappen zijn het lastigst.” Kevalth keek terug wanneer D’agon sprak en knikte toen lichtjes.
“Mijn vader denkt alleen maar aan de dood van andere wezens, ik wil dat hij stopt daarmee.” D’agon keek bedenkelijk en kort naar Za’afiel, om vervolgens weer terug te kijken.
“Ik denk niet dat ik iets kan doen hem tegen te houden, daar ben jij waarschijnlijk veel beter in dan ik. Hij is tenslotte je vader.” Kevalth liep zonder terug te spreken weer weg, hij leek mogelijk genoeg te hebben gehoord.
D’agon leek zich zorgen te maken over de twee jonge draken. Hij voelde dat ze beide beschadigd waren op hun eigen manier. Hij vroeg zich af wat er allemaal al was gebeurd in hun jonge jaren, misschien krijgt hij nog wel het antwoord daarop.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen