Foto bij 242. - Lucien

De avond en de nacht gaan veel te snel voorbij. Winoc komt al vroeg op de deur kloppen met een uitnodiging voor ontbijt. Ik wil zeggen dat ik niet kom, dat ik hem niet ken en dat ik niks met hem te maken heb, maar ik kom braaf mijn bed uit om me aan te kleden. Emma kijkt toe vanuit het bed en wanneer haar blik de mijne vangt, zie ik alleen maar medelijden. Ik frons.
"Ik weet dat je het goed bedoelt, maar die blik werkt wel enigszins op mijn zenuwen."
"Ik had je dit geluk gewoon gegund." Ze haalt haar schouders op. "Het is fantastisch om te zien hoe zeer je hier op je plek bent."
Ik zucht en loop naar haar toe voor een kus. "Hetzelfde geldt voor jou. Ik zou er alles voor geven om te blijven, maar jij en Winoc hebben gelijk... Het echte leven roept."
"We hebben de reis terug nog."
Het idee van een barre terugtocht op een paardenrug terwijl het eigenlijk nog steeds stormt, staat me eigenlijk niet zo aan. En tegelijk... "We hebben de reis terug nog." beaam ik.

We zitten met zijn drieën te ontbijten in Winoc's kamer. Op de vraag waarom hij niet bij zijn ouders logeert geeft hij geen antwoord en ik en Emma pushen niet. Het is tijd om een plan te maken, ook al betekent dat plan het einde van ons avontuur als Remí en Maria.
"Het moet niet moeilijk zijn." zegt Winoc met een mond vol gebakken spek. "Morgen vertrekken de 'prins' en 'prinses' dus er is vanavond een laatste diner. Alles wordt uit de kast getrokken, dus dezelfde heren als gisteren zullen aanwezig zijn. Er gaan geruchten dat zelfs de Hertog zal komen."
"Wie is eigenlijk de Hertog hier?" vraag ik. Ik heb niet helder waar in Frankrijk we precies zijn, en zelfs dan had ik het waarschijnlijk niet geweten. Het is nogal even geleden dat ik naar de kaart met Hertogdommen heb gekeken.
"Edouart de la Rochelle. Ik heb hem zelf nooit ontmoet, maar het schijnt een aardige vent te zijn."
De naam doet een zacht belletje rinkelen. "Volgens mij was hij op onze bruiloft." peins ik. "Ik heb met hem staan praten over watermolens."
Winoc licht op. "Dat betekent dat hij jullie zal herkennen! We hebben alle geloofwaardigheid nodig die we kunnen krijgen."
Emma fronst. "Dat klinkt alsof je van plan bent ronduit te bekennen dat wij het zijn."
"Dat ben ik ook."
Emma en ik kijken Winoc strak aan. "Hoe wil je dat gaan verkopen?" vraagt Emma, nippend aan haar melk. Er wordt ons altijd vertelt dat we op het paleis verse melk hebben, maar nu ik de melk hier geproefd heb geloof ik daar nog maar weinig van.
"Lucien's koningschap zit eraan te komen." legt Winoc uit. "Om het volk op een goede manier te kunnen bekoren, besloten jullie om undercover op onderzoek te gaan. Toen jullie erachter kwamen dat er hier bedriegers in het spel waren, zijn jullie blijven hangen. Jullie hadden alleen geen manier om het aan te pakken, omdat niemand jullie hier kent."
"Dus eigenlijk gewoon de waarheid."
Hij haalt zijn schouders op. "Jullie maken dingen vaak veel te ingewikkeld. Ik ben een simpele legerofficier, ik hou dingen het liefst zo makkelijk mogelijk."
"Er is weinig simpels aan jouw leven, Winoc." mompelt Emma. Mijn beste vriend grijnst.

"Ik ben niet gemaakt voor het theaterleven." Voor de zoveelste keer die avond check ik of alles staat waar het moet staan. Het plan is bijzonder simpel: Emma en ik serveren deze avond het diner, zodat de hertog en de zakenman die de bedriegers zelf ontmaskerde ons kunnen zien en herkennen. Daarna is het simpelweg open kaart spelen en toekijken hoe de bedriegers zich vrij proberen te praten.
Emma pakt mijn handen. "Gewoon doen wat je normaal ook doet. Jezelf ergens onderuit lullen is een natuurtalent."
"Pardon?"
Ze lacht, maar gaat er niet verder op door. "Wij hebben niks fout gedaan. We gaan alle mensen die de dupe zijn geworden van deze twee malloten terugbetalen en compenseren. Het is alleen een kwestie van deze mensen stoppen."
Ik knik, net op het moment dat de deur opengaat en Jehanne ons naar binnen wenkt. "Tijd voor het hoofdgerecht!"

Samen met Vincent sjouw ik het enorme blad met een nog enormer zwijn erop naar binnen. Met veel moeite deponeren we het op het midden van de tafel. Om ons heen wordt goedkeurend geknikt. Jehanne brengt samen met Emma kleinere schalen met bijgerechten. Voordat Vincent de ruimte weer verlaat drukt hij me een kan wijn in mijn handen; Emma krijgt eenzelfde van Jehanne. Op die manier zijn we constant in de ruimte, mocht een snelle blik tijdens het serveren niet genoeg zijn. Het aanzicht van de zogenaamde prins en prinses doet mijn bloed koken. Ze praten gladjes met de aanwezigen, scheppen op over hun grootste avonturen en hoe het eten in het paleis zo veel beter is. Emma's naam wordt constant verkeerd uitgesproken en de man die zegt mij te zijn pocht met alle verkeerde termen over het jagen en de dieren die hij heeft geschoten.
"Kamerjongen!" roept de hertog, met een ongeduldig gebaar. Ik stap vlug naar voren om de wijn in te schenken. Hij kijkt niet naar me, maar voordat ik terug kan stappen grijpt hij mijn pols. Ik bevries, over de tafel heen zoeken mijn ogen die van Emma. Wanneer ze die vinden, knikt ze bemoedigend.
"Zeg eens, knecht." mompelt de hertog. "Vind jij ook niet dat ons hoog bezoek er een beetje... afgeraffeld uitziet, voor het feit dat dit zo'n speciaal diner is?"
Hij kijkt me nog steeds niet aan. Ik schraap mijn keel. "Het is niet mijn plaats om te oordelen over uw bezoek, Edo- heer."
"Toe zeg! Ik vroeg iets aan je-" Het laatste woord van die zin wordt afgekapt als hij dan eindelijk mijn kant op kijkt. Binnen een halve seconde is de herkenning van zijn gezicht te lezen. "Wel heb ik ooit... Ik dacht al dat mijn ogen me bedrogen!"
Ik geef hem een onhandige grijns. "De enige bedriegers aan tafel zijn zij, Edouart."
Hij fronst zijn wenkbrauwen. "Ik zie je over een moment in de keuken."
Ik knik, buig mijn hoofd als de brave kamerjongen die ik ben en glip ongezien de keuken in.

Edouart ijsbeert door de ruimte; Emma is er ook bijgekomen, en we wachten allebei in spanning af tot hij wat zegt.
"Waarom hebben jullie niet eerder iets ondernomen?"
"We hadden geen poot om op te staan. We zijn dagenlang onopgemerkt gebleven in de herberg, het hele dorp kent ons. Alleen niet als prins en prinses." legt Emma uit. "Het stel beledigen van bedriegerij zou geen enkel nut hebben gehad."
"Als we hadden geweten dat jij hier de hertog was, hadden we er eerder werk van gemaakt." beken ik. "Maar het moet nu afgelopen zijn. Ze hebben te veel mensen veel te veel geld en andere spullen afhandig gemaakt. Ik wil dat ze vast komen te zitten."
Edouart knikt bedenkelijk. "Daar kan voor gezorgd worden. Ik laat alle uitgangen van mijn huis bezetten door wachters, zodat vluchten geen zin heeft. Nu, over die ontmaskering..."
"Er is één ander iemand die ons kent." zegt Emma. "Een zakenman, Winoc noemde hem De Vry."
"Aha! Dat betekent dat er drie mensen van hoog aanzien aanwezig zijn die voor jullie identiteit kunnen pleiten. Ik stel voor dat jullie je weer in de ruimte begeven als kamermeid- en jongen. Ik zal het gesprek met de toneelspelers aangaan en daarbij focussen op jullie bruiloft en eerdere ontmoetingen - Winoc kan me daarin bijvallen, maar dat zullen details zijn die de bedriegers niet kennen. De gehele familiegeschiedenis van jullie beiden zal ze ook niet bekend zijn, maar ik weet dat De Vry daar zeer in geïnteresseerd is, en met hem een aantal andere mensen aan tafel. Genoeg dingen die ze door de mand zullen doen vallen. Wanneer we ze in een hoek gedreven hebben, zal ik jullie erbij halen en voor jullie en jullie ware identiteit pleiten. De uitleg waarom jullie hier aan het werk zijn vanavond... alas, dat zullen jullie zelf moeten doen."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen