Foto bij Scar 157

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
De twee verplegers stappen ook naar binnen en trekken de schuifdeuren achter zich dicht. Nog geen seconde later hoor ik de motor starten en rijden we weg.

Paige kijkt met grote, angstige ogen om zich heen. De verplegers vragen haar dingen, maar de paniek maakt haar bijna net zo onaanspreekbaar als de leegheid van eerst. Ze vragen haar of ze kan vertellen wat haar naam is, haar adres, haar medische verleden, of ze weet welke dag het is, of ze uit kan leggen wat er gebeurd is.
Dat kan ze niet.
Hoewel ze vrij langzaam tegen haar praten, lijkt het allemaal te snel voor haar te gaan en ze kijkt steeds paniekerig naar mij opzij, met ogen die alles zeggen wat haar lippen niet kunnen. Het ambulancepersoneel houdt maar niet op met haar ondervragen, wat niet behulpzaam is, maar wel begrijpelijk. Ze weten wat ze moeten doen met hartaanvallen en slagaderlijke bloedingen, maar psychische hulp moeten verlenen bij een acuut trauma is minder bekend voor hen. Natuurlijk krijgen ze wel vaak te maken met mensen die in shock zijn, maar meestal is dat niet waar ze zich op moeten focussen.
Wanneer één van de verplegers zijn geduld een beetje begint te verliezen en heel eventjes zijn stem verheft, schiet Paige ineens doodsbang overeind, zoekend naar een uitweg. Ik kom meteen ook omhoog en zeg haar naam in een poging haar te sussen, maar het helpt niet.
Snel, voordat ze zichzelf of iemand anders kan bezeren, houdt een van de verplegers haar tegen, waarbij hij haar pols vastgrijpt. Dit zorgt ervoor dat ze van het één op het andere moment weer terugvalt in die beangstigende leegte en terwijl het ambulancepersoneel te verschrikt is om iets te doen, leid ik haar voorzichtig naar een simpele plank die aan de wand bevestigd zit, bedoeld als bankje.
Ik wrijf sussend over haar rug, ook al is ze weer net zo afwezig en leeg als toen we in de verhoorkamer op de ambulance zaten te wachten. Ze reageert nergens meer op. Toch blijven ze haar, bij gebrek aan alternatieven, met vragen bestoken.
Wanneer ze voor de zoveelste keer naar haar naam vragen, besluit ik dat het zo wel genoeg is geweest.
‘Ze heet Paige Bourgeoiselle,’ antwoord ik namens haar, zodat ze haar in ieder geval met rust zullen laten.
De man wendt zich tot mij en richt het vragensaldo nu op mij. Hij vraagt hoe oud ze is, waar ze woont, haar gewicht, of ze medicijnen of andere middelen gebruikt. Vragen over haar medische geschiedenis beantwoord ik zo goed mogelijk, ook al weet ik niet heel erg veel over mogelijke aandoeningen die in haar familie veel voorkomen.
Via een computer zoeken ze haar patiëntendossier op, waar niets in staat van voor haar achttiende. Dat komt omdat ze toen nog in Frankrijk leefde. Ze vragen er niet naar en ik maak geen aanstalten om het uit te leggen.
Gelukkig duurt het niet lang voordat we bij het ziekenhuis aan komen, en we worden naar binnen gebracht. Ze leiden Paige naar een behandelkamer, waar mij opnieuw toegang wordt geweigerd.
'Dit kun je niet menen,' bries ik.
'Het spijt me, meneer,' zegt een arts. 'Maar vanaf dit moment kunt u niet bij haar blijven tot ze naar een ziekenhuiskamer wordt gebracht.'
Ik kijk over zijn schouder heen naar Paige, die inmiddels opnieuw door heeft gekregen dat ik niet bij haar ben, en met een flits van paniek kijkt ze me aan. Ik probeer langs de arts heen te komen, maar hij houdt me tegen.
'Meneer, als u nu niet weggaat, ben ik genoodzaakt om de bewaking in te lichten,' zegt hij indringend.
Ik kijk wanhopig van hem naar Paige, die nu ook naar mij toe probeert te komen en snikkend mijn naam zegt. Ik weet niet wat er met haar aan de hand is, en ik ben er zeker van dat een van de psychologen of psychiaters van het ziekenhuis met haar moet praten, maar ik weet wel dat ik bij haar moet blijven.
Voordat ik nog kan reageren wordt de deur in mijn gezicht dichtgedaan en op slot gedraaid. Ik doe één poging om de deur te openen, maar wanneer ik merk dat hij echt dicht zit, haal ik een hand door mijn haar en vloek binnensmonds.
Het duurt niet lang voordat ik mezelf bijeenraap en naar de receptie loop, waar ik zo beleefd mogelijk de situatie uitleg en vraag wanneer ik Paige kan zien en waar ik tot die tijd moet wachten. Mij wordt een wachtruimte gewezen en de vrouw achter de balie zegt dat een arts vanzelf naar me toe zal komen om me over Paige in te lichten. Ik bedank haar en loop zo snel mogelijk naar de wachtruimte, ook al is het niet nodig om me te haasten.
Aangekomen in de bijna volledig lege ruimte, zie ik dat er maar twee andere mensen zijn: Hailey en Marco.
Hoewel ze vlakbij het ziekenhuis zijn gaan wonen toen Hailey ziek werd en dus niet ver hoeven te reizen, ben ik verbaasd dat ze er eerder zijn dan ik, zeker aangezien ik met de ambulance mee ben gegaan.
Marco heeft zijn snikkende vrouw tegen zich aan getrokken en doet vruchteloze pogingen om haar te troosten. Hailey klampt zich wanhopig aan hem vast en nestelt zich in zijn armen, ook al is ze normaal gesproken niet het soort persoon dat graag in het openbaar vastgehouden wil worden.
Paige is haar beste vriendin. Het is niet vreemd dat wat Chris gedaan heeft haar hard raakt. Wat hij deed, was ontzettend ziek, en het besef dat hij dat Paige aan heeft gedaan is ook voor haar ondraaglijk. Bovendien zou het me niet verbazen als haar gedachten constant naar Dean worden getrokken, en naar alle dingen die hij haar aan heeft gedaan.
Marco is de eerste die mij ziet. Hoewel hij haar minder innig vasthoudt, kan hij het niet over zijn hart verkrijgen om Hailey los te laten wanneer hij zich tot mij wendt en ademloos zegt: 'Nathan, je bent er.'
Hailey kijkt met betraande ogen op en wanneer ze me ziet maakt ze zich los van haar man. Ze vliegt me om de hals en ik sla mijn armen om haar heen. Ik wrijf troostend over haar rug.
'Het komt wel goed,' zeg ik zachtjes en ze knikt snel, ook al weet ik niet zeker of ze het wel gelooft.
Wanneer ze me van me losmaakt, zie ik hoe ontzettend moe en gestrest ze eruitziet. De laatste tijd is ze voor het eerst sinds haar ziekte weer gaan werken, en hoewel ze nog veel minder uren werkt dan vroeger, is ze telkens aan het einde van de werkdag helemaal uitgeput. Dat ze nu om vier uur ‘s nachts opeens in het ziekenhuis is omdat een of andere viezerik zijn handen niet thuis kon houden, helpt waarschijnlijk ook niet.
‘Hoe gaat het met haar?’ vraagt ze ademloos en de smekende blik in haar ogen doet me bijna geloven dat ze wil dat ik tegen haar lieg, ook al zou ze dat nooit van me vragen.
‘Het... Ze...’ aarzel ik, want hoe moet ik dit in godsnaam uitleggen? ‘Gewoon... Niet... Niet goed. En ze lieten me niet bij haar blijven.’
Ze maakt een binnensmonds, jammerend geluidje en ik bijt even op de binnenkant van mijn wang. Blijkbaar is aan me te zien dat ik niet heel stevig op mijn benen sta, want Marco legt een hand op mijn arm en zegt dat ik misschien even moet gaat zitten. Ik knik afwezig en laat me naar een bankje geleid worden, waar ik mijn ellebogen op mijn knieën rust en mijn hoofd in mijn handen houd.
Wanneer Marco naast me gaat zitten, laat hij even in een troostend gebaar zijn hand op mijn rug liggen.
We wachten in stilte. Heel lang. Zelfs nog langer dan dat. Er is een hele hoop om te zeggen, maar niemand weet waar te beginnen. Wanneer ik na een tijdje opzij kijk zie ik dat Hailey bij Marco op schoot zit, en dat hij haar als een bundeltje verdriet en vermoeidheid in zijn armen heeft. Ze ziet er heel klein uit nu ze zo half opgekruld zit, zeker omdat ze best lang is als ze staat. Haar hoofd heeft ze op zijn schouder gelegd, met haar gezicht in zijn hals. Ze beweegt niet, maar het is haar ademhaling die ervoor zorgt dat ik zeker weet dat ze in slaap is gevallen.
'Het is mijn schuld,' zegt Marco dan, na een hele lange stilte.
Ik kijk verbaasd naar hem op.
'Dat is het niet.'
Hij schudt zijn hoofd.
'Wel waar. Ik had Chris al moeten laten ontslaan op het moment dat hij begon met ongepast gedrag tegen Paige te vertonen,' zegt hij.
Ik krimp bijna ineen door de toon in zijn stem. Marco is te aardig en zacht om zoveel zelfverwijt bij zich te hebben.
'Hoofdcommissaris Cassidy had het je niet laten doen,' zeg ik. 'Dat wisten we allemaal.'
'Nou, ik had het in ieder geval moeten proberen.'
'Paige wilde het niet.'
'Ik had niet moeten luisteren.'
Ik kijk hem wanhopig aan, want ik weet niet wat ik moet zeggen om hem op andere gedachten zal brengen.
'Het is niet jouw schuld,' probeer ik nog een keer, maar in zijn ogen zie ik dat het geen zin heeft.
Iedereen geeft zichzelf de schuld. Ik geef mezelf de schuld, want ik had haar niet alleen moeten laten. Marco geeft zichzelf de schuld, want hij had Chris al heel lang geleden moeten ontslaan. Hailey geeft zichzelf ook de schuld, want ze is Hailey. En Paige gaat zichzelf ongetwijfeld ook de schuld geven, want ze heeft niet teruggevochten.
Dat is wat er diep vanbinnen aan me knaagt: dat ze niet teruggevochten heeft. Ik weet dat er een verklaring voor is, maar de herinnering aan hoe kwetsbaar ze eruitzag toen Chris haar tegen de muur gedrukt had zorgt voor een pijnlijke steek in mijn borstkas. Hoogstwaarschijnlijk kwam het door de PTSS, die zorgde voor on onoverkomelijke kortsluiting in haar lichaam. Ze kon niet terugvechten. Ze kon het fysiek wel, maar mentaal niet. Ze kon het gewoon niet. En het idee dat Chris die normaal zo onwankelbare, strijdlustige Paige helemaal kapot gemaakt heeft omdat hij zijn eigen verlangens te belangrijk vond, is zo ondraaglijk dat het zeer doet.
Het is zo oneerlijk. Het is allemaal zo fucking oneerlijk.
We worden weer stil, en er razen zoveel verschillende gedachten door mijn hoofd dat ik er niet één van zou kunnen benoemen.
Het duurt niet lang voordat de deur opengaat, en met een ruk kijk ik op, bijna alsof ik om de een of andere reden hoop dat het Paige is. Maar zij is het niet, natuurlijk. Het is een dokter, met een vriendelijke uitstraling. Ik vraag me af of ze gewoon zo is of dat ze zichzelf getraind heeft om er zo uit te zien.
Hailey wordt wakker van het geluid van de deur en de voetstappen. Terwijl ze gedesoriënteerd opkijkt, zie ik de vermoeide, verdrietige blik weer in haar ogen. Ze ziet er een beetje angstig uit, alsof het heel eventjes duurt voordat ze weet waar ze is. Marco ziet het ook, dus hij drukt snel even een kus op haar haar en mompelt dat er niets aan de hand is. Dan wendt hij zich tot de arts.
‘Klopt het dat u een verzoek had ingediend om met Chris Cassidy te praten als hij weer bij bewustzijn was?’ vraagt de dokter aan Marco. Wanneer hij knikt, zegt ze: ‘Kom maar mee. Hij is wakker.’

Reacties (2)

  • BethGoes

    Oh my... Marco die gaat praten… ik ben benieuwd!

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Oo mannnn hoe kunnen ze Nathan buiten houden dat is vet naar!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen