Foto bij 245 - Emmeline

"Jij...," Jehanne ijsbeert door de gang, waar we nog geen uur geleden ook stonden, onder hele andere omstandigheden. "Jullie..."
De blik op haar gezicht verandert ongeveer elke vijf seconden.
"Het spijt me, Jehanne, dat we tegen je gelogen hebben."
"Het spijt jullie? Nee, nee, het spijt mij! Dat ik zo tegen jou.. tegen U gesproken heb... als ik geweten had dat..."
Ik onderbreek haar. "Maar dat wist je niet, en dat wilden we ook niet. We wilden juist even.. normaal zijn."
"Maar waarom?" Ze leunt tegen de muur, waarschijnlijk om niet in te storten. "Wat is er nou zo leuk aan normaal zijn?"
"Lucien... Prins Lucien, mijn echtgenoot, hij is niet verzot op alle regeltjes en alle verplichtingen. Na.. het overlijden van de koning hadden we allebei een pauze nodig. Even niet te veel nadenken. En dit is wat ons goed zou doen, dat wist ik.. En als zijn vrouw deed ik dat dan ook."
"Dit is zo absurd." Ze kijkt nog steeds alsof ze water heeft zien branden. "Ik.. Wow. Dus alles dat je vertelde over wie jullie waren...?"
"Grotendeels een leugen. Behalve onze namen,-"
"Lucien Remí en Emmeline Maria.. Tweede namen. Slim." Ze glimlacht zwakjes. "Ik hoorde vroeger van mijn oma verhalen over de prins, en dan is de link snel gelegd. En Julien.."
"Echt onze zoon. Niet vernoemd naar de zoon van de prins en prinses."
Ze lijkt nog steeds helemaal verward, iets dat ik haar ook zeker niet kwalijk neem, maar een niet te verklaren grijns vormt op haar gezicht.
"Onze herberg wordt nu echt een succes.." Ze lacht. "Zeker als we jullie kamer kunnen verhuren als de kamer waarin de prins en prinses geslapen hebben." Ze zet met haar vingers aanhalingstekens om het woord 'geslapen', en voegt grijnzend toe, "Het liefdeshok."

Ik was niet echt de uitgelezen persoon om alle verwarde en misschien ook gefrustreerde mannen te woord te staan over het bedrog, en daarom zie ik Lucien pas 's avonds. De hertog bood ons een plaats aan om te slapen, maar die sloegen we af.
We gaan samen met Jehanne en Vincent terug naar de herberg, terwijl de twee ons nog steeds aankijken alsof we... nou, alsof we net toegegeven hebben de kroonprins en prinses van Frankrijk te zijn.
We spreken af pas morgen alle gasten van het nieuws op de hoogte te stellen. De bedriegers zitten opgesloten, en hun eigendommen zijn ingenomen. Het zal niet alle schade kunnen vergoeden, maar het is een begin, en de twee zullen alles moeten doen om met geld op de proppen te komen.
Die schadevergoedingen betalen ze dan aan het koningshuis, omdat wij per morgen alle geleden schades in het dorp zullen vergoeden.
Het fonds, waar mensen zich voor kunnen inschrijven met een brief waarin ze hun geleden schade verklaren, doopte Lucien het "petit lapin" fonds. Klein konijntje, ons kleine jongetje. Dat hopelijk nog steeds wacht op de terugkomst van zijn ouders.
Maar dat is iets voor de toekomst. Nu zijn we nog even, heel eventjes, samen in de herberg als Remí en Maria. Alleen Jehanne, Vincent en zijn vrouw weten van onze ware identiteit, maar ze hebben gezworen hun mond te houden.
We beloofden ze een afgevaardigde van het kasteel te sturen om de kamer, onze kamer, te bezegelen met een koninklijk zegel, zodat al hun gasten zouden weten dat wij er daadwerkelijk verbleven hebben.
Het zal goed zijn voor hun inkomsten, en het is het minste dat we kunnen doen, naast ze een gulle schenking doen.
      Lucien trakteert meteen alle aanwezigen op drankjes, zolang ze het vol kunnen houden. Niemand stelt vragen, zeker niet nadat er langzaam nieuws is uitgekomen dat de kroonprins en prinses niet werkelijk bij ze waren, en hun geld naar oplichters is gegaan.
Zelfs als je je best doet om verhalen binnen een kamer te houden lukt dat niet altijd - maar onze identiteit blijft nog even geheim, dat gelukkig wel.
Winoc, die met ons terug is gereisd, stelt de mensen gerust. Hij kent de prins en prinses persoonlijk, en garandeert dat mensen hun geld terug zullen krijgen, koste wat het kost.
Door alle spanning zijn de mensen wel toe aan een drankje. Het bier vloeit rijkelijk, evenals het wijn op het diner waar we vanavond bij aanwezig waren.
Het zijn twee volledig verschillende sferen. Waar ik ooit dacht dat ik me alleen bij een diner veilig en mezelf zou voelen, weet ik nu dat ik het allebei kan.
Ik kan prinses Emmeline zijn, maar ook simpele Maria.
"Als Julien later groter is," fluister ik in Lucien's oor terwijl hij mensen hun bier aanreikt, "doen we dit nog een keer. Dan weet hij hoe het is om een burger te zijn, niet alleen een prins."
Lucien knikt, glimlachend. "Kan hij aan de vrijheid ruiken..."
"Ik ga het ook missen," verzucht ik, "maar het is goed, zo."
Lucien knikt. "Dat probeer ik zo langzamerhand ook te accepteren."
Ik druk een kus op zijn wang. Hij slaat zijn arm om me heen.
Om ons heen horen we gelal van dronken mannen, gesprekken over gewassen, versierpraatjes en nog veel meer nutteloos rumoer.
Maar weer, heel even, zijn alleen wij daar. Ik zie alleen Lucien, Remí, mijn held. De man die stevig in zijn schoenen staat als ik weer eens iets impulsiefs doe, of die juist impulsief kan zijn als ik te stijfjes doe.
Hij sluit me in een omhelzing en drukt een kus op mijn kruin. "Vanavond wil ik gewoon even mijn meisje vasthouden," ik voel hoe hij glimlacht. "Voordat ze morgen weer mijn vrouw de prinses wordt."
Ik glimlach tegen zijn borstkas.
Onze ogen ontmoeten elkaar, daarna. Ik zie geen enkel fragment van zorg, even alleen maar gewoon pure blijdschap om bij elkaar te zijn.
"We hebben nog één hele avond," zijn blik staat ondeugend als ik hem herinner aan de vrijheid die we nog kunnen ervaren, "en een kamer die nu nog gewoon de Remí en Maria suite is.."
"Stelt u nu voor wat ik denk dat u voorstelt, prinses?"
Ik knipoog naar hem en sla een bodempje van mijn drankje naar achter.
"Misschien...," lach ik. "Maar ga nou eerst nog maar even de charmante barman uithangen."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen