Foto bij 247 - Emmeline

Het voelt erg onwerkelijk om weer in het paleis te zijn. Weer gewassen te worden door kamermeisjes, dure kleding te dragen, het beste eten en drinken geserveerd krijgen door alleen een wenk van je vinger.
Wat nog onwerkelijker voelt, is dat Julien in de tijd dat we weg waren gegroeid is. Natuurlijk is hij nog steeds een baby, maar het voelt alsof ik jaren van zijn jeugd gemist heb. We snelden bij terugkomst meteen naar hem toe, na Madeleine en Eschieve kort gegroet te hebben.
En dat voelt hij misschien ook wel zo, want hij weigert door mij opgetild te worden. Zodra ik dat doe, begint hij te krijsen.
De enige die hem mag vasthouden zijn zijn kindermeisjes, en zijn vader.
Als Lucien hem de eerste keer van me overneemt, stopt hij meteen met huilen. Hij kijkt alleen maar met grote ogen naar zijn vader, een duimpje in zijn mond.
Ik wil zelf beginnen met huilen, maar ik houd me groot. Misschien moet hij wennen aan de terugkeer van zijn ouders, vindt hij de plotselinge moederlijke energie te moeilijk.
Veel mannen heeft hij niet gezien in de tijd dat we weg waren, dus Lucien herkent hij meteen.
Maar het steekt wel - ik heb hem zoveel gemist dat mijn hart er pijn van deed, en hij laat me hem niet eens even vasthouden?
Lucien ziet, hoe goed ik het probeer te verbergen, natuurlijk mijn gepijnigde blik, en glimlacht naar me. "Hij is een zoon van zijn vader," ondertussen wiegt hij het jongetje heen en weer. Het doet me goed om te zien dat Lucien zijn zoon in zijn hart gesloten heeft, en daarom kan ik eventjes zonder pijn naar de twee kijken, "we maken je het leven graag moeilijk, maar alleen omdat we van je houden."

De dagen er na ben ik ziek.
Waarschijnlijk iets opgepikt op onze reis, denkt de arts. Van de kou, de regen, de storm. Ik moet uitzieken, veel bedrust en niet te veel inspanning.
Natuurlijk weet de arts ook dat hij de verkeerde voor zich heeft als hij dat zegt. Als er iets is dat ik niet kan, is het stil liggen en niets doen.
Lucien heeft een vergadering met belangrijke mensen, om de aanstaande kroning te bespreken. Ik had er bij kunnen zijn, had er ook zeker bij willen zijn, maar hij verbood het me.
Hij kent me goed genoeg om te weten dat ik mezelf naar de vergaderzaal toe gesleept had, als het kon.
Ondertussen word ik alleen maar gek. Ik voel me moe, maar niet moe genoeg om alleen maar te slapen.
Mijn hoofd maakt overuren, ik denk over alle mogelijke dingen minstens honderd keer na. Dat maakt me nog vermoeider, waardoor ik zo af en toe eventjes slaap, om daarna van de misselijkheid wakker te schrikken.
Te vermoeid om iets nuttigs te doen, te wakker om rustig te slapen.
Mijn boeken kunnen mijn aandacht niet voor meer dan een paar minuten vasthouden, en alle mensen om me heen lijken belangrijkere dingen te doen hebben. Pascalle zorgt voor haar gezin, is blij nu Winoc weer terug is. Eschieve krijgt lessen en spendeert tijd met Cecilio, iets waar Lucien alles behalve blij mee is.
Het liefst zou ik nu met mijn zoon knuffelen, maar die wil nog steeds niets van me weten. Als ik in zijn buurt kom en ook maar een poging doe om hem vast te houden, begint zijn lipje te trillen. Zijn kindermeisjes zeggen dat het is omdat er tandjes doorkomen, maar ik weet wel beter. Hij voelt iets aan me, is misschien zelfs bang voor me. Is er zoveel veranderd in de tijd dat ik weg was?
Ik probeer te bedenken wat, maar mijn brein houdt het antwoord achter.
Op Lucien wordt hij met de dag doller. Zodra zijn vader in beeld komt begint hij te kirren, en steekt hij zijn handjes uit. Het maakt me blij, maar ook ongelooflijk gefrustreerd. Ik heb hem gedragen, gebaard en daarna moeten missen, en nu doe je zo tegen een man die enkel voor de bevruchting gezorgd heeft?
      Lucien laat zich naast me op het bed vallen.
Ik heb al even geslapen, en schrok wakker van het opengaan van de deur. Een keer eerder werd ik gewekt, zodat ik melk kon geven voor Julien. Normaal gesproken zou ik hem nu aan mijn borst leggen, maar dat wil hij niet, en dus moeten we het met een hele onpersoonlijke, ongemakkelijke techniek oplossen.
Daarna was ik uitgeput en viel ik in slaap, en ik houd mijn frustratie in als Lucien naar me glimlacht.
Ik heb zoveel redenen om gepikeerd te zijn, maar ik wil ze niet uitspreken. Het is stom om jaloers te zijn op je echtgenoot, en het is niet zijn schuld dat Julien hem momenteel liever vindt, of dat ik ziek ben.
Maar toch wil ik op hem mopperen. Dat het stom is dat hij zijn moeder hem heeft laten overhalen zijn baard te laten scheren, dat hij veel te trots doet als Julien naar hem lacht, en dat het oneerlijk is dat hij alle belangrijke dingen mag doen en ik hier als een soort lijk in bed moet blijven liggen.
Ik zeg niets van dat allen, vraag hem enkel hoe zijn dag was.
"Goed," gaapt hij. "Lang, maar goed. Er zijn allerlei processen in volle gang gezet, maar het is lastig omdat vader niets achtergelaten heeft dat enige plannen liet zien. Dus nu moeten we zelf dingen regelen en bedenken.."
Hij trekt het beetje stof dat zijn bovenlichaam bedekte uit en trekt de dekens over ons beiden heen. "En moeder is enorm behulpzaam, maar ik merk dat ze het niet makkelijk vindt, en dat vader haar buiten een heleboel dingen gelaten heeft. Dus nu...," hij valt midden in zijn zin stil. "Maar dat wil je allemaal niet horen."
"Jawel!" antwoord ik, maar hij schudt lachend zijn hoofd.
"Nee, je wilt horen dat ik een vreselijke dag heb gehad, en dat ik je gemist heb," hij legt een arm om mijn schouder, "dat is ook zeker waar. Ik heb je gemist, mijn zieke, zielige prinsesje."


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen