Czabock zag daar een griffioen staan, maar het was geen normale griffioen. Niet dat Czabock wist wat griffioenen waren.
“Czabock…” Czabock keek haar onderzoekend aan, maar hij kon niet zien of ze goeie of slechte bedoelingen had.
Phoebe keek met vrolijke ogen hem aan, en wandelde voorzichtig op hem af.
“Ik was heel onder de indruk van je magie kunsten, jonge draak. Ik kon het voelen van ver in de lucht. Daarbij ook… Een hele sterke band tussen jou, en…” Ze keek naar Kevalth.
“Mijn broertje…” Phoebe knikte na Czabock’s antwoord. “Kan je hem helpen?” Nogmaals knikte Phoebe, en wandelde toen meer dichterbij.
“We moeten zijn vleugels spalken, ze zijn geloof ik gebroken.” Zei Czabock zorgelijk, Phoebe maakte niet zoveel geluid en leek alleen maar te denken.
“Nu is het mijn beurt jouw onder indruk te maken,” keek de griffioen blij, ze sloot haar ogen en eenmaal toen ze die open deed. Haar blauwe ogen leken licht te geven. Starend naar Kevalth die ook ineens begon te gloeien. Heel eventjes leek het alsof Kevalth leek te zweven en rustig weer neer kwam. Na Phoebe’s uitoefeningen ademde ze diep uit en keek toen vrolijk naar Czabock. Wat vond je daarvan? Hij keek een paar keer heen en weer, wisselend van Kevalth en Phoebe, maar wist niet echt wat er gaande was.
“Wat heeft u gedaan?” vroeg Czabock verbaast, Phoebe moest lachen.
“Ik heb zijn vleugels weer gemaakt, hij hoeft alleen nog maar wakker te worden.” Nog steeds keek Czabock verbaast op naar Phoebe, en weer terug naar Kevalth. Hij was weer gezond?
Om het zelf te checken keek Czabock met zijn kracht of dat klopte, en inderdaad, zijn vleugels waren weer heel, alsof er nooit wat mee is gebeurd.
“Dank u wel, Phoebe,” zei Czabock met verbazing.
Na een korte tijd werd Kevalth wakker en opende zijn ogen toen.
“Kevalth! Je bent wakker!” zei Czabock opgetogen, hij was echt opgelucht om Kevalth weer wakker te zien. “Alles goed, broertje?” Kevalth keek op en was even verward.
“Wat is er gebeurd?” Hij keek om zich heen en zag toen Phoebe daar staan, en wist natuurlijk niet wie ze was.
“Wie is dat?” Phoebe stond op, en zette een paar stappen achteruit, om Kevalth wat meer ruimte te geven om op te staan.
“Dat is Phoebe, ze heeft je geholpen met je vleugels, ze waren gebroken, maar nu niet meer.” Kevalth keek hem even aan en probeerde toen zijn vleugels te bewegen, hij keek er even naar, maar het deed toch nog even pijn.
“Je spieren moeten misschien nog even rusten, maar het komt allemaal goed,” zei Phoebe er nog bij terwijl Kevalth haar toen weer aan keek en knikt uit dankbaarheid.
Phoebe beet een klein stukje van haar klauwnagels af en gaf dat stukje toen aan Kevalth die er raar naar keek.
“Is tegen de pijn, je moet er op sabbelen, soms werken de simpelste dingen, niet?” Heel voorzichtig nam Kevalth het aan, keek er heel kort naar en nam het toen in zijn mond. Czabock zat er ook even vreemd naar te kijken, maar het leek ieder geval niet verschrikkelijk te smaken, Kevalth spuugde het namelijk niet weer uit.
“Mag ik je vragen waar jij je magie van hebt geleerd, jonge draak?” Begon Phoebe opeens, die hem rustig maar nieuwsgierig aankeek.
Czabock maakte een bedenkelijk geluidje, aangezien hij het nergens nog van had geleerd, D’agon vertelde hem wel eens wat over magie en over boeken, maar zelf wist hij niets.
“Van mijzelf… Alles wat ik weet is bijna letterlijk naar mij toe gekomen.” Czabock keek Phoebe aan die toen bedenkelijk knikte.
“Vind je het goed als ik even bij jullie blijf? Ik kan je misschien observeren, helpen bij je magie.” Czabock knikte al snel, omdat het onderwerp ‘magie’ hem al nieuwsgierig maakt.
“Dat is het minste wat we kunnen doen voor u. We wonen op een openveld, met een paar andere wezens… Als we de weg terug vinden…” Czabock keek naar beneden, omdat hij inderdaad de weg was kwijt geraakt, het bos was namelijk groot.
“Misschien moet jij je laatste spreuk opnieuw gebruiken, is daar iemand waar je veel om geeft? Die zijn het makkelijkst om terug te vinden, net zoals je deed bij je broertje.” Czabock keek even nerveus, omdat hij niet wist hoe hij dat moest doen.
“Ik help je er wel doorheen, oke?” Czabock knikte heel voorzichtig en keek Phoebe toen aandachtig aan.
“Eerst, sluit je ogen, en adem een paar keer diep in en uit, zo rustig als je kan. Het vergt veel concentratie.” Czabock deed zijn ogen dicht en doet wat hem gezegd wordt door diep in en uit te ademen.
“Eenmaal als je zover bent, wil ik dat je denkt aan die ene persoon die je zoeken wilt. En concentreer je op dat beeld.” Czabock dacht meteen aan D’agon, degene waar hij op Kevalth na, nu het meest om gaf. En zoals ze zei, probeerde hij echt op dat beeld te concentreren.
“Voel de magie, je weet dat het er ziet. Adem dan diep in, en gooi het eruit, maar houd dat beeld bij je.” Czabock begreep al waar ze heen wilde, hij moest dat warme gevoel in hem zoeken. Iets wat gloeide, iets wat hem kort pijn deed waardoor hij het er wel uit moest gooien. Dit keer kon hij het controleren, hij wist namelijk wat het was. Zijn eigen magie.
Hij opende zijn ogen, vrij snel na Phoebe dat zei, en voelde hoe de gele ringen als vibraties onder hem vandaan kwamen. De korte zelfverzekerdheid liet Phoebe kort schrikken, ze voelde dat er echt iets speciaals was aan Czabock, maar kon nog niet plaatsen wat.
Eenmaal toen Czabock een gevoel kreeg, wandelde hij toen een kant op.
“Het is minder ver dan ik dacht, liep mogelijk maar rondjes in het bos,” zei Czabock met zelfverzekerdheid. Kevalth en Phoebe volgden hem.
De hele route was er stilte gevallen, Kevalth wist niet wat hij moest zeggen, en de concentratie die Czabock uitoefende maakte hem eigenlijk lichtelijk bang. Het leek alsof er een vreemde sfeer van hem afspatte dat hij niet kon beschrijven. Phoebe had liever niet dat ze Czabock zou storen, op deze manier zouden ze het snelst aankomen.
Pas toen ze terug kwamen bij de rest begon Phoebe plots te spreken.
“Je moet weten, Czabock. Dat jij een hele gevaarlijke draak zult worden.” Phoebe keek hem op een serieuze manier aan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen