Foto bij H77: Afscheid van James ~ Nick

In stilte wachtten Khana en ik tot James terug kwam. Khana vermeed mijn blik en zei niets, dus bleef ik ook stil. Tijdens mijn uitstapje was ik Ngorongoro tegengekomen en hij had mij bedankt voor het onweer, omdat hij zo ook eens overdag op jacht kon gaan. Ik had hem maar niet verteld dat het onweer eigenlijk niet de bedoeling was, maar ik was blij dat iemand er een voordeel uit kon halen. We hadden samen een stuk gerend, waardoor mijn energieniveau eindelijk wat daalde en ik kalmeerde. Daarna was hij weer in de wolken verdwenen en was ik aan mijn terugtocht begonnen. Een dichtslaande deur liet me snel opkijken en ik zag James met een verontschuldigende blik naar mij kijken. “Sorry, dat was niet de bedoeling”, zei hij en ik zag dat hij zijn gsm wegstak. “James, heb je even? We moeten iets bespreken”, zei ik en hij keek kort naar Khana, maar knikte toen. “Natuurlijk, wat is er?” vroeg hij en ging bij Khana op bed zitten. Hoewel ik me nog steeds onrustig voelde door het nieuws dat ik te weten was gekomen, ging ik toch op bed zitten en begon te vertellen.

“Toen ik daarjuist was gaan wandelen, ben ik verder gerend dan gedacht en ik ben Ngorongoro nog eens tegengekomen. We zijn nog wat verder gegaan, maar toen besloot ik terug te gaan. Onderweg kwam ik langs het Matadimeer en daar waren enkele mensen druk bezig, maar ze leken niet op toeristen en ik ben dus gaan kijken wat ze aan het doen waren. Ze waren net uit verschillende bootjes gestapt en ze leken opgewonden te zijn over iets. Ik weet niet precies wat het was, maar tussen de boten was het water aan het kolken en de mensen schreeuwden telkens ‘Mazomba’ terwijl ze aan touwen aan het trekken waren. Een soort graafmachine schepte toen wat water op en ik zag iets spartelen, maar het werd te snel in een container gegooid om te kunnen zien wat het was… Daarna zeiden de mensen iets over een monster in het Victoriameer en dat ze daar hulp nodig hadden, zeker omdat er een ander wezen in het oog gehouden moest worden of zoiets…”, vertelde ik en Khana keek James even aan. “Ik denk dat ik ongeveer weet waar ze het over hebben, maar ik ben niet zeker…”, zei Khana toen aarzelend en ze pakte haar rugzak erbij, waarna ze er wat papieren uit haalde.

Terwijl Khana de papieren op bed verspreidde, vertelde ze: “Als ik me niet vergis, is de mazomba een soort reuzevis die mensen eet. Ze komen voor in de rivieren en meren van Tanzania en hebben scherpe tanden. Als ze het over een meermonster hebben, denk ik dat ze het misschien over een dingonek hebben. Die komt eigenlijk elders in Kenia voor, maar het zou me niet verbazen als ze dat wezen naar daar hebben gebracht. Hij lijkt op een luipaard met het lichaam van een gordeldier en een walvis bijeen, maar zijn staart lijkt dan eerder op dat van een sidderaal.” Zowel James als ik keken eerst verrast naar de papieren en daarna naar Khana. “Ehm… Hoe weet je dat allemaal?” vroeg James toen voordat ik dat kon doen en Khana haalde haar schouders op, waarna ze antwoordde: “Geheel toevallig eigenlijk, ik heb deze info op enkele websites en in een boekje gelezen en ik vond het best interessant.” Het was weer even stil, maar James kuchte toen even en zei: “Ik kan niet mee.”

Khana keek James verrast aan en vroeg: “Hoe bedoel je?” “Ik kreeg daarnet een telefoontje van het Britse ministerie, ze willen dat ik zo snel mogelijk terugkeer… Er staat een drakenei op uitkomen en ze willen mij op de verzorging van het kleintje zetten… Daarom was ik even weg, zodat je kon blijven doorslapen”, zei hij toen en ik knikte. “Dan zullen Khana en ik gaan kijken. Ik weet alleen niet hoe we tot daar moeten raken…”, begon ik, maar opeens voelde ik een extra aanwezigheid en ik keek naar het raam. Een grote schaduw was voor ons terras geland en ik stond alert op. “Ngorongoro?” zei James en hij leek om zich heen te kijken. “Nee, ik kan niet… Ah ja? Dat zou wel handig zijn ja…”, zei James toen uit het niets en Khana en ik keken hem raar aan. Toen hoorde ik buiten een soort gegrinnik en James begon hevig te blozen. Hij keek naar ons en zei: “Ngorongoro wilt jullie wel tot daar brengen, zegt hij… Sorry, ik had niet door dat hij via telepathie met mij sprak.” “Geen probleem, kan hij over een paar uur terug hier staan? Dan kan Khana nog een klein beetje slapen en kan ik misschien nog een hotel regelen”, vroeg ik toen en even bleef het stil, waarna James knikte. “Ja, hij blijft wel in de buurt zodat hij aan jullie bewegingen kan zien of het tijd is”, zei hij en ik voelde de aanwezigheid van Ngorongoro vervagen, maar hij was nog wel steeds in de buurt.

“Hier, mijn nieuwe telefoonnummer… Mijn vorige gsm zit nog vast in het ijs door een vorstdraak en we krijgen hem niet ontdooid…”, zei James blozend en gaf het papiertje aan de lachende Khana. “Bedankt, ik zal zeker nog eens bellen… Tenzij je jouw gsm weer verliest”, zei Khana en trok de gegeneerde James in een knuffel. Aangezien we ‘s nachts gingen vertrekken, namen we nu al afscheid van James zodat hij kon blijven doorslapen. Onze koffers stonden al klaar in de hoek van de slaapkamer en Ngorongoro was nog steeds in de buurt. Opeens zuchtte James trillerig en zei: “Ik ga je missen, Khana… Ik wou dat ik mee kon…” Ik voelde me vrij ongemakkelijk worden en liep naar buiten, het terras op. Terwijl ik de deur achter me sloot, schoot er een pijnlijke steek door mijn hoofd en ik zakte nog net niet door mijn benen. “Nick, heb je de Raad verteld over Miyuki?” hoorde ik opeens een stem gespannen vragen en ik kreunde even hoofdschuddend, om dan te zeggen: “Nee, ik… Qiuri? Wat is er aan de hand?” Qiuri antwoordde niet en ik voelde een soort spanning ontstaan. “Qiuri, hou op… Het doet pijn…”, kreunde ik gepijnigd toen er weer een steek door mijn hoofd ging en ik ging op een van de stoelen buiten zitten. Opeens verdween de spanning en de steken en het was doodstil. Licht buiten adem opende ik mijn ogen weer, maar nog een laatste heftige steek verraste me totaal en ik slaakte een verstikte kreet, waarna ik op de grond viel.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen