Kevalth keek op, toen hij Phoebe’s opmerking hoorde, waarom zei ze nou zoiets? Kevalth bijvoorbeeld zag zijn broer niet als een gevaarlijk wezen. Zag zij iets wat anderen niet zagen?
“Ik wil een voorstel doen, Czabock.” Hij liep even naar D’agon toe en keek na deze nieuwe zin weer om naar Phoebe, en schudde zijn kop.
“Waarom ben ik gevaarlijk, vertel mij dat eerst. Ik heb niemand pijn gedaan?” Hij draaide zijn kop vragend scheef en Phoebe dacht eerst even voor ze sprak. Ook zij ging er even goed voor zitten.
“Ik weet niet waar jij je magie vandaan haalt. Jij bent niet gebonden aan een element, en dat maakt jou gevaarlijk. Jij kan dingen leren niemand anders zou kunnen. Daarom wil ik je een voorstel doen, jonge draak.” Czabock keek haar eerst even aan, en liep toen weer verder naar D’agon.
“Ik wil even niet naar je voorstel luisteren, vind je het zelf niet vreemd om zoiets te zeggen? Je kent mij niet eens.” Czabock lag neer naast D’agon die nog steeds leek te slapen.
“Dat was niet echt slim om te zeggen.” Kevalth was wel dankbaar dat Phoebe hem had geholpen en gaf haar dus een kans om uit te praten, maar Phoebe leek niet zo geïnteresseerd in hem, maar ze sprak nog wel terug.
“Hij reageerde overgevoelig, is nergens voor nodig, ik heb geen kwade bedoelingen met mijn woorden.” Ze keek Kevalth niet aan, maar ze had het wel tegen hem, aangezien niemand daar was om tegen te spreken.
“Jij kent onze vader niet, hij is zowat het meest verschrikkelijke wezen die wij kennen. En om eerlijk te zijn, slechter lijkt mij niet eens mogelijk.” Kevalth keek om naar zijn vader, die heerlijk bij een boom lag te slapen. Voor een gevaarlijke gemene draak, was hij nogal lui.
Phoebe keek naar de vlek dat naast de boom lag, en wandelde eropaf.
“Is het waar?” Kevalth liep snel achter Phoebe aan, omdat hij echt dacht dat het geen goed idee was dat ze zo tegen hem uitviel.
“Een vreemde heeft een grote mond? Tegenover mij?” Za’afiel draaide zich om en keek Phoebe aandachtig aan, en moest daarna stevig grijnzen. De ogen van Phoebe vergrootte en ze zette een flink aantal stappen achteruit. Ze keek alsof ze een geest voor zich had.
“Dat kan niet…” zei Phoebe zachtjes.
Het enige wat Za’afiel deed was grijnzen. Hij had zeker weten teveel lol hiervan.
“Jij hebt mijn vader gedood… Al die jaren geleden, en dit… Dit zijn je kinderen?” Dat Za’afiel nog steeds bleef grijnzen vertelde al genoeg wat het antwoord hierop was.
Phoebe wandelde van Za’afiel weg en versnelde haar stappen naar Czabock.
Kevalth keek nog terug naar zijn vader.
“Hoeveel wezens heb jij wel niet verwoest…?” Za’afiel’s blik werd heel neutraal wanneer hij naar zijn zoon keek.
“Nog lang niet genoeg,” was het enige antwoord dat hij voor zijn zoon had.

Phoebe kwam naast Czabock zitten en had D’agon nog niet echt opgemerkt, aangezien het niet normaal was om een metaal achtige draak te zien. Daarbij, D’agon leek ook niet echt te leven, er kwam geen geluid uit, of enig ander teken van leven. Phoebe kon zo denken dat het een decoratiestuk was.
“Czabock, sorry over wat ik zei, maar ik wilde je graag vragen of je met mij mee zou willen. Zodat ik je kan leren hoe je goed met magie om moet gaan. Op die manier denk ik echt dat jij de beste magikus kan worden, jonge draak.” Czabock hoorde het wel, maar hij had andere dingen aan zijn kop. Zoals, D’agon. Hij wilde hem niet zomaar achter laten. Hij wist niet eens of hij zijn broertje wel alleen kon laten, hij werkt zichzelf altijd in de problemen. Za’afiel is ook niet goed voor hem.
“Ik kan niet weg,” zei Czabock toen hij naar D’agon keek.
“Vanwege je broer?” Czabock schudde zijn kop en klopte toen voorzichtig op D’agon’s zij.
“Dit is D’agon, mijn beste vriend. Ik ken hem nog niet zolang, maar hij was de eerste buiten mijn broer om, die echt om mij gaf. Ik kan hem niet in de steek laten. Daarbij, je hebt wel gelijk. Ik kan Kevalth ook niet alleen laten met mijn vader. Hij is echt een vreselijke draak. Ik wil niet dat Kevalth in zijn vaders voetstappen valt wanneer ik weg ben, maar… Je aanbod is wel verleidelijk. En dat terwijl ik je niet eens ken. Ik voel dat ik meer over magie moet leren. En de boeken moet gaan lezen waar D’agon het over gehad… Alleen… Ik kan niet eens lezen, ik heb nog nooit een boek gezien.” Phoebe keek hem aan en gaf hem toen een knuffel. Het gaf Czabock een heel vreemd verwarrend gevoel. Het zou mogelijk wel zijn eerste knuffel zijn geweest, en die knuffel voelde echt heel goed.
“D’agon eerst,” zei Czabock opnieuw.
Czabock wist niet wat hij moest verwachten. Nergens leek het erop dat D’agon uberhaupt wakker kon worden. Er was geen hartslag. Er was geen ademhaling. Er was geen geur, of geluid. D’agon; gemaakt van niet natuurlijke materialen, maar hij was wel levend. Hoe noem je zoiets? Hoe zou je D’agon noemen? Was hij dood? Of simpelweg, levenloos?
Een korte lichtflits leek op te komen. Het licht werd langzaam feller. Er liepen banden over D’agon heen dat een fel groen licht leek te schijnen. Doorzichtige kabels, dat eruit zag alsof er lichtgevend vloeistof doorheen liep.
Het begon geluid te maken. Of was D’agon nog steeds een hij?
De ogen gingen open. Een fel groen brandend licht. Heel onnatuurlijk, en het keek op, richting Czabock.
“Hey, jonge draak… Ik ben er nog.” Zijn stem klonk niet eens meer natuurlijk, maar heel mechanisch. Dit alles maakte Czabock niets uit.
“D’agon… Je leeft nog,” zei hij met zoveel blijheid.
Er was natuurlijk ook nog een derde antwoord. Leefde hij nog wel?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen