Foto bij Anger -70


Florians hand valt krachteloos naar beneden en plotseling lijkt al zijn eerdere woeste energie verdwenen te zijn. Hij zakt door zijn knieën en blijft dan bewegingsloos zitten. Een klein meisje komt uit de boom tevoorschijn, met schijnbaar een kleine katapult in haar hand. Haar shirt heeft dezelfde kleur als die van Daniel, wat verklaart waarom ze bij de twee jongens is. Chris’ verschijning is nog steeds een raadsel, maar die hele jongen is een mysterie.
      ‘Wat is er aan de hand?’ Haar eisende woorden lossen eindelijk haar onbekende verschijning op en ook de reden waarom Florian zo van slag is door haar stem. Amelia uit 9 kijkt berispend van de één naar de ander. Ik scheur mijn blik los van Florian en loop zacht wat naar achteren. Met al die mensen erbij zou het nooit lukken. Ik kan hem nu toch niet helpen, het is beter als ik wacht op de avond. Met een beetje geluk kan ik hem spreken tijdens de nacht, als het zijn beurt is om de wacht te houden.
      Zelfs met mijn halfslachtige positieve kijk op de situatie, weet ik dat het hopeloos is. Hij zou nooit zo alleen zijn dat ik de kans zou hebben om hem te benaderen. Niet zonder dat er me twee messen een speer om de oren vliegen. Mijn poging om mijn fout recht te zetten, is hier gestrand. En het ziet er niet naar uit dat ik nog een tweede krijg.
      Ik verberg me in het olifantsgras, net zover dat ik op het eerste gezicht niet zichtbaar zou moeten zijn. Misschien zouden Florian en Samuel zonder verdere kleerscheuren weg kunnen komen. Als dat zo was en ik geluk zou hebben, kan ik ze vanaf hier zien vertrekken. Misschien zouden ze vrede sluiten –waarbij mijn kansen drastisch zullen kelderen- en kan ik hem met ’s nachts nog spreken.
      Mismoedig laat ik me op de grond zakken. Juist. Dit wordt nog mijn dood.

De avond is al even gevallen, als er eindelijk verandering komt. Twee schimmige figuren banen zich een weg door de bosjes en lopen een stukje het veld op. Ze zijn alleen en worden niet gevolgd door teamgenoten, hoewel ze niet bij elkaar in een team zitten. Eén van hen draagt een shirt met een donkere tint, en de ander niet.
      Door de afstand en het invallende duister is het lastig om te zien wie het zijn. Rustig kom ik overeind en schud ik één voor een mijn ledematen los. De afgelopen uren ben ik regelmatig van houding veranderd, maar ik wil toch zeker weten dat al mijn kracht weer terug is, voordat ik vreemde dingen ga doen.
      Mijn arm doet nog steeds pijn, en ik heb de wond in de uren van wachten nog een keer schoongemaakt. Zo goed als het ging heb ik met een heel klein beetje water het stuk stof ook geprobeerd schoon te krijgen, aangezien mijn shirt nu al boven mijn navel ophoudt. Het was maar half gelukt, maar de stof weerhoudt vuil ervan om in de wond te komen en voor nu is dat genoeg.
      Kalm kom ik het groen uit en begin naar het tweetal toe te lopen. Ze merken me niet op, als ik hen nader. Pas op een meter of vijfentwintig, herken ik één van hen met een schok. Het blonde haar van de jongen staat alle kanten op, maar hij leeft nog. Zijn blauwgroene shirt is donker bevlekt. Hij ziet me echter niet. De jongen uit 9 zit met zijn rug naar me toe en lijkt me ook niet aan te horen komen. Het meisje dat tegenover hem zit, merkt me wel op. Heel even staart ze alleen in mijn richting, terwijl ik ze nader.
      Dan staat ze verbazingwekkend vlug overeind en drukt dan vanuit het niets even kort haar lippen op Florians voorhoofd. Hoewel ze er technisch gezien alle recht toe heeft, doet het gebaar mijn bloed haast koken van jaloezie. Knijpend in het gevest van mijn zwaard dwing ik mezelf te glimlachen naar de tribuut die dichterbij komt.
      Het meisje lijkt volkomen ongewapend. Geen duidelijk wapen aan haar riem, in haar handen of in haar schoenen geschoven. Wie is er nou zo gestoord dat hij of zij zónder wapens een Beroeps gaat confronteren? Ze moet wel heel veel zelfvertrouwen hebben, als ze denkt geen wapens nodig te hebben. Het duurt even voordat ik haar gezicht kan plaatsten. Amelia, uit District 9. Teamgenoot van Daniel, wat haar donkerrode shirt verklaart.
      Op twee meter afstand blijft ze staan, op haar gezicht tekent zich een duidelijke tweestrijd af. Angst en woede vechten om voorrang.
      ‘Aderyn…’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen