Foto bij Anger -79



      ‘Er zijn geen sterren hier, helaas. Dode tributen genoeg. Zoals altijd hè, Arena vol dooien, wat doe je eraan.’ Mijn stem klinkt met het woord kleiner, en de nervositeit zou zelfs Samuel nog opvallen. Ik haal diep adem en doe een voorzichtig stapje naar voren. ‘Florian, over vanochtend-’ Het liefst zou ik vandaag gewoon- gisteren gewoon vergeten, dan zou dit nu ook niet hoeven. Mijn afgekapte poging heeft dan ook niet het gewenste effect. De jongen slaat achteloos met zijn hand in de lucht alsof hij een vervelende vlieg wil verjagen.
      ‘Agh…’ Koppig draait hij zich van me weg, zodat hij met zijn rug naar me toe staat. Ietwat huiverig lijkt hij zijn armen over elkaar te slaan, alsof de nachtelijke kou hem nu opeens wel deert.
      ‘Ik wil het er niet over hebben.’ De woorden komen geforceerd uit zijn mond. Bijna sla ik mijn armen even koppig als hij over elkaar, als een extra pijnscheut me herinnert waarom mijn hand nat is van het bloed.
      ‘Ik wel,’ kaats ik dan maar terug, terwijl ik mijn arm weer laat hangen en het houd bij het ten hemel slaan van mijn ogen.
      ‘Oh ja? Dan ga je maar lekker met je nieuwe vriend, Flynn, erover hebben wat voor leuke ochtend je hebt gehad.’ Een explosieve woede neemt af naarmate zijn zin vordert. Even kijkt hij schichtig over zijn schouder in mijn richting, terwijl ik verward terug staar.
      ‘Flynn?’ fronsend kijk ik naar de mokkende gestalte voor me. ‘Wat heeft-’ het duurt even voordat ik me mijn woorden van die morgen kan herinneren. Nee, dan Flynn. Hij is zoveel beter dan jij ooit kan zijn. En niet te vergeten, hij is getraind. Aan hem heb ik tenminste wat.
      ‘Oh. Dat.’ Zwakjes klinken de woorden erachteraan, en ik zucht even. ‘Ik loog, Florian. Ik heb Flynn nog nooit gesproken en heb hem alleen een paar keer even gezien en dat is het.’ Een zacht lachje verlaat mijn lippen en mijn volgende woorden hebben iets van mijn vroegere spot terug. ‘Bovendien stond hij Alex af te lebberen, nee vriendelijk bedankt.’       Nerveus speel ik met het puntje van mijn staart. Florian zegt geen woord en draait zich ook niet naar me om. Ietwat ongemakkelijk staar ik naar zijn rug. Half en half wil ik een mes pakken, zodat ik wat in mijn handen heb, maar ik weet wel zeker dat het ervoor gaat zorgen dat alles nog eens extra escaleert zodra hij het wapen zou zien. Toch maar niet dus. Niet dat hij het meteen zou merken. Hij heeft me immers letterlijk zijn rug toegekeerd. Zijn onbeschermde rug. Een klein glimlachje vormt zich om mijn lippen.
      ‘Ik vind het wel leuk dat je me genoeg vertrouwt dat ik geen mes in je rug steek.’ De tevredenheid moet in mijn ogen te lezen zijn, als Florian zijn hoofd met een ruk optilt. Kalmpjes draait hij zich naar me om, maar zijn verwarring is duidelijk.
      ‘Daar… daar had ik nog niet eens over nagedacht.’ Dat is dan weer jammer.
      ‘Oh. Nou, dan weet je het nu.’ Ik haal mijn schouders op.
      ‘Dus er is niets met Flynn? Zelfs niet een klein beetje?’ Florians stem klinkt onzeker en kwetsbaar.
      ‘Nee,’ bevestig ik, hopend dat de angst in zijn ogen zal verdwijnen na mijn woorden. ‘Absoluut niet.’ Hij staart me bewegingsloos aan en hoewel de angst in zijn ogen is verdwenen, lijkt hij zich in een tweestrijd te bevinden waar ik niets vanaf weet. Ietwat ongemakkelijk probeer ik het gevoel dat er iemand naar ons staat te kijken van me af te schudden. Florian zou me wel waarschuwen. Hoop ik.
      ‘Dan… Ik…’ De jongen stamelt besluiteloos. Plotseling ben ik bang dat hij weg zal gaan, zodat hij dit probleem niet hoeft op te lossen.
      ‘Zou ik hierom liegen?’ probeer ik, zijn woorden van vanochtend herhalend. Hij lijkt de overeenkomst niet te merken en kijkt me alleen maar wat treurig aan.
      ‘Ik weet het niet,’ fluistert hij. De zachte woorden doen meer pijn dan ik verwacht had. Wat kan ik nu nog meer doen om hem te overtuigen van de waarheid? Met de roekeloosheid waarop ik met mijn leven om ben gegaan zou je toch wel verwachten dat hij me zou geloven. Wat moet ik nog meer doen? Op mijn knieën vallen en mijn schuld betuigen? Ik dacht het even niet.
      ‘Waarom,’ begint hij dan, alsof hij niets meer te verliezen heeft. Een vreemde kwetsbaarheid ligt in zijn stem en verslagenheid is in zijn ogen te lezen. ‘Waarom zou je het me überhaupt anders vertellen? Waarom doe je dit, Adey?’
      Au.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen