Foto bij Anger -83


      'Wat wil je dan? Dat ik verander in het typische ‘’lieve meisje’’? Dat is dan heel jammer voor hem, want zo ben ik niet. Moord en dood hangt nou eenmaal om mij heen en dat kan je niet veranderen, ook hij niet. Al vanaf het begin heeft het bij me gehoord en daar moet hij maar mee leven.
      ‘Zeg niet dat dit allemaal Amelia’s schuld is van wat er allemaal is gebeurd. Dat weet je zelf net zo goed.’ Frustratie maakt zich van me meester als ik de jongen fel aanstaar.
      ‘Oké, het lag misschien ook een beetje aan mij, maar dat heb ik rechtgezet.’ Onbewust heb ik mijn stem verheven en schallen mijn woorden over de vlakte. Gefrustreerd gooi ik mijn armen naar beneden, me te laat realiserend dat het een heel verkeerde keuze was. Een piepend geluidje is al over mijn lippen als een withete steek van pijn door mijn arm heen schiet en de wond haast in brand zet. In een reflex grijp ik naar mijn gewonde arm, verbeten niet nog eens die zwakte te tonen.
      ‘Het kind is dood, klaar.’ Verbeten klem ik mijn vingers om mijn arm. ‘Problemen opgelost.’ Schuld, twijfel en pijn flikkeren om de beurt over zijn gezicht, voordat hij zucht en ik niets meer van zijn gezicht af kan lezen. Normaal kan ik dat wel, en ergens is het best eng om niet te kunnen weten wat er komt. Het was goed tussen ons, het zou toch niet dat- Plotseling heb ik het koud. Maar de kou zit vanbinnen.
      ‘Ik snap niet dat jij zo gemakkelijk met de dood om kan gaan,’ zegt de jongen dan, zuchtend. Hij haalt besluiteloos een hand door zijn haren, waardoor er een blond plukje op een schattige manier terugvalt. ‘Het wordt tijd dat ik maar eens ga.’ Mijn mond valt haast open van afgrijnzen. Dat- dat hij gaat? Was alles dan voor niets geweest? Ongelovig zie ik hem omdraaien en aanstalten maken om terug te lopen in de richting vanwaar hij kwam.
      ‘Nee, Florian!’ Bijna wanhopig wil ik hem tegenhouden, maar de woorden komen er verkeerd uit en klinken geïrriteerd. ‘Dus dat is het dan? Vanwege dat miezerige kind ga je nu wegrennen van de werkelijkheid? Wees even helder, dan weet ik ook weer waar het op staat.’ Een beetje hulpeloos richt ik mijn blik van de grond naar de horizon en dan pas weer op Florian. Hij heeft een verdrietige glimlach om zijn lippen en ergens weet ik al wat de uitkomst van dit gesprek gaat zijn.
      ‘Je snapt het niet, hè? Ja, ik ben verdrietig om Amelia, maar dat heeft niets te maken met dat ik nu wegloop. Ik.. Ik vind je echt leuk, Aderyn. Maar ik heb meer tijd nodig om te herstellen van vandaag.’
      ‘Om te herstéllen?’ Gefrustreerd haal ik mijn hand door mijn staart heen. Florian overbrugt de afstand tussen ons tot hij vlak voor me staat. Ernstig kijkt hij me aan, voordat hij eindelijk het werkelijke probleem uitspreekt.
      ‘Ik kan niet één, twee, drie dat gebroken gevoel loslaten, Adey. Je hebt me echt heel hard geraakt vanmorgen. En om heel eerlijk te zijn, net weer. Dat jij niets geeft om Amelia, betekent niet dat dat voor mij ook geldt. Je maakt me alleen maar belachelijk omdat ik rouw om een vriendin.’ Voorzichtig neemt hij mijn hoofd tussen zijn handen en drukt dan een verderlichte kus op mijn voorhoofd.
      ‘Ik zie je gauw weer, Honingbijtje.’
      ‘Maar ik-’ Het is hopeloos. Ik had het dan wel goed gemaakt, maar er was ook iets definitief kapot. Ik zucht. ‘Oké.’ Moeizaam vorm ik mijn lippen in een halve glimlach. ‘Tot dan.’ Zacht laat de jongen zijn handen langs mijn hals naar beneden glijden, en raakt mijn linkerarm voorzichtig aan. Op het laatste moment laat hij mijn vingertoppen los.
      ‘Doe voorzichtig met die arm, oké?’ zegt hij, doelend op de diepe wonde op mijn andere arm. ‘Ik wil je straks wel weer heel terugvinden.’ Als dat al gebeuren zou. Ik weet er een snuivend lachje uit te persen, ietwat toegeeflijk.
      ‘Komt wel goed. Ik blijf altijd overeind.’ Even overweeg ik er nog iets aan toe te voegen, dat hij ook moet uitkijken, maar de woorden blijven achter in mijn keel steken. Ik kijk hem na tot hij in het duister is verdwenen en blijf zelfs nog langer staan. Een hovercraft verschijnt om Amelia’s lichaam op te halen, maar blijft boven me zweven. Ik weet dat hij niet naar beneden zal gaan zolang ik nog naast het lijk sta. Het kan me niet schelen. Een keiharde vloek verlaat mijn mond en met een ongekende razernij gooi ik blindelings een mes in Amelia’s richting. Zonder dat vreselijke kind zou het misschien wel helemaal goedgekomen zijn. Dan zou Florian gebleven zijn en zou alles weer goed en mooi zijn. Zonder Amelia.
      Moedeloos zak ik ineen op de grond, het gierende geluid van de hovercraft koppig negerend. Het zachte gras kriebelt aan mijn blote rug, waar de rand van mijn shirt niet meer komt. Wel, dat ging me toch echt geweldig.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen