Foto bij Anger -84



Na het verstrijken van een aantal minuten ben ik weggegaan. Een minuut of tien heb ik nog gezocht naar mijn zwaard, dat ik had laten vallen, en wonder boven wonder heb ik het gevonden. In het zwakke licht van de hovercraft kon ik meer dan normaal in het duister onderscheiden en heb ik beide wapens terug kunnen vinden, inclusief het mes dat ik als afleiding had gebruikt.
      Daarna heb ik het grasveld de rug toegekeerd, en zo hard ik kon door het hoge gras naar de andere kant gerend. Ik hield het niet vol om het hoge tempo constant te houden, maar desalniettemin bleven nieuwe mutilanten uit en kwam ik veilig en wel aan bij de gangen. Mijn rugzak, die de hele tijd op mijn rug gezeten had, is ondertussen vrijwel helemaal leeg. Ik heb nog één zo’n kruidige koek over, een handjevol noten en een paar crackers. Van de bodem weet ik nog een appel te vissen, die ik al lopend opeet.
      De waterfles is ook bijna leeg. Waar ik het allerlaatste restje niet had willen verbruiken om de schram op mijn linkerarm schoon te maken, kan ik het al helemaal niet gebruiken voor de ernstige snee in mijn rechter. Het overgebleven restje drink ik nu op, maar de twee slokken geven meer dorst dan dat ze die lessen.
      Juist, mijn volgende stop zal het ijsmeer in de sneeuwvlakte zijn. Nadat ik de fles weer heb teruggestopt, begin ik aan de tocht. In tegenstelling tot eerder, maak ik me absoluut geen zorgen over het feit of ik gezien wordt of niet. Met nog maar elf levende tributen -waar ik er zelf eentje van was- en in het holst van de nacht vind ik niet dat ik me ergens zorgen over hoef te maken. Samuel en Florian waren achter me, Daniel ook. Chris zat ook daarergens. Nog maar zes tributen die ik tegen zou kunnen komen op dit uur. Dat is nou niet echt een bedreiging voor een Beroeps.
      Bij de Hoorn is het volkomen rustig. Überhaupt kom ik niemand tegen, hoewel de beslissing om niet via het vreemde doolhof te gaan wel moet bijdragen. De adrenaline in mijn lichaam verdwijnt langzaam maar zeker, terwijl ik me voortbeweeg. In mijn herinnering waren die gangen helemaal niet zo lang, maar in realiteit valt het toch weer vies tegen.
      Ik weet al dat ik er bijna ben, als de temperatuur drastisch omlaag gaat. Ik zie er nu al enorm tegenop, maar het moet. Mijn pas iets vertragend laat ik mijn goede hand langs de koude muur glijden, alsof het me steun biedt. De onregelmatige steen is dan wel vol hobbels en uitsteken, maar mijn hand glijdt er gemakkelijk overheen. Uiteindelijk wordt de muur me te koud en trek ik mijn hand terug.
      Aan het einde van de tunnel is wat licht te zien. Hoe zal het ook, daar in de sneeuw zal het nooit volledig duister zijn. Het kan niet later zijn dan twee uur in de morgen, dus kans op ochtendlicht is er niet.
      De wind giert om mijn oren als ik de beschutting van de gang uit ben en de gevoelsmatige temperatuur is nog erger dan ik me kan herinneren. Huiverend sla ik mijn linkerarm om mijn middel en ploeter ik door de sneeuw naar het meer. Het gaat moeilijker dan ik verwacht had.
      Mijn omgeving scherp in de gaten houdend, wacht ik tot de fles helemaal vol gelopen is. De luchtbellen uit de fles zorgen voor een ‘’blubl’’ geluid als ze het oppervlak van het water bereiken. Het kan me niet snel genoeg gaan. Deels omdat ik het niet prettig vind om zo in het open te zitten, deels omdat mijn hand er bijna af vriest in het ijskoude water.
      Zodra de fles tot de nok toe vol zit met fris, helder water, trek ik hem uit het meer en draai ik de dop erop. Vlug doe ik hem weer in de rugzak en veeg ik mijn natte hand af aan mijn broek in de hoop het gevoel erin zo snel mogelijk weer terug te krijgen.

Reacties (1)

  • Sunnyrainbow

    Ontzettend beeldend beschreven dit hoofdstuk! Kon het echt voor me zien!

    1 jaar geleden
    • ProngsPotter

      Naww thanks :3 Ik ben echt blij dat je er nog zo van geniet, dat doet me echt goed ^^ Bedankt voor je trouwe reacties <3

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen