Hoofdschuddend liep tante Sue richting de uitgang van het ziekenhuis, “ongelofelijk” mopperde ze, haar warme bruine kijkers blikte kort in mijn heldere ogen voordat ze mijn hand vastgreep.
Ik begon te zuchten, mijn tante had mij helemaal naar het ziekenhuis meegesleurd, nu we er waren, bleek de dokter die mij zou onderzoeken een noodoproep te hebben gehad. Het was wachten tot de dokter terug binnen zou komen of de dokter zou ons bellen voor een nieuwe afspraak.
Voor het laatste had mijn tante dus gekozen, “een ijsje dan maar” haar stem klonk minder klagelijk of streng ik begon te knikken en een glimlach krulde er rond mijn lippen.
“Alstublieft” antwoordde ik met een lichte blos. Ergens voelde ik me opgelucht dat ik niet bij de dokter nu hoefde te komen, maar aan de andere kant voelde het als een uitstel. Dat ik er niet onderuit zou komen.
Een kind, zoals ik, zoals hun mij zagen zou het nooit winnen. Oudere hadden altijd wel een of andere methode waarop het kind geen kant uit kon en het plan altijd wel zou werken.
“Vanille of Chocolade” de bruine ogen van mijn tante keken me onderzoekend aan, haar vinger wees naar enkele bakken gevuld met schepijs.
“Chocolade” riep ik opgewonden. Wijzend naar de bak dat het volste eruit zag. Mijn tante begon haar hoofd te schudden en de vrouw achter de counter begon te lachen.
“Een chocolade ijsje komt eraan” en begon met haar handelingen.
Vol bewondering bekeek ik hoe de vrouw het bolletje ijs op een hoorntje drukt en het tevens in de houder plaatst. Ze liep vervolgens naar de kassa waar mijn tante betaalde en ik het ijsje van haar kreeg aangereikt.
Mijn tante plaatste haar handen op mijn schouders en begeleidde me zo naar buiten richting de parkeerplaats waar de auto geparkeerd staat.
Bij de auto, lijkt mijn tante iemand op te merken, ze opende de portier voor mij liet mij instappen en sloot de deur. Vervolgens liep ze naar de persoon die ze opmerkte, een gesprek volgde en een aantal keer wijst mijn tante haar vingers naar de wagen.
De man waarmee ze sprak, wit blond kort geknipt haar, in een vreemd soort kapsel gekamd, een niet al te oud gezicht wellicht de leeftijd van mijn vader, zijn heldere amberkleurige ogen blikte in mijn prachtige oceaan gekleurde kijkers. Mijn tante zei iets waarop de man begon te knikken. Ze schudde elkaar opnieuw de hand en mijn tante maakte een aanstalten naar de wagen waarin ik al zat.
“Sorry, lieverd” sprak mijn tante nadat ze in de auto stapte.
“Waarom” vroeg ik al likkend aan mijn chocoladebol.
“Dat was de dokter die je zou onderzoeken, de afspraak is verplaatst” glimlachte ze, de auto startend reed ze langzaam de parkeerterrein af.
“Dus ik moet nog steeds naar een dokter, ook al ben ik niet ziek” mijn ogen van het chocoladebol halend. “Ja” sprak mijn tante kortaf.
“Maar ik wil niet” kwam er een octaaf hoger mijn mond uit dan ik gewild had.
“Je hebt nu niets te willen,” sprak mijn tante, ze keek me streng aan vanuit haar achteruitkijkspiegel en had een blik op haar gezicht dat vertelde dat je nu maar beter niet met haar in discussie zou gaan.
Mijn lippen krulde zich in een dunnen strakke lijn en mijn eerst zo vrolijke gezicht begon steen hard te worden. Er was iets dat mijn tante mij niet vertelde, iets dat ze verzweeg.
“Jij bent niet mijn mama” sprak ik bitter, raspend grof, het leek haast mijn stem niet.
“Ik ben niet ziek, ben niet gek, en heb geen dokter nodig” kwam er op dezelfde toon uit mijn mond.
Bij het huis liet mijn tante mij eruit, zonder ook nog maar iets tegen me te zeggen. Want ze leek geschrokken over de toon waarop ik haar tegensprak.
Schoot het huis binnen, greep mijn tas waar alles inzat wat ik nodig had en mij mee kon vermaken en floot mijn schildpad aan.
“Phyllon” riep ik, lichtelijk ongeduldig.
“Ben naar de pond” riep ik naar het dier, dat langzaam vanuit de woonkamer kwam kruipen.
“Ik ga mee” sprak het dier, traag.
Begon te knikken, greep het dier bij zijn schild en maakte een verdere aanstalten.
Achter mij was mijn tante net binnen gestapt en keek mij met een pinnend oog aan. Alsof ze wilde zeggen dat ik thuis moest blijven. Maar om heel eerlijk te zijn, wilde ik nu niet in dit huis zijn, wilde ik alleen zijn met mijn zee vriend dat mij wel begreep.
“En waar denkt u heen te gaan” was de vragende stem van mijn tante zodra ze zag dat ik de voordeur uit wilde stappen. “Uitwaaien” bromde ik, verder stappend, de buitenlucht in. De deur klapte met een dreun dicht en dat gaf mij het teken te gaan rennen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen