3 Dagen Later...



||Sue Clearwater

Het had twee dagen geduurd eer dat Nymphadora was bijgedraaid, ik had duidelijk niet met haar gevoelens rekening gehouden en er helemaal niet bij stilgestaan hoe vreemd het allemaal wel niet voor haar moet zijn.
Deze morgen was ze het vrolijke fantasierijke drukke meisje weer, zoals ik haar heb leren kennen. Vol verassingen en mysteries, geheimzinnig, maar trouw, loyaal en spreekt de waarheid.
Begrijpt sneller dingen en vangt sneller dingen op dan je zou denken.
Verbaasd door een ringend geluid, stond ik op, de telefoon.
Nog half in gedachten trok ik de hoorn van de haak en drukte vervolgens het stuk voorwerp tegen mijn oor. “Huize Clearwater, u spreekt met Sue” klonk mijn hese, ligt afwezige stem. “Goedemiddag, u spreekt met Carlisle Cullen, ik bel u omtrent een gemaakte afspraak dat verzet zou worden” weerklonk het vanuit de andere kant van de lijn.
“Goedemiddag, dokter Cullen” kwam er hees over mijn lippen.
“Op het moment heb ik geen dienst in het ziekenhuis, maar ik heb wel tijd om uw nichtje te onderzoeken zoals u gevraagd heeft, als het u schrikt” sprak de man, vriendelijk rustig maar vooral kalm en beheerst verder.
“Maar natuurlijk” glimlachte, ik een hand door mijn ravenzwarte haren halend.
“Op het moment ben ik thuis, u kunt langskomen zodra u gelegen voelt” sprak de man verder, “uiteraard, maar Nymphadora is op het moment niet thuis ze speelt in het bos bij de waterval” sprak ik wat beduusd, van het telefoontje.
“Als u het goed keurt stuur ik één van mijn kinderen, kunt u deze kant op komen en kan ik het onderzoek voortzetten” stelde de man vriendelijk voor.
“Prima” kwam er overrompeld over mijn lippen.
“Dan zie ik u over een half uur” vroeg ik twijfelend. “Tot straks mevrouw Clearwater” was de vriendelijke stem, en een afsluittoon was hoorbaar.
Ik begon te slikken, en drukte de hoorn terug in zijn haak.
Hoofdschuddend dronk ik het koude goedje genaamd koffie op en zette mijn mok in de afwasbak. Door de gang heen stappend, griste ik mijn autosleutels uit het bakje en mijn jas van de kapstok. Het huis van dokter Cullen lag verscholen in de bossen van Forks.
Hooguit, 30 minuten rijden, als je de afslag niet zou missen.


||Nymphadora Eloise Uley

Giechelend lag ik op mijn rug al drijvend in het water, mijn zeeschildpad had zich zojuist met heel veel moeite op de kant weten te krijgen. “Je had het ook kunnen vragen” giechelde ik, een schop in het water gevend zodat ik wat meer van de rand af dreef.
“Ik ben een volwassen schildpad, kan best op de kant klauteren, maakt u zich over mij maar geen zorgen. Prinses” een zucht rolde er over mijn lippen, na al die maanden dat hij al aan land was, noemde hij me nog altijd Prinses Eloise, van in plaats Nymphadora en of Doortje.
“Ja, dat weet ik wel, maar je hebt vrienden om je te helpen” knikte ik een slag met mijn armen maken zodat ik van de rotsen af dreef.
“Een schildpad heeft veel vrienden, ik ben gezegend met een vriendschap van de prinses” sprak het dier eerbiedig, ik begon te lachen.
“Phyllon, stop met het woord prinses, hier aan land ben ik gewoon Nymphadora, ik ben aan land gebonden doordat ik op land ben geboren. Al mag ik dan wel voortbestaan uit twee soorten werelden het betekend niet dat ik ook in beide werelden zou kunnen leven” sprak ik bedenkelijk.
“Ik voel me geen prinses, ben geen prinses de helft van mijn jeugd aan herinneringen moeten nog geordend worden. Er is geknoeid met mijn hoofd, ik ben half vis half weet ik wat, bezit magie en heb er het goede als het slechte van gezien” ratelde ik naar het dier.
“Dus je bent nog altijd van plan door te zetten met het plan” het dier schoof met zijn lange zolen zodat hij zich kon verplaatsen. “Ja” was mijn standvastige stem.
“Hoe wilt u dat gaan doen” daar had mijn vriend gelijk in.
Dat wist ik nog niet precies, het was volkomen logisch dat er wel kaarten zouden zijn om aan te duiden waar de gevangenis wellicht verstopt kon zijn, dat het een gevaarlijke dodelijke plek was waar er enge griezelige wezens waande. Zoals ik al gezien had in de glazen bol, waarin ik mijn vader kon zien.
De omgeving en het horen van zijn stem.
Geritsel vanuit de struiken vulde mijn trommelvliezen en het volgende moment was ik al naar de bodem gedoken, Phyllon was redelijk goed gecamoufleerd door zijn schild en de positie waar hij was gaan liggen. Het enige probleem is, was mijn spullen dat ik open en bloot op het veld had laten liggen.
Mijn blauwe marine jurk met mijn gele laarzen naast de tas.
Wie of wat er tussen de struiken door was gekomen wist ik niet, ik was tot de bodem van de pond gezakt en was er stil op gaan zitten. Boven mij waren er ook geen rimpels meer van verdere beweging te zien. Zenuwachtig, ligt nerveus probeerde ik mijn nieuwsgierigheid naar achter te drukken.
“Nymphadora” klonk er een vreemd fluweel warme stem.
Ik slikte een keer, ik kon langer onder water blijven dan menig ander mens.
Boven mij hoorde ik opnieuw beweging, iemand leek richting mijn spullen te lopen. Nu ik mijn nieuwsgierigheid niet meer kon bedrukken, gaf ik af met mijn handen en voeten op de bodem en leek ik als een raket naar boven getrokken te worden.
Mijn hoofd langzaam uit het water stekend, zwom ik zo stil mogelijk naar de rand van de pond. Een man met vreemd bronskleurig donkerblond, rood achtig haar, een lichtblauw overhemd en donkerblauwe spijkerbroek zat met zijn rug naar mij toe. Zijn witte hand gleed door de stof van mijn jurk, ineens had de man zich gedraaid en had de man mijn gevangen met zijn amber achtige kleur ogen. De zelfde kleur ogen als de meneer waar tante Sue mee gesproken had op de parkeerplaats.
Het volgende moment dat ik ontdooide hing ik in de armen van de net geklede mand, mijn tas, jurk en laarzen had hij al bij een geraapt.
Mijn wenkbrauwen rezen op en bedenkelijk, argwanend keek ik de man aan. Met mijn benen begon ik te trappelen en met mijn handen probeerde ik uit zijn greep te komen.
“Rustig, jij bent Nymphadora is het niet” sprak de man, zijn ogen opnieuw pinnend in die van mij.
“Ja” kwam er geschrokt over mijn lippen.
“Mijn vader heeft contact gehad met jouw tante Sue, ze is op weg naar ons huis en mijn vader heeft me gevraagd je op te halen” glimlachte de man onschuldig. Mijn ogen werden groter, o néé, de dokter heeft gebeld en tante Sue heeft een afspraak gepland, zonder mij in te lichten?!
Ik schudde mijn hoofd en begon wilder te bewegen, “los” piepte ik, angstig, dit voelde vreemd, raar zelfs. Maar mijn alarmbellen begonnen niet te rinkelen, dus de man moest wel de waarheid vertellen.
“Phyllon moet ook mee” kwam er verslagen zuchtend over mijn lippen, na het gezicht van de man te hebben gezien. Het stond strak, als een pokerface, een gezicht dat dwars door je heen keek.
“Maar natuurlijk” glimlachte de jongeman.
Ik greep het slapende wezen uit het gras en voor heel even merkte ik het verbaasde trek rond de lippen van de man, voordat hij me opnieuw van de grond trok. “Ik ben trouwens Edward” grinnikte de man, wiebelend met zijn wenkbrauwen.
“Je bent drijfnat, is het water niet onwijs koud” de man fronste zijn wenkbrauwen ik begon te schudden met mijn hoofd. “Néé, hoe kom je daar nou bij, het water is helemaal niet koud” mijn gezicht begon bedenkelijk te staan, en ik begon met mijn hoofd wilder te schudden.
“En nee, ik heb het ook nu net koud” mijn lippen in een lichte glimlach.
“Hm, ik zou het wel koud hebben” grijnsde de man, waarop ik begon te lachen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen