De dagen die daarop volgde had ik vreemde moodswings, dan was ik heel erg vrolijk en dan voelde ik me weer verschrikkelijk down. Het had te maken met Henry, we hadden na het gesprek over de portofoon geen contact meer met elkaar gehad en ik voelde me er best wel schuldig over. Ik had helemaal geen rekening gehouden met Henry zijn gevoelens.
Was volkomen gefixeerd op het vinden van de kaart.
Enkele minuten geleden had ik geprobeerd Henry op te roepen, maar zijn Portofoon staan uit en ik kreeg het vermoeden dat hij nog in de klas zat. Een zucht rolde er over mijn lippen, mijn tante had de vriend over laten komen. Ze vond het nu geen goed idee om naar Forks te gaan, om bij de man te logeren, nu dat ze in afwachting was van mijn resultaten, van de dokter.
“Dus je broer blijft nog voor lange tijd weg” was de warme maar vooral nieuwsgierige stem van de man genaamd Charlie. “Ja, onbepaalde tijd,” knikte mijn tante haar ogen gleden naar mij. Ik was op de bank gekropen met mijn boek en schildpad.
Dat vond de man ook zo vreemd, wie gaf zijn kind nou een schildpad als huisdier.
Nou mijn grootvader, en ik was gek op het dier, ook al is het een erg slecht bewaker.
“Scholing, heb je daar hulp bij nodig” Charlie ging maar door met zijn vragenvuur, en mijn tante haalde vervolgens kort zuchtend haar schouders op. “Voordat Nymphadora naar een openbare school kan zou ik eerst haar niveau moeten weten, Lucas heeft me daar niets over verteld,” verwoorde mijn tante, bedenkelijk.
Ze kon de man moeilijk vertellen dat ik vervloekt was en niet ouder zou worden lichamelijk, geestelijk wellicht wel. Zo goed als, geestelijk wel want ik was slimmer dan andere kinderen die de leeftijd hadden van mijn lichaam. Had andere gevoelens, soms ander soort gedachten. Ook al lijk ik in gedrag soms nog op een kind.
Was vervloekt, dus ik kon genieten.
Er zou geen jongen in de wereld wezen dat een meisje zoals mij zou leuk vinden. Meer dan leuk, want het moet een True Love Kiss wezen, om de vloek te verbreken. Iets wat héél erg raré is en jaren zou kunnen duren. Eeuwen zelfs, als ze Aurora mogen geloven.
“Je zou Carlisle Cullen kunnen vragen, hij is erg goed als dokter en heeft erg veel takken bestudeerd” sprak Charlie trots, vooral vier over de man. De arts dat mij enkele dagen geleden onderzocht had, zomaar bloed had genomen.
Zijn zoon Edward vond ik wel aardig, al leek de puber eerder tegen het man zijn aan te zitten en misschien al wel geestelijk daar te zijn. Zoals ik, in begin tiener stadium, lichte puber zoals mijn vader me begon te beschrijven, voordat hij gevangen werd genomen en ik bij mijn tante moest wonen.
“Misschien. Koffie” vroeg ze de man.
“Lekker” antwoordde de man, zijn bruine kijkers gleden naar mijn Oceaan gekleurde. Voor korte duur leek de man mij proberen te lezen vooral hij een knipoog schonk en begon te glimlachen. Ik begon te giechelen, “mag ik buiten, spelen” mij naar mijn tante toedraaiend.
Haar hoofd draaide naar het raam, “het regent lieverd” ze gebaarde naar de regendruppels op het raam. En een pruillip verscheen er op mijn gezicht.
“Straks wordt je ziek” ik schudde mijn hoofd, “buiten spelen, maakt mij niet uit dat het regent” zuchtte ik, dit kon een lange strijd worden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen