Het duurde even voordat ik in de juiste richting was gevlogen, de grijze dikke wolkenmassa begon te verdwijnen en de heldere sterrenhemel kwam in zicht. Precies wat ik nodig had, al wist ik niet hoeveel kilometer ik al gevlogen had. Was niet bekend in Forks, in het plaatsje La-Push al een klein beetje, maar nog niet voldoende.
Na bijna een uur gevlogen te hebben, de kleine beer gespot te hebben liet ik mij op een huis midden in het bos landen. Mijn voeten raakte voorzichtig de dakpannen, maar mijn evenwicht leek niet mee te werken doordat ik nog altijd onder het elfenstof zat.
Met een doffe dreun alsof de kerstman op je dak land, land ik dus ook op het dak.
Voor even blijf ik stil zitten, laat mijn blik afglijden naar verdere geluiden. Maar in het huis was het stil al stonden de lampen aan. Mijn hoofd draaiend naar de kleine beer, mezelf recht drukkend probeer ik mij te oriënteren.
30 Kilometer ten Noorden van Forks, onberekende kilometers naar het Westen.
Erg behulpzaam maar niet heus.
Wat ik wel wist is dat de kaart erg oud is en niet bepaald op een kaart lijkt. Als Henry zijn beschrijvingen kloppen. Na wat te aarzelen, steeg ik langzaam op en vloog ten Westen. Lager om het gebied te kunnen onderscheiden. Een aantal rondjes door het bos niets vreemds te ontdekken vloog ik richting het dorp.
Langs huizen vliegend waar het overal donker was, stuitte ik op een vreemde rare steen dat uit leek te steken uit een stam. Mijn wenkbrauwen fronste, was dat het? Ik daalde en begon aan de steen te trekken dat zich vast had gezogen in de boomstam.
Na wat wrikken en trekken schoot de steen los en kon ik het exemplaar bekijken.
Vreemde gebeitelde kartels zaten er in de steen, gekrabbelde rune wat vast en zeker verteld wat het doet. Ik stopte de steen in mijn tas en steeg op.
Vliegend over de toppen van de bomen, voelde ik me vrij zoals ik me vrij voelde in het water.
Dit was voor mij gewoon, net als de magie.
Verderop was het dak waar ik eerder op was geland, verschillende lampen waren uit, maar her en der was er nog wel een lichtbundel te zien, want een schermerlamp. Ook die mensen maakte zich dus klaar om te gaan slapen.
Om uit te rusten liet ik mij opnieuw op het dak landen, dit keer zachter.
Ik had de kaart, of toch dat hoopte ik.
Het leek heel erg op wat Henry beschreef en het zag er ook mysterieus uit.
Ijskouden handen hadden mij ineens uit het niets vast gegrepen en een lijkwit gezicht met amber kleurige ogen, halflang blond haar, een man. Mijn ogen waren groot, zo groot dat het voelde alsof ze elk moment uit mijn hoofd zouden rollen.
Ik wilde wel gillen en schreeuwen maar ik kon het gewoon niet.
Alsof ik door iets werd tegen gehouden. Met een sprong stond de man met mij onder zijn arm op een tak van de boom en een volgende sprong enkele takken lager totdat de man de grond benaderde. Hij stug zonder ook maar een woord te reppen doorliep naar de voordeur.
Totdat de voordeur mij bekend voor kwam.
Een piep verliet mijn mond.
“Ben niet ziek” begon te spartelen maar de man was te sterk. Het licht vanuit het huis leek nogal fel tegenover de donkere buitenlucht. Ik knipperde een aantal keer, voordat ik in een andere positie zat en niet meer in een of andere arm klem als handtas.
“Jasper” was er een vragende stem.
“Heb ik op het dak gevonden, al vraag ik mij af hoe ze daar gekomen is” mompelde de man met een vreemd Texas accent. Mijn wangen begonnen te kleuren en mijn lichaam voelde ik rillen, ogen voelde ik op mijn branden.
“Nymphadora” klonk de vragende stem van Edward.
Gelijk draaide ik zoekend mijn hoofd, bij de piano zat de jongeman. Zijn wenkbrauwen gerezen, en zijn blik zo streng als dat mijn vader zou trekken als hij een antwoord wilde. Een brok slikte ik uit mijn keel, mijn wangen voelde ik gloeien.
Ik was betrapt, ik hoopte maar dat Henry’s zoektocht beter verliep dan het mijne.
“Wat deed je op het dak, dat is erg gevaarlijk” was er een andere stem, de stem van de dokter.
“Bijkomen” mompelde ik, zuchtend.
Gekraak van mijn Portofoon volgde en dat gaf mij meer dan genoeg reden het apparaat uit mijn tas te trekken. “Doortje” was de stem van Henry gehaast. Gegil volgde en gelijk erna, “jij zoekt de volgde” snauwde Henry waarop ik begon te lachen. “Al gevonden, je bent traag. MILLS” plaagde ik de jongen, een grote grijns sierde mijn lippen.
“Wat je hebt de kaart” zijn verbazing kon die niet eens terug drukken.
“Ja, het was niet helemaal zoals jij zei, het was wel 30 kilometer vliegen maar hij was niet in het bos, ze heeft hem laten vallen in een straat. Een oude boom waar ik hem uit heb moeten trekken” ratelde ik het verhaal op.
“Ow en ik ben betrapt” verzuchtte ik zachtjes verder door het apparaat heen.
“Betrapt op wat, wat hebben ze gezien” was gelijk het vragenvuur.
“Ben van het dak geplukt” de lachende stem van Henry volgde, luid zo luid dat ik van boosheid de Portofoon uit draaide en hem in mijn tas propte.
“Was dat je vriend” was de ste, van de dokter waarop ik knikte. “Mijn beste vriend” verbeterde ik de man. “En wat waren jullie twee aan het doen,” de man leek het er niet bij te laten zitten. “Dat heb ik al gezegd tegen Seth” knikte ik glimlachend.
“Dan mag je het nog een keer vertellen tegen ons” was de strenge stem van Edward, dat mij ineens leek over te nemen van de man genaamd Jasper. Ik slikte kort.
“Dat kan ik niet want jullie zullen er niets van begrijpen, zelfs Seth kan het maar moeilijk verwerken, tante Sue al helemaal die ziet nu overal spoken” ik haalde mijn schouders op. De man keek mij door dringend aan, “we kunnen wel wat hebben” sprak hij aanmoedigend.
“Korte versie,” mijn wenkbrauwen fronste, ik moest bepaalde stukken gewoon weglaten, ze zouden het toch niet begrijpen. Je moest het echt met je eigen ogen zien, zo ging dat altijd bij volwassene. Ander zouden ze het toch maar als fantasie afschepen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen