Foto bij Sessie 7: Het monster van Lipidstadt

- Gebaseerd op een waargebeurde Pathfinder campaign -

Het leek mij onverstandig om een ondode skeletton troll en ondood paard mee de stad in te nemen. Toen we aankwamen bij de poorten van Lipidstadt liet ik ze dan ook achter en sprong bij de anderen de kuifkar in. Mijn skelettons zouden zich zweer bij mij voegen als ik zou fluiten. Hogere, houten huizen uit Victoriaans tijdperk omcirkelden een marktpein waar verschillende kraampjes stonden, dat bracht ons gezelschap blijkbaar op een idee. De anderen sprongen uit de kar en begonnen hem tot marktkraam om te toveren, verbouwereerd en geïrriteerd keek ik vanaf een afstandje toe. Ik zag hoe Elfenmeisje met haar magie beplantingen over de geïmproviseerde marktkraam liet groeien die de letters vormden D-R-A-K-E-N-I-T-E-M-S. “Ik ga een zwarte markt zoeken!” riep Brock enthousiast uit. “Misschien kunnen we er dan nog meer geld voor krijgen!” Elfenmeisje liep met hem mee, Baardmeneer en Mevrouw Dood bleven achter bij de kar.
“Drakenspullen! Drakenspullen! Koop hier uw drakenspullen! Brulde Baardmeneer over het plein. Ik ging zitten op de stenen rand van de fontein en keek toe hoe een dappere student weifelend naar de kraam toekwam. Ik hoorde hoe Mevrouw Dood kil begon te lachen toen hij zei dat hij onvoldoende geld had en haar blijkbaar voorstelde om haar in natura te betalen. Nadat de student afgedropen was bleef het stil bij onze kraam, op de uitroepen van Baardmeneer na.
Na zo’n halfuur kwamen Brock en Elfenmeisje terug met een hele buidel munten en vertelden ze dat ze kopers hadden gevonden voor al onze drakenspullen. Ook hadden ze een bod gekregen op de manticore welp, maar hadden de deze te laag gevonden en daarom afgeslagen.
Na alle drakenklauwen, vleugels, schubben en tanden die nog in de huifkar lagen te hebben verkocht besloten we de nep professor mee te nemen naar zijn universiteit, om het geld voor zijn boeken te innen.



Aangekomen bij het gigantische universiteitsgebouw beklommen we het stenen bordes. Eenmaal binnen volgden we de professor de trap op. “Wat in hemelsnaam?...” mompelde de nep-professor toen hij zag dat één van de deuren compleet uit zijn scharnieren was gescheurd. Hij liep de kamer binnen vol grote vitrinekasten aan de wanden. “Malinda!” riep hij, alvorens zijn vrouw om de hals te vliegen. “Ik ben terug! Wat is hier gebeurd?” vroeg hij toen geschrokken, met een blik op de kapotte deurpost en houtsplinters op de grond.”Er is vanochtend een monster naar binnengestormd!” riep zijn vrouw gespannen uit. “En hij heeft een beeldje gestolen!” ze wees op een lege plek in de vitrinekast, waar de afdruk van waar het beeldje had gestaan nog zichtbaar was in de laag stof. “Ein moenster?” vroeg ik terwijl ik op de vrouw afstapte. Ik zag een flikkerende angst in haar ogen, bij het zien van mijn hoorns en puntige hoektandjes. “Uhhh... Uhhh ja.” stotterde ze. “Een gigantisch grijs monster!” “En waar ies dat monster nu dan?” vroeg ik haar. “In het gevang.” antwoordde ze. “Ze hebben hem meegenomen en opgesloten, hij wordt morgen berecht voor de vele moorden en branden die hij gepleegd en gesticht heeft. Ze zijn al lang naar hem opzoek” “Oh.” antwoordde ik verbaasd. Vanuit mijn ooghoek zag ik Brock de vitrinekast waarin het beeldje had gestaan inspecteren met een vergrootglas. Het zag er grappig uit om hem zó gefocust te zien, met één gigantisch uitvergroot oog. Een glimlach speelde om mijn lippen. Toen viel mij blik weer op de nep-profesor en zijn vrouw. “En hoe zit het met die boeken? Naar wie moest je die brengen?” “Naar de rechter.” antwoordde hij. “En waar kunnen we de rechter vinden?” “Bij het gevang, een groot gebouw aan het plein. De onderste verdieping is van steen en de bovenste 3 van hout. Er hangt een gigantische klok aan.” “En...” voegde zijn vrouw eraan toe. “Er staat een gigantische houten man voor het gebouw, ook wel een wickerman genoemd. De stedelingen zijn vanochtend direct begonnen met bouwen toen ze hoorden dat het monster gevangen was. Ze willen hem daarin opsluiten en de wickerman aansteken, zodat het monster levend verbrandt en voldoende boete doet voor al zijn misdaden. ” “Luguber.” mompelde ik afwezig terwijl mijn oog viel op Elfenmeisje die aan alle ramen aan het trekken was. “Hej, dit raam kan niet op slot!” hoorde ik Elfenmeisje roepen. Brock sprong erop af en inspecteerde het raam met zijn vergrootglas.
“Weet jij wat dit voor boek is?” Ik haalde het magische boek dat de nep-professor af moest leveren bij de rechter uit mijn tas en overhandigde het aan zijn vrouw. Ze sloeg hem open en bekeek het boek geconcentreerd. “Nee, geen idee.” zij ze toen ze hem dichtsloeg, ik nam het boek weer van haar over en borg het veilig op in mijn tas. Ik zag de nep-professor er hebberig naar kijken. “Kom.” zei ik tegen mijn metgezellen, “naar de rechter en ik wil dat monster bekijken.”
Bij de gevangenis bluften we onszelf naar binnen en kwamen oog in oog te staan met hét monster. Het leek wel een soort monster van Frankenstein. Losse lichaamsdelen en stukken huid waren met ruwe steken aan elkaar genaaid. We probeerden met het monster in gesprek te gaan, maar zoals de bewaker ons al zei, leek het monster niet te kunnen spreken en ons tevens niet te kunnen begrijpen. “Nee Dodo!” riep Elfenmeisje toen haar huisdier tussen de tralies door sprong, bij het monster de cel in. “Huhhahhhh...” mompelde het monster tevreden voordat hij de dodo oppakte om hem te aaien. “Pfoe.” hoorde ik Elfenmeisje gerust zuchten.


We lieten het monster en Dodo samen achter en gingen terug naar boven, om de rechter te zoeken. De bewaker die ons beneden in de gaten had gehouden bracht ons naar de beste mevrouw toe. We ondervroegen haar over het monster, waarna zij ons vertelde over de moorden en brandstichtingen die hij waarschijnlijk had gepleegd. Waarschijnlijk, want men wist niet zeker of hij schuldig was. Detectives hadden de moeite nog niet genomen om de zaak te onderzoeken, omdat het uiterlijk van het monster de meeste mensen al overtuigde van zijn schuld. Als de onschuld van het monster morgen niet zou zijn bewezen, zou het monster in de wickerman worden gestopt en levend worden verbrandt. Mijn moreel besef borrelde op, dat arme wezen, veroordeeld om zijn uiterlijk? Men had geen er enkel bewijs voor dat hij de gruweldaden had gepleegd en nu moest hij het toch met zijn leven bekopen? We kwamen snel tot de overeenstemming dat wij met zijn vijven op onderzoek uit zouden gaan en de onschuld of schuld van het wezen zouden bewijzen. De rechter vertelde ons over de daden waarvan het monster werd verdacht, benoemde de locaties waar wij naar aanwijzingen moesten zoeken.
Voordat we naar deze locaties vertrokken bevroeg ik haar nog over de boeken, van de nep-professor, die hij haar had moeten brengen. Gretig keek ze naar de exemplaren die ik in mijn hand had. We kregen niets uit haar los, behalve dat het magische boek behoorde tot een geheimzinnige orde, waar wij volgens haar niets van af mochten weten. We maakten een prijsafspraak voor onze diensten en de boeken, die we later bij haar in zouden leveren, en vertrokken op onze zoektocht naar aanwijzingen.


Na een klein uurtje met onze huifkar te hebben gereden kwamen we aan bij een klein dorpje met schattige houten huisjes. We stapten hier op een man af die buiten aan het werk was en ondervroegen hem over het monster. “Ik heb hem zelf gezien!” riep de man uit. “We hebben hem opgejaagd met hooivorken en fakkels, richting het meer.” hij wees in de verte naar het water. “Hij sprong het water in en toen dachten we dat we hem kwijt waren, maar opeens zagen we een gigantische karper opspringen! Hij had het monster vastgebeten in zijn schouder en slingerde hem zo naar de andere kant van het meer! Een regen van bloeddruppels achterlatend. Ik denk dat dat monster er flink aan toe was en daarna hebben we hem niet meer gezien.” Interessant, dacht ik bij mezelf. Het monster dat wij hadden gezien in het gevang leek geen verwondingen aan zijn schouder te hebben. “Ik hoor dat hij nu in de gevangenis zit?” Ging de man verder, “Dat hij morgen wordt berecht! Terecht. Hij heeft onze buren vermoord in hun eigen huis! En hun lichamen waren nergens meer te vinden, alleen bloederige sleepsporen...” “Sleepsporen?” vroeg ik hem. “Koenden jullie eruit herleiden naar welke kant ze oepgesleept waren?” “Ja, kom maar kijken.” We liepen de man achterna naar een hutje verderop waar hij de deur voor ons opende om ons binnen te laten. Buiten zagen we al sporen van opgedroogd bloed, binnen was het bloed opgespat tegen de keukenmuur. “Het lijkt wel of de lichamen richting het meer gesleept zijn.” hoorde ik Elfenmeisje zeggen. “Dat zou zeker kunnen.” antwoordde de dorpeling. “De andere sporen leken ook die kant op te gaan.” “Kom, laten we dat meer dan eens gaan verkennen.” zei Brock.


De vriendelijke man voer ons in een bootje het meer op. “Laten we bij dat eiland daar gaan kaiken.” zei ik toen ik hem in verte op zag doemen. Onze schipper vertelde ons dat het eiland diende als begraafplaats voor het dorp. Eenmaal aangekomen zagen we dan ook een flink aantal grafstenen. Ik liep er langs en las de inscripties, op zoek naar aanwijzingen. “Zooooonnnn!” bulderde het vanuit de lucht. Ik maakte een sprongetje van schrik en trok direct mijn mace. Met grote vleugelslagen zagen we een gigantische manticore aan komen vliegen. “Zoon!” bulderde hij nogmaals laag grommend. - Wjaahhh! - kraaide de manticore welp terug die Elfenmeisje bij zich had. Oh oh... Een boze vader.... Voordat we erg in hadden schoot er een dozijn vlijmscherp staartpunten op ons af. “Aahhhhgrrr!!” Baardmeneer stortte ter aarde, 3 dikke stekels staken uit zijn romp en been. In Azathoths naam! Zo snel ik kon rende ik op Baardmeneer af om te zien of hij de vergassingsaanval had overleefd. De anderen zette de aanval op de manticore in. Ik hurkte bij Baardmeneer neer en voelde zijn pols, hij had nog een hartslag! Ik concentreerde mij en legde mijn handen op zijn lichaam, in gedachte bad ik tot Azathoth. Mijn ogen hield ik gesloten, achter mij hoorde ik woeste brullen van de manticore, zware klappen van Brocks zwaard en het gezoef van Elfenmeisje haar spreuken. - Huuuuuuhhhhh! - hoorde ik Baardmeneer zwaar inademen en toen ik mijn ogen weer opende zag ik dat de drie stekels waren verdwenen en dat de bloedende wonden waren genezen. Gedesoriënteerd knipperde Baardmeneer met zijn ogen. Ik dankte Azathoth, sprong op en draaide me om om mij in het gevecht te mengen toen - Waaaam! - de manticore vader klapte met een doffe dreun tegen de grond en bleef roerloos liggen. Onze vrienden hadden het klusje ook zonder onze hulp al weten te klaren. - Pfoee! - hoorde ik de anderen uit staan hijgen terwijl ik mij naar het dode lichaam van de manticore begaf. Ik legde mijn handen op zijn stekelige leeuwenkop en riep Azathoth aan. Er gebeurde niets. Misschien had het redden van Baardmeneer mij teveel kracht gekost.

Ik liep verder naar de andere kant van het eiland. “Jongens! Hier ies een boot!” De anderen kwam naar me toe om de kleine sloep te bewonderen. Brock sprong erin, het luidde gekraak deed mij vermoeden dat de houten sloep zou breken, maar dat gebeurde niet. “Wat zijn dit voor spullen?” Brock viste een tas uit het bootje en keerde hem onderste boven. Ik bukte me om ze op te pakken. “Diet lijkt wel een schort?” mompelde ik. “En diet?” het zalmroze lapje voelde lerig aan. “Een masker?” vroeg Baardmeneer. Ik hield het voor mijn gezicht. - Hooooohhhh! - Hoorde ik onze schipper. “Dat is de jager!” riep hij verschrikt uit. “Het gezicht van de jager!” Oej, dat is pas macaber dacht ik bij mijzelf, toen ik het lapje beter bekeek en het inderdaad afgesneden huid bleek te zijn. “De jager woonde in de bossen hieromheen, niemand kende hem echt goed.” vervolgde de man huiverend. “En dat schort... Een soort slagersschort?” dacht ik hardop na. “Gebruikt om mensen te villen?” Ik zag Elfenmeisje rillen van afschuw en stopte beide items terug in de tas. Ik zou ze meenemen als bewijslast voor het gerecht. We gingen terug naar de boot en kwamen daarbij opnieuw langs het gigantische manticore lijk. Zo zonde, dacht ik bij mezelf... Toen kwam een idee in me op, ik knipte in mijn vingers en het lijk zweefde een stukje op van de grond. Ik liep naar het bootje en het lijk zweefde achter me aan. Ik vond het een mooi gezicht. Zo’n majestueus wezen, het was net alsof hij zelf vloog, zonder zijn gigantische leren vleugels te hoeven bewegen. We voeren terug over het meer, met de door mij geclaimde trofee achter ons aan. Terug aangekomen bij het dorp stuurde ik de manticore de huifkar in, waar hij met een plof in neerviel.


De volgende locatie die de rechter ons beschreven had betrof een afgebrande hospis, vlak bij de grote stad zelf. Het was al laat dus we besloten eerst wat slaap te pakken in de huifkar. De ochtend erna plaatste ik mijn handen op het manticore lijk en riep Azathoth aan. Ja hoor, het vlees viel spontaan van zijn botten en mijn skeletton rees op. Ik lachte en aaide mijn nieuwe compagnon zelfvoldaan over zijn bottenkop.
Op onze weg naar het hospis kwamen we langs een dertiental graven. Hoopjes zand met een houten kruisje er achter. Van het hospis zelf was weinig meer over dan de zwartgeblakerde muren van de begane grond. Na een korte zoektocht vond Elfenmeisje er een metalenkiste. Toen ze hem niet open kreeg haalde ik een metalen koevoet uit mijn tas, mijn manticore skeletton zette er kracht op en brak het doosje zo open. Er dwarrelde vergeelde papieren uit waarop de meeste tekst onleesbaar was geworden, woorden die we er nog wel uit konden opmaken waren “Vorkstag en Grine bleekfabriek” en “chantage”.
“Hier is nog een kelder!” riep Baardmeneer even later. We liepen de kelder in en aanschouwden een bijzonder tafereel. Maar liefst dertien hoofden, vastgeprikt op houten staken stonden keurig op een rij in de zandbodem geprikt. Op de grond lagen heel wat kapotte glazen flesjes waar ook weer die naam opstond “Vorkstag en Grine bleekfabriek”. Er stonden verder een heel aantal vaten in de kelder, maar die bleken leeg. “Wat een lelijkerds.” Brock ging door zijn hurken om de hoofden van dichterbij te kunnen bekijken. “Ze zijn helemaal verschrompeld. We moeten ze meenemen!” riep hij toen uit. “Nee joh, we moeten de plaats delict intact houden.” antwoordde ik hem terug, de andere waren het met me eens en we gingen terug naar buiten. Ik zuchtte diep toen ik Brock naar buiten zag komen met vier staken met verschrompelde hoofden in zijn handen.
Op de terugweg kwamen we weer langs de dertien graven. Hmm... Dertien... We stapten bij de huifkar om op nader onderzoek uit te gaan. “Zouden hier de lichamen dan liggen? Die horen bij de hoofden?” vroeg ik mijzelf hardop af. De anderen haalden hun schouders op. Ik vloot en mijn manticore skeletton begon één van de graven open te graven als een hond. Leeg. Apart. We dichtte het graf en begaven ons richting de rechtbank.


We kwamen vlak voordat de rechtszaak zou beginnen aan. De vrouwelijke rechter zat al op haar plaats, naast twee mannelijke collega’s die druk met elkaar aan het fluisteren waren. We lichtte de vrouw in over wat we hadden ontdekt. We vertelden over de schouder van het monster, die compleet open had moeten liggen na het gevecht met de reuzen karper, terwijl het monster beneden in het gevang geen schrammetje had. We lieten de op het eiland gevonden tas zien met daarin een schort en het gezicht van de man die “de jager” werd genoemd. Brock zwaaide de gekrompen hoofden voor haar neus en vertelde dat de dertien graven leeg waren. Dat laatste was logisch, antwoordde zij, de lichamen waren nooit gevonden dus de graven dienden een symbolische functie. Toen we Vorkstag en Grine bleekfabriek en chantage benoemden vertelde de rechter ons dat die fabriek zich even verderop in de stad bevond. We besloten er een bezoek aan te brengen.


“Oké, hoe pakken wie diet aan?” vroeg ik toen we voor het gigantische, beveiligde hek van de fabriek stonden. “Zonder goede smoes laten ze ons echt niet binnen.” zei Elfenmeisje bedachtzaam. “Iek kan mijzelf weer vermommen, als een nette zakenvrouw bijvoorbeeld, een investeerder die geïnteresseerd zou zijn in hun product?” Ik keek streng naar Brock. “Maar dan moet je niet weer achter me aankomen, zoals toen ik vermomd was als rijke prinses, dan vallen we door de mand.” “Jawel, ik ga mee, ik ben je bodyguard!” riep Brock uit. Nou vooruit dan dacht ik, mocht het tot moeilijkheden leiden dan was het ook prettiger om niet alleen naar binnen te hoeven. “En wij gaan onzichtbaar!” riep Elfenmeisje verrukt uit voordat ze haar Invisibility Sphere opriep en zijzelf, Mevrouw Dood en Baardmeneer eronder verdwenen. Ik sprak Diguise Self uit en belde aan. “Waaat?!” klonk het even later vijandig vanuit een raam. Ik zag er een klein, lelijk mannetje met haakneus uithangen. “Goededag Meneer, iek ben Mathilda del la Rouge, groot investeerder en geïnteresseerd in uw product.” antwoordde de deftige dame in donkerblauw mantelpak bij het hek. “Ik hoef je geld niet, ga maar weg!” riep de kerel haar terug. “Wie had het over geld?” antwoordde de vrouw met haar knotje en bril geniepig. “Oehhh... Wat heb je dan in de aanbieding?” Ik had zijn interesse gewekt. “Van alles,” antwoordde ik hem, “een heuse manticore welp bijvoorbeeld. Komt u toch naar beneden en laat mij binnen, dan kunnen we rustig praten. Zo over straat schreeuwen, dat ies toch niets voor een dame als iek.” De gnome verdween bij het raam, we hoorden even later gestommel en de gigantische voordeur ging open. Het mannetje draaide de deur achter hem in het slot en kwam naar het hek, wat hij voor ons opende. Ik ging Brock voor naar binnen en Brock bleef een tijdje in de opening staan om tijd te rekken, zodat de anderen ongemerkt mee naar binnen konden glippen. Daarna sloot de gnome het hek achter zich en draaide ook deze weer op slot. Ik stapte af op de voordeur, “Laat u mij binnen meneer....” “Vorkstag.” antwoordde hij, “Nee, we kunnen hier ook praten. Dus een manticore welp zeg je.” “Wat is dat nu?” antwoordde ik boos, “Laat u een dame zomaar buiten in de kou staan? Zo kunnen we toch geen zaken doen.” “Wat heb je nog meer voor me?” vroeg Vorkstag greterig. “Meneer toch, ik weet nog niet eens wat voor producten u precies verkoopt. U heeft mij nog niets verteld over uw bedrijf.” Brock had er blijkbaar genoeg van en greep de gnome bij zijn keel “Laat ons binnen dwerg!” gromde hij woest. “Ahhhrrr! Pablo! Pak ze!” gilde de gnome uit. - Woef woef woef !! - Een vleeshond rende vanuit zijn hondenhok op ons af. Brock liet de gnome zakken maar hield hem nog steeds vast bij zijn keel, terwijl hij met zijn andere hand zijn zwaard trok en op de aanstormende hond inhakte. Ook Baardmeneer mengde zich in de strijd, hij werd weer zichtbaar zodra hij een bom gooide. “Charm!” hoorde ik Elfenmeisje terwijl ze vlak naast me verscheen, haar handen op de schouder van de gnome. Direct verzachtte zijn blik en begon hij dom te grinniken. “Roep je hond terug!” beval ik hem. “Huh?” hij draaide zich om, “Oh, natuurlijk! Pablo! Teruggg!” woedend wees hij de hond zijn hok. De hond droop braaf af. “Aaahhhhggrrr!” Brock rende er achteraan en gaf de hond een klap met zijn zwaard. “Jaahhh!” ook Baardmeneer gaf de strijd niet op de rende met bommen in de aanslag achter het brave beestje aan om hem verder te pijnigen. “Hou op!” schreeuwde ik. “Dat arme beest deed alleen wat zijn baasje hem opdroeg!” “Ja hou alsjeblieft op!” gilde Elfenmeisje in paniek. Brock en Baardmeneer bleven de niet terugvechtende hond aanvallen. Ik had er genoeg van, ik stormde woedend op Brock af en mepte hem zo hard als ik kon met mijn vlakke hand in zijn gezicht. Woest siste ik mijn puntige tiefling tanden naar hem bloot, als een venijnige slang. “Ben je gelemaal gek geworden?!” riep ik furieus naar hem uit. Elfenmeisje kwam naast me staan, tussen Baardmeneer, Brock en de hond in, die ondertussen zijn hondenhok bereikte en zich daar jankend in terugtrok. Met een laatste grom draaide ik beide malloten de rug toe en ik liep naar het hondenhok, misschien moest ik dit arme wezen genezen. De vleeshond had echter geen behoefte aan mijn aandacht en blafte me boos toe, hij red het wel dacht ik bij mezelf. Zonder Baardmeneer en Brock nog een blik waardig te keuren liep ik langs hen heen naar Vorkstag, van wie ik de sleutels afpakte. Ik opende de gigantische voordeur en liep naar binnen. Vorkstag en de anderen volgden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen