Foto bij H80: Deuren met namen ~ Nick

“Nee, niet weer”, kreunde ik gefrustreerd toen ik weer een gang met deuren zag. Nadat ik die laatste steek in mijn hoofd had gekregen, was het even zwart geworden voor mijn ogen. Toen ik weer wakker werd, was ik in een zwarte kamer beland met één deur, die ik had geopend. Die kwam dus uit op een gang met oneindig veel deuren en telkens als ik een zijgang insloeg, waren er nog meer deuren. “Khana! Qiuri! James!” riep ik, maar mijn stem galmde enkel kil doorheen de gang. De witte gangen met bruine deuren maakten me gek, maar opeens merkte ik iets op. Boven elke deur stond er een klein bordje met woorden. Aandachtig bekeek ik er eentje, waarna ik mompelde: “… Anna Edison…” Toen ik naar nog enkele andere bordjes had gekeken, merkte ik op dat het allemaal namen waren. Duizenden… nee, miljoenen deuren met elks een naambordje. Wat had dit te betekenen? Waar was ik in godsnaam beland?

Doelloos dwaalde ik door de oneindige gangen. Ik had er genoeg van en begon te lopen. Mijn benen begonnen te branden en ik begon moe te worden, maar nog steeds zag ik enkel gangen en deuren. Gefrustreerd schreeuwde ik de longen uit mijn lijf en zakte toen hijgend op mijn knieën. Wat was dit? Ik werd gek… Zo bleef ik even op de grond zitten, maar stond daarna met tegenzin weer op. Weer begon ik te wandelen, maar keek nu naar de bordjes. Opeens zag ik dat naast een bordje iets op de muur geschreven was. Het geschrift was vreselijk en amper leesbaar, dus ik moest mijn best doen. Op het bordje was de naam, ‘Eva Aimar’, doorstreept, maar wat daarnaast stond…? Afwisselend ging ik wat verder of dichterbij staan en opeens had ik een goede afstand gevonden. Mijn hart sloeg echter een slag over toen ik doorhad wat er stond. Wat? Keer op keer las ik de twee woorden opnieuw, maar ik kon er niet naast kijken. Het was duidelijk: er stond onmiskenbaar Khana Davis.

Ik bekeek de deur nog eens beter. Het leek alsof hij al vaker gebruikt was dan andere deuren, maar bij deze deur zag ik duidelijk dat hij geforceerd was. Het hout was wat versplinterd en ik legde mijn hand op de deurknop. Er gebeurde echter niets, dus draaide ik de knop om en opende de deur. Meteen kwam ik in een donkere kamer terecht en voorzichtig liep ik verder. Plots klapte de deur achter mij dicht en gespannen keek ik om, maar er gebeurde niets. Weer keek ik om mij heen en het viel mij opeens op dat er zich langzaamaan kleine lichtjes aan het vormen waren. Het leken net vuurvliegjes en niet veel later was ik door duizenden lichtjes omringd. Ik besloot maar om een lichtje uit te kiezen en voorzichtig strekte ik mijn hand ernaar. Het lichtje scheen wat feller en toen ik het aanraakte, had ik het gevoel dat ik ergens in werd gezogen. Mijn omgeving veranderde zo snel dat ik er duizelig van werd en ik sloot mijn ogen, om ze pas weer te openen toen ik het gevoel had dat alles in orde was.

Ik zag overal vuur. Het vuur deed me niets, maar heel de kamer stond in lichte laaien. Een balk viel naar beneden en ik hoorde iemand hoesten. Meteen wandelde ik op het geluid af en zag een meisje met een doek voor haar mond. Hoewel ze 14 leek en haar kledij voor een groot deel gescheurd en verbrand was, kon ik in haar duidelijk Khana herkennen. Ze huilde en keek doodsbang naar de vlammen voor haar. “Papa! Maria!” schreeuwde ze en begon weer te snikken. Het vuur kroop op haar af en ze drukte zich plat tegen de muur. Opeens spatte het glasraam naast haar uiteen en al gillend kromp ze ineen. Een vage gedaante sprong de kamer in en tilde haar op, om dan terug door het raam te springen. De rook was te dik voor mij om te zien wie het was en het laatste dat ik hoorde, was hoe Khana gilde. Toen vervaagde de omgeving weer en stond ik terug in de donkere kamer met lichtjes. Verward keek ik naar alle andere lichtjes om mij heen. Waren dit… herinneringen?

Twijfelend raakte ik een ander lichtje aan en weer veranderde de omgeving. Nu stond ik in een donkere gang, maar opeens zag ik licht op mij afkomen. Tot mijn verbazing zag ik mezelf lopen en Khana liep vlak achter mij. Opeens stopten we en ik keek eerst om, waarna Khana ook omkeek. In de verte zag ik de mummie staan en opeens had ik door dat dit ons avontuur in de piramide was. Plots rimpelde de hele omgeving en in een flits stond ik weer in de kamer met lichtjes. Alleen waren alle lichtjes nu aan het flikkeren en verward keek ik ernaar. Er was slechts één lichtje dat leek te pulseren en twijfelend raakte ik het aan. Mijn omgeving veranderde echter niet zoals bij de rest, maar nu leek ik een herinnering in versnelling te zien. Ik zag mezelf op een bed liggen en Khana schudde aan mijn schouders, maar ik reageerde niet. Ze deed toen haar jas aan en liep het hotel uit, om dan twee mensen te volgen. Plots waren de twee verdwenen en keek Khana even zoekend rond, maar draaide zich toen om. Net op dat moment zag ik hoe ze razendsnel in het water werd getrokken en het leek alsof ik met haar mee het water in ging. Iets botste continu tegen haar aan, waardoor ze niet naar boven kon zwemmen. Plots ontsnapte een heleboel lucht uit haar mond en tot mijn ontzetting besefte ik dat ze ging verdrinken. Wat… Welke herinnering was dit? Toen voelde ik plots een hand mijn kraag vastpakken en ik werd weggerukt uit de herinnering.

“Wat in duivelsnaam doe jij hier!” schreeuwde iemand tegen mij en ik schudde even gedesoriënteerd mijn hoofd. Na een paar keer knipperen kon ik de persoon pas duidelijk zien en ongelovig keek ik hem aan. “Qiuri? Wat… Waar ben ik?” vroeg ik verward en Qiuri kruiste boos zijn armen. “Je bent op een plek waar je niet mag zijn, stomkop…”, gromde hij en keek even naar de deur achter mij. Hij fronste en ik keek ook om, om dan te zien hoe de deur begon te vervagen. “Wat heb je gezien?” vroeg hij en ik antwoordde aarzelend: “Herinneringen, denk ik… De laatste herinnering was echter raar, ik lag bewusteloos in een bed en Khana leek te verdrinken…” Qiuris ogen werden groot en in paniek sleurde hij mij mee. “Dit is haar laatste herinnering sukkel! Jij bent bewusteloos omdat jij hier bent! Maak dat je als de bliksem terug in je hoofd zit en ga haar redden!” riep hij paniekerig en gooide mij een kamer in, om dan de deur met een klap dicht te gooien. Meteen voelde ik me draaierig worden en voordat ik nog iets kon doen of zeggen, verloor ik het bewustzijn.

Met een schok schoot ik overeind en hijgend nam ik de omgeving in mij op. Het leek exact op de kamer uit Khana’s herinnering en vrij onstabiel stond ik op. Khana… Khana was in gevaar… Ik transformeerde naar mijn vossengedaante en maakte tegelijkertijd een illusie om mij heen, waarna ik tegen het raam sprong zodat die open klapte en via een boom ging ik naar de grond. Zo snel mogelijk volgde ik de weg die ik Khana had zien volgen en nog geen minuut later was ik bij het verhoogd grasstukje waar ze het Victoriameer in werd getrokken. Ik zag echter Mwembe uit het water komen met Khana en hijgend legde hij haar op het zand. Khana zag lijkbleek en ademde niet. Ik wou naar hen toe gaan, maar het vreemde gevoel was terug en ik bleef aarzelend staan. Mwembe begon toen Khana te reanimeren en tot mijn opluchting schoten haar ogen open, waarna ze water begon over te geven. Toen zag ik twee krokodillen uit het water komen en Mwembe keek ze boos aan, waarna hij tot mijn ontzetting zei: “We hebben haar levend nodig, niet half dood! Anders is ze nutteloos voor die experimenten!”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen