Foto bij H81: Dingonek ~ Khana

Lucht! Eindelijk! Ik bleef maar water ophoesten, maar ik was er niet meer door gevangen. Ik voelde me duizelig en er gingen continu steken door mijn longen, maar ik leefde nog. “Blijven ademen Khana”, hoorde ik toen een vaag bekende stem zeggen en ik probeerde mijn gejaagde ademhaling onder controle te krijgen. Uitgeput liet ik me terug op de grond zakken en sloot even mijn ogen, maar iemand draaide mij om en klopte een beetje tegen mijn wang. “Kom op, wakker blijven”, zei de persoon en opeens wist ik weer vanwaar ik die stem kende. “Mwembe?” vroeg ik met gesloten ogen en ik hoorde hem opgelucht zuchten. “Oef, ik dacht al dat je dood was!” zei hij met een zucht en ik kreunde even gepijnigd. Wat een hoofdpijn…

“Mwembe, wat doen we met haar?” hoorde ik opeens en ik opende mijn ogen, om dan net te zien hoe twee krokodillen in mensen veranderden. Wat? Waren dat weerkrokodillen? “Meenemen natuurlijk, dat was de opdracht van die ene gast… Aangezien Seth zeker is dat ze bij de Zes hoort, moeten we haar gevangen nemen en naar die gast sturen, zodat hij experimenten op haar kan uitvoeren”, mopperde Mwembe en mijn ogen werden groot. Ik wou meteen opstaan, maar ik voelde me extreem zwak en zakte terug door mijn armen. Eén van de twee weerkrokodillen tilde me echter over zijn schouder en zei: “De ingang is hier niet ver vandaan, laten we maar vertrekken. Ik vind het maar niets dat ze iemand van de Zes is.” De vrouw humde instemmend en ook Mwembe maakte een instemmend geluidje, waarna ze begonnen te wandelen. Ik probeerde me te verzetten, maar ik voelde me te zwak en voor ik het wist, verloor ik het bewustzijn.

Het eerste wat ik hoorde toen ik terug bij bewustzijn was, waren verschillende stemmen. Ik lag op een koude oppervlakte en moeizaam wist ik mijn ogen te openen. Meteen wenste ik dat ik dat niet had gedaan, want ik lag in een soort glazen kist en door de doorzichtige bodem zag ik enkele tientallen meters onder mij de bodem van een put met enkele skeletten. Mijn hartslag steeg onmiddellijk, maar door een stekende pijn in mijn borstkas en de vermoeidheid bleef ik doodstil liggen. Opeens hoorde ik iemand kuchen en het werd stil. Pas toen keek ik opzij, om dan verschillende mensen te zien staan. “Oké, laten we verder gaan met de vergadering”, hoorde ik opeens iemand zeggen en ik zag Mwembe vlak bij mij staan. Hij legde een hand op de kist waar ik in zat en zei: “Geachte leiders, zoals ik voor de pauze al had vermeld, is deze vrouw geen gewone vrouw. Ze hoort namelijk bij de Zes, een groep mensen en wezens met speciale eigenschappen. Ik heb de opdracht gekregen om deze mensen te zoeken en levend te vangen, opdat ze gebruikt kunnen worden voor experimenten. Nu, mijn waarde medeweerkrokodillen, wil ik jullie vragen om mee te zoeken naar deze leden. Elk continent zou zo één persoon hebben en aangezien deze vrouw niet van hier is, betekend dit dat het lid van Afrika nog steeds vrij rondloopt.”

Er steeg wat geroezemoes op uit de zaal, maar het verstomde al snel toen er een oudere vrouw opstond. Ze gebaarde naar mij en zei: “We zullen helpen, Mwembe El Baba, maar wat zit er voor ons in?” Mwembe grijnsde en liep toen weg van de kist. “Ik weet dat er bepaalde… problemen… zijn wat territorium betreft. Mijn opdrachtgever is in staat om deze problemen in één keer te laten verdwijnen, maar hij eist dan wel onze volledige medewerking”, zei Mwembe toen en weer klonk er wat gepraat. “Stilte!” riep opeens iemand anders en ik zag Murambi aan komen lopen. Achter hem liepen vier mannen die een kar trokken en Mwembe kwam zijn broer tegemoet. Ze zeiden wat tegen elkaar, maar ik verstond er niet veel van. Opeens voelde ik weer een steek door mijn borstkas gaan en gepijnigd hoestte ik, terwijl ik tegelijkertijd ineen kromp. Het werd op slag stil en iedereen keek me aan, waarna Murambi zei: “Laat de jengu bij haar komen, ze ziet er niet goed uit.” Net toen enkele mensen weg wilden lopen, begon de kar hevig te schudden en paniekerig hielden de vier mannen met moeite de kar op zijn plaats. Toen klonk er een lage grom en Murambi liep ernaartoe. Hij trok het zeil eraf en meteen zag ik een groot wezen zitten dat leek op een combinatie van een gordeldier, een walvis en een sidderaal. Het wezen, een dingonek, grauwde en bewoog weer wild in zijn kooi, maar Murambi pakte iets uit een zakje en gooide een soort poeder naar het wezen. De dingonek niesde even, maar kalmeerde en niet veel later zag ik zijn ogen dichtvallen. “Breng hem maar naar de mazomba, ze kunnen morgen verscheept worden”, zei Murambi toen en de dingonek werd weggebracht. Toen kwam hij naar mij en opende het deksel van de kist, waarna hij ook wat poeder bij mij gooide. Meteen begon ik te hoesten en verschillende vreselijke steken gingen door mijn borstkas, maar toen werd het weer zwart voor mijn ogen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen