De piepende wekker die om zeven uur de jonge vrouw Ariadne Vonat wakker maakt, is een van de meest vervelende objecten waar ze ooit mee te maken heeft gehad, moet je nagaan dat ze een hoofdinspecteur is en dus al met een aantal misdadigers tijd heeft moeten doorbrengen. Nadat de vorige brigadier, Charles Jones, een inspecteur is geworden in een ander deel van het land, is besloten dat ze een nieuwe "leerling" zou krijgen. Die zou vandaag moeten arriveren.
'Laten we hopen dat er nog iets spannends gebeurd is om hem goed te kunnen opleiden.' murmelt ze als ze de wekker uitzet en zich op haar rug draait om naar het plafond te staren. Haar krullende, lange, kastanjebruine haren verspreiden zich over het kussen waardoor de paarse uiteindes duidelijk worden. Die heeft ze al zo lang gehad, sinds ze zestien werd, dat ze ze wilde houden. Men zei dat het haar wel goed stond. Gewoonlijk is ze niet zo dol op complimenten, maar die mag er toch wel zijn. Ariadne sluit haar smaragdgroene ogen nog even en zucht, willend om nog even te blijven liggen, maar haar goede vriend roept vanaf beneden nog even om er zeker van te zijn dat ze komt. Nog een keer zucht ze en staat ze op. Ze kleedt zich aan en sprint naar beneden als ze haar loyale maatje tegemoet komt. Meteen begint hij te blaffen.
'Hallo, Binky.' groet ze de Berner sennenhond en ze loopt al naar de garage om hem wat eten te geven. Ze is niet heel vaak thuis om hem uit te laten, maar gelukkig komt haar vriendin Diana als het nodig is om hem gezelschap te houden terwijl zij werkt. Ariadne wil wat ontbijt maken, tot ze haar telefoon hoort afgaan. Zodra ze ziet wie het is, neemt ze op.
'Wat?'

Als ze aankomt op de plaats delict, ziet ze haar collega's al staan om de nieuwsgierige dorpelingen op afstand te houden. Ze knikt ze even toe en ziet de patholoog al haar richting in komen. Will Miller. Hij heeft donkere haren met grijze plukken die onverzorgd zijn en ook de ogen van een groene edelsteen. In tegenstelling tot de jonge inspecteur, wie begin de dertig is, is hij al vijfenvijftig, toch gevuld met energie.
'Dit is een vreemde,' zegt hij als hij z'n blauwe mondkapje ervan af haalt. Hij draagt, net zoals alle pathologen doen, een wit pak om te voorkomen dat ze sporen uitwissen of aanmaken. Ariadne heeft ook al plastic handschoenen aangedaan als ze haar collega sceptisch aankijkt.
'Vreemd?'
'Ik laat het je wel zien.' Hij gebaart haar naar binnen te komen, maar het geluid van een motor leid ze af.
'Wat krijgen we.' Ariadne stopt als ze een knappe jongeman van het voertuig ziet afstappen. Zodra hij z'n helm afdoet, lijkt het net of een fantastische geheim is onthult. Hij heeft blonde haren en oceaanblauwe ogen. Een enkel litteken is te zien onder z'n linkeroog en als hij zijn leren jas uitdoet, zien ze een net pak met een goudkleurige stropdas. Als de agenten hem doorlaten, komt het als een klap binnen wie het is.
'Da's de nieuwe brigadier, niet?' vraagt Will, wie ook al gehoord had van de nieuweling. 'Had niet verwacht dat hij op een motor zou aankomen.'
Ariadne kijkt hem aan met een grijns.
'En ik ga hem vertellen dat hij de volgende keer een auto moet meenemen.'
Als de man op haar afloopt, doet ze haar armen over elkaar en kijkt hem aan met een wenkbrauw opgeheven.
'Heb je ook een auto?' vraagt ze en de man knikt.
'Natuurlijk, mevrouw. Hoezo?'
'Kom dan maar voortaan met die. Als er iets gaande is ergens anders, is het handiger als er meer dan één mens mee kan. Ik hoop dat je wat indruk wil maken, want dat is nou juist de manier om het te doen.'
Hij werpt haar een uitdagende blik toe en haalt z'n pasje tevoorschijn dat bevestigt dat hij een brigadier is.
'Dat is niet aan jou, klein meisje.' grinnikt hij. 'Ik ben een brigadier, dus, vertel me. Wie is hier de hoofdinspecteur, meneer patholoog?'
Will gniffelt en kijkt naar Ariadne, wiens grijns enkel gegroeid is. 'Goede eerste indruk, meneer?'
Even gromt hij. 'Zack. Zack Smith.'
Ariadne grinnikt nog even en steekt haar hand uit. 'Hoofdinspecteur Ariadne Vonat.'
Nog een keer gromt hij, maar Ariadne vindt dit enkel nog leuker en richt haar blik op Will.
'Laten we naar binnen gaan.'
Terwijl ze de kroeg enteren, kan Ariadne Zack tegen Will horen praten.
'Waarom moet mijn baas een jongere vrouw zijn?' vraagt hij hem. 'Ik bedoel, een man kan het waarschijnlijk beter, denk je ook niet?'
Normaal haat Ariadne het als iemand anders haar verdedigt, maar aangezien Will en zij al collega's zijn een hele lange tijd, mag hij hem best vertellen dat je niet met haar moet sollen.
'Ik weet niet wat je tegen vrouwen hebt, maar ik begrijp de verontwaardiging over het feit dat ze jonger is. Geloof me, ondanks haar leeftijd en haar geslacht is ze een van de beste agenten die de recherche ook maar zou wensen. Ze heeft meerdere zaken opgelost en denkt goed na, in tegenstelling tot sommige mannelijke agenten die nogal impulsief kunnen zijn soms. Behalve dat, kan ze goed orde houden en als ik jou was zal ik haar te vriend houden. Als ze je vijand wordt, zal je hier nog een moeilijke tijd krijgen.'
Ariadne doet alsof ze het niet gehoord heeft en kijkt Will nieuwsgierig aan.
'Wie is het slachtoffer?'
Will gebaart met zijn hoofd hem te volgen terwijl hij vertelt wat hij gehoord heeft.
'Hij is gevonden door de schoonmaakster die rond zes uur haar dienst begon voordat de bar open zou gaan. De eigenaar, Jay Thompson vertelde dat z'n naam Bruce Dyer is. De moordenaar heeft, als je het mij vraagt, een aparte keuze gekozen voor de plaats delict.' Hij kijkt naar Ariadne en zucht even. 'Ik hoop voor je dat je geen problemen hebt met het binnengaan van het mannentoilet.'
Ariadne haalt haar schouders op en het drietal gaan de wc's in. Ariadne is al wel eens per ongeluk de mannentoiletten binnengegaan, gelukkig waren er toen geen mannen die hun behoefte deden. Wel rook het er naar pies, maar dan veel meer als dat ze gewend is.
In plaats van de geur van urine, herkent Ariadne een andere, voor haar bekendere geur. De geur van dood. Maar toch heeft ook dit gemak een paar deuren met "gewone" poepdozen, voor het geval iemand een grote behoefte moet. Een van de deuren wordt opengehouden zodat de agenten er makkelijk bij kunnen. Wanneer Ariadne in de deuropening komt te staan, wordt het lichaam duidelijk. De man zit tegen de muur en te zien aan het natte haar en de pot die helemaal vol zit met water, zal daar zijn drijfnatte gezicht in hebben gezeten. Het water op de grond is gemengd met bloed en het lijkbleke gezicht van Bruce zit onder de rode vloeistof. Z'n ogen zijn uitgestoken en z'n oren zijn afgesneden. Doordat z'n mond open is, kunnen ze zien dat de tong niet meer aanwezig is. Op z'n hoofd zit een wondje met opgedroogd bloed en te zien aan de verwondingen, is dit niet impulsief.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen