De sfeer in de ruimte verandert het moment dat Emma de kamer weer instapt. Ik voel het in elke vezel in mijn lijf; de gedachten over de kroning worden verbannen en mijn aandacht is zijn volledigheid bij Emma. Ik zeg niets, wacht tot zij spreekt. Haar stappen door de kamer heen zijn te uitgeteld, te bedachtzaam. Al haar spieren zijn gespannen, haar ogen roodomrand. Haar ogen vinden die van mij, maar het lijkt niet alsof ze me echt ziet.
Dit is Emma die zich voordoet als Emmeline, de prinses die altijd haar hoofd omhoog houdt, die nergens door geraakt wordt tot ze weer alleen is. Ik durf niet te vragen wat er is, alsof woorden voor meer versplintering zullen zorgen dan de stilte. In plaats daarvan sla ik de deken terug en kijk toe hoe Emma het bed in kruipt. Haar gezicht is bleek, haar ogen kunnen zich niet focussen. Ze houdt de façade op, al moet ze doorhebben dat ik hem allang doorbroken heb. Ik weet precies wat er in haar hoofd omgaat: met de kroning heb ik genoeg aan mijn hoofd en daar wil ze niets aan toevoegen. Maar de kroning doet er niet toe. Ze kunnen me twintig keer koning maken als dat betekent dat Emma haar masker afzet en de emoties door laat komen, aan me toegeeft wat er is. Ik zal voor eeuwig koning zijn als dat ervoor zorgt dat de liefde van mijn leven haar hartzeer met me deelt.
Ze moet de oké krijgen, weet ik, of ze zich dat nou bewust realiseert of niet. Mijn gedachten zijn dusdanig bezig met het feit dat ze van slag is dat ik niet eens kan bedenken wat er mogelijk mis is. Ik wil alleen maar troosten, ervoor zorgen dat ze zich veilig en geliefd voelt. Ze ligt naast me, houdt afstand. Ik zeg niks en zij ook niet, maar ik schuif naar haar toe en neem haar in mijn armen. Onmiddellijk smelt het masker weg, valt in duizend stukken uiteen op de lakens. Haar gehuil gaat door merg en been als ze zich tegen me aan nestelt, haar gezicht tegen mijn borstkas, haar handen vastgrijpend aan mijn zijdes. Ik trek haar zo dicht mogelijk tegen me aan, beide armen om haar heen en mijn lippen tegen haar haren terwijl ik haar zachtjes sus en wieg.
Haar pijn is mijn pijn. Mijn pijn is haar pijn. Niets is voor elkaar verborgen, zo diep zijn onze zielen met elkaar verstrengeld. Ik voel haar tranen op mijn huid, haar nagels in mijn vlees. Ik hoor hoe ze met horten en stoten adem haalt, volledig overmand door emoties. Ik vraag niets. Zeg niets. Zelfs als ze me nooit vertelt wat er aan de hand is zal ik haar troosten. Als het mogelijk was geweest had ik haar pijn overgenomen, zoals zij dat ook voor mij zou doen.
De kaars op onze nachtkast dooft en we worden in duister gehuld. Ik maak geen aanstalten om een nieuwe te pakken, laat het donker ons inslikken. Geen moment laat ik Emma los, drijft mijn aandacht weg. Ik luister naar haar gehuil, strijk zachtjes over haar rug, veeg haar haren uit haar gezicht als ze door de onrust heen verstrikt dreigen te raken.
De tijd tikt weg. In duisternis en uiteindelijk in stilte. Alleen Emma's diepe, hakkelende ademhaling verstoort de rust. Ik blijf wiegen, aaien, aanwezig zijn. Ik hoef geen uitleg. Alles wat ik wil is dat Emma zich beter voelt.
Tik. Tik. Tik. In het donker heb ik geen besef van tijd. De ochtend zou om de hoek kunnen staan, of misschien is het nog slechts het heksenuur. Het doet er niet toe. Emma in mijn armen is het enige dat er toe doet.
Wanneer ze dan eindelijk spreekt, is haar stem klein en gebroken en fragiel, al het leven is er uit weg gezogen. "Ik dacht..." begint ze, met haar gezicht nog steeds verstopt. Is ze bang om me aan te kijken? Heeft ze de energie niet? Het maakt niet uit. Ik wacht af. "Oh, Lucien..."
"Ik ben hier." fluister ik. "Je bent veilig."
"Ik dacht dat ik in verwachting was, Lucien." fluistert ze, de woorden zo gehuld in gefluisterd verdriet dat ik ze bijna niet versta. "Maar zojuist..."
Ze maakt de zin niet af. Dat hoeft ook niet. Ik voel de spanning in haar lijf, die anders is dan voor haar woorden. Ze is bang dat ik geschrokken reageer, omdat ze misschien zwanger was. Dat ik opgelucht ben, nu het niet zo blijkt te zijn. Maar ik voel dezelfde misère als de jonge vrouw in mijn armen, simpelweg omdat ik weet hoeveel pijn het haar doet. Mijn hart huilt voor haar, en voor de toekomst die ze ongetwijfeld had geschetst voor het kind dat ze niet krijgt.
"Het spijt me." fluister ik, met een kus op haar haren. "Lieve Emma, mon cœur, ma moitié... Je suis tellement profondément, profondément désolé."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen