Foto bij 256. - Lucien

Moeder ontmoet mijn ogen niet. Ze doet zo haar best om mijn gezicht te ontwijken terwijl ze aan alle delen van mijn outfit trekt dat ik er een beetje om moet lachen.
"Maman... S'il te plait regarde moi." Met haar handen nog om het koord dat de zware manteau du couronnement bij elkaar houdt, kijkt ze me eindelijk aan. Haar uitdrukking is een mengeling van spanning, verdriet en trots.
"Op je achttiende verjaardag had ik dit nooit voor mogelijk gehouden." zegt ze zachtjes.
"Het leven neemt soms onverwachte bochten." Ik kus haar voorhoofd. "Zonder jou had ik hier niet gestaan."
Behalve zo nu en dan een kus is mijn moeder niet zo van de fysieke affectie. Nu slaat ze echter haar armen om mijn middel en omhelst me stevig. Ik hou haar stevig tegen me aan, eindeloos dankbaar voor deze vrouw. Maar dan gaat er een deur open en wordt de omhelzing ruw onderbroken. Moeder doet een stap naar achter en strijkt haar rokken glad. Ik kijk toe hoe de ruimte volloopt met een tiental mensen. De bisschoppen zullen de relieken dragen, de graven en baronnen de voorwerpen die het koningshuis representeren. Eén van hen, de baron van Bourgondië, heeft een fluwelen kussen vast met daarover een doek van dezelfde stof. Daaronder ligt mijn toekomst.
Een tweede deur gaat open, aan de andere kant van de ruimte. Aangezien ze ontbrak in de eerste groep weet ik precies wie er binnen zal komen en mijn hartslag stijgt tot dubbele snelheid. Ze is beeldschoon. Ze straalt. Ik dank god dat ze de mijne is, dat ik dit mag doen met haar aan mijn zijde. Het einde der tijden zou verbleken zolang ik dat met haar aan mag vechten.
"Je staart." fluistert ze als ze vlak voor me staat, een speelse glimlach om haar lippen.
"Dat is te danken aan jouw schoonheid."
"Slijmbal."
Ik lach en kus haar wang. "Wen er maar aan. Je gaat een koninkrijk regeren met deze slijmbal."
Moeder schraapt haar keel. Emma's wangen kleuren rozen en ik grijns onhandig; de woordenwisseling was uitermate onprofessioneel, zeker in het bijzijn van de bisschoppen.
"Het is tijd, hoogheid." zegt de aartsbisschop. Ik knik. Moeder biedt me haar hand, met een laatste blik op Emma pak ik hem aan. Ik weet dat Emma vlak achter ons zal lopen, maar het voelt toch als onbalans. Als mijn moeder ook niet meer had geleefd, zou ze naast me lopen. Het is zeldzaam dat één van de twee monarchen nog leeft, zoals hier het geval is; de traditie vraagt de levende monarch de heerschappij over te geven door de nieuwe monarch af te leveren bij het altaar.
Er vormt zich een formatie; iedereen heeft een vaste plek. Mijn hart bonst in mijn keel. De deuren gaan open.

De balzaal is vol. Gezichten die ik ken of niet ken, blikken van geluk en afkeuring, het hele spectrum komt voorbij. Ik focus me op de aartsbisschop en de andere heiligen die ondertussen bij het altaar staan, op Emma's stappen achter me. Net als op onze bruiloft is het geluid om me heen verstompt. Er worden specifieke hymnes gezongen, weet ik, maar ik hoor het niet. Ik hoor alleen mijn hart en het geluid van Emma's en mijn schoenen op de marmeren vloer. Aangekomen bij het altaar legt mijn moeder haar vrije hand in die van de bisschop.
"Je démissionne par la présente de la direction de la France, et redonner ma vie au Seigneur. Qu'il me guide, comme il guide notre nouveau roi." Haar stem galmt door de ruimte, zoals het een koningin betaamt. Zal ik ooit het gezag hebben dat zij heeft? Ik betwijfel het.
Ze stapt bij me vandaan, neemt haar plek in het publiek. Emma staat nog steeds een paar meter achter me. Elk paar ogen in de ruimte is op mij gericht, alle aandacht onverdeeld bij mij. Zo onopvallend mogelijk haal diep adem in een poging niets dan rust uit te stralen. Ik kniel neer.
Er wordt me gevraagd of ik de tradities van de kerk in ere zal houden. Ik antwoord plichtsgetrouw dat ik dat zal doen. Vervolgens bieden de baronnen en graven mij ieder hun voorwerpen aan; een zwaard, een vaandel, allerlei dingen die zogenaamd Frankrijk representeren. Ik accepteer ze allemaal.
Vervolgens stappen twee van hem opnieuw naar voren om de kroningsmantel van mijn schouders te halen. Ze helpen me met het verwijderen van mijn bovenkleding tot ik niets meer draag dan een blouse met speciale zilveren gespen. Ze worden losgehaald, zodat mijn borstkas bloot komt te liggen. De aartsbisschop begint zijn eerste gebed. Ondertussen bekleden de overige heiligen me met de Franse relieken. Ik doe alles wat er van me verwacht wordt. Het tweede gebed begint. De aartsbisschop oliet me; mijn voorhoofd, mijn borstkas, mijn schouders en de plooien van mijn elleboog. De zoete geur vult mijn bewustzijn. "Amen." galmt het na elke regel door de ruimte. Ik denk dat ik er zelf aan meedraag, maar zeker weten doe ik het niet.
"Je t'oigne roi au nom du Père, du Fils et du Saint-Esprit." Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe hij de kroon van het kussen pakt en hem boven mijn hoofd heft. "Que ta main soit fortifiée et ta main droite exaltée. Que la justice et le jugement soient la préparation de ton siège et la miséricorde et la vérité passent devant ta face."
Het goud van de kroon is zwaar, maar koel tegen mijn voorhoofd wanneer hij op mijn hoofd wordt gezet. Ik sluit mijn ogen, bidt in stilte naar God, naar mijn vader en naar Aleran. De mantel wordt weer op mijn schouders gelegd. Met de scepter en de rijksappel in mijn handen, kom ik overeind. De muziek is gestopt, het voelt alsof iedereen zijn adem inhoudt. Zonder om te kijken loop ik naar de grote troon voor me en neem plaats. Mijn hart draait overuren, zo erg dat ik me zorgen maak dat ik flauw ga vallen. Tegelijkertijd voel ik me kalm en zelfverzekerd, alsof dit is hoe het zou moeten zijn. Mijn ogen vinden die van Emma en de zelfverzekerdheid versterkt. Met haar samen kan ik alles aan.
"Le roi est mort, vive le roi!" juicht het publiek.

De procedure herhaalt zich, zij het in minder uitgebreide mate, met Emma. Met Emmeline, Queen of the Scots. Zij hoeft zich - gelukkig - niet uit te kleden; ze wordt enkel geolied op haar voorhoofd. Geen relieken, geen mantel. Wel de vraag of ze zich aan de aan de tradities van de kerk zal houden. Bij die zin schieten haar ogen heel even naar mij en ik moet moeite doen om mijn glimlach te onderdrukken als ik me realiseer waarom; we hebben diezelfde tradities al verschillende keren gebroken. Wanneer de kroon op haar hoofd wordt geplaatst, behouden we het oogcontact. Ik loop over van trots. Mijn vrouw. Mijn koningin. De liefde van mijn leven en hopelijk die van het hiernamaals. Mijn rots, mijn gezond verstand, mijn hart, mijn ziel. Ik volg haar stappen als ze richting de troon loopt en naast me komt zitten. Met haar rug naar het publiek durft ze naar me te glimlachen. Ik durf niet terug te lachen, wetend dat het niet de bedoeling is. Maar ze weet het. Net als vannacht zijn er geen woorden of uitdrukkingen nodig om te weten wat de ander voelt.
Ze zit. Even hangt er een ijzige stilte, maar dan...
"Vive le roi, vive la reine!"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen