Foto bij 258. - Lucien

Het grootste deel van de avond spendeer ik met jongens uit mijn verleden. Jongens die veel van me weten, met wie ik ben opgegroeid. We zien elkaar weinig, wonen over het continent verspreid, maar elke keer dat we elkaar zien is het als vanouds. Boudewijn uit de Nederlanden vertelt honderuit over zijn aankomende verloving en hoe er binnen nu en een jaar een bruiloft zal komen. Vitaluccio - die we jaren terug al Vito hebben gedoopt - vertelt over zijn zusje dat verloofd is. Hetzelfde zusje dat een paar jaar terug nog voor mij op het hof was.
"Opgelucht was ze, toen je haar naar huis stuurde!" lacht Vito. "Het blijkt dat ze al jaren met deze jongen aan het aanpappen was. Ze hebben met zijn tweeën een ingewikkeld spelletje gespeeld om het allemaal gedaan te krijgen. " Hij schudt zijn hoofd. "Toen ze net terug was, was ik in staat je de nek om te draaien, Lucien. Maar als ik je nu zie met Emmeline... Jullie zijn het perfecte koppel."
Zelfs door de uitzonderlijke drukte van de balzaal weet ik haar te vinden, een stralend middelpunt terwijl ze danst met haar broer. Ik kan mijn grijns niet onderdrukken. "Het verbaast me eigenlijk niks, Vito... Ik heb nooit de indruk gehad dat ik de volledige aandacht van je zusje had, maar dat blijkt ook gewoon zo te zijn."
Hij haalt zijn schouders op. "Het is een goede vent. Niet de politieke banden waar vader op gehoopt had, maar het is niet anders."
Lothen, uit Denemarken, rolt met zijn ogen. "Ze is onderdeel van het koningshuis! Ze zal geen enkele moeite hebben met het aanleggen van politieke banden, lijkt me?"
Vito kijkt een beetje ongemakkelijk. "Dat zou je zeggen."
Verder gaat hij er niet op in, wat de sfeer gespannen maakt.
"Dus!" roept Boudewijn net iets te luid, om die sfeer te doorbreken. "Wanneer organiseer je de eerste jachttrip als koning? Ik hoor dat de zwijnen hier in Frankrijk fantastisch zijn."
"Daar is geen woord van gelogen." Ik hef mijn glas naar hem. Ik weet niet hoeveel wijn ik al op heb. Dronken zou ik mezelf nog niet noemen, maar het zou niet de eerste keer zijn dat mijn omgeving het daar niet mee eens is. "Een week van vandaag. Jullie zijn allemaal uitgenodigd. We maken er een wedstrijdje van."
Alle ogen schieten direct naar Winoc, die breed grijnst. Ik mag dan een goede jager zijn, Winoc zijn schot is legendarisch. "Geef mij maar botte pijlen, om het gelijk te trekken."
"Heel nobel van je." zegt Lothen vlakjes, waarna we met zijn allen in lachen uitbarsten.
"Excuseer mij, heren, ik moet de koning even kort apart nemen." zegt Winoc dan ineens. Nieuwsgierig volg ik hem naar een rustiger hoekje van de balzaal, waar hij met sprankelende ogen aankijkt.
"Kenna wilde dat ik het nog even voor me zou houden, maar ze heeft het Emma ook al vertelt, dus ik vind dat ik het aan jou mag zeggen."
Ik tik mijn hoofd een beetje op zij. "Dat je wat aan mij kan zeggen?"
"Ze is zwanger van een tweede." Terwijl hij het zegt wordt zijn grijns nog breder, vervult van geluk. De gebeurtenissen van de nacht hiervoor schieten door mijn hoofd, vervullen me met een moment van absolute uitputting. Hoelang ben ik al wakker? Het duurt even voordat ik reageer zoals zou moeten, maar achteraf kan ik zeggen dat mijn reactie oprecht was.
"Dat is fantastisch! Gefeliciteerd, Winoc! Ik wens jullie een voorspoedige zwangerschap toe."
Winoc straalt. Het is lastig voor te stellen dat we vijf jaar terug nog elke nacht samen zaten te kaarten, omdat ik niet kon slapen en hij de enige was in het kasteel die ik een vriend durfde te noemen. Er is zo veel veranderd... "Dankjewel. Ik kan niet wachten om de kleine aan jullie voor te stellen. Het is nog pril, er kan nog zoveel misgaan, maar we zijn zo hoopvol."
Ik pluk twee glazen wijn van een dienblad dat voorbij komt en bied hem er een aan. We proosten. Op de toekomst, op het toekomstig kind, op mijn leven als koning. Vlug daarna voegen we ons weer bij onze vrienden, die geen vragen stellen en met ons meedrinken. Er is niks aan de hand. Vanavond ben ik gewoon Lucien, genietend van de fijne mensen in mijn omgeving. Ik voel me bijna zoals ik me voelde toen ik Remí was.

"Ssh!" shush ik Vito en Boudewijn, die lachend achter me aan strompelen. Het ziet er zo komisch uit dat ik mijn eigen lach ook niet kan inhouden. "Doe nou stil!" sis ik weer. "Straks maken we de wachters wakker!"
"Je bent koning." protesteert Boudewijn. "Niemand hier kan jou nog iets maken!"
"Tenzij we de koningin of zijn moeder wakker maken." zegt Lothen met een grijns, wat hem een bulderende lach van de andere twee oplevert. Ik stomp hem tegen zijn bovenarm.
We struinen door het donker, terwijl we verwoedde pogingen doen om ons lachen in te houden zodat we niemand alarmeren. Hoewel Boudewijn niet helemaal ongelijk heeft, betwijfel ik dat ik nu nog maar zomaar van het terrein mag verdwijnen. Laat dat nou precies zijn wat we van plan zijn. We halen de paarden van stal, bewapenen ons met zwaarden en sluipen lachend door de poorten. Er zijn genoeg wachters op de been, maar als je jaren hebt besteed aan het wegsluipen uit het kasteel weet je precies waar je moet stappen om ze te ontwijken. Aan de rand van het bos bestijgen we onze paarden. Eén voor één trekken we onze zwaarden uit hun schede en houden hem omhoog, alsof we ten strijde trekken. Om dat te bevestigen roept Lothan op fluistertoon: "Ten strijde!"

"Hij gaat missen."
"Ssh! Als je hem afleid mist hij zeker en dan gaan we allemaal dood."
"We gaan sowieso dood."
"Hou nou je mond!"
"Ik wed mijn linkerbal erom dat hij misschiet."
"Zeg je nou dat als hij wel raakschiet ik je linkerbal mag afsnijden."
"....als je het zo zegt denk ik daar nog een tweede keer over na."
"Dus je zegt dat er wel een kans is dat hij raak schiet!"
"Ik schiet jullie nog eens neer als jullie je bek niet houden."
Ik laat mijn boog zakken en kijk mijn vrienden aan. "Zeg, willen jullie dat ik dit monster door zijn kop schiet of niet?"
"Als je zo goed bent als je zelf zegt, schiet je door ons niet mis."
Ik zwaai mijn boog hun kant op en richt de pijl op Boudwijns voorhoofd. "Ik mis nooit."
"Gast!" Boudewijn laat zich op de grond vallen, trapt daarbij per ongeluk Vito's voeten onder hem weg zodat hij ook valt; op zijn beurt grijpt Vito Lothans schouders en trekt hem mee naar de grond. Van schrik laat ik mijn pees los; de pijl raast vlak over Boudewijns hoofd en boort zich misschien anderhalve meter achter het gezelschap de grond in.
Boudewijn vloekt in het Nederlands en kijkt me verschrikt aan. "Je had me bijna vermoord!"
"Nou, hij moest toch een monster schieten?" mompelt Vito. "Als-ie jou had geraakt, was dat hem gelukt."
Hoewel we niet meer hebben dan het maanlicht is er makkelijk te zien dat Boudewijn bijzonder beledigd kijkt, terwijl de rest van ons in lachen uitbarst.
"Maar heren," begint Lothen, die weer overeind probeert te komen. "Nu hebben wij allemaal op de grond gelegen, ten prooi gevallen aan onze nieuwe koning... Het lijkt mij wel zo eerlijk als we wraak nemen."
Voor ik me goed en wel kan voorbereiden word ik omver gekegeld door drie sterke mannen, allemaal net zo groot als ik. Er is werkelijk waar niks aan te beginnen. Het helpt niet dat ik de slappe lach heb, waardoor ik sowieso amper kracht kan zetten.
"Ik geef me over!" roep ik, stikkend van het lachen. "De koning geeft zich over! In godsnaam, ga van me af!"
"Zou hij dat ooit tegen zijn vrouw zeggen?" grapt Boudewijn, wat hem brullend gelach van Vito en Lothen oplevert.
"Mijn vrouw heeft tenminste voor mij gekozen. Ik hoefde niet op de keuze van mijn ouders te wachten."
"Oké, klaar nu. Vito, Lothen, ga van hem af! Ik ga hem eens een lesje leren!"
Ik weet niet hoe het er voor omstanders uit zag, maar voor mijn gevoel heb ik nog nooit zo goed geworsteld als deze nacht. Pas tegen het ochtendgloren keren we terug richting het kasteel, met een ontzettende kater op de loer maar niets dan geluk in onze harten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen