'Tijd van overlijden?' vraagt Ariadne zonder enige emotie op haar gezicht te tonen. Zack moet toegeven dat hij haar kalmte bewondert, maar dat gaat hij natuurlijk niet hardop zeggen. Hij weigert zwak te lijken. Toch kan hij niet ontkennen dat ze een mooi uiterlijk heeft. Haar doordringende, smaragdgroene ogen hebben hem al duidelijk dat hij haar liever als vriend houdt, al zou het zijn eerste worden sinds een lange tijd. Met bijna iedereen is hij vijand geworden; misschien wordt het eens tijd om dat te stoppen.
'Tussen één en drie uur deze ochtend.' antwoordt Will terwijl hij bij het slachtoffer neerhurkt. 'Hij is neergeslagen met iets bots, maar scherp genoeg om een klein bloedstroompje te veroorzaken. De moordenaar heeft Bruce's ogen uitgestoken, tong afgesneden en z'n oren ook. Het linkeroor was in z'n mond gevonden maar z'n rechteroor is nog steeds zoek. De doodsoorzaak is verdrinking, in de pot.'
'Misschien nam de moordenaar het oor wel mee als souvenirtje.' stelt Zack voor, wetend dat het geen goede zet is, als de hoofdinspecteur hem aankijkt met beide wenkbrauwen opgetrokken.
'Memento mori.' zegt hij snel, hopend dat het het iets beter zal maken. Ariadne zucht nog even en verlaat de ruimte. Zack volgt haar naar een tafel waar twee oudere mensen aan zitten. De een is een man met grijze, korte haren en donkerblauwe ogen en de ander een vrouw met een kort, steil, net afgeknipt kapsel met ook de kleur die wijst op veroudering, samen met donkergroene ogen.
'Mr. Thompson?' vraagt ze, met nog steeds een uitdrukking die geen gevoelens toont. 'Ik ben hoofdinspecteur Vonat en dit is brigadier Smith. Zouden wij u een paar vragen mogen stellen?'
Mr. Thompson knikt en zowel hij als de vrouw, die waarschijnlijk z'n echtgenote is, lijken niet heel erg verdrietig te zijn door het nieuws. Enkel geschokt, overstuur. Ariadne gaat zitten op een stoel aan de tafel en vouwt haar handen ineen terwijl ze de twee aan kijkt met nieuwsgierige ogen.
'Vertel me eens, mr. Thompson. Wanneer heeft u mr. Dyer voor het laatst gesproken?'
'Gister op het feest hier.' antwoordt hij met een zucht. 'Hij hield hier z'n feest omdat hij bijna vijfenveertig jaar was en deed nog een ronde gratis drank voor iedereen. Hij beloofde me vandaag nog terug te betalen.'
'Hoe was jullie verhouding? Waren jullie vrienden, of gewoon kennissen?'
'Ik paste vroeger wel eens op de kleine Bruce. We schelen maar tien jaar en z'n ouders stierven jong. We waren niet hele goede vrienden, maar ik mocht hem wel. Behalve dat, was hij een van de klanten die het meest geld uitgaf.'
'Had mr. Dyer vijanden in het dorp?'
'Nee, hoor.' Mr. Thompson schudt z'n hoofd, maar z'n vrouw is het daar duidelijk niet mee eens.
'Het halve dorp haat die misdadiger!' roept ze. 'Hij is arrogant en leent geld om het nooit meer terug te betalen. Ook zat hij achter iedere meid aan, die jongen was geen goed nieuws!'
'Hou toch op, Betty.' reageert mr. Thompson geërgerd. 'Zo erg was hij niet.'
'Oh, ja echt wel! Het maakte niet uit of hij dronken was of nuchter, hij vloog altijd iedereen wel in de haren!'
'Heeft u misschien een lijst met alle namen die er gister waren?' vraagt Zack aan mr. Thompson en de oude man staat op om naar de bar te lopen. Daar haalt hij een lijst tevoorschijn en overhandigt het aan Ariadne die het zo uitsteekt dat Zack er ook een kleine blik op kan werpen.
'De bovenste drie zijn z'n beste vrienden.'
Zack knikt als teken dat hij het begrepen heeft, maar Ariadne kijkt hem even aan voor ze een van haar routinevragen stelt.
'Tot hoe laat bleef de pub nog open?'
Betty kijkt haar man aan, duidelijk dat ze verwacht dat hij antwoord zal geven.
'Betty ging rond twaalf uur naar bed, dus ik stond hier nog tot ongeveer een uur of twee. Toen waren de meeste gasten al weg. Toen het helemaal leeg was, nam ik aan dat Bruce weg was en sloot de deuren rond half drie. Ik lag om drie uur in bed.'
'Heeft u camerabeelden die kunnen bevestigen wat er is gebeurd?' vraagt Zack terwijl hij de man aankijkt en hij knikt.
'In onze slaapkamer hangt een camera, net zoals daar.'
Hij wijst naar een hoek waar er een hangt, helaas is de gang verbonden aan de toiletten een dode hoek waarschijnlijk.
'Kunt u ervoor zorgen dat we die vandaag nog binnenkrijgen?'
Hij knikt en glimlacht. 'Uiteraard.'
Met z'n tweeën verlaten de twee rechercheurs het café. Zack kijkt zijn baas onderzoekend aan.
'Waar gaan we nu naar toe, mevrouw? Er zijn adressen bij dus we kunnen de gasten een bezoekje brengen.'
Ariadne kijkt op de lijst en naar de eerste drie namen.
'Mevr. Falkner en mr. Walker wonen op hetzelfde adres, dus zullen we die twee eerst een bezoekje brengen?'
Zack knikt. 'Oké, te gek. Kom, dan gaan we.'
'Ho, eens even.' zegt ze vermakelijk als hij zich al omdraait om naar z'n motor te gaan. 'Mooi niet dat ik op dat ding ga! We gaan met mijn auto. Neem de volgende keer de jouwe mee, dan kan jij rijden.'
Hij volgt haar verontwaardigd naar een klein, legergroen autootje.
'Zeg alsjeblieft dat dit een grap is.' fluister hij tegen zichzelf, maar helaas heeft Ariadne hem gehoord.
'Wat is er mis met kleine auto's? Ze passen overal tussen, maar veroorzaken minder ongelukken dan een motor, in mijn opinie.'
Ze stappen in en Ariadne begint te rijden als een wegpiraat als ze de hints van de tomtom volgt.
'Rustig aan, Vonat.' murmelt hij terwijl hij langs de weg kijkt. Dan pakt hij de lijst weer en gaat de namen af, half mompelend in zichzelf.
'Rosalie Falkner... Julius Walker... Jimmy Walker... Victor Gates... Ava Collins... wow, Stacey Collins?!'
'Wie?'
Stacey Collins was een van de knapste actrices die Zack ooit had gezien. Ze had krullende, blonde haren en helderblauwe ogen. Een pure diamant.
'Zij is een fantastische toneelspeler! Echt nooit van gehoord?'
Ariadne rolde met haar ogen en schudde haar hoofd. 'Ik hou niet van die verwende nesten die in liefdesfilms spelen waarin ze helemaal, je weet wel. Ik hou meer van detectives en horror.' Zonder nog enige reactie te geven op haar, ging hij de rest van de gasten af.
'Eveline Adams... Mitchell Dyer....'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen