Foto bij 259 - Emmeline

"Je was er niet vannacht," het was aan het begin van mijn zin nog de bedoeling dat het een vraag zou worden, maar de irritatie is zo duidelijk te horen in mijn stem dat ik het bij een opmerking laat.
Toen ik vanochtend wakker werd lag Lucien niet naast me, en ik tref hem pas aan het ontbijt. Gisteravond was het laat voor ik het feest verliet, en toen had hij het nog uitermate naar zijn zin. Hem mee naar bed krijgen was dan ook geen optie, en zoals het er nu uitziet heeft hij zich de rest van de avond goed vermaakt.
Hij ziet er uit alsof hij hoogstens een uur geslapen heeft, en de geur die van hem afkomt is onmisbaar.
"We zijn gaan jagen," de mannen waarmee hij gisteravond heeft staan praten komen de ruimte binnen. Ze zien er allemaal even slecht uit als Lucien, en ze zijn luid aan het praten over dingen die ik niet kan, of wil, verstaan.
"Je had me op zijn minst kunnen vertellen dat je weg zou gaan." Lucien wrijft ondertussen over zijn slapen, waarschijnlijk om de hoofdpijn die hij moet voelen te onderdrukken. Mijn eetlust is ineens weg, en zin in een scène schoppen waar al deze mensen bij zijn staat me niet aan.
"Het was een impulsbeslissing," hij knijpt met zijn ogen, nog een teken van zijn hoofdpijn. Had hij maar niet zo veel moeten drinken. "En ik wist niet of je al zou slapen."
"En je had ook niet even bij me kunnen komen bij thuiskomst?"
"Ik wilde je niet...," hij wenkt een bediende, die koffie voor hem inschenkt. "Ben je nou boos? Ik ben gaan jagen en daarna op een bank in Lothen's vertrekken in slaap gevallen, dat kan gebeuren."
"Ja, ik ben boos. Dat kan gebeuren." Ik herhaal zijn opmerking, de irritatie nu niet eens meer onderdrukkend. "Je ruikt net als je broer, koning Lucien."
En met die woorden, mijn bloed licht kokend, verlaat ik de ruimte. De ogen van Lucien's jachtgenootschap branden op me, ik voel het, maar ze weten allemaal maar al te goed dat ze zich nu geen opmerking kunnen permitteren. Ik zou ze onmiddellijk het paleis uit laten zetten.

Er mag dan een leeftijdsverschil tussen de twee zitten, Amèlie en Julien spelen prima samen.
Kenna was druk bezig met het vouwen van haar was, maar schuift de mand opzij zodra ik binnenkom en biedt me thee aan.
Ze luistert naar mijn geklaag. Ze voegt niets toe, knikt enkel. Dan, aan het einde van mijn klaagzang, pakt ze bijna moederlijk mijn hand.
"En waarom ben je nou echt zo boos?"
"Dat vertel ik je toch net? Hij.. -"
Ze onderbreekt me. "Ja, je hebt me verteld wat er gebeurd is. Maar dat klinkt gewoon als Lucien. Dat wilde, niet doen wat de regeltjes zijn. Dat is een van de dingen die je zo leuk aan hem vindt, toch? Het niet volgen van de regeltjes is de reden dat jullie samen zijn, zelfs."
"Ja, maar.." Ze heeft ook gewoon gelijk. In veel andere situaties had ik het geen probleem gevonden. Dan had ik hem gevraagd hoe het was, en had ik hem uitgelachen om zijn enorme kater. Maar vandaag ben ik alleen boos. Dat hij de vrijheid neemt om zich volledig vol te laten lopen, om me alleen in ons bed achter te laten op de avond van onze kroning. "Hij had toch rekening met me kunnen houden?"
"Wist hij dan dat je het erg zou vinden? Het klinkt juist alsof hij rekening met je heeft gehouden door je te laten slapen."
"Ik wilde dat hij bij me zou liggen!"
"En dat wist hij?"
"Natuurlijk wist hij dat, hij..." "Heb je het hem verteld?"
"Nee, maar..." "Zie, daar heb je het al." Ze schenkt voor een tweede keer thee in.
"Luister, Emma, mannen zijn idioten, soms. Je moet je wensen volledig voor ze uitspellen, en zelfs dan begrijpen ze er nog geen hol van. Voor jou was het misschien overduidelijk dat je Lucien's aanwezigheid wilde, maar dat was het voor hem blijkbaar niet."
Ik zucht diep. "God, Kenna, wanneer ben jij de meest wijze van ons twee geworden?"
Ze grijnst. "Het moment dat jij verliefd werd op Lucien."

Ik lees Julien voor uit een van mijn favoriete boeken uit mijn jeugd.
De afspraak is dat hij voornamelijk Frans zal leren spreken, dat mijn taal later zal komen, maar ik kan het niet laten om hem zo af en toe wat nieuws mee te geven.
Zijn ogen vallen om de zoveel tijd even dicht, maar hij vecht nog tegen de slaap. Hij slaapt goed en veel, alle indrukken van de laatste weken moeten verwerkt worden. Mijn ouders brengen veel tijd met hem door, maar zij zullen binnenkort weer vertrekken, iets waarvan ik vermoed dat Madeleine er blij mee zal zijn.
Niet omdat ze mijn ouders niet aardig vindt, maar omdat de koppigheid van onze twee moeders niet lang meer goed zal gaan. Mijn moeder weigert Julien op de juiste, Franse manier uit te spreken, wat voor vreselijke ergernis zorgt bij Madeleine. Het is heerlijk om de twee, respectvol en vriendschappelijk, te horen kibbelen.
Mijn broer blijft nog langer hangen. Hij zal vanuit hier op zoek gaan naar een mogelijke vrouw, zegt hij. Ik gok dat het een leugen is, om maar even bij mijn ouders vandaan te kunnen zijn. Ik heb hem verteld dat hij zo lang als nodig is welkom zal zijn.
Ik vertel Julien ondertussen over een prachtige prinses, die verliefd wordt op een prins. Het is de strekking van het boek, maar ik geef er mijn eigen draai aan.
"De prins en prinses hielden heel erg veel van elkaar," ik schuif zachtjes de gordijnen dicht. "Zo veel dat ze alles zouden doen om voor eeuwig samen te kunnen blijven, zelfs dingen die niet mochten. Ze wisten dat het verboden was, maar soms is de liefde belangrijker dan regeltjes."
Julien's ogen zijn gesloten en zijn ademhaling wordt regelmatiger, een teken dat hij bijna in slaap is. Ik blaas de olielamp uit. "En ze leefden nog lang en gelukkig."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen