Foto bij 12.

Die avond hadden we vrijwel niks meer tegen elkaar gezegd, we waren alle bij verstrikt in onze eigen gedachten.
Luci en Richard waren die avond gelukkig weg en kwamen pas laat thuis, dus ze hadden ons geschreeuw tegen elkaar gelukkig niet gehoord.
Wat in ons voordeel werk, zodat we geen uitleg hoeven te geven.

Zondag 09.30

Ik lig nog steeds in bed, ik staar een beetje in het niets, de hele nacht spookte Harry door mijn hoofd. Ik zag hem boven me hangen, ik voelde zijn lippen weer in mijn nek.
Ik raak voorzichtig met mijn vingertoppen de nog gevoelige plek in mijn nek aan, waar hij zijn afdruk op mij gelaten heeft.
Eigenlijk zou ik bang moeten zijn voor iemand die mijn lichaam heeft gebruikt voor een wraakactie, gisteren was ik bang toen ik onder hem lag, ik heb geschreeuwd en gehuild. Maar, waarom kan ik niet echt bang of boos op hem zijn. Ik irriteer me mateloos aan mijzelf!

Na een lange douche kleed ik me in mijn favoriete jeans met een hemdje, om mijn nek knoop ik een zijde sjaaltje om de plek daar voor het oog van andere mensen te verbergen.
Als ik aanschuif bij het ontbijt is Richard het belangrijkste nieuws net aan het voorlezen, ik schuif na een goede morgen, stil aan de tafel aan. Ik heb weinig trek en eet daarom ook maar weinig, ik drink mijn kop thee op en vertrek weer naar boven. Ik wil niet met Jace praten, niet met iemand anders, ik wil alleen zijn, gewoon even alleen.

Ik besteed de middag nutteloos aan muziek luisteren, ik was mijn make up kwastjes uit en ik maak mezelf daarna op, waardoor ik ze weer opnieuw schoon kan maken.

Ik hoor mijn telefoon afgaan, mijn ouders hadden eerder op de ochtend gebeld maar ik had geen zin om een gesprek met ze te voeren, maar nu mijn mobiel maar blijft afgaan loop ik er geïrriteerd naar toe.
Het nummer van Jace verschijnt in het scherm, als ik opneem hoor ik in het begin alleen maar wat gehijg.

"Hallo? Jace?"

Na nog een paar keer zijn naam gezegd te hebben antwoord hij eindelijk, maar ik grijp direct mijn sleutels van mijn tafel als ik hem hoor praten. Ik ren de trap af de deur uit, "ik vermoord hem Kathy, hij maakt me helemaal gek, ik vermoord hem".

Het enige wat ik kan doen is met hem blijven praten, ik hou een taxi aan die me naar de buurt van Harry brengt. Daar zie ik Jace staan, hij loopt net op dat moment het trappenhuis in. Ik gooi wat briefjes richting de taxichauffeur, veel te veel maar dat maakt me niks, ik moet naar Jace.

"Jace, stop, ben je helemaal gek geworden?" Hijgend kom ik bij hem aan, ik klamp me vast aan zijn arm en trek hem terug.
"Wat is er gebeurd met, ik laat me niet gek maken door hem. Je doet precies wat hij blijkbaar van je wil." Ik kijk hem indringend aan, onze blauwe ogen komen samen en hij schut zijn hoofd hopeloos.

"Ik ben zo slecht geweest, ik heb je niet beschermd". Hij lijkt op het punt van huilen te staan, als ik hem voorzichtig aan zijn hand mee neem terug het trappenhuis uit, stuiten we op de jongen en meisje waar ik gisteren mee gesproken had.
Ik negeer hun gelach en spottende opmerkingen, ik stap door Jace met me mee trekkend.

Als we de laatste trap af lopen en de hoek omslaan loop ik vol tegen iemand op, mijn hand glijd uit die van Jace en ik hou ze tegen de borst van de persoon om me meteen weg te kunnen duwen en als ik achteruit stap hap ik naar adem.
Het word dood stil, ik kijk Harry aan, mijn ademhaling vliegt meteen omhoog.
Harry zijn ogen gaan nieuwsgierig over mij en dan naar Jace. Hij leunt nongelant tegen de muur, hij slaat zijn armen over elkaar heen en verspert zo de doorgang met zijn lange lichaam.

"Wat doen jullie hier?" Het verbaast me dat Harry zich blijkbaar amuseert, terwijl Jace nog dieper adem begint te halen.
Ik weet niet zo goed wat ik moet antwoorden, Harry is veel te zelf voldaan.
"Ik ben hier om je een klap op je bek te verkopen, op die arrogante smoel van je".
Jace trekt me aan de kant en wil op Harry afstappen, maar die rent het trappenhuis uit. Jace stormt achter hem aan "Kom hier, hufter, lafaard".
Ik sta daar even, verbaast over de wending die zich zo snel heeft plaats gevonden. Maar ook dan ren ik snel naar de jongens toe.

Als ik naar ze toe loop zie ik ze tegen over elkaar staan, Jace roept van alles tegen Harry. Dat hij van me af heeft moeten blijven, dat hij een smeerlap is, en nog heel wat dingen die ik liever niet nog eens hoor.
Dan haalt Jace naar hem uit, Harry beweegt zijn lichaam nongelant naar achteren, niet onder de indruk van de klap die Jace wil uithalen.

"Jace, hou op. Je verlaagd je tot zijn niveau, je krijgt hier zo veel spijt van". Geretireerd draait hij zich even naar me toe, "ik weet precies wat hij wil, jou, dat krijgt hij niet".

Harry daagt Jace uit, wenkt en sist naar hem.
Vanuit een paar huizen komen wat andere jongens toe lopen, allemaal groot en sterk zo te zien. Zelfs enkele leunen over de balustrades en verschillende mensen beginnen te joelen, Harry houd zijn handen omhoog en geeft aan meer gejoel te willen. Ik schrik van het geluid, ik voel me opgelaten in deze sfeer.
Ik probeer Jace mee te trekken maar hij duwt me weg, "nee Kat, ik moet dit doen".

"Godverdomme, jij moet helemaal niks. Zowel hij als jij krijgen mij niet, dus hou op met dit achterlijke gedoe".

Maar mijn woorden maken totaal geen indruk, het maakt niet uit, hij is vast besloten Harry zelf een dreun te verkopen. Maar de jongens die hun huizen uitkwamen, staan nu allemaal achter Harry en ik zie dat dit echt hopeloos is, Harry weet elke beweging van Jace te ontwijken.

"Serieus, Jace stop, hij is je aan het uitputten, zie je dat nu niet?"
Ik hoor Harry lachen, zijn lach galmt door de flats.

"Zelfs Katherina heeft het door, je bent een zwakkeling".
Dat zinnetje duwt Jace over de streep, eindelijk raakt Jace hem, vol tegen zijn kaak.
Ik hap naar adem, Harry lijkt wat verbaast door de plotselinge rake klap.
Zijn handen gaan even over zijn kaak, en hij beweegt hem even heen en weer. Meteen komen de andere jongens in actie en grijpen Jace vast, ik geef een klein gilletje en probeer bij Jace te komen, maar de grote lichamen houden me tegen.
Ze duwen Jace op zijn knieën en trekken zijn hoofd omhoog aan zijn haren, zodat hij Harry moet aankijken.

"Je dacht tot niet dat ik mijn handen aan je vuil zou maken he?" Harry spuugt voor de knieën van Jace, ik verwoed trekt aan de handen die hem in bedwang houden.

Ik loop op Harry af, me tussen de jongens duwend en geef hem met alle kracht van mijn lichaam een zet, weg van Jace. Als zijn ogen mij vinden kijkt hij me geamuseerd aan,

"Katherina."

Hij sluit zijn hand om mijn pols en trekt me tegen zich aan, hij verwijderd met de andere hand het sjaaltje om mijn nek.
"Ik zei toch dat het geen nut heeft op het te verbergen".

Even staan we dicht tegen elkaar aan, ik zie dat de klap die Jace uitgedeeld heeft wel een plek zal achterlaten. Maar Harry lijkt het niet te merken, hij staart mij alleen maar aan.
"Laat Jace gaan, ongelooflijke sukkel die je bent, laat hem gaan". Ik zie dat Harry na denkt over mijn woorden, dan buigt hij naar me toe en zijn lippen raken mijn oor als hij fluistert.

"Laten we een deal sluiten kleintje, jij blijft nog even bij mij, dan laat ik Jace gaan".
Een rilling loopt over mijn lichaam, terwijl zijn adem over mijn oor en nek strijkt.

"Je denkt toch niet dat ik gek ben?" Ik draai me om en richt me op de andere, snauw dat ze hem los moeten laten, maar mijn pogingen zijn waardeloos.
Ik voel 2 sterke handen om mijn heupen en een lichaam dat zich tegen mij aan drukt.

"Kom op, maak een deal met me".

Ik draai me om, ik duw hem tegen zijn borst, wat ik nog eens doe en nog eens.
Dan slaat mijn ademhaling op hol, mijn vuisten slaan tegen hem aan, overal waar ik maar bij kan. Hij staat daar en laat me begaan, terwijl ik hem agressiever en agressiever te lijf ga.
Plots grijpt hij met polsen vast en trekt me tegen zich aan, ik stribbel tegen, probeer me los te trekken, maar zijn armen zijn veel te sterk.
"Rustig aan nu Katherina, rustig jij, je hebt je punt wel duidelijk gemaakt".

Harry maakt een nongelant een beweging met zijn hand en de jongens laten hem los, "zeker Styles? Moet dit ventje niet weten dat hij hier niet moet fucken?"
Harry lacht spottend, hij schut zijn krullen heen en weer.

"Dat weet hij nu, maar hij heeft fucking veel geluk dat Katherina erbij is".

Ik ren naar Jace toe en trek hem overeind, kreunend komt hij overeind en ik trek hem mee.
"Kom we gaan, nu".

Als we langs Harry lopen pakt hij onverwachts Jace zijn kraag vast en slaat hem hard in zijn gezicht, een volgende slag komt in zijn maag en dan nog 1 tegen zijn kaak.

"Nu mag je gaan".




Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen