Foto bij 260. - Lucien

"En ze leefden nog lang en gelukkig." Emma dekt onze zoon toe, kijkt glimlachend op hem neer. Ze heeft niet door dat ik er ben.
"Zit dat er nog in voor ons?" vraag ik zachtjes. Ze slaat een hand voor haar mond van schrik en kijkt me geïrriteerd aan. Ik zucht; ik kan het niet winnen vandaag. Ik ben uitgeput, heb knallende koppijn en heb gedurende dag precies drie happen gegeten. En daar bovenop is mijn vrouw ook nog boos op me. "Het spijt me. Kunnen we praten?"
Haar uitdrukking verzacht iets en ze knikt.

Samen lopen we door de tuinen, waarvan sommige blaadjes al voorzichtig in warme kleuren beginnen te veranderen. De herfst zit eraan te komen.
"Het spijt me." begin ik. "Dat ik vannacht niet bij je was, bedoel ik. Dat ik niks van me liet weten. Ik... ik had niet verwacht dat we de hele nacht op pad zouden zijn. Het liep uit de hand, we hadden elkaar zo lang niet gezien. Gooi daar alcohol bovenop..." Ik schud mijn hoofd. "Ik probeer geen excuses te verzinnen, alleen uit te leggen waar het mis ging."
Emma kijkt bedenkelijk, maar zucht dan. "Het spijt mij ook. Ik had je moeten zeggen dat ik je graag bij me in bed had gehad. Het was een gekke avond."
"Dat was het zeker."
Voor een poosje lopen we in stilte. Er is nog steeds spanning, maar een stuk minder dan eerder op de dag.
"Ik ben blij dat je het naar je zin hebt gehad." zegt ze dan ineens. "Ook al is dat misschien op een manier waar ik het niet helemaal mee eens was... Ik ben blij dat je een leuke avond en nacht hebt gehad. Ik weet dat dit niet is hoe je de toekomst voor je zag."
"Em..." Ik pak haar hand en stop met lopen, zodat ik haar naar me toe kan draaien om haar aan te kijken. "Nee, misschien is dit niet precies hoe ik het vijf jaar geleden voor ogen heb gehad. Maar in die tijd is mijn toekomst al duizend keer veranderd. Als we niet voorzichtig zijn is het volgende week weer drastisch anders." Ze lacht en kijkt naar de grond. Ik hef haar kin op met een vinger. "Zolang jij onderdeel bent van mijn toekomst, vind ik alles goed."
Haar ogen sprankelen. "Ik was niet van plan om ergens heen te gaan."
"Dus we hebben nog een lang en gelukkig?"
Ze gaat op haar tenen staan om haar lippen tegen de mijne te drukken. "Natuurlijk hebben we dat, mafkees. Eén ruzie gaat daar echt niet ineens tussen staan."
Ik neem haar in mijn armen, blij dat we dit achter ons kunnen laten.

De dag daarna dineren we met alle gasten die nog in het kasteel verblijven; morgen zullen veel van hen vertrekken. Op de gangen vindt ondertussen een kleine volksverhuizing plaats: nu we daadwerkelijk koning en koningin zijn, zullen Emma en ik van vertrekken wisselen. De nieuwe kamers liggen nog centraler en dichterbij alle andere belangrijke plekken, zoals de vergaderzalen en de bibliotheek. Op die manier kan ik overal zo snel mogelijk zijn, op ieder moment van de dag. Bovendien zijn deze vertrekken van alle kanten beveiligd; het aantal wachters is ten opzichte van onze oude plek bijna verdubbelt.
Moeder neemt daarentegen haar intrek in onze oude vertrekken. Ze zegt het eigenlijk heel fijn te vinden, omdat vader in zijn gekte blijkbaar vrij veel aanpassingen had gemaakt en die zijn nu allemaal verdwenen.
Tijdens het eten smoest iedereen wat met elkaar, maar er zijn geen diepzinnige gesprekken rond. Het is een ontspannen maaltijd en ik weet dat ik daar niet aan gewend moet raken. Afgaand op wat er in de afgelopen jaren op mijn pad is gekomen betwijfel ik sterk of zulke diners vaak zullen voorkomen. Onder de tafel pak ik Emma's hand; ze knijpt er in, zonder weg te kijken van haar gesprek met haar broer. Ik verberg me achter een glas wijn. Als koning is mijn plek aan tafel ook anders; ik zit nu op de kop, in een stoel die net geen troon is, maar wel veel te onhandig voor het eten. Op aandringen van mijn moeder draag ik de kroon voor 'dagelijkse' gelegenheden, een simpel gouden circlet. Emma draagt eentje die erop lijkt, maar dan van zilver en iets delicater. Hij voelt vreemd aan tegen mijn huid, maar moeder drong aan op het belang van wennen aan mijn nieuwe status.
Het meeste eten op mijn bord gaat onaangeraakt.

Ik lig met mijn hoofd in Emma's schoot en staar naar het plafond. Zij leest een boek, spelend met mijn krullen. Ik probeerde te lezen, maar kon me niet focussen op de woorden of zelfs de letters. Het kwam allemaal niet binnen. Al twintig keer ben ik opgestaan om door de kamer te ijsberen, ik kan de rust niet vinden. Als ik overeind wil komen om dat weer te gaan doen, blokkeert Emma me met een arm over mijn borst. Half overeind gekomen kijk ik haar vragend aan; ze legt haar boek weg en kijkt me streng aan.
"Praat met me."
"Pardon?"
"Er zit je iets dwars en zoals altijd probeer je mij te beschermen van zorgen. Ik ben je vrouw, Lucien, en we gaan samen een koninkrijk regeren. Praat met me." Haar woorden zijn streng, maar haar ogen bezorgd.
Ik haal onverholpen mijn schouders op. "Ik denk dat het feit dat ik nu daadwerkelijk koning ben eindelijk een beetje begint binnen te komen. Iedereen verwacht nu ineens in alles van me. Ik zie het in ieders ogen. Gezag en verwachting, maar ook afkeuring." Ik haal een hand door mijn haar. "Ik weet gewoon niet... hoe ik dit moet doen."
"Oh, Lucien..." Emma pakt mijn beide handen vast. "Het is ook spannend. Angstaanjagend, zelfs. Maar we gaan dit samen doen. En je hebt je moeder, en adviseurs, en zoveel mensen die bereid zijn je te helpen... Het gaat zoeken worden, maar we komen er wel."
Ik glimlach zwakjes. "Iedereen lijkt vertrouwen in me te hebben behalve ik zelf."
"Dat is ook niet de eerste keer. Kom hier, ik weet precies hoe ik je moet afleiden?"
"Oh?"
Ze grijnst, kust me diep en gebaard dan dat ik moet gaan liggen. Ik zou gek zijn om haar niet te gehoorzamen. Met haar benen elk aan een kant van een lichaam zit ze op me. Met een speelse blik in haar ogen doet ze het koordje van haar nachtjapon los, waardoor haar bleke huid tevoorschijn komt. Mijn hart gaat sneller kloppen. Ze pakt een lint van het nachtkastje om haar haren mee op te binden. De speelse blik wordt intenser en ze leunt naar voren om me nog eens te kussen. "Ontspan, hoogheid... Laat de koningin voor u zorgen." Ze kust een pad over mijn kaak naar mijn borst, steeds verder naar beneden. Ik sluit mijn ogen, kippenvel op mijn armen. Haar vingers over de band van mijn broek. Ik wil met mijn handen door haar haren gaan, maar ze grijpt mijn polsen. Door haar wimpers heen kijkt ze me met glitterende ogen aan. "Alleen kijken." spint ze. "Niet aanraken."
"Emma..."
Ze grijnst bijna beestachtig en mijn hoofd stopt met werken. Ik kan aan niets anders meer denken dan aan haar. "Vanavond maak ik de regels, zelfs al ben je nu koning."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen