Foto bij 262. - Lucien

"Ik draai hem de nek om." snauw ik. Emma is nergens te bekennen, maar na mijn gesmijt met deuren is Winoc achter me aan de vertrekken in gekomen. "We hadden hem hier nooit moeten laten blijven! Als ik hem in mijn handen krijg..." Ik ijsbeer door de kamer, bal mijn vuisten en laat ze weer los. Ik weet niet wat ik met mezelf aan moet.
"Lucien," probeert Winoc, enige wanhoop in zijn stem. "Over wie heb je het?"
"Ik verban hem uit dit verdomde kasteel en laat hem terug rennen naar zijn eigen land!" schreeuw ik. Mijn handen vinden een boek op het nachtkastje en ik smijt het door de kamer. Het land met een doffe klap tegen de muur en vervolgens de vloer.
"Lucien!" roept Winoc, luider dit keer. "Over wie gaat dit, in godsnaam? Is er iemand in gevaar?"
Hijgend kijk ik hem aan. Hij kijkt gespannen terug, klaar om in actie te komen als er iets mis is.
"Nee." weet ik eruit te krijgen. "Nee, niemand behalve dat rotjong."
"Welk rotjong? Waar gaat dit over, Lucien? Ik heb je niet gezien sinds..." Hij dwaalt af, realisatie af te lezen op zijn gezicht. "Dit gaat over Cecilio?"
Meteen voel ik de woede weer bovenkomen; mijn handen krullen zich om het voeteneind van ons bed. De woorden zijn bitter op mijn tong. "Ik vond hem samen met Eailyn. Hij vertelde over hoe Emma hem en Eschieve betrapt heeft en hoe ze van geluk mochten spreken dat ze vandaag binnen kwam en niet toen ze..." Ik krijg het niet over mijn lippen.
"Betrapt? Oh." Zijn gezicht vertrekt in afgunst, wat al mijn gevoelens alleen maar bevestigd. Ik schreeuw, grijp een kussen en sodemieter het door de lucht. Aangezien het een kussen is en dus geen lawaai maakt wanneer het op de grond valt, helpt het precies niks.
"Ik ga hem vermoorden." snauw ik en ik been richting de deur, maar Winoc grijpt me vast.
"Dat lijkt me een slecht idee."
"Ik ben je koning, ik gebied je -"
"Je gebied mij helemaal niks, Lucien." zegt Winoc koud. Daarmee gaat hij alle grenzen over en als hij niet mijn beste vriend was geweest had ik hem laten ophangen. Voor een paar seconden zijn we in een intense staarwedstrijd verwikkeld, die hij wint.
"Schenk jezelf wat te drinken in. Ik laat Emma halen."
"Emma kan hem niet redden."
"Dat zien we dan wel weer. Zit. Drink wat. Ik ga nergens heen, dus haal het niet in je hoofd toch ineens de kamer te verlaten."

Tegen Emma haar wil in zitten we samen met Eschieve en Cecillio in één van de vergaderzalen. Op haar aandringen zit mijn moeder erbij, maar ik krijg niet de indruk dat ze de intentie heeft om veel inbreng te geven.
Het kost me een immense hoeveelheid inspanning om Cecilio niet aan te vliegen.
"Hoe háál je het in je hoofd?" sis ik.
"Lucien -" begint Eschieve, maar ik onderbreek haar met een handgebaar. Haar wangen kleuren dieproze.
"Bij jou kom ik zo nog wel, Eschieve." Ik keer me weer naar het rotjong op de andere stoel. In eerste instantie zaten ze samen op de bank, maar daar stak Emma snel een stokje voor, al was het alleen al om mij te plezieren. "Hoe háál je het in je hoofd?!" vraag ik nog eens. "Eerst kom je hier onaangekondigd aanwaaien en is deze familie zo goed om je onderdak te bieden, je te verzorgen, je van al je wensen te voorzien. Als het aan mij had gelegen hadden we je toen al achter een paard gebonden en je terug laten lopen naar Portugal."
"Lucien!" roept Emma waarschuwend. Ik negeer haar half.
"Maar goed, je was hier, Eschieve is op je gesteld, dus je aanwezigheid de afgelopen maanden is getolereerd. En vervolgens flik je ons dít? Ik kan me herinneren dat we je de regels haarfijn hebben uitgelegd die eerste nacht. Met je fikken van Eschieve afblijven stond boven aan die lijst. Is dat correct?"
Cecilio schudt zijn hoofd, zijn ogen naar de grond gericht. Emma is me dan voor:
"De koning vroeg je wat."
Cecilio's hoofd schiet omhoog om mijn blik te ontmoeten. "D-dat is correct, majesteit." stottert hij.
"En toch vond je het een goed idee om door te gaan met deze godsverboden zaken?"
"Lucien, wees niet zo ontzettend -" begint Eschieve weer, maar dit keer is een blik genoeg om haar tot stilte te manen.
"Het liefst zou ik je het land uitzetten. Je terugsturen naar Portugal en alle contact voorgoed verbreken. Ik heb altijd duidelijk laten merken dat ik niet achter deze... relatie sta, al is dat amper hoe je het kan noemen." Ik been door de ruimte en Emma gebiedt me met haar ogen om te gaan zitten. Ik zijg neer in de troon die in de ruimte staat en kijk de jonge prins strak aan. "Het was één ding geweest als jullie het bij voorspel hadden gehouden." Ik krijg het woord alleen maar over mijn lippen omdat ik weet dat de twee ineen zullen krimpen. Dat doen ze; Eschieve slaat haar handen voor haar gezicht en kreunt. "Maar, zo ontdekte ik vandaag, dat is niet het geval. Dat hebben jullie beiden toegegeven, zij het aan verschillende personen. Correct?"
"Correct." mompelen ze allebei.
"Weet er verder iemand van deze gebeurtenis?"
"Nee, hoogheid." antwoorden ze in koor.
Ik klem mijn kaken op elkaar en kijk naar Emma. Ik weet dat ze het niet eens is met mijn woede, maar dat ze hem wel begrijpt. Ze richt haar kin op en haalt diep adem: je kan dit, vertelt het me. Ik sluit mijn ogen.
"Cecilio, ik wil dat je ja of nee antwoordt op de vraag die ik je nu ga stellen. Niets meer, niet minder. Ik wil geen excuses horen, alleen maar ja of nee. Begrepen?"
"Ja, majesteit."
"Heb je de maagdelijkheid van prinses Eschieve ontnomen en daarmee haar puurheid bezoedelt?"
Het blijft angstvallig stil, tot... "Ja, majesteit." Het is amper gefluister, de angst duidelijk hoorbaar in zijn stem. Het kost me alles wat ik heb om hem niet aan te vallen.
"Cecilio, voorlopig zal je in het stalhuis slapen met de andere knechten. Eschieve is niet toegestaan haar vertrekken te verlaten tenzij dat is voor een maaltijd of als ik, de koningin of prinses Madeleine haar laat halen. Voor beiden zal de wacht worden verdriedubbeld, op zijn minst tot ik hier een beslissing over kan maken."
"Beslissing?" Eschieve kijkt me geschrokken aan. "Wat voor beslissing?"
Er zijn zelden momenten dat ik in staat ben de emoties voor mijn zusje uit te zetten. Altijd al ben ik geneigd om voorzichtig te zijn, om zacht te zijn. Dat punt ben ik vandaag ver, ver voorbij.
"Of ik Cecilio voorgoed verban uit Frankrijk en jullie het contact verbied." vertel ik haar. Tranen schieten in haar ogen. Ze haat me. Of het op dit moment is of voor altijd, dat weet ik niet, maar voor nu haat ze me. Er is een andere optie, maar daar wil ik niet aan denken.
De enige manier om mijn zusje, de prinses van Frankrijk, daadwerkelijk van schande te beschermen is ervoor zorgen dat ze trouwt met de man die haar puurheid afnam.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen