Foto bij Scar 178

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ze kan me steunen, maar dit is iets wat ik zelf moet verwerken. Ze kan er voor me zijn, en ze kan van me houden, en dat gaat me helpen om hier overheen te komen, maar als het er op aankomt moet ik het zelf doen. Ik moet hier zelf mee leren leven.
En zulke dingen zijn nou nooit echt mijn specialiteit geweest.

Twee dagen later, op donderdag, is het precies zes jaar geleden dat Blueberry is overleden. Ik ben een wrak, maar ik ben een goed verborgen wrak, en aangezien ik Paige niet verteld heb wat voor dag het vandaag is, heeft ze het niet door.
Ik heb de behoefte niet om uit bed te komen, en dat vermom ik door Paige dicht tegen me aan te trekken en slaperig te murmelen dat ik echt helemaal geen zin heb om wakker te worden. Ze gaat er glimlachend in mee en nog minstens een uur blijven we in elkaars armen in bed liggen, af en toe een kus op elkaars hoofd of hals gevend.
Uiteindelijk staan we op. Ik ga douchen, en Paige maakt ontbijt. Nadat we gegeten hebben, stapt Paige zelf onder de douche, en dat is het moment dat mijn telefoon gaat. Ik kijk naar het beller-ID, zucht, en neem op.
'Hoi.'
'Hey, Nathan, met mij,' zegt Marco, zijn stem zoals elk jaar zacht als water en bezorgd. 'Hoe gaat het? Trek je het een beetje?'
'Ik red me wel. Marco, ik... ik wil... Dit jaar moet ik het gewoon even zelf doen,' zeg ik.
Ik kan hem niet zien, maar het is niet moeilijk om de afkeur in zijn blik voor te stellen.
'Je hebt het Paige niet verteld,' concludeert hij.
Op de achtergrond hoor ik Hailey, die blijkbaar met een half oor meeluistert, roepen: 'Hoezo heeft hij het Paige niet verteld?!'
'Ik heb het Paige niet verteld,' beaam ik. 'Dat wil ik zo houden.'
'Als ze er over een tijdje achterkomt dat het vandaag was en dat je dat voor haar achter hebt gehouden, gaat ze heel erg gekwetst zijn,' waarschuwt hij me.
Ik zucht. Vorig jaar, toen we elkaar al wel kenden maar we nog geen relatie hadden, heb ik het ook geheim gehouden, maar ik denk dat ze me dat wel zou vergeven, want we kenden elkaar nog niet zo goed. Nu, echter, wonen we al weken samen en zou ze wel van me verwachten dat ik haar zulke dingen vertel. Ik kan het gewoon niet over mijn hart verkrijgen. Ik denk dat ik fysiek gewoonweg niet in staat ben om de woorden over mijn lippen te krijgen.
'Ik weet het, Marco, maar... maar ik kan het nu gewoon even niet. Vertel het haar alsjeblieft niet. Dit zijn mijn zaken,' smeek ik hem.
Hij zucht, en ik hoor een kort overleg.
'We zullen het haar allebei niet zeggen. Maar als ze er ons direct naar vraagt, vandaag of in de toekomst, zullen we niet liegen,' zegt Marco.
'Dank je wel,' zeg ik. Ik wil nog meer zeggen, maar ik aarzel, en hang dan op.
Ik zet thee en niet lang daarna verschijnt Paige weer, haar haren nog een beetje vochtig. Ze glimlacht naar me en komt bij me staan, waardoor ik mijn armen om haar middel kan slaan en zij de hare om mijn nek. Ze geeft een zacht kusje op mijn kaak en draait haar hoofd weg om te gapen. Mijn mondhoeken gaan omhoog.
'Nog steeds slaperig?'
Ze knikt stilletjes en rust haar hoofd in mijn hals.
'Ik ga zometeen naar Johanna. Dat had ik haar beloofd. Het zal waarschijnlijk best lang duren, maar ik ben voor het avondeten thuis,' zeg ik.
Ze drukt weer een kusje op mijn kaak en knikt.
'Is goed, liefje. Rij voorzichtig.'
'Zal ik doen.' Ik trek haar dichter tegen me aan. 'Maar eerst wil ik je nog eventjes vasthouden.'
Ze laat het toe, en na een tijdje laat ik haar los.
Ik geef een kus op haar voorhoofd en zeg: 'Ik heb thee voor je gezet.'
Ze bedankt me en ik neem eventjes haar hoofd in mijn handen zodat ik ook haar lippen kan kussen.
'Ik zie je vanavond,' zeg ik. 'Vergeet niet te lunchen.'
'Ik zal eraan denken.'
Ik trek mijn jas en schoenen aan en vertrek.
Allereerst ga ik naar Johanna, zoals beloofd. Terwijl ik mijn auto parkeer en door de gangen naar haar kamer loop, houd ik mezelf voor dat ik niet zal blijven als ze geen heldere dag heeft en me niet herkent. Soms, als ze niet meer precies weet wie ik ben, neem ik nog de moeite om haar eraan te helpen herinneren, maar vandaag denk ik niet dat ik dat kan. Het blijkt echter onnodig, want zodra ze de deur voor me opendoet, zie ik dat ze precies weet wie ik ben.
Ze trekt me in een omhelzing en ik knuffel haar terug. Eerst praten we gewoon over haar leven, en vraagt ze me naar dat van mij. Ze vraagt of alles weer goed is tussen mij en Paige, wat ze blijkbaar nog onthouden heeft van mijn vorige bezoek, en ik zeg dat dat zo is. We gaan lunchen, waarna we weer terugkeren naar haar kamer, en net wanneer ik begin te vermoeden dat ze het vergeten is, begint ze over Blueberry.
Ik wilde dat ze er iets over zou zeggen, want dat is de reden dat ik hier ben, maar zodra ik haar naam hardop gezegd hoor worden, voel ik een brok in mijn keel ontstaan. Johanna ziet het en spreidt haar armen. Ik laat me verdwijnen in haar omhelzing en hoe hard ik het ook probeer, ik slaag er niet meer in om de tranen binnen te houden. Terwijl ze me vasthoudt merk ik dat ook zij zachtjes begint te huilen.
'Het spijt me zo,' weet ik na een tijdje uit te brengen. 'Dat ze... D-Dat ik haar niet...'
Ze strijkt zachtjes over mijn haar en ik val weer stil.
'Oh, jongen toch. Het is jouw schuld niet. Het is helemaal jouw schuld niet,' sust ze me. 'Ik weet niet wat die zus van mij jou allemaal ingeprent heeft, en ik weet niet wat voor afschuwelijke dingen je jezelf wijs maakt, maar het is jouw schuld niet.'
Ik schud mijn hoofd, deels omdat ik niet denk dat ik ook maar één woord hardop zou kunnen uitbrengen zonder in te storten en deels omdat ik de woorden niet weet om uit te leggen dat ze ongelijk heeft.
'Johanna, ik mis haar zo,' snik ik zachtjes en ze strijkt over mijn rug. 'I-Ik... Ik mis haar gewoon zo.'
'Ik mis haar ook, schatje.'
Eventjes houden we elkaar nog vast, snikkend en bevend, maar na een tijdje maakt ze zich van me los en neemt ze mijn betraande gezicht in haar handen. Met haar duimen strijkt ze de laatste tranen weg en ik kijk haar door de waas in mijn ogen aan.
'Lieve jongen, mijn lieve, lieve jongen... Ik zou willen dat ik je moeder was, zodat ik je kon behoeden voor al het vergif waarmee Mina-Nora je hoofd wil vullen,' zegt ze, en mijn hart splijt in tweeën, want ik kan horen dat ze het echt meent.
Mijn ogen vallen dicht en ze neemt me weer in mijn armen wanneer mijn schouders beginnen te schokken.
Ik blijf tot ongeveer vier uur 's middags bij Johanna. We halen allemaal herinneringen over Blueberry op, wat tegelijkertijd geweldig en hartverscheurend is. Ik heb nog nooit zo vaak gewisseld tussen lachen en huilen in zo'n korte tijd.
Na Johanna ga ik naar de begraafplaats waar Blueberry ligt, maar ik parkeer mijn auto aan het einde van de straat en blijf nog even zitten, want ik zie de auto van mijn ouders staan en ik wil ze niet tegen het lijf lopen. Na een halfuurtje zie ik ze in de verte terug naar de parkeerplaats lopen, hand in hand. Aangekomen bij de auto zie ik dat mijn moeder weer in tranen uitbarst en mijn vader neemt haar meteen in zijn armen, ook al zie ik dat zijn eigen schouders ook schokken. Mijn vader is altijd al degene geweest die andere mensen troost, en mijn moeder degene die zich laat troosten.
Na een paar minuten drogen ze hun tranen en rijden ze weg. Ik zak een beetje onderuit en draai mijn hoofd opzij wanneer ze langs rijden, ook al weet ik dat het niet heel veel zin heeft. Mijn moeder weet niet zo goed hoe mijn auto eruitziet, maar ik weet zeker dat mijn vader het model en nummerbord herkend heeft, aangezien hij hem met mij heeft gekocht. Ik weet zeker dat hij weet dat ik het ben; de vraag is echter of hij het ook aan mam gaat vertellen. Eigenlijk maakt het niet uit.
Ik zet mijn auto op een parkeerplekje dichter bij de ingang van de begraafplaats en loop naar Blueberry's graf. Zo te zien hebben onze ouders een peperdure bos bloemen voor haar neergelegd. Dat zou ze verschrikkelijk hebben gevonden.
Ik zeg niets. Ik huil niet eens. Ik val niet op mijn knieën, smekend om vergiffenis. Ik sta gewoon met mijn handen in mijn zakken voor het graf, starend naar de steen, naar de bloemen. Ik denk dat ik daar minstens een uur gestaan heb, mijn gedachten te warrig om echt ergens aan te denken, voordat ik me omdraai en terug naar mijn auto slenter.
Ik klik mijn gordel vast en wil wegrijden, maar dan, uit het niets, begin ik ineens te huilen. Ik snik zo hard dat ik bang ben dat ik zal breken, dat alles in me verscheurd zal worden. Ik huil nog harder dan ik gedaan heb toen ik bij Johanna op bezoek was.
Wanneer ik eindelijk weer gekalmeerd ben, is er ruim een kwartier verstreken. Ik sluit mijn ogen, haal even heel diep adem, en begin naar huis te rijden. Thuis aangekomen kijk ik even in de spiegel van mijn auto om te controleren of het niet te overduidelijk is dat ik gehuild heb, en wanneer ik geconcludeerd heb dat het eigenlijk niet meer te zien is, stap ik uit.
Zodra ik de deur van het appartement opendoe, ruik ik dat Paige een of ander rijstgerecht klaar heeft gemaakt, waarschijnlijk omdat dat makkelijk op te warmen is voor het geval dat ik wat later zou zijn. Ik hang mijn jas op, doe mijn schoenen uit, en loop naar de keuken, waar Paige net begint met het verwarmen van de maaltijd.
Ik kom achter haar staan en laat mijn armen om haar heen glijden, zodat ze me niet meteen aan kan kijken. Als ze goed kijkt, weet ik zeker dat ze ziet dat ik me slecht voel, en ik wil geen vragen hoeven te beantwoorden.
Wanneer het warm is, gaan we aan de eettafel zitten eten.
'Ik moet even naar mijn oude appartement, als je het niet erg vindt. Blijkbaar had mijn oude huisbaas een vraagje over de boiler of zoiets. Ik wist altijd al beter hoe dat ding werkte dan hij,' zegt ze wanneer we net klaar zijn met afruimen.
'Is goed, liefje. Wees voorzichtig.'
'Zal ik doen, lieverd. Ik zal over een uurtje of twee wel terug zijn, maximaal,' zegt ze.
We geven elkaar nog een kus en ze vertrekt.
Voor het eerst die dag voel ik me ineens helemaal alleen. Zelfs bij Blueberry's graf had ik niet het idee dat ik eenzaam was, maar ineens word ik meedogenloos overspoeld door het gevoel. Blijkbaar kan ik nog niet zo goed omgaan met eenzaamheid, want binnen een kwartier heb ik een fles whisky uit de kast getrokken.
Telkens wanneer het schuldgevoel naar boven komt, neem ik nog een slok en verliest de steek in mijn buik zijn scherpe randjes. Ik voel me afgrijselijk, en het drinken maakt het niet beter, maar het zorgt er wel voor dat ik me minder bewust ben van de afgrijselijkheid, dus ik neem slok na slok na slok. Gek genoeg voel ik me niet heel dronken, wat betekent dat mijn alcoholtolerantie nog altijd vrij hoog is, ook al heb ik het obsessieve drinken maanden geleden al opgegeven, nadat Paige het me liet beloven.
Paige. Ik had het haar beloofd. Ik had beloofd dat ik minder zal drinken. Het besef vult mijn hoofd tot het pijn begint te doen, maar nog een slokje whisky lost dat wel op.
Na nog minstens een uur bel ik Paige, die al vrij snel opneemt.
'Hey, Nathan,' begroet ze me. 'Ik ben net op weg terug naar huis. Je staat op de luidspreker. Is er iets?'
'Ik hou van de manier waarop je mijn naam uitspreekt,' murmel ik in de telefoon, mijn stem net ietsje slepender dan verwacht. Oeps, toch een beetje dronken, misschien.
Heel lang is het stil aan de andere kant van de lijn. Misschien voelt het gewoon stil.
'Je bent dronken,' concludeert Paige dan. Ze klinkt niet blij.
Ik lach. 'Een beetje maar.'
'Je had beloofd om niet meer dronken te worden.'
'Kom op, zeg. Jij wordt soms ook wel een beetje tipsy,' verdedig ik mezelf.
'Dat is totaal anders, en dat weet je. Jij bent nu dronken omdat je schuldgevoel weg wil drinken, want het is vandaag zes jaar geleden dat Blueberry dood is.'
Ik ga rechtovereind zitten.
'Hoe weet jij daar nou van?' vraag ik.
'Je hebt het me vandaag misschien niet verteld, maar ergens een tijdje geleden heb je de exacte datum wel eens laten vallen. En dat ben ik niet vergeten.'
Ik neem nog een slok.
'Waarom zei je dat dan niet?'
'Omdat jij er niet over begon. Als je wilde dat ik het wist, zou je het wel gezegd hebben, dus ik heb me gewoon afzijdig gehouden.'
Nog een slok. Ik antwoord niet, hoewel Paige wel een reactie verwacht.
'Nathan?' vraagt Paige na zo ongeveer een halve minuut van stilte.
'Kijk, ik zei het toch: je spreekt mijn naam heel mooi uit. Ik heb echt een kutnaam. Het klinkt alleen mooi als jij het uitspreekt. Luister maar: Nathan. Dat klinkt toch helemaal niet bijzonder? Jij maakt het mooi,' zeg ik.
Deze keer is het haar beurt om stil te zijn. Waarschijnlijk heeft ze gewoon een hele hoop dingen bedacht die ze wil zeggen, maar weet ze niet in welke volgorde.
'We praten erover wanneer ik thuis ben. Tot zo,' zegt ze, en ze hangt op.
Waarschijnlijk rijdt ze een beetje te snel, want al na een minuut of tien hoor ik de voordeur opengaan. Ik hoor hoe ze haar jas en schoenen uittrekt, en ik hoor hoe ze naar de woonkamer komt lopen, maar ik kijk niet op.
Ze komt bij me staan, zo ongeveer een meter achter me, maar ze zegt heel lang niets, en ze beweegt ook niet. Ik denk dat ze niet weet wat ze moet doen.
Uiteindelijk stapt ze naar me toe en pakt ze de fles whisky, die nog steeds door mijn rechterhand wordt omklemd, vast.
'Geef die maar aan mij,' zegt ze, maar ik schud mijn hoofd. 'Nathan, geef hier.'
In de hoop dat ik hem los zal laten, begint ze zachtjes aan de fles te trekken. Het is slechts een waarschuwing. Ze trekt niet hard genoeg om echt een serieuze poging te doen om hem uit mijn handen te wrikken.
'Paige, hou op,' zeg ik terwijl ik opsta.
Ze geeft een serieuze ruk aan de fles, waardoor die uit onze handen schiet en uiteenspat op de grond. Ze zet verschrikt een stapje opzij, en trekt haar hand terug alsof ze die gebrand heeft. Ik vermoed dat zij wel heel veel vaker flessen drank tegen muren of vloeren kapot heeft zien gaan, toen ze nog een meisje was.
Ik kijk eindelijk eens echt naar haar. Ze ziet er vermoeid uit, en boos, en een beetje bang.
'Ik wist dat vandaag zwaar voor je zou zijn, maar ik had niet gedacht dat je weer in je oude gewoontes zou vallen,' zegt ze. Het klinkt niet echt beschuldigend. Er ligt een emotie in haar stem waar ik niet helemaal mijn vinger op kan leggen.
Ik haal mijn schouders op.
'Doe maar niet alsof jij geen zelfdestructief gedrag vertoont wanneer het tegenzit,' grom ik.
'Ik ben me daar heel goed van bewust. Maar als ik zoiets doe, laat jij me ook niet gewoon mijn gang gaan,' kaatst ze terug.
Ze heeft gelijk, maar dat betekent niet dat ik het leuk moet vinden.
'Ik weet dat ik een veel minder zwaar verleden heb dan jij, maar soms heb ik gewoon even het recht om me een avondje kapot te zuipen, oké?'
'En ik heb het recht om je tegen te houden,' zegt ze, maar dan verzacht haar blik iets. 'Nathan, je moet jouw situatie niet vergelijken met de mijne. Wat jou is overkomen, is ook echt verschrikkelijk. Ik mag dan wel een zwaar disfunctionele familie hebben, maar jij hebt ook niet bepaald de loterij gewonnen.'
'Ja, inderdaad. Een familie is me gewoon niet gegund, blijkbaar,' zeg ik chagrijnig, en ineens merk ik dat Paiges stemming van het een op het andere moment omslaat.
'Nathan, hoe kun je dat nou zeggen?' vraagt ze zachtjes. Er ligt iets van pijn in haar stem, maar ik snap niet waarom.
'Wat? Het is toch gewoon zo?' reageer ik bars. In mijn ooghoek zie ik haar ineenkrimpen, en ik begrijp nog niet precies waarom die uitspraak haar zo raakt.
'I-I-Ik dacht dat je er helemaal geen problemen mee had dat ik onvruchtbaar was,' brengt ze uit, alsof ze elk moment in tranen uit kan gaan barsten.
Het bloed trekt uit mijn gezicht en ik voel een knoop in mijn maag ontstaan.
'Paige. Paige, dat was niet wat ik bedoelde,' zeg ik snel, en ik wend me smekend tot haar. Ik neem haar hand in de mijne en leg mijn andere hand op haar wang, ook al kijkt ze me nog steeds niet aan. 'Ik had het niet over jou. Ik had het over mijn huidige bloedfamilie; mijn ouders en Blueberry. Denk nooit ook maar één moment dat ik wrok jegens jou koester omdat je geen kinderen kunt krijgen. Nooit.'
Ze maakt zich van me los en draait haar hoofd weg. Ik kan aan haar gepikeerde houding zien dat Blueberry langzaam haar gedachten uit glipt en alles plaatsmaakt voor die slopende, afschuwelijke zelfhaat die altijd op de achtergrond dreigt sinds ze dat telefoontje van haar arts heeft gekregen. Het lijkt haar op te slokken, tot ze verdwijnt in de duisternis.
‘We zouden ivf kunnen proberen,’ oppert ze dan zachtjes, en het klinkt bijna alsof ze er al spijt van heeft op het moment dat ze het hardop zegt, alsof het een taboe is.
Ik voel mijn hart uit mijn borstkas op de grond vallen, en mijn schouders gaan hangen.
‘Paige...’ begin ik, niet wetend waar ik precies moet beginnen. Ze slaat haar blik neer, beschaamd. Wanneer ik goed kijk, zie ik dat haar ogen een beetje vochtig zijn geworden. Zelfs wanneer ik een plukje haar achter haar oor strijk, ontwijkt ze oogcontact.
‘Paige, je weet wat de dokters hebben gezegd,’ zeg ik zachtjes.
Ze bijt op haar lip.
‘Ik weet het, maar... maar wat als ik het wél kan? Ik heb nooit echte gezondheidsproblemen gehad, en ik ben fysiek vrij sterk. Ik kan het heus wel aan.’
Ik kijk haar wanhopig aan.
‘Paige... Paige, het is gevaarlijk. Zelfs - zélfs - als je zwanger raakt, is de kans op een miskraam erg groot. En jij zou ook een enorm risico lopen. Ze hebben heel duidelijk gezegd dat er complicaties op kunnen treden die fataal voor je zouden kunnen zijn.’
Hoewel ze me nog altijd weigert aan te kijken, zie ik dat de eerste tranen al uit haar ogen vallen. Ze glijden over haar wangen, die bleek zijn van ellende, en druppelen van haar kin naar beneden.
‘Maar... Maar ik ben het. Ik heb wel ergere dingen overleefd.’
Ik haal moedeloos een hand door mijn haar.
‘Paige, nee. Gewoon... nee. Ben je serieus bereid te sterven, alleen maar voor een zwangerschap die zo goed als zeker niet in een levend kindje zal resulteren? En zelfs als - als - er een wonder zal plaatsvinden en er wél een kindje wordt geboren én jij het overleeft, dan is het haast onmogelijk dat hij of zij helemaal gezond zal zijn. En de kans dat dat allemaal gebeurt is echt één op de miljard, of zo.’
Heel even kijkt ze me aan, met een felle, bijna minachtende blik.
‘Dus je zou niet van je eigen kind houden als hij of zij gehandicapt is?’ stoot ze uit.
‘Dat zei ik helemaal niet!’ schreeuw ik, niet langer in staat om me in te houden. ‘Ik zeg gewoon dat ik niet bereid ben jou kwijt te raken voor een of andere obsessieve ouderwens!’
Ze slaat haar armen om zichzelf heen, met tranen in haar ogen. Ze is niet meer in staat om me aan te kijken.
‘Wil jij geen gezinnetje?’ vraagt ze zachtjes, en ze klinkt zo gebroken en verdrietig dat mijn woede weer een beetje wegsmelt.
‘Natuurlijk wel,’ antwoord ik schor en ik loop naar haar toe. ‘Paige, natuurlijk wel.’
Ze ontwijkt stug mijn blik, maar ik neem haar hoofd in mijn handen en dwing haar om me aan te kijken. De tranen lopen nog steeds onophoudelijk uit haar ogen.
‘Paige, luister gewoon naar me. Je zult nooit - nóóit - een biologisch kindje krijgen. Gewoon nooit. Hou op met die hoop koesteren,’ zeg ik, indringend. En hoewel ik haar hart zie breken, neem ik mijn woorden niet terug. ‘Dit betekent niet dat je nooit moeder zult zijn, en ook niet dat wij nooit een gezin zullen vormen, maar je zult nooit de moeder worden van kinderen die biologisch van jou zijn. Het is gewoon zo. Je moet dat leren accepteren.’
Ze maakt zich van me los en zet een stapje achteruit, haar gezicht nat van de tranen.
‘Hoe,’ begint ze, haar stem doordrenkt met vergif en zelfverwijt, ‘kan ik dat ooit accepteren? Hoe, Nathan? Begrijp je het nou echt niet? Ik heb een miskraam gehad. Een miskraam. Dat betekent dat ik zwanger was, en dat het baby’tje is overleden. Dat betekent dat er een kindje in me groeide; een kindje van jou en mij.’ Haar handen gaan naar haar buik, alsof daar nog steeds leven opbloeit. ‘Er woonde een kind in mijn buik - het was nog maar een embryo, maar toch - en toen heb ik een miskraam gehad. Dat betekent dat hij of zij dood is gegaan. Er groeide een levend mensje in mijn buik, e-en nu niet meer, omdat mijn lichaam niet in staat is om een levend wezen te laten ontwikkelen en groeien. Heb... Heb je enig idee hoe dat voelt?’
Mijn schouders gaan weer nog verder hangen.
‘Paige...’ verzucht ik, maar wanneer ik haar aan probeer te raken stapt ze nog verder terug. ‘Natuurlijk weet ik niet precies hoe het voelt, maar ik vind het ook erg, wat er is gebeurd. Je was zwanger. Ik was de vader. Natuurlijk vind ik het erg.’
Ze draait haar hoofd weg, en ik zie haar onderlip zachtjes trillen.
‘Maar... Maar het gebeurde niet in jou. Het was niet jouw lichaam dat... dat hem of haar dood liet gaan,’ stamelt ze. ‘I-Ik... Ik weet niet eens of ik de baby had willen houden, als ik geen miskraam had gehad en erachter was gekomen dat ik zwanger was. Misschien... misschien hadden we wel voor abortus gekozen, uiteindelijk. Dat kan best. Maar... Maar nu is het gewoon... We hadden de keuze niet en ik blijf er steeds maar over nadenken. Ik blijf steeds maar denken over wanneer ik misschien zwanger ben geworden, over of het een jongen of meisje zou zijn, hoe het zou zijn om zwanger te zijn, of we gelukkig zouden zijn geweest als we toch ouders waren geworden. Ik... De miskraam heeft de situatie alleen maar verslechterd, zei de arts, dus dit was zo goed als zeker de enige keer in mijn hele leven dat ik zwanger zal zijn, en ik wist het niet eens. En... En telkens als ik daar aan moet denken is alles gewoon zo... afschuwelijk.'
'Liefje...' verzucht ik terwijl ik naar haar toe stap en mijn handen op haar armen leg. Ze draait haar hoofd nog een paar graden verder opzij, alsof ik haar tranen dan niet kan zien, maar ze kan niet verbergen dat haar schouders beginnen te schokken.
'Oh, liefje...' zeg ik terwijl ik mijn armen om haar heen sla en haar tegen me aan trek.
Haar laatste verzet brokkelt af en ze begint te snikken. Ik wieg haar zachtjes in mijn armen terwijl ze genadeloos ineenstort.
'Oh, Paige, liefste, ik... ik dacht dat je er inmiddels wel overheen was,' murmel ik, maar ze schudt huilend haar hoofd.
Even laat ze me haar vasthouden, maar na een tijdje maakt ze zich ruw van haar los.
'Nee, stop. Ik ben verdrietig en gefrustreerd en ik ben boos op je en ik wil dat je van me af blijft,’ brengt ze een beetje gedesoriënteerd uit.
'Het spijt me, liefje. Ik... Ik wil niet weer ruzie maken,' probeer ik zachtjes. Automatisch wil ik haar weer aanraken, want ik ben het gewend om haar zo'n beetje negentig procent van de dag aan te raken, maar ik hou mezelf tegen.
'Ik ook niet,' zegt ze beverig, maar dan slikt ze en recht ze haar rug in een poging om zichzelf te vermannen. 'Maar je moet ophouden met gaan drinken als je je slecht voelt over Blueberry. Ik weet niet eens hoeveel schade je de afgelopen zeven jaar al aan je lever hebt gedaan, maar het is nu afgelopen. Wat als je jezelf op een dag dooddrinkt, Nathan? Wat moet ik dan? Je hebt het recht niet om me achter te laten. Je hebt zo je best gedaan om me van je te laten houden, en dan kun je niet zomaar in de armen van alcoholvergiftiging rennen wanneer je ook gewoon mijn hulp zou kunnen accepteren wanneer je het moeilijk hebt. Heb... Heb je ook maar enig idee hoe bang ik ben om je kwijt te raken?'
Mijn schouders gaan een beetje hangen.
'Je hebt gelijk, lieverd. Ik weet het. Ik... Ik vind het gewoon moeilijk. Het spijt me,' zeg ik, er is nog meer dat ik wil zeggen, maar ik voel me te wazig om te weten wat.
Paige zucht en haalt even een hand door haar haar. Na een korte stilte zegt ze: 'Nathan, ik... ik zal niet al te lang wegblijven, maar ik moet gewoon eventjes gaan wandelen. Ik moet gewoon even helder na kunnen denken. Ik wil niets zeggen waar ik spijt van zal krijgen. Ik weet... Ik wil je nu niet alleen laten, maar ik moet even goed nadenken, oké?'
'Is goed, lieverd. Ik begrijp het.'
Ze knikt weer en slikt dan even. Dan loopt ze met een boogje om de scherven en plas whisky heen en zegt ze met bevende stem: 'En ruim je troep op.'
Ik knik en ga weer even zitten, ineens oververmoeid. Ik hoor haar weer naar buiten lopen.
Eventjes blijf ik nog zitten, maar uiteindelijk werk ik mezelf overeind en maak ik de vloer uitgebreid schoon. Ik neem een glas water en eet even een appel, want mijn maag is waarschijnlijk net iets te leeg om zulke grote hoeveelheden alcohol naar binnen te werken. Dan ga ik weer zitten, in stilte, en daar blijf ik zo zitten, tot het moment dat een half uur na Paiges vertrekt de telefoon gaat.

Reacties (2)

  • Sunnyrainbow

    Nee oke, nee als Paige wist dat het Blueberrys sterfdag is, had ze niet weg mogen zijn. Sorry dat doe je niet. Ik vind haar behoorlijk egoistisch in dit hoofdstuk.. Natuurlijk moet ze dit met hem uitvechten, maar niet op deze dag.

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Oh nee. Nee nee nee nee nee nee nee. Waarom moet die verdomde telefoon nou gaan?

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen