Foto bij Scar 179

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Eventjes blijf ik nog zitten, maar uiteindelijk werk ik mezelf overeind en maak ik de vloer uitgebreid schoon. Ik neem een glas water en eet even een appel, want mijn maag is waarschijnlijk net iets te leeg om zulke grote hoeveelheden alcohol naar binnen te werken. Dan ga ik weer zitten, in stilte, en daar blijf ik zo zitten, tot het moment dat een half uur na Paiges vertrekt de telefoon gaat.

'Nathan?'
Haar stem verkilt me tot op het bot. Ik weet niet precies wat het is, maar alle alarmbellen in mijn lichaam gaan af, en ik weet zeker dat er iets grondig mis is.
'Paige? Paige, liefje, wat is er?'
Één seconde van stilte. Dan hoor ik haar huilen. Ze klinkt doodsbang.
'Paige? Paige, waar ben je? Vertel me waar je bent,' zeg ik terwijl ik mijn telefoon met mijn schouder tegen mijn oor houd en meteen mijn jas en schoenen aan begint te trekken.
Net wanneer ik mijn sleutelbos van het haakje pak, vraag ik weer: 'Waar ben je?'
'Ik... Weet ik niet. Het heeft geen zin,' snikt ze.
'Wat heeft geen zin?' vraag ik, maar ze antwoordt niet. Ik hoor haar weer huilen. 'Paige, wat heeft geen zin?'
'Mij zoeken. Het heeft geen zin. Het heeft geen zin.'
Ik voel mijn keel steeds nauwer en nauwer worden. Ik kan bijna geen adem meer halen.
Boven Paiges hartverscheurende gehuil uit hoor ik ineens iets. Een motor.
'Paige, zit je in een voortuig? Een auto?' vraag ik.
'Kofferbak,' hoor ik haar uitbrengen. 'Ik voel me zo duizelig.'
'Waarom? Heeft iemand je geslagen? Gedrogeerd?' som ik op, hopend dat ik een antwoord uit haar kan krijgen.
'Ik ben zo bang,' snikt ze. Ik denk niet dat mijn woorden überhaupt bij haar binnen zijn gekomen. 'Nathan, ik ben zo bang. Ik kan dit niet nog een keer.'
'Kan wat niet nog een keer? Paige, vertel me wat er aan de hand is.'
Ik merk dat ze probeert te antwoorden, maar blijkbaar is het zo afschuwelijk dat ze weer helemaal instort, want ik hoor alleen nog maar zacht gesnik aan de andere kant van de lijn. Ondertussen moet ik inmiddels steun zoeken bij de muur om mezelf overeind te kunnen houden.
Na misschien wel een halve minuut weet Paige eindelijk weer iets te zeggen, en de toon in haar stem zorgt ervoor dat ik het ijskoud krijg.
'Nathan, ik hou zo veel van je. Je... je hebt me zó gelukkig gemaakt. Ik wil dat je dat weet. Ik ben... Ik ben zo ontzettend dankbaar dat ik je heb leren kennen. Ik... Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als het afgelopen jaar, en dat komt door jou. En ik hoop... Ik hoop dat je ook weer gelukkig gaat worden, na dit alles,' weet ze beverig uit te brengen. Op het laatst breekt haar stem, en het klinkt zo afschuwelijk dat ik ervan ineenkrimp.
'Paige? Paige, wat is er aan de hand? Waarom klinkt dit als een afscheid?' vraag ik, mijn hart kloppend in mijn keel.
'Ik denk niet dat hij me deze keer zal laten gaan.'
En, precies op dat moment, lijkt de hele wereld stil te staan. Alles valt ineens op zijn plaats, en het is verschrikkelijk.
Het is haar vader. Haar vader heeft haar opnieuw ontvoerd - of laten ontvoeren, waarschijnlijk - en deze keer zal hij haar niet laten gaan. Dat betekent dat hij haar zal vermoorden, of zal breken en rekruteren tot zijn zoveelste slaafje. Ik heb eindelijk degene gevonden waar ik meer van hou dan van wie of wat dan ook, en ik ga haar nooit meer zien. Ik heb haar al zolang we elkaar kennen tegen de hele wereld willen beschermen, maar ik heb altijd al geweten dat ik haar, als het erop aankomt, niet zou kunnen beschermen tegen de macht van haar familie.
'Nee,' breng ik uit, bijna kreunend. 'Nee. Nee, nee, nee, nee. Paige, nee. Laat me je helpen. Waar ben je? Vertel me waar je bent. Laat me je helpen.'
'Ik... Nathan, het spijt me zo,' weet ze uit te brengen. 'Van alles. Het spijt me zo. Ik...'
Haar woorden sterven weg en ik kan horen hoeveel moeite ze moet doen om adem te kunnen blijven halen. Ze heeft nu onmiskenbaar een paniekaanval.
'Hey, liefje, blijf adem halen. Blijf gewoon rustig ademhalen, oké?' gebied ik haar, mijn stem ondanks mijn zenuwen zo zacht en sussend mogelijk.
Hoewel haar ademhaling wel ietsje kalmer wordt, blijft het zo gewelddadig klinken dat het ongetwijfeld pijn moet doen aan haar longen.
'Ik kan dit niet nog een keer,' brengt ze kleintjes uit, bijna misselijk.
'Vertel me waar je bent. Ik kan proberen je te helpen als je me vertelt waar je bent. Ben je nog in de stad? Hoor je andere auto's?' vraag ik haar.
Net wanneer ze aan het eerste woord van haar antwoord begint, hoor ik opeens de adem in haar keel stokken.
'Nathan, de auto is gestopt,' piept ze.
Oké, dat betekent dus dat ze al buiten de stad is. Als je iemand aan het ontvoeren bent, kun je niet het risico nemen om midden in de stad de auto stil te zetten.
'Als hij de kofferbak opendoet, kun je hem dan aanvallen? Kun je hem schoppen of zoets?' vraag ik snel. Ik voel mijn hart konijnachtig snel tegen mijn huid tikken.
'Nee. Ik... Hij heeft me vastgebonden. En ik... Nathan, i-ik voel me zo ontzettend duizelig,' weet ze uit te brengen.
Ik vermoed dat hij haar gedrogeerd heeft, wie "hij" ook precies is. Ze is wel eens eerder in mijn bijzijn onder invloed geweest van verdovende middelen, zoals in het ziekenhuis, en dit doet me daar heel erg aan denken.
Ineens hoor ik de kofferbak opengaan, en ik schrik er zo van dat er letterlijk een schok door me heen gaat. Ik hoor Paige gillen, en smeken, mijn naam uitschreeuwen. Ik hoor dat ik dingen terug begin te roepen, maar ik ben te erg in paniek om te verstaan wat.
Ik hoor de kofferbak weer dichtklappen, en het feit dat Paiges gegil nu gedempt klinkt vertelt me dat de telefoon zich nu buiten de kofferbak bevindt, waarschijnlijk zelfs in de handen van de ontvoerder.
'Als je de fout maakt om de politie te bellen,' hoor ik een man zeggen, wat mijn vermoedens over de locatie van de telefoon bevestigt, 'zullen ze alleen maar een lijk vinden.'
Net wanneer ik een spervuur van vragen en smeekbedes op hem af wil sturen, hangt hij op. Ik blijf in de afschuwelijke stilte van ons appartement staan, mijn telefoon tegen mijn oor gedrukt. Na een tijdje laat ik mijn mobiel op de grond vallen. Hij klettert over de houten planken van de vloer, maar ik pak hem niet op. Mijn lichaam doet niet wat ik zeg. Ik ben verstijfd en verslapt tegelijk.
Ik weet zeker dat ik flauw ga vallen. Ik sta bijna te draaien op mijn benen en mijn knieën kunnen het elk moment begeven. Ik zie de zwarte vlekken al voor mijn ogen dansen.
Ik blijf bij bewustzijn, maar op een gegeven moment zak ik toch door mijn benen naar de grond. Mijn hele lichaam beeft onophoudelijk.
Dit is haar vaders werk, en ik word waarschijnlijk continu in de gaten gehouden, dus ik kan niets doen, maar ik kan ook niet niets doen. Er staan waarschijnlijk een hele hoop mensen klaar om me tegen te houden als ik haar zal proberen te helpen, maar ik kan het ook niet zomaar opgeven.
Maar eerst, voordat ik ook maar een beetje kan beginnen aan het maken van concrete plannen, stort ik in. Ik begin verscheurd te snikken, in een combinatie van angst en verdriet en woede en wanhoop. Om de zoveel tijd raap ik mezelf bijna weer bijeen, bijtend op mijn knokkel, maar dan komen de snikken weer, golf na golf na golf.
Ik kan Paige niet kwijtraken. Ik kan het niet. Echt niet. Ik kan het gewoon niet. Als ik haar niet meer terugvind, is het gedaan met me. Misschien - heel, héél misschien - zou ik er, na tientallen en tientallen jaren, mee kunnen leren leven, maar ik heb al eerder zoiets meegemaakt, en ik kan het niet aan om weer zoiets te doorstaan. Niet opnieuw. Ik ben niet bereid om opnieuw zo veel te lijden.
Ineens schieten mijn gedachten naar wat er nu misschien wel niet met Paige gebeurt, of gaat gebeuren. Misschien gaat haar vader haar wel martelen. Blijkbaar heeft hij zich nu tegen haar gekeerd, en ik heb genoeg verhalen gehoord om te weten dat hij een ontzettend genadeloze tegenstander is.
Ik voel een kolkende misselijkheid in me opkomen en ik ben net op tijd in de badkamer om in de wc over te kunnen geven in plaats van over de vloer. Ik hoor Paige het uitschreeuwen van de pijn, zie haar voor me, bedekt onder het bloed, en ik geef een tweede keer over.
Rillend en jammerend blijf ik bij de wc-pot zitten, tot ik me uiteindelijk toch overeind weet te werken en mijn mond spoel. Om de een of andere reden doet mijn hele lichaam pijn, maar ik dwing mezelf om naar de deur te lopen. Onderweg raap ik mijn telefoon weer van de grond. Aangezien ik mijn jas en schoenen toch al aan had, loop ik gewoon naar buiten. Ik hol via de brandtrap naar beneden, en daarna steek ik rennend de straat over, de sneeuw knerpend onder mijn voeten.
Ik weet welke route Paige heeft bewandeld, want meestal loopt ze hetzelfde rondje. Omdat er veel lantaarnpalen zijn, is het niet moeilijk om haar spoor te vinden, en ik begin haar voetstappen te volgen, hopend om ook maar íéts te vinden, wat dan ook. Naarmate het pad verder afwijkt van de hoofdwegen, is er steeds minder verlichting, dus na een tijdje pak ik de zaklamp van mijn telefoon erbij.
En dan, na een minuut of tien, kom ik bij de plek waar alles gebeurd moet zijn. Aan de sneeuw te zien is het duidelijk dat er een worsteling is geweest, en ik zie de sporen van een auto. Bijna begeven mijn benen het weer. Dit is waar het is gebeurd, op maar tien minuten loopafstand van waar ik op dat moment was. Terwijl ik whisky van de vloer aan het deppen was, werd Paige vastgegrepen, ontvoerd en in de kofferbak van een auto gesmeten.
Dat is het moment waarop ik heel zeker weet dat ik naar Rusland moet gaan. Dit is overduidelijk gebeurd in opdracht van haar vader, en dat betekent dat ze hoogstwaarschijnlijk eerst naar Ilimsk wordt gebracht. Waarschijnlijk zal haar vader haar daar niet meteen vermoorden. Hij houdt van drama, van sentiment, en van bloed. De kans is groot dat Paige nu dus nog leeft, en dat ze op dit moment naar Rusland wordt gebracht. Dus dat is ook waar ik naartoe moet gaan, hoe dom het ook is.
Ik ga Paige weghalen bij haar vader, of ik ga sterven terwijl ik het probeer.
Ik ga terug naar ons appartement, zodat ik een vlucht kan gaan boeken. Misschien word ik al vermoord voordat ik überhaupt het kaartje heb gekocht, maar ik moet het proberen. Het moet.
Het liefst wil ik rennen, of in ieder geval joggen, maar ik ben zo moe en misselijk en duizelig dat ik alleen maar kan lopen. Uiteindelijk ben ik na tien minuutjes weer terug bij het appartementencomplex, en even later loop ik de woning weer binnen.
Net wanneer ik mijn schoenen weer uit wil schoppen en mijn jas open wil ritsen, hoor ik een geluid uit de woonkamer en keuken komen, net buiten mijn gezichtsveld. Een paar seconden blijf ik bevroren staan, maar dan dwing ik mezelf om verder het appartement in te lopen.
Er zit een man op mijn aanrecht, een kopje koffie te drinken alsof het zijn huis is in plaats van die van Paige en mij. Mijn hart slaat een slag over.
Het is niet Paiges vader, en ook niet een van zijn werknemers, die gestuurd is om mij om te brengen, of ook mee naar Rusland te nemen zodat ze Paige kunnen chanteren. Het is zelfs niet een van Paiges broers.
Het is Jack Lockley.

Reacties (3)

  • BethGoes

    Nee! wat? NEE VERDOMME NEE? WAT HEEFT JACK LOCKEY HIERMEE TE MAKEN? GODVERDOMME NOG AAN TOE LAAT ZE NOU EENS GELUKKIG WORDEN!

    1 jaar geleden
  • Hermione2003

    Nee nee nee nee nee. Gewoon nee. Nee. Nathan en Paige verdienen het zo erg om eens gelukkig te zijn en dan komt dit. Nee😭😭

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Wow.. die had ik niet zien aankomen!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen