H O O F D S T U K      1


E S M A      Z A D R A V E C


Het moment duurde maar kort, maar het was er. Het eerste moment van deze dag, waarop ze zich bewust realiseerde dat het voor een paar seconden stil was. Volledig stil. Geen geweerschoten, geen granaatinslagen, geen rijdende auto's of tanks in de heuvels, zelfs de vogeltjes die zich zo nu en dan nog eens lieten horen, hadden hun gezang gepauzeerd voor dit kleine moment van absolute stilte. Enkel het kleine briesje wind dat langs haar oren streek verzekerde Esma ervan dat ze niet spontaan doof was geworden.
Tegen alle verwachtingen in werd de stilte niet onderbroken door een knal of ontploffing, maar door geritsel, gevolgd door het geknars van Ana's tanden. Pas enkele seconden daarna klonk het doffe geluid van een mortiergranaat dat aan de andere kant van de stad insloeg. Ze keken er beide al niet meer van op. Ana spuugde de overblijfselen van een zonnebloempitje dat ze net met haar tanden had ontleed uit. De resten landden een paar meter van haar vandaan.
      'Die kapotte plantenbak op dat balkon op de derde verdieping?' Ana wees omhoog naar het verlaten, kapotgeschoten flatgebouw naast ons. Esma schudde haar hoofd. Die was inderdaad ook rood, maar het was niet het voorwerp dat ze in gedachten had. Misschien zou Ana het nooit raden, zoals vele keren hiervoor. Ze was nooit zo goed geweest in ik-zie-ik-zie-wat-jij-niet-ziet, of Esma was er te goed in... Esma wierp nogmaals een onopvallende blik door het kapotte raam op de begane grond. Binnen in de keuken van degene die hier voorheen woonde hing aan de deur van de oven een rode theedoek. Die zou ze nooit opmerken.
      'Mijn ring?' Esma schudde haar hoofd.
      'Nee.' Ze zuchtte.
      'Esma, ik verveel me.' Zij verveelde zich ook. Ana stond voorzichtig op van de berg betonstukken waar ze op had gezeten, viel bijna weer omver door schuivende stukken puin onder haar voeten, maar belandde uiteindelijk met beide benen op de straat. Esma bleef op haar plek zitten; een groot blok beton dat op de stoep lag, terwijl Ana voor haar rondscharrelde en tegen een aantal steentjes aantrapte. Opnieuw een zucht.
      'Wie had ooit gedacht dit leven zo saai kon zijn?' vroeg ze zich af. Esma glimlachte kort.
      'Niemand die in een stad leeft die niet onder vuur ligt.' Daarop lachte Ana spottend.
      'Ik hoor dat er in de vrije wijken nog ondergrondse feesten worden gehouden hoor.'
      'Maar probeer jij daar maar eens te komen.' Ana wierp een blik door het kleine straatje tussen de twee flatgebouwen voor hen. Aan de andere kant van de steeg was de militaire blokkade te zien, opgezet door het leger van de Servische Republiek. De gebouwen vlakbij deze grens waren volledig uitgestorven, omdat ze constant beschoten werden door het leger van de Federale Republiek Bosnië; de vrijheidsstrijders die de rest van de stad nog in bezit hadden. Nog... Nu dat de wijk Grbavica in handen van de Servische Republiek was gevallen, vreesde iedereen voor de omliggende districten. Een hevige strijd woedde er rond de blokkade niet meer, maar de gebouwen die langs deze grens stonden zaten vol met scherpschutters aan beide kanten. Op dit moment wist Esma dat er zeker twee scherpschutters in de flatgebouwen voor hen zaten, maar op hen zouden ze niet schieten; pas als ze te dicht bij de blokkade zouden komen. Zij zaten immers aan hun kant van de blokkade; alles wat aan de andere kant van de blokkade bewoog, de vrije kant, werd direct neergehaald.
      'Esma.' Zonder om te kijken, met haar blik nog steeds op het straatje gericht, wenkte Ana haar om naast haar te komen staan. Esma stond op, klopte haar broek af van het stof dat van het betonblok af was gekomen en liep naar haar toe. Ana wees het straatje door. 'Kijk.' Esma kneep haar ogen samen om beter in de verte te kunnen zien.
      Aan de andere kant van de blokkade, waar dezelfde steeg verder doorliep, liep een groep van vier mensen op de blokkade af. Esma had de grote handcamera in de handen van de achterste persoon snel opgemerkt, evenals de microfoon in de handen van de voorste persoon. Journalisten. Op de één of andere manier was een stel journalisten erin geslaagd de omsingelde stad binnen te komen. Ze waren compleet ongestoord door de barricade waar ze op af liepen, die ze dan ook nog steeds niet hadden opgemerkt. Buitenlandse journalisten.
      'Ze zouden toch niet verder lopen dan...' Esma maakte haar zin niet af. Het leek erop dat ze geen idee hadden van het gevaar dat hen stond te wachten; ze wisten niet dat dit de grens met Servisch gebied was. Ana rolde met haar ogen.
      'Wat de fuck doen zij hier ook, joh?' mompelde ze. Ze zette een paar stappen het straatje in, richting de blokkade, zo ver als ze durfde, waarna ze haar duim en wijsvinger tegen haar mondhoeken aanzette. Esma schrok zich kapot van het harde gefluit dat Ana produceerde om de aandacht van de journalisten te trekken. 'Stop! Go back!' schreeuwde ze.
      'Ana!' siste Esma. Hoe haalde ze het in haar hoofd? Zo veel geluid zou de aandacht van ieder persoon in de buurt op hen vestigen. Ana draaide zich met een ruk naar haar om.
      'We moeten ze waarschuwen,' sprak ze dwingend. Ze begon met haar armen te zwaaien. De journalisten hadden haar gezien, maar leken niet naar haar te luisteren. De vrouw met de microfoon gebaarde juist naar de cameraman om met haar dichterbij te komen, zodat de schreeuwende Ana en Esma beter op beeld gezet konden worden.
      'Stop! Snipers!' Ze gebaarde heftig naar de flatgebouwen naast zich. 'Snipers! You stupid fucks!' Esma beet op haar onderlip. Ana had gelijk, ze moesten gewaarschuwd worden, de Chetniks zouden er niet voor terugdeinzen om ook buitenstaanders neer te knallen… Ook Esma begon nu met haar armen te gebaren dat ze direct moesten omkeren.
      'They're shooting from the window! Go back! Go back!' riep ze zo hard als ze kon, terwijl ze haar handen verduidelijkend tot pistooltjes vormde. Eindelijk kwamen ze allemaal tot stilstand, maar pas toen ze schoten hoorden en zagen maakten ze met een gil van de vrouw rechtsomkeert en zetten ze het op een lopen, terug de steeg in. De kogels waren vlak voor hun voeten in de straatstenen terecht gekomen, maar er was niet met zekerheid te zeggen of dit een waarschuwing of een misser was geweest. Door het geluid van de geweerschoten heen hoorde Esma echter iets anders alarmerends: stemmen.
      'Hé! Wat doen jullie daar?!' Geschrokken keken ze allebei om. Twee paramilitairen van de Servische Republiek hadden hen gezien vanaf hun einde van de straat, zo'n 30 meter achter hen.
      'Shit,' mompelde Ana. Nu moesten zij ook rennen. 'Kom op.' Ze wenkte Esma terug de straat uit en de hoek om, waarna ze zo hard als ze konden terug naar huis renden.
      'Staan blijven!' Ze hadden duidelijk geen intentie om ze om te leggen voor wat ze hadden gedaan, want in plaats van dat ze hen beschoten, renden ze hen achterna. Het werd Esma al snel duidelijk dat het geen zin had om hen te proberen af te schudden; de weg naar huis was maar kort en Ana had hem al gevonden.
      'Schiet op, Esma!' Ana draaide zich even naar haar om, om zich er zeker van te maken dat Esma dicht achter haar zou zitten op het moment dat ze de deur naar het trappenhuis zou openen, maar toen ging het mis. Ze liep te dicht langs de ingang van het flatgebouw naast dat van hen om op tijd te zien dat er iemand naar buiten kwam lopen. Precies op het moment dat ze zich weer terug omdraaide, botste ze vol tegen hem op, waarna ze nog maar net haar evenwicht kon bewaren, zodat ze niet op de grond viel. Esma stopte direct in haar voetsporen en keek de man tegen wie Ana aan was gebotst verbijsterd aan. Milkan Gojkovic: Batko. Ook Ana had nu door met wie ze te maken had. Voor een moment keken de twee elkaar stil aan.
      'Sorry,' zei ze daarna vlug. Batko antwoordde niet voordat de twee paramilitairen die ons achterna hadden gezeten ons hadden bereikt.
      'Wat is hier aan de hand?' vroeg hij aan de paramilitairen.
      'Ze waren bij de blokkade. Ze waarschuwden mensen aan de andere kant voor scherpschutters,' vertelde één van hen hijgend.
      'Het waren journalisten,' legde Ana zo vlug als ze kon verontschuldigend uit. Naar Esma’s verbazing gaf Batko haar überhaupt de gelegenheid om te spreken en zweeg hij. 'Ze wisten niet waar ze op af liepen, ze hebben er verder toch niks mee te maken, we...' Ze kwam verder niet uit haar woorden. Een reden naast dat ze niet wilde dat onschuldige mensen werden neergeschoten hadden ze eigenlijk niet, maar ook dat zou voor Batko geen gegronde reden zijn.
      'Sorry,' concludeerde ze uiteindelijk, waarbij ze haar ogen neersloeg. Batko knikte alsof hij het begreep, of in ieder geval erkende, waarna hij zich weer tot de twee andere mannen richtte.
      'En wat waren jullie precies met deze meisjes van plan, waarom hebben jullie ze niet gelijk kapotgeschoten?'
      'Ze zijn nog maar jong... We... we wilden hen aan jou overleveren, we dachten dat jij wel raad met ze zou weten.' Batko produceerde een bulderend gelach. Esma zocht nerveus oogcontact met Ana. Als er iets was waar iedereen in Grbavica als de doods voor was, was het in handen vallen van Batko.
      'Nog maar jong? Nou en?' Batko liet zijn blik over Esma heen glijden, maar richtte zich daarna weer tot Ana, die tot nu toe het woord had gedaan.
      'Jullie hebben geluk dat ik in een goede bui ben; ik heb mijn slag hierbinnen al geslagen. Nu wegwezen. Hup, oprotten. Blijf binnen.' Precies op het moment dat hij even achteromkeek naar het flatgebouw waar ze voor stonden, kwam er nog een paramilitair naar buiten.
      'En?' mompelde Batko tegen hem, alsof alleen zij twee het mochten horen.
      'Verder niemand.' Batko knikte begrijpend. Ze mompelden even iets tegen elkaar dat Esma niet kon verstaan, waarna hij zich weer tot haar en Ana richtte.
      'Wat had ik gezegd? Wachten jullie totdat ik jullie wél in elkaar sla? Oprotten!' Geschrokken zette Esma eerst een stap achteruit, om vervolgens Ana achterna te rennen naar het trappenhuis van hun flat. De drie trappen gingen ze ook rennend op en ze kwamen pas tot stilstand toen Esma de deur van het appartement achter zich dicht had geslagen. Eindelijk konden ze weer rustig ademhalen. Ana gaf zichzelf geen moment om bij te komen van de schrik.
      'Waar ging dat over?' Ze liep direct naar het keukenraam en schoof voorzichtig het gordijn opzij om naar buiten te kijken, waar Batko en de drie andere mannen nog steeds stonden. Ze hadden alle drie op hun dooie gemakje een sigaret opgestoken, terwijl ze verder praatten.
      'Geen idee,' antwoordde Esma laat, terwijl ze net als Ana de mannen geconcentreerd bestudeerde. Ze konden niet horen wat er gezegd werd, maar wel de gebaren zien die ze gebruikten. Batko wees terwijl hij praatte eerst naar het flatgebouw achter zich, waarbij hij zijn hoofd schudde. Vervolgens wees en keek hij naar het flatgebouw waar Ana en Esma zich in bevonden. Esma deinsde uit schrik weg van het raam toen ze plotseling oogcontact met hem maakte, daarna was zijn blik op Ana gevallen, maar zij was niet bang of geschrokken.
      'Ze schrijven iets op,' mompelde ze argwanend. Dit gaf Esma genoeg nieuwsgierigheid om alsnog een blik door het raam te werpen. Batko praatte en knikte terwijl hij één van de anderen iets liet opschrijven op een notitieblokje, ook hij knikte begrijpend. Daarna ontving hij een schouderklopje en zette Batko zijn weg voort. Binnen enkele minuten waren ze alle vier uit het zicht verdwenen.
      'Wat denk je?' vroeg Esma. Ana haalde haar schouders op terwijl ze het gordijn weer liet hangen en zich van het raam weg draaide.
      'Weet ik niet.'
      'Wat doen jullie?' Ze keken allebei op van een stem achter zich in de keuken. Anastasia was uit haar slaapkamer naar binnen komen lopen met een ochtendjas om zich heen geslagen en wallen onder haar ogen.
      'Niks,' antwoordde Ana direct. Anastasia hief haar hoofd terwijl ze leek na te denken.
      'En?'
      'Niks,' antwoordde Esma ditmaal. Nee, we hadden niks gevonden. Ze had hen gevraagd op zoek te gaan naar medicijnen voor haar rug, maar er was op dit moment niets meer te vinden in heel Grbavica. Alle winkels waren al leeggeroofd en de voorraden die er nog wel waren, waren in het bezit van Servische paramilitairen. Ze zouden moeten wachten totdat er weer een nieuwe toestroom van goederen op gang gezet zou worden. Anastasia knikte, waarna ze zich weer langzaam omdraaide en haar weg terug naar haar slaapkamer baande.
      'Tante Anastasia,' begon Ana voorzichtig. Anastasia stopte in haar voetsporen, maar luisterde slechts en antwoordde niet. 'Heb je nog iets gehoord van papa?' Voor een moment bleef ze stil, maar ze knikte, waarna ze zich uiteindelijk toch omdraaide.
      'Hij eh... Hij is op zoek naar een manier om jullie uit Grbavica weg te krijgen maar dat kan nog lang duren. Ook Dovlici ligt nu in Servisch gebied, reizen is niet makkelijk.' Ana rolde met haar ogen.
      'Die manier gaat er dus nooit komen.' Ze liep naar de bank toe en plofte er met een zucht op neer, waarna ze vermoeid en geïrriteerd in haar ogen wreef. Anastasia kromp nog even in elkaar van het doffe geluid en de trilling van een enorme granaatinslag ver van hen vandaan, om zich vervolgens weer om te draaien en haar weg naar haar slaapkamer voort te zetten. Ana en Esma reageerden er niet op. Esma nam naast haar plaats op de bank.
Ze had gelijk. Die manier zou er niet komen totdat de oorlog voorbij zou zijn. Sarajevo was totaal omsingeld door de Servische Republiek. Het overgrote deel van de stad was echter nog in handen van de Federale Republiek Bosnië: het vrije deel. Grbavica was één van de weinige districten die wel in handen van de Servische Republiek was gevallen en zij hadden de pech dat ze daar woonden, of ten minste, dat Anastasia daar woonde.
      Pas sinds september vorig jaar woonden ze bij haar in Sarajevo. Daarvoor woonden ze met hun vader, broer Andrej en zusje Daria in een klein dorp net buiten de stad. Jarenlang hadden ze het volgehouden om iedere dag een uur naar hun middelbare school in de binnenstad te reizen, maar dat was onhoudbaar geworden toen ze begonnen aan de universiteit, en dit meer geld vereiste dan een openbare school. Het was makkelijker voor de tweeling om bij Anastasia in te trekken, de enige zus van hun moeder die drie jaar eerder aan een hersenbloeding was overleden, toen Ana en Esma veertien waren. Nadat Grbavica werd bezet en de blokkade werd opgetrokken had het zeker een week geduurd voordat Esma niet meer iedere dag in huilen uitbarstte, wensende dat ze nooit hier naartoe waren verhuisd. Dan hadden ze nooit vastgezeten in een wijk waar Servische paramilitairen vrij spel kregen om te doen wat ze wilden. Ze wisten niet eens hoe het met hun vader, broer en zusje ging. Ze wisten enkel dat ze nog in leven waren en nog in het dorp woonden, maar of ze net zoals hen in dreigend gevaar verkeerden door de aanwezigheid van Servische paramilitairen, wisten ze niet.
      'Ik mis Andrej,' doorbrak Ana de stilte die in de woonkamer had geheerst.
      'Ik mis mama,' antwoordde Esma. In de stilte die zich vervolgde legde Ana haar hand op de hare, die op haar been rustte. Een zacht kneepje deed Esma haar aankijken en dat was genoeg om haar een beetje beter te laten voelen. Zij hoefden elkaar nooit te missen. Zij waren samen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen