Foto bij Scar 182

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Wanneer ze uiteindelijk bij de allerlaatste deur in de gang aankomt, gaat die wel open. En precies wanneer ze dat doet, zie ik in mijn ooghoek dat de deur naar de kamer waar ik in zit geopend wordt.

Nog altijd moeizaam strompelt Paige de kamer binnen. Als eerste ziet ze Jack Lockley, en de flits van angst die door haar heen schiet neemt al snel haar hele gezicht over. En dan ziet ze mij, en ik dacht dat mijn aanwezigheid haar ook maar een béétje gerust zou stellen, maar ik zie juist haar hart breken wanneer we oogcontact maken. Blijkbaar had Jack haar niet verteld dat ik ook deel uitmaakte van zijn plan, en dacht ze dat ik veilig en wel thuis zat. Ze is er al die tijd van uitgegaan dat ik het zou overleven, en dat zij de enige was die zou sterven. En nu zit ik hier opeens, en weet ze dat zij niet de enige is die dit gebouw nooit meer zal verlaten.
Ze stort in. Jack kan haar maar net opvangen wanneer haar knieën het begeven en hij trekt haar dicht tegen zich aan. Ze begint ongecontroleerd te snikken, jammert een paar onverstaanbare dingen. Jack omhelst haar en met een hand op haar achterhoofd laat hij haar haar gezicht tegen zijn schouder verbergen. Ze probeert zich los te duwen, maar de drugs hebben haar te erg verzwakt en ze oefent helemaal geen effect uit.
'Nee,' hoor ik haar zachtjes snikken. 'Nee.'
Met zijn hak schopt Jack de deur dicht, waardoor ik het idee krijg dat we nu definitief opgesloten zijn.
Hoewel hij zelf juist degene is waar ze van getroost moet worden, blijft Jack haar zachtjes sussen, en Paige blijft vruchteloze pogingen doen om zichzelf los te maken.
'Nee,' huilt ze gesmoord. 'Nee, laat hem gaan. Alsjeblieft.'
'Dat gaat niet gebeuren, schat,' zegt hij, en ik voel iets dierlijks in me opborrelen wanneer ik hem "schat" hoor zeggen.
Hij laat haar voorzichtig op de grond zakken, met haar rug tegen de muur. Ze krimpt ineen, maakt zichzelf klein, terwijl snik na snik uit haar borstkas omhoog komt. Zelf loopt hij weer weg, richting het tafeltje en het beeldscherm, maar ik kijk niet naar hem; ik kijk naar Paige, onophoudelijk.
Wanneer ze eindelijk weer een beetje controle heeft herwonnen over haar eigen spieren, maakt ze aanstalten om naar mij toe te kruipen, en ik hoor haar zachtjes mijn naam kermen. Jack Lockley denkt daar echter anders over en in twee stappen staat hij bij haar, met het pistool in zijn hand. Ik voel mezelf verstijven, ook al weet dat ik dat hij niet al die moeite zou doen om haar nu al te vermoorden.
Hij richt het wapen echter niet op haar, maar op mij, en wanneer Paige dat ziet worden haar ogen groot van angst. Ze bereikt een nieuw breekpunt en begint hem schreeuwend en huilend te smeken om het niet te doen, om het alsjeblieft niet te doen. Ze kruipt naar hem toe en blijft voor zijn voeten zitten, een schokkend hoopje angst. Ze grijpt hem bij zijn broekspijp vast en klauwt met haar bevende vingers in de spijkerstof, snikkend en snikkend.
'Als je ook maar één poging doet om naar hem toe te gaan, schiet ik hem neer,' dreigt hij.
Paige knikt, terwijl de tranen rijkelijk over haar wangen stromen.
'Ik zal het niet doen. Ik zal het niet doen. Alsjeblieft. Leg dat pistool weg. Alsjeblieft. Ik smeek het je,' perst ze over haar lippen.
Hij laat een kleinerend, snuivend lachje horen en werpt het pistool vakkundig op het tafeltje. Er gaat een trillerige zucht van opluchting door Paige heen, maar ze blijft nog altijd beven.
Met een trek van een glimlach kijkt hij naar mij, terwijl ik nog altijd gedwongen word om hulpeloos toe te kijken.
‘Ze reageert nog heftiger dan ik had durven hopen,’ merkt hij op. ‘Dit gaat echt heel leuk worden. Ik bedoel... Ik wist dat jullie van elkaar hielden, maar...'
Hij hurkt voor haar neer en strijkt zachtjes over haar wang. Hoewel ik merk dat ze het liefst weg wil kijken, maakt hij toch indringend oogcontact met haar, met een verlekkerde blik in zijn ogen.
'Oh, schatje,' zegt hij begerig, 'ik ga je zo ontzettend breken.'
Ze kijkt hem doodsbang aan, en hij staat weer op en loopt weer naar het statafeltje. Even laat hij haar als een bevend brokje ellende op de grond zitten, maar dan wendt hij zich weer tot haar.
‘Paige,’ zegt Jack kalm - een duidelijke eis voor haar om overeind te komen.
Ze blijft voor een seconde stil naar hem omhoog staren. Die seconde smelt over in twee. Drie. Vier.
‘Paige,’ herhaalt hij, heel zacht. Hij hoeft niet eens te dreigen.
Ik ben letterlijk met handboeien ergens aan vastgemaakt, maar alle kalmeringsmiddelen hebben Paige ook geketend, op een hele andere manier. Toch slaagt ze erin om haar spieren aan het werk te zetten en komt ze overeind. Hoewel haar lichaam voor een groot deel naar mij gedraaid staat, durft ze me niet aan te kijken, alsof ze bang is dat hij dan dat pistool er weer bij zal pakken.
Hij komt naast haar staan, een klein beetje voor haar, en legt zijn handen om haar middel. Haar onderlip begint te trillen en ze schudt haar hoofd, met betraande ogen. Ze wil zichzelf overduidelijk van hem losmaken, maar al het kalmeringsmiddel heeft ervoor gezorgd dat het al een opgave is om überhaupt rechtop te blijven staan, laat staan dat ze tegen kan stribbelen.
Zijn armen glijden om haar heen en hij geeft haar allemaal zachte kusjes, op haar slaap, haar wang, haar jukbeen, haar kaak, haar hoofd. Hij kust zachtjes haar tranen weg, wanneer ze die niet meer in kan houden en over haar wangen beginnen te rollen.
'Het is oké, schatje. Het is oké,' prevelt hij geruststellend. 'Sssst, het komt goed. Het komt helemaal goed. Je hoeft niet bang te zijn. We hebben dit toch al zo vaak gedaan?'
Zijn duim strijkt een traan weg, en daarna over haar trillende onderlip.
Ik kan alleen maar verafschuwd toekijken.
Hij duwt zijn neus in haar haar en snuift haar geur op, zijn armen nog altijd strak en bezitterig om haar heen. Ze staat te tollen op haar benen, en ik weet bijna zeker dat ze elk moment van haar stokje kan gaan. Hij geeft een kusje onder haar oor en ik zie haar gezicht betrekken, hoor haar een zachte "nee" uitbrengen.
'Oh, schatje, toch,' troost hij haar. 'Als je niet tegenstribbelt, hoeft het allemaal niet zoveel pijn te doen. Dat beloof ik je.'
Ze schudt haar hoofd weer, en probeert zich van hem los te maken, maar het lukt haar niet.
'Hé, toch. Niet zo moeilijk doen,' sust hij. Hij wrijft met één hand over haar dij, en ik ben bang dat hij elk moment zijn hand tussen haar benen kan laten glippen, maar dat doet hij niet. 'Als je braaf bent, zal ik zelfs zachtjes doen, oké?'
Haar onderlip begint weer te trillen en ze brengt opnieuw een gebroken "nee" uit.
Hij laat haar los, en wonder boven wonder slaagt ze erin om zelfstandig overeind te blijven. Hij balt zijn handen samen tot vuisten en even ben ik bang dat hij haar gaat slaan, maar dat doet hij niet, ook al blijft het er uitzien alsof hij elk moment kan exploderen.
‘Ik kan er niet tegen. Het idee van zijn geur op je. Zijn handen waar de mijne horen te zijn. Zijn lippen waar alleen de mijne mogen. Ik kan er niet tegen!’
Ineens lijkt hij te kalmeren. Zijn wenkbrauwen trekken naar elkaar toe in een frons en hij en haalt een hand door zijn haar. Aarzelend raakt hij haar wang aan, maar dan neemt hij haar gezicht in zijn handen. Er ligt een gebroken blik in zijn ogen, alsof hij echt pijn heeft.
‘Waarom heb je hem niet verteld dat je van mij bent, schatje?’ vraagt hij zacht, indringend.
Ze is heel lang stil, kijkt hem doodsbang aan. Dan zegt ze weer, door de verdovende waas van de drugs heen: ‘Ik ben niet van jou.’
Zijn blik wordt donker. Hij duwt haar tegen de muur en met een hand op haar keel houdt hij haar op haar plek. Ze klauwt wanhopig naar zijn hand. Ik geef weer een tevergeefse ruk aan de handboeien.
‘Wie heeft je dat verteld?’ Ik weet niet hoe, maar hij hoeft niet eens harder te praten om het te laten lijken alsof hij schreeuwt.
Wanneer er een snik door haar heen trekt en ze zichzelf opnieuw los probeert te krijgen, maakt zijn hele houding een draai van honderdtachtig graden. Met sussende geluidjes laat hij haar los, maar moet daarna met enige dwang haar schouders vasthouden om te voorkomen dat ze ineenzakt op de grond.
‘Shhht... zo bedoelde ik het niet,’ zegt hij een veegt een pluk haar uit haar gezicht, bijna teder. ‘Ik ben niet boos op je. Ik ben alleen bezorgd. Wie heeft je op dat idee bedacht?’ Hij kijkt even achterom naar mij. Dan vraagt hij op dezelfde manende manier: ‘Was hij het?’
Ze schudt zachtjes snikkend haar hoofd en zegt weer: 'Ik ben niet van jou.'
'Waarom zeg je steeds van die verschrikkelijke dingen?' vraagt hij, en de pijn in zijn stem klinkt oprecht.
Ze probeert hem weer tevergeefs van zich af te duwen. Het lukt haar niet, natuurlijk, maar de boodschap is duidelijk.
'Omdat ik niet van jou ben,' brengt ze zwakjes uit.
Zijn hand omvat haar kaak en hij kantelt haar hoofd omhoog, zodat ze gedwongen wordt om hem aan te kijken. Zijn donkere blik priemt in de hare, en ze kijkt doodsbang terug.
'Blijkbaar is het nog niet tot je doorgedrongen, maar dat ben je wel. Je bent van mij. Je bent de mijne om te breken, en de mijne om te sparen. Jouw lot ligt volledig in mijn handen. Je bent van mij, al meer dan tien jaar.'
Ze schudt haar hoofd, en ik zie een traan van haar gezicht druppelen, waarna hij uiteindelijk voor trillende benen op de grond uiteenspat.
'Ik ben niet van jou,' zegt ze weer, haar stem zo kleintjes en zwakjes dat ik al mijn geld op zou geven om haar ook maar één seconde in mijn armen te kunnen houden.
Er borrelt een zeer gevaarlijke vlaag van woede in hem op, en hij slaat haar weer keihard tegen de muur. Ik hoor haar hoofd tegen de harde wand klappen en krimp ineen. Één van zijn handen vinden haar hals. Hij knijpt, waarmee hij effectief haar luchttoevoer afsnijdt, en ze kijkt hem met grote ogen vol angst en wanhoop aan. Haar verzwakte handen klauwen naar zijn vingers, maar ze krijgt er geen beweging in.
'Jack, ze haalt geen adem,' breng ik ademloos uit, mijn lijf één brok spanning. 'Laat haar los. Ze haalt geen adem.'
Hij lijkt me niet te horen. En als hij me wel hoort, laat hij het in ieder geval niet merken.
Maar dan toch, uiteindelijk, laat hij haar los. Ze zakt door haar benen en valt op haar knieën op de grond, wanhopig naar adem snakkend. Ze zakt nog verder ineen, en haar blik staat zo glazig dat ik een immense hoeveelheid bezorgdheid door mijn lichaam voel kolken. Ze beweegt eigenlijk niet meer, en misschien is ze nog wel bij bewustzijn, maar het scheelt niet veel.
Trillerig breng ik haar naam uit, maar ik krijg geen antwoord.
Fronsend loopt Jack weer naar haar toe en hij hurkt even bij haar neer. Hij duwt even twee vingers tegen de slagader in haar hals, waarschijnlijk alleen om het tempo van haar hartslag te controleren, want ze leeft overduidelijk nog.
'Dat komt wel goed,' concludeert hij tegen niemand in het bijzonder.
'I-Is ze nog bij bewustzijn?' vraag ik met bevende stem.
'Soort van,' antwoordt hij. 'Niet helemaal. Ze komt zometeen wel weer bij.'
Hij loopt achteloos weer naar zijn laptop en het beeldscherm, maar ik kijk niet naar hem. Ik kijk naar Paige, naar de beurse plekken die langzaam maar zeker om haar keel ontstaan, elke minuut een beetje donkerder. Haar huid is zo kwetsbaar, en hij kneep zo hard in haar luchtpijp.
Het duurt even, maar uiteindelijk zie ik weer leven in haar houding, en ze werkt zich moeizaam een stukje overeind, wrijvend over haar pijnlijke keel met een bevende hand. Ze begint zachtjes te snikken, maar zonder geluid. Jack Lockley kijk een beetje peinzend naar haar.
'Ik wil naar huis,' snikt ze zachtjes, alsof dat een optie is. Ze ziet er volledig gedesoriënteerd uit, helemaal in de war. 'Nathan...'
Mijn hart verkrampt.
'Oh, liefje,' weet ik uit te brengen. Hoewel ik heel erg mijn best doe om het te voorkomen, hoor ik dat mijn stem een klein beetje beeft. 'Ik ben bij je. Het is o-'
Één blik van Jack Lockley legt me per direct het zwijgen op. Ik wil niets liever dat iets voor Paige doen - wat dan ook - maar ik ben zo bang voor Jacks onuitgesproken regeltjes dat ik me maar gewoon zo min mogelijk probeer te verroeren.
'Paige,' zegt Jack dan om haar aandacht te trekken.
Met een bleek, betraand gezicht kijkt Paige naar hem op. Hij staat inmiddels weer bij het grote scherm, waar hij opnieuw het doek overheen heeft gelegd, aangezien hij nu eenmaal een dramaqueen is.
'Het spijt me zo, maar ik was je eigenlijk een beetje uit het oog verloren. Ik was je niet vergeten - zeker niet - maar ik was bezig met je te laten gaan. Het leuke was er inmiddels wel vanaf, zeg maar. Maar toen... toen kwam ik er ineens achter dat je helemaal niet was wie ik dacht dat je was,' vertelt hij, met een glans in zijn ogen en een klein grijnsje om zijn mond, alsof dit allemaal iets heel ondeugends is. 'Jij hebt bijna je hele leven al een klein toneelstukje op lopen voeren, of niet soms, Agraishka?'
Paige zag er al een beetje bleekjes uit, maar nu trekt het laatste beetje bloed uit haar gezicht.
'H-Hoe...?' stottert ze, niet in staat om meer uit te brengen. Het kan niet anders dan dat haar hele keel pijn doet, zoals nu eenmaal gebeurt wanneer iemand je wurgt.
Jacks glimlach wordt breder.
'Oh, ik heb zo lang gewacht op het moment dat ik je dit kon vertellen. Het is echt briljant. Ik bedoel... Hoe groot is de kans? Ik heb echt de loterij gewonnen. Je hebt geen idee, Paige. Echt geen idee,' jubelt hij. 'Wil je weten hoe ik erachter ben gekomen? Weet je zeker dat je het wilt weten?'
Bijna gedachteloos knikt ze, heel lichtjes, alsof ze het zelf niet eens door heeft. Ze staart hem ademloos aan. Iets zeggen kan ze nog steeds niet.
Met een geoefend gebaar trekt Jack het doek weg, waardoor het beeldscherm weer zichtbaar wordt. En wat ik daar zie, verkilt me tot op het bot.
Op het scherm zijn weer allemaal foto's te zien, in dezelfde stijl als de foto's die Jack me van Paige had laten zien. Deze foto's zijn echter niet van Paige, en aan de beeldkwaliteit te zien is het met een modernere camera gemaakt. Het is niet Paige, die op deze foto's te zien is, maar ik herken meteen wie het wel is, ook al heb ik hem nog nooit echt ontmoet.
Nee, het zijn geen foto's van Paige. Het zijn foto's van Kaiden.

Reacties (3)

  • Sunnyrainbow

    O neee!

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Wat??? Nee... WAT??? Nee... WAT??? Nee... WAT!!!!??? NEE!!!!!

    1 jaar geleden
  • Hermione2003

    Oh hemel, dit wordt steeds heftiger. Had ik al gezegd dat ik die Lockley haat?

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen