Terwijl ik begin aan mijn ontbijt aan de ontbijttafel komen mijn ouders en mijn broer erbij zitten. 'Jij bent vroeg wakker.' Chayton kijkt verbaast. Ik knik en stop nog een pannenkoek naar binnen. 'Ik ga het bos in vandaag.' Mijn vader, Alpha van ons pack bromt. ' Je weet dat dat niet ons terrein is. Moet ik je daar opnieuw op wijzen? Vorige keer hebben we een oorlog met onze buurtpack nog net kunnen voorkomen.' Mijn moeder legt een hand op zijn schouder. 'Ik weet zeker dat Tallulah zich aan de regels houdt deze keer.' Zegt ze om mijn vader te kalmeren terwijl ze me doordringend aankijkt. Ik negeer het. De regels slaan nergens op. Elk pack heeft zijn eigen territorium, pack leden en daarbij horende verplichtingen. Ieder blijftvin zijn eigen territorium, tenzij het noodzakelijk is om buiten de grenzen te komen. Bij overtreding van de grenzen, volgt er een waarschuwing. Een tweede overtreding wordt erg zwaar opgenomen. Een derde zorgt voor een conflict. Dit conflict gaat over de verdeling van het gebied. Dit alles is om er voor te zorgen dat elk pack zuiver blijft. Elk pack heeft bloedlijnen waarmee een nieuwe generatie ontstaat. Te veel uitwisseling onder de verschillende packs wordt vermeden. Met andere woorden... Ze zijn bang dat ik met een iemand van een ander pack zal gaan paren. Nou daar hoeven ze niet bang voor te zijn! Ik ben dan wel bijna 18, maar ik ben niet van plan om nu al mijn levenspartner te vinden en te paren. Als je 18 wordt ben je als wolf lichamelijk klaar. Daarnaast zal je eindelijk kunnen transformeren naar je wolf. Dat laatste ben ik dan wel benieuwd naar.
Dat is waarom ik mijn conditie train. Ik wil zo fit mogelijk zijn als ik transformeer. Mijn broer Chayton is overigens al 20 en heeft zijn partner nog niet gevonden. Waarschijnlijk is ze nog geen 18. Je levenspartner kun je dan ruiken en zijn of haar aanwezigheid voelen. Maar bij Chayton is nog niets gebeurd. Wat hem dwars zit. Pas als hij zijn partner heeft, mag hij mijn vader opvolgen. Ik schrik op van mijn gedachten. Ik moet snel gaan voordat het te laat is. Ik pak mijn spullen voor school en loop naar buiten. De koude lucht prikt in mijn neus en met mijn rugzak om loop ik richting het bos.
Met snelle passen loop ik naar de plek waar ik gister geëindigd ben. Daar wil ik beginnen voor ik me moet haasten naar school. Het bos is hier dichter begroeid en tussen de hoge oude bomen groeit al een nieuwe generatie die de oude gaan vervangen. De bekende geur van gister komt weer terug. Op deze plek likken mijn zintuigen beter te werken. Ik zie en ruik alles beter dan thuis. Dat is waarom ik hier elke keer terug naar toe ga. Er is hier iets waardoor mijn wolf wordt getriggerd. Ook al ben ik nog geen 18. Ik verdraag mijn tempo. Langzaam loop ik tussen de bomen door en volg de geur die mijn neus zo prikkelt. Wat kan het toch zijn? De geur wordt met elke stap sterker en als ik op kijk zie ik dat ik de grens bereik van on territorium. Ik kijk om me heen om er zeker van te zijn dat ik alleen ben en zet bewust een stap over onze grens heen in het gebied van een ander pack. Meteen hoor ik in de verte gehuil. Ik schrik, zet snel een paar stappen terug en draai me om zodat ik weg kan rennen. Terwijl ik ren hoor ik mijn vader die me deze ochtend waarschuwde. Ongetwijfeld krijg ik als ik vanavond terugkom een preek van hem. Over hoe ik niet naar hem heb geluisterd. Alle Alpha's in de buurt hebben nauw contact met elkaar. En sinds een paar jaar wordt er een patrouille gehouden langs de grenzen door sommige packs. Dit maakt dat sommige packs op scherp staan en geen indringers willen van anderen.
Als ik op de route richting school terecht kom vertraag ik mijn pas. Nog een week, dan ben ik klaar met school. Het liefst zien mijn ouders me daarna met een man om zo een gezin te stichten. Ik word net voor de laatste dag van school 18, maar ik ... Mijn gedachten worden onderbroken. 'Hey Tall!' Deborah mijn beste vriendin omhelst me. 'Heb je al zin in volgende week?' Doelt ze op mijn verjaardag. Ik haal mijn schouders op. 'Toe nou! Ik ga een mega groot feest voor je organiseren. Wie weet komt je ware liefde ook wel opdagen.' En ze geeft me een duw. Deborah is een paar maanden geleden al 18 geworden, maar ze heeft haar partner nog niet ontmoet. Dat geeft haar nog meer energie om voor mijn verjaardagsfeest zo veel mogelijk vrijgezelle jongens uit te nodigen. Voor mij, maar vooral ook voor zichzelf. Deborah pakt mijn hand. 'Kom! Anders komen we nog te laat zometeen.' En we rennen de school in.

De rest van de week ben ik elke ochtend teug gegaan naar die plek in het bos. Ik durfde niet meer over de grens te stappen, want inderdaad heb ik die ene avond een preek gehad van min vader. Ik vrees dat als ik het nog eens doe, dat hij me opsluit in mijn kamer. Dus voor de vrede thuis, zet ik mijn voet niet meer over die grens. Toch kan ik mijn nieuwsgierigheid niet tegenhouden om in de buurt van die geur te komen. Zo ook nu. Het is al avond en het begint te schemeren. Rond dit tijdstip hoor ik thuis te zijn, maar ik wilde nog 1x terug. Morgen is mijn verjaardag en dan krijg ik de kans niet. Rustig loop ik langs de grens. Het is zo goed als zeker dat de geur vanuit het andere territorium komt. De geur doet me denken aan rozen, honing en karamel. Alles door elkaar en erg sterk. Soms op een ochtend is het moeilijk om mezelf te bedwingen. Wat zou er gebeuren als ik de geur wel helemaal zou volgen. Ik schrik op uit mijn gedachten. Ik ben tot stilstand gekomen en zie in de verte een schim. De geur die net nog zwak aanwezig was, wordt sterker. De schim beweegt zich en de geur ook. Ik knijp mijn ogen om te zien wat het is. Door het schemeren is het lastig te zien. Ik loop voorzichtig richting de schim die zich opnieuw verplaatst. Fuck it, ik moet het zien! En ik verveel mijn pas. Langs de grens ren ik naar de schim. En op het moment dat ik mijn blik kan scherpstellen, verdwijnt de schim. 'Wacht! ' riep ik. Maar het is al te laat. Zoals de schim verscheen, verdwijnt hij ook weer zo plotseling. Teleurgesteld loop ik naar huis. De hele week heb ik deze geur gevolgd. Hoe kan ik er nu achterkomen wat het is? Ik schop een kiezelsteen weg die tegen ons huis aan ketst.
Misschien hebben ze wel gelijk. Misschien ontmoet ik morgen wel mijn partner. Ik schrik op. Chayton staat in de deuropening en kijkt me doordringend aan. 'Waar was je?' Ik zwijg. 'Morgen word je 18. Je kunt beter rusten.' Ik knik en loop langs hem heen. Morgen... Hoe kan ik daar nu aan denken? Ik kruip in mijn bed en sluit mijn ogen. In mijn gedachten zie ik de schim. Wie zou het zijn? Het moet wel een persoon zijn. Die geur... en ik val in slaap.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen