Een kloppende hoofdpijn zorgt ervoor dat ik wakker word. Ik open mijn ogen en zie dat Deborah nog slaapt. Als ik opsta wordt de pijn erger. Langzaam schuifel ik naar de badkamer waar ik een glas water drink. In het huis is het verder stil. Het feest duurde lang en ik kan me er niet veel meer van herinneren. Stilletjes loop ik terug naar mijn kamer en kleed me om. Deborah woelt op het luchtbed, maar lijkt niet wakker te worden als ik langs haar heen terug loop naar de gang. Voorzichtig loop ik de trap af naar beneden en sluip naar de voordeur. Het is nog vroeg. Ik open de deur en hoor de vogeltjes rustig fluiten in de hoge bomen die aan het grasveld grenzen. Op het veld is een ravage van het feest achtergebleven. Ik stap over de lege plasic bekertjes heen en loop naar het bos.
Als ik de frisse geur van dennennaalden inadem kriebelt dit in mijn neus. Ik nies. Dan begint mijn hele lichaam te tintelen. Ik loop verder. Wat vind ik het bos een fijne plek. Het is de enige plek waar ik tot rust kan komen. Na een wandeling van 2 km ga ik op een omgevallen boomstam zitten en sluit mijn ogen. Nog steeds tintelt mijn lichaam. Zou dit het begin zijn van mijn verandering? Zou ik vandaag eindelijk kunnen veranderen naar een wolf? En nog voor ik verder kan denken, beginnen mijn armen en benen te kloppen. Al snel wordt her kloppende gevoel vervangen door een helse pijn. Ik laat me op de grond zakken. Dit hebben ze er niet bij gezegd! Ik probeer naar adem te happen, maar dit wordt met de seconde moeilijker. Ik sluit mijn ogen. Laat dit snel voorbij zijn. Dan wordt alles stil. De vogels houden op met het ochtendlied dat ze zo graag zingen. Ik voel hoe mijn lichaam verzwakt en verlies mijn bewustzijn.

Twee uur later schrik ik wakker. De vogels zingen. Ik open mijn ogen. Het zonlicht schijnt fel tussen het bladerdek van de bomen door. Ik kijk om me heen. Ik lig nog op dezelfde plek, maar er is iets veranderd. Voorzichtig kom ik overeind en ga terug zitten op de boomstam. De kloppende hoofdpijn van eerder heeft plaats gemaakt voor spierpijn. Wat is er gebeurd? Als ik opkijk, kijk ik recht in twee donkere ogen. Ik schrik. Een grote wolf staat naar me te kijken. De vacht is donkergrijs en hij is groter dan de andere die ik heb gezien. Mijn adem stokt. 'ben... Ben ik weer in verboden gebied?' de wolf komt dichterbij. Doordringend kijkt de wolf me aan. Deze ogen... Diep kijk ik er in. Heb ik ze niet eerder gezien? Dan schrik ik. 'Shawn' piep ik. De wolf komt nog dichterbij en ruikt aan mijn benen. Hoe heeft hij me gevonden? En wat doet hij hier? Ongemakkelijk schuif ik een stukje naar achter. De wolf gaat naar achter en loopt weg. 'Waar ga je heen?' maar een reactie hoef ik niet te vewachten. De wolf verdwijnt uit het zicht. Ik zucht. Misschien moet ik terug naar huis. Als ik probeer op te staan, schiet een pijnscheut door mijn rechterbeen. Ik vloek. Wat is er in vredesnaam gebeurd? Opnieuw zet ik me af. Deze keer lukt het me om te staan, maar de pijn wordt erger. Ik schreeuw. Had ik nu maar mijn telefoon meegenomen. Hoe ga ik hier vandaan komen? Dichtbij de omgevallen boom staat een grote den nog overeind. Strompelend lukt het me om bij deze boom te geraken en ik grijp hem stevig vast. Ik zucht. Dit gaat niet opschieten, maar het zal moeten. Boom voor boom, strompelend en luid vloekend kom ik steeds dichter bij huis. Na een tijdje kan ik in de verte Chayton horen die de ravage van gisteravond aan het opruimen is. Ik schreeuw zijn naam. 'Chayton!' meteen wordt het stil in de verte. 'Tallulah?' en ik zie beweging tussen de struiken. Niet veel later is Chayton bij me. 'Wat heb je gedaan?' bezorg, maar ook boos kijkt hij me aan. 'ik weet het niet' zeg ik eerlijk. 'maar mijn been..' ik kijk naar beneden en zie nu pas dat deze is begonnen met bloeden. Chayton schrikt. 'Naar binnen' zegt hij en nog voor ik kan reageren heeft hij me opgetild. Als mijn moeder ons binnen ziet komen, trekt ze lijkbleek weg. 'Dit kunnen we hier niet oplossen.' ik kijk haar aan. 'Ziekenhuis' is nog het enige wat ik hoor en alles wordt zwart.

'Ze wordt wakker' ik knipper met mijn ogen. Een fel licht schijnt in mijn ogen. Het is een man in witte kleding die met een lampje in mijn ogen schijnt. 'Ja.' zegt de man kort. Ik probeer overeind te komen, maar meteen zijn er een aantal handen die me tegenhouden. Verbaasd kijk ik in het gezicht van de man. 'Tallulah, ik ben dokter Anderson. Weet je waar je bent?' ik wend mijn blik af en kijk langzaam rond. Ik zie mijn moeder en Chayton op een stoel zitten. Verder lijkt het een kamer te zijn. Het piepen van een apparaat dat naast me staat, leid me af. 'Het ziekenhuis?' De man knikt. 'Je hebt een gebroken been' zegt hij. 'Daarnaast heb je veel bloed verloren. Kun je me misschien vertellen hoe dat is gebeurd?' ik denk terug aan het bos. 'Ik was aan het wandelen.' zeg ik. 'En toen deed alles pijn.' mijn broer en moeder kijken elkaar aan. 'Is er verder nog iets gebeurd?' vraagt de dokter. 'Ik viel flauw.' De dokter kijkt naar een van de apparaten en schrijft iets op een papier dat hij uit zijn zak haalt. 'Gelukkig herstel je wonderbaarlijk snel. Als het zo doorgaat, mag je morgen naar huis.' De dokter zegt mijn moeder gedag en loopt de ruimte uit. Meteen staat ze op. 'Ooh lieverd! Ik was zo ongerust!' vragend kijk ik haar san. 'Wat is er gebeurd?' ze zwijgt. 'Mam, ze is 18.' zegt Chayton. 'Goed.' weer is mijn moeder even stil. 'We denken dat je vandaag je eerste transformatie hebt gehad. Maar er is iets mis gegaan.' Ik kijk naar Chayton. Hij kijkt op zijn beurt naar de grond. 'Je transformatie was zo heftig, dat je bewusteloos bent geraakt. Waarschijnlijk heb je onbewust rondgelopen en ben je gevallen.' Ik kijk naar mijn been die ingepakt zit in verband en gips. 'Wat is daar zo bijzonder aan?' Vraag ik. 'Normaal voelen we dit aankomen.' Chayton staat op en loopt de kamer uit. 'Je broer voelt zich schuldig. We begeleiden altijd de eerste keer.' ik kijk naar de deur die hij achter zich heeft gesloten. 'Zeker omdat hij straks Alpha moet worden. Het komt niet vaak voor dat het zo heftig is. Dat betekend dat je straks erg sterk zult zijn.' Mijn moeder pakt mijn hand. 'Maar ik wilde graag weten of er gisteren nog iets is gebeurd.' ik denk terug aan de avond. 'Heb je nog iemand ontmoet.' ik knik. 'Dus toch!' mijn moeder kijkt blij. 'Maar ik weet nog niet zo veel mam. Dus alsjeblieft, doe niet te enthousiast.' maar ik zeg het tegen dovemansoren.

Reacties (1)

  • angeljdk

    Leuk verhaal. Je hebt er een lezer bij!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen