Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Terwijl ik daar zo lig, voel ik mezelf ineens ook moe worden. De adrenaline liet dat eerst niet toe, maar nu merk ik ook dat ik volledig uitgeput ben. Toch wacht ik tot ik heel zeker weet dat Paige slaapt voordat ik mezelf ook de kans geef om langzaam weg te zakken.

De uitputting zorgt ervoor dat ik vrij diep en vast slaap, maar na een paar uur ben ik van het een op het andere moment klaarwakker, zonder ook maar enige aanleiding. Ineens ben ik één en al paniek en adrenaline, en ik gris naar mijn telefoon, die op mijn nachtkastje lag. Net was ik vooral heel erg moe, en enorm gefocust op het feit dat ik Paige naar het appartement en in bed moest zien te krijgen. Al mijn concentratie lag daarop, en nu word ik ineens wakker met de afschuwelijke angst over de reden waarom Paige het zo enorm koud had. Ik ging er maar gewoon vanuit dat het een van de bijwerkingen van al die drugs was, en dat het vast niet zoveel kwaad kon, maar misschien dacht ik er wel gewoon veel te simpel over en is er serieus iets mis met haar. De arts had er immers niets over gezegd.
Nog voor ik er goed en wel over na heb gedacht, heb ik Hailey gebeld.
'Nathan? Gaat alles oké? Is er iets aan de hand?' vraagt ze nadat ze vliegensvlug opgenomen heeft.
'Paige had het net koud. Maar echt heel, heel erg koud. Het was heel raar. Ze slaapt nu. Het was allemaal nog toen we naar het appartement gingen,' zeg ik snel, en daarna ratel ik de rest van het verhaal erachteraan. Ik vertel over de kapotte lift, over hoe ze na twee trappen echt niet meer verder kon, en hoe we uiteindelijk naar bed zijn gegaan. Ik eindig met: 'Het was echt heel heftig. Het leek wel alsof ze elk moment in een ijsblokje kon veranderen. Wat is er aan de hand? Is het erg?'
Ik heb alle zorgen zo snel over mijn lippen geperst dat ik nu bijna buiten adem ben, en ik wacht gespannen op Haileys reactie.
'Oké, laat me eens even denken,' zegt ze peinzend. Een blik op de klok vertelt me dat het half tien 's avonds is. Dat is op zich niet zo heel erg laat, maar Hailey is nog altijd een beetje bezig met helemaal herstellen, en ze gaat vaak wat vroeger naar bed dan voordat ze ziek werd. 'Het is op zich niet heel raar. Het vriest buiten, en de trappen in het appartementencomplex zijn niet verwarmd. Bovendien is haar hele lichaam gewoon van slag, dus ze reageert nu veel heftiger op dingen die normaal gesproken niet zoveel impact op haar zouden hebben. Ze is fysiek nu gewoon heel kwetsbaar, en ze heeft het sowieso al wat sneller koud. Ze heeft nog altijd een beetje bloedarmoede, waardoor ze het sneller koud heeft. Ik denk niet dat je je zorgen hoeft te maken over extreme dingen, zoals nier- of schildklierproblemen of zenuwschade of een overdosis of zo. In het ziekenhuis zijn al die dingen uitgesloten. Ze hebben alles helemaal gescreend. Ik denk niet dat je je zorgen hoeft te maken. Zorg gewoon dat ze warme kleren draagt en zo.'
Ik knik, maar besef dan dat ze dat niet kan zien, en pers een geforceerde 'oké' over mijn lippen.
'Waar is ze nu? Hoe gaat het met haar?' vraagt ze dan bezorgd.
Ik draai me om in het bed en kijk naar Paige, die nog altijd slapend naast me ligt. In haar slaap heeft ze de dikke deken die ik nog extra over haar heen had gelegd weggeduwd, en ze is opgehouden met beven. Ook ligt ze niet meer zo ontzettend ineengedoken, alsof ze bang is om ook maar íéts van warmte te verliezen.
'Ze slaapt nu nog. Ze ziet er niet koud meer uit,' antwoord ik na een tijdje.
'Kijk, dat is mooi. Dan is dat nu geen probleem meer, toch? Maak je maar geen zorgen,' probeert Hailey me gerust te stellen, maar ik besta nu eenmaal voor minstens tachtig procent uit zorgen.
Ik zet me over mijn ongerustheid heen en vraag: 'Hoe gaat het nu met Marco? Wat is de situatie precies?'
'Hij heeft me een halfuurtje geleden gebeld dat hij gaat proberen om zo snel mogelijk terug naar huis te komen, en dat het niet lang meer zal duren, maar we weten allebei dat het momenteel één en al chaos is. Hij zei ook dat ik maar gewoon alvast moest gaan slapen, maar dat vind ik een beetje moeilijk. Ik wil hem het liefst nog even zien zodra hij thuiskomt, zodat ik kan peilen hoe het met hem gaat,' antwoordt Hailey tobbend. 'Ik raad je trouwens aan om de komende tijd de televisie niet aan te zetten. Elke nieuwszender heeft het erover. Iedereen is volledig aan het flippen. Je hebt maar geluk dat je in een appartementencomplex woont waar niet zomaar iedereen naar binnen kan komen, want anders stond er nu al allemaal paparazzi voor je deur. Het is echt een hel.'
Fuck. Wat als iemand ze toch binnen laat en er opeens allemaal journalisten op de bel gaan drukken? Ik heb daar al geen zin in, maar Paige kan die extra stress al helemaal niet gebruiken.
'Oké, ik zal erop letten,' beloof ik haar dan. 'Zou je Marco kunnen zeggen dat hij mij mag bellen als hij ergens hulp mee nodig heeft, de volgende keer dat je hem ziet?'
'Ik zal het hem zeggen, maar jij bent uiteindelijk degene die moet gaan bellen, want we weten allebei dat hij dat niet zal gaan doen. Hij zal je niet lastig willen vallen,' vertrouw Hailey me toe.
'Ja, touché. Dat is inderdaad zo. Ik zal hem morgen wel even bellen,' zeg ik. 'En probeer toch maar gewoon alvast te gaan slapen. Het zal wel vrij lang duren voordat hij klaar is. Hij wil veel liever gewoon naar huis en naar jou, maar hij is altijd te lief om een grens te trekken als het om overwerken gaat.'
Ik hoor Hailey zuchten, want ze weet dat ik gelijk heb. In de tijd dat Hailey echt heel erg ziek was en het niet zeker was of ze het zou overleven heeft hij wel een paar keer "fuck jullie, ik ga naar huis" gezegd, maar over het algemeen wil hij niemand tekortschieten.
'Ik maak me wel een beetje zorgen om hem. Straks raakt hij nog overspannen...' murmelt Hailey, maar dan zet ze zich erover heen. 'Maar daar moet jij je geen zorgen over maken. Focus je maar gewoon op jezelf en op Paige, oké? Ik zal ondertussen wel op onze lieve druiloor passen.'
Ik besef dat ze gelijk heeft en knik.
‘Ja, is goed,’ zeg ik, waarna ze ophangt.
Ik leg zo goed als gerustgesteld mijn telefoon weer op het nachtkastje en ga weer een beetje liggen. Ik wend me tot Paige, die nagenoeg vredig ligt te slapen. Ik strijk zachtjes een plukje haar uit haar gezicht weg, en ik voel een knoop in mijn maag ontstaan. Ze ziet er nu nog vrij sereen uit, maar ik kan me wel een klein beetje voorstellen welke gedachten haar zullen plagen wanneer ze weer wakker wordt. Ik wil haar gewoon in mijn armen houden en in een beschermende bubbel gaan zitten waar we veilig zijn voor alles en iedereen. Ik wil dat niets er meer toe hoeft te doen. Ik wil alles wegnemen en gewoon met Paige op een roze wolkje liggen.
Het duurt niet lang voordat ze beweeglijker en onrustiger wordt in haar slaap, en niet lang daarna gaan haar ogen langzaam open. Slaperig rolt ze zich naar me toe en ze verbergt haar gezicht tegen mijn bovenarm. Met mijn vrije hand strijk ik even zachtjes door haar haar en ik murmel een zachte begroeting. Ze prevelt iets terug en er gaat een vermoeide zucht door haar heen.
'Hoe voel je je?' vraag ik terwijl ik mijn vingertoppen zachtjes langs haar wang laat gaan.
'Ik... Het voelt gewoon alsof mijn hoofd vol met watten zit of zo. En mijn ribben doen een beetje zeer. Verder gaat het wel,' mompelt ze, maar het klinkt alsof ze toch nog wel vrij ver heen is.
'Wil je in bad?' vraag ik terwijl ik me voorover buig en een kusje op haar schouder druk.
Ze knikt.
'Dat zou fijn zijn,' antwoordt ze zachtjes.
Ik zeg dat ik het bad wel eventjes vol zal laten lopen en kom overeind. Tegen de tijd dat ik weer terug de slaapkamer in loop, rekt Paige zich voorzichtig uit. Ze doet haar best om daarbij haar ribben niet te bezeren, maar toch zie ik haar gezicht een beetje vertrekken.
'Hoe laat is het?' vraagt ze wanneer ik het licht aandoe en me weer naast haar op bed laat ploffen.
'Half tien, ongeveer,' antwoord ik, en na een korte aarzeling merk ik op: 'We moeten eigenlijk nog wel iets eten.'
Ik kijk haar een beetje afwachtend aan, en ik kan niet ontkennen dat ik wat nerveus ben. Wanneer Paige zich wat ziek voelt, lijkt het wel alsof haar hele lichaam zichzelf afsluit, en ze vindt het dan meestal enorm moeilijk om genoeg te eten. Het staat haar dan gewoon allemaal tegen, en ze wordt dan soms zelfs misselijk van de geur alleen al, ook al is ze normaal gesproken best een grote eter.
Nu knikt ze echter, en ik voel een last van me afglijden.
'Ja, ik lust wel wat, eigenlijk,' zegt ze.
'Is goed. Dan warm ik wel iets op terwijl jij in bad ligt,' opper ik. 'Wat wil je? Die rijst van afgelopen vrijdag, misschien?'
Zij heeft dat gekookt, dus het kan niet anders dan dat ze het lekker moet vinden. Bovendien vallen rijstgerechten niet zo zwaar op de maag, en dat kan best nog wel eens goed uitkomen als ze zich niet helemaal fit voelt.
Ze knikt weer.
'Ja, dank je.'
Ik glimlach lichtjes en geef haar een kus op haar voorhoofd. Deze hele situatie is vrij ellendig, maar ik voel me vrij kalm en vredig in dit moment. Uiteindelijk zullen we erover moeten praten, en dat gaat heel moeilijk zijn, maar nu is het nog even niet zo ver. Nu kunnen we elkaar gewoon nog even in stilte begrijpen.
We blijven eventjes liggen, maar tegen de tijd dat het bad vol is staan we weer op.
'Als je je duizelig voelt of het idee hebt dat je flauw gaat vallen, moet je dat meteen melden, oké? Dan kom ik meteen,' druk ik haar op het hart, en ze belooft het. 'Oh ja, ik ga ook een paar keer gewoon je naam roepen omdat ik zenuwachtig ben, en dan moet je antwoorden zodat ik weet dat je nog leeft.'
Ook dat belooft ze te doen. Ik pak een grote handdoek en stop die snel in de droger, zodat die lekker warm is voor wanneer ze klaar is met badderen, maar daarna gun ik haar haar privacy en loop ik naar de keuken. Uit de vriezer haal ik het juiste bakje en gooi de inhoud in een koekenpan, zodat die langzaam warm kon worden.
Afgelopen vrijdag had Paige gekookt. Het was iets met rijst en sperziebonen en ketjap en pittige tomatensaus en allemaal ingewikkelde kruiden die ik niet uit elkaar kan houden. Ze had expres genoeg gemaakt voor twee dagen, zodat we de restjes in de vriezer konden doen voor een moment dat we geen zin hadden om te koen. Zeker als we lange diensten hebben gedraaid, is dat wel handig.
Terwijl ik het opwarm, roep ik om de zoveel tijd Paiges naam en wacht tot ik een antwoord krijg, zodat ik niet hoef te verdwijnen in een zwart gat van bezorgdheid en als een woeste viking de badkamer in zal rennen.
Net wanneer ik het vuur op zijn allerlaagst zet en alleen maar hoef te wachten tot Paige klaar is, hoor ik haar mijn naam roepen. Ik voorkom net dat ik in woeste vikingmodus terecht kom, en loop nagenoeg rustig de badkamer binnen. Daar ligt Paige nog steeds in het inmiddels afgekoelde bad, haar lichaam verscholen achter al het schuim.
'Wat is er, liefje?' vraag ik.
'Kun je misschien wat kleren voor me pakken? Ik wil eruit.'
Ik knik en zeg dat ik dat meteen zal doen. Ze roept me na of ik alsjeblieft iets van een bloes of overhemd zou willen pakken, want dat is wat fijner omkleden met betrekking tot haar ribben. Ook dat beloof ik en ik kom terug met een setje ondergoed, een comfortabele, zwarte trainingsbroek en een van mijn donkerblauwe overhemden. Ondertussen heb ik ook de handdoek uit de droger gehaald, die nu lekker warm is. Ik leg het stapeltje kleren op de grond, geef haar de handdoek, en zeg dat ik de tafel even ga dekken.
Net wanneer alles klaargezet is en ik de pan op tafel, komt Paige aanlopen. Ze heeft alles al aan, behalve het overhemd, dat ze gewoon voor haar borstkas geklemd heeft. Wanneer ik bezorgd vraag wat er is kijkt ze me een beetje beschaamd aan en zegt ze: 'Ik krijg hem zelf niet echt aan. Het doet heel veel pijn als ik die beweging doe. Kun je me helpen?'
Ik zeg meteen dat ik dat zal doen, natuurlijk, en help haar om het aan te trekken. Hoewel ze de knoopjes waarschijnlijk zelf wel dicht kan krijgen, word ik overspoeld door een golf van zorgzaamheid en doe ik het voor haar.
Nadat ik er zeker van ben dat het wel goed met haar gaat, nemen we plaats aan tafel. Het doet me goed om te zien dat het Paige niet heel veel moeite kost om genoeg te eten, en ze schept zelfs nog een tweede keer op.
Hoewel ik haar het liefst zo veel mogelijk wil ontlasten, kan ik haar er niet van overtuigen om mij gewoon in mijn eentje af te laten ruimen, en uiteindelijk helpt ze me toch mee. Hoewel het een vrij bijzonder tijdstip is, zetten we wat thee, want we zijn nu niet echt moe en er is niets dat ons verplicht om ons aan een bepaald ritme te houden.
Wanneer we uiteindelijk met onze thee naast elkaar op de bank zitten, valt er een stilte tussen ons. We waren sowieso al niet heel erg spraakzaam, maar nu voelt het voor het eerst alsof er echt dingen verzwegen worden die eigenlijk hardop zouden moeten worden uitgesproken. Ik voel aan dat Paige het ook merkt, en kijk toe hoe ze lichtelijk nerveus op haar onderlip kauwt. Ik zie dat ze diep in gedachten is, en het zijn overduidelijk geen fijne gedachtes.
Uiteindelijk legt ze haar hete thee op de salontafel en zegt ze: 'Nathan, er zijn wat dingen waar we het over moeten hebben.'
Ook ik zet mijn thee weg en kijk haar met een afwachtende frons aan. Ik wil haar het liefst omhelzen, maar ik weerhoud mezelf ervan en gun haar de afstand die ze waarschijnlijk wil.
Wanneer ik tranen in haar ogen zie vormen, word ik toch een beetje nerveus, en uiteindelijk vraag ik: 'Wat is er, liefste?'
Ze slikt, en nog altijd duurt het even voordat ze in staat is om iets te zeggen.
‘Het spijt me dat ik weg was gegaan,’ hoor ik haar dan zeggen, haar stem zo zacht en kleintjes dat het pijn doet aan mijn borstkas.
Ik neem voorzichtig haar hand in de mijne.
‘Waar heb je het over, liefje?’ vraag ik.
Ik zie dat ze nog altijd vecht tegen de snikken, maar de strijd tegen haar tranen heeft ze verloren, want die stromen al één voor één over haar wangen.
‘Toen… Toen we ruzie hadden, soort van. De avond dat hij…. Toen ik… Toen over dat onvruchtbaarheidsgedoe en ik daarna even naar buiten ging om stoom af te blazen en…’ Haar stem sterft weg en ze doet haar best om haar ademhaling weer normaal te krijgen. In een poging tot troost strijk ik eventjes met mijn duim over de rug van haar hand. Ik knik stilletjes ten teken dat ik snap waar ze het over heeft en wacht geduldig tot ze verder praat. Met haar vrije hand veegt ze een paar tranen van haar wangen. Ze schraapt zich weer bij elkaar en met vrij vaste stem gaat ze verder. ‘Ik had niet weg mogen gaan. Ik was niet van plan om lang weg te blijven, maar toch. Het was Blueberry’s sterfdag, en ik had je niet alleen mogen laten. Dat had ik gewoon niet mogen doen.’
‘Oh, schatje… maar dat neem ik je toch helemaal niet kwalijk?’ probeer ik haar gerust te stellen.
‘Maar ik wel,’ stoot ze uit, walgend van zichzelf. Ze haalt vermoeid een hand door haar haar en probeert haar gedachten op een rijtje te zetten. ‘Ik… Het was gewoon… Toen jij… Toen jij dat zei over familie, en… en ik dacht dat je het had over dat ik geen kinderen kon krijgen… Ik raakte gewoon zo ontzettend van slag. En dat… Ik kon gewoon in één klap niet meer helder nadenken. Het voelde gewoon van het ene op het andere moment alsof de bodem onder mijn voeten verdween, en ik… ik had ineens gewoon het gevoel dat ik in ging storten, en dat wilde ik niet, want… want het was Blueberry’s sterfdag. Ik zou jou moeten troosten, en niet andersom. En ik raakte gewoon zo… zo in paniek. En ik moest gewoon heel eventjes alleen zijn, zodat ik mezelf gewoon eventjes weer bijeen zou kunnen schrapen en dat ik er daarna weer voor jou zou kunnen zijn. Ik… Ik wilde je niet in de steek laten. Echt niet. Dat meen ik.’
Ze worstelt tegen de snikken en ik neem haar in mijn armen. Dat is het moment dat ze eindelijk de strijd tegen de tranen opgeeft en haar schouders beginnen te schokken.
'Ik voel me er gewoon zo slecht over,' kermt ze.
'Dat hoeft toch niet? Als dat was wat je op dat moment nodig had, is dat toch niet erg? En het is echt niet zo alsof we niet allebei tegelijkertijd verdrietig mogen zijn of zo. Het hoeft niet om en om, als een soort estafette. Oké?' zeg ik, en ze knikt zonder hardop iets uit te kunnen brengen.
'Ik vind het gewoon allemaal zo erg. Ik wil gewoon dat het allemaal ophoudt met verschrikkelijk zijn.'
Ik knik, want nu ben ik degene die niets meer uit kan brengen. Ineens worden we allebei overspoeld door alle emoties die de shock eerst op afstand hielden, en al snel liggen we zachtjes huilend in elkaars armen. Ineens zijn we niet meer Paige Bourgeoiselle, de geharde dochter van de machtigste man op aarde, en Nathan Darling, de onverschrokken politie-agent die de dood van zijn zusje overleefd heeft, maar zijn we gewoon twee achtentwintigjarigen die veel en veel te veel meegemaakt hebben. Tien jaar geleden mochten we niet eens legaal drinken, en nu zijn we opeens ontvoerd door een of andere oudere auteur die Paige wilde verkrachten en ons daarna wilde martelen en vermoorden voor research. Ik vind dat het wel een geldige reden is om van slag te zijn, dus we vergeten spontaan onze thee en laten even alles gaan.
Het is verassend opluchtend, ook al is het natuurlijk nog altijd een kloterige situatie.
Ik weet niet precies wat de komende tijd zal gaan gebeuren, maar ik weet wel dat het heel zwaar gaat worden. Ik merkte het al toen ik Paige hielp om dat overhemd aan te trekken. Ik kon zien dat ze zich enorm ongemakkelijk voelde, en haar hele houding leek me te smeken om alsjeblieft niet te veel naar haar te kijken. Ze heeft Jack Lockley niet de kans gegeven om haar te verkrachten, maar de situatie was ingrijpend genoeg om haar het gevoel te geven dat haar lichaam niet meer helemaal van haar is, en dat ze zichzelf het liefst voor alles en iedereen wil verbergen.
En ook ik zal heel lang nodig hebben om hier overheen te komen. Elke paar minuten voel ik ineens weer een schok van die afschuwelijke machteloosheid die ik ook voelde toen ik daar vastgeketend zat aan die buis. Ik weet oprecht niet of ik dit mezelf ooit ga kunnen vergeven. De persoon waar ik meer van houd dan van wie of wat dan ook in de wereld stond op het punt om verkracht en vermoord te worden, en ik kon helemaal niets doen. Als zij zelf dat pistool niet te pakken had kunnen krijgen, waren we daar misschien wel nooit weggekomen.
Ik heb geen idee hoe we dit gaan verwerken, en misschien gaat dat nooit helemaal lukken, maar nu kan ik nog eventjes alleen maar opgelucht zijn dat we thuis zijn.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Ik hoop.... Ik hoop dat ze ooit gelukkig gaan worden...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen