Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ze is ergens heel ver weggezakt in een zwart gat, en met de seconde zakt ze dieper weg. Er gebeuren verschrikkelijke dingen met haar, en ik heb een verschrikkelijke fout gedaan door het gewoon maar zo te laten en niet meteen in te grijpen. Ze drijft weg van de wereld, en van mij, en van zichzelf. Ze wordt opgeslokt door alle ellende in haar hoofd.
En ik ga haar niet kwijtraken.

De rest van de avond blijft Paige hetzelfde. Ze herinnert zich nog steeds niet wat er gebeurd is, en alles lijkt nog steeds gezellig huisje-boompje-beestje. Alles voelt bijna gewoon weer normaal, maar het is niet normaal, want er is iets grondig mis met de manier waarop Paige reageert op wat er gebeurd is, en er moet zo snel mogelijk iets aan gedaan worden.
Om een uur of tien gaan we slapen, en alles lijkt nog steeds kalm en rustig, maar daar komt al snel verandering in.
Ik schiet klaarwakker overeind wanneer ik Paige midden in de nacht hoor gillen. Ik ram tenminste drie keer tegen de muur voordat ik het lichtknopje heb weten te raken en de lamp aangaat. Als door een adder gebeten draai ik me om naar Paige. Ze ligt naast me in bed te schreeuwen, nog steeds in slaap. Haar lichaam schokt ongecontroleerd en ik kan voelen dat ze klam en bezweet is. Haar handen grijpen naar haar keel en ik zie rode krassen in haar vlees ontstaan wanneer haar nagels over haar huid klauwen alsof ze iets weg probeert te krabben.
‘Paige?!’ roep ik verschrikt. ‘Paige, stop!’
Maar ze stopt niet, wat eigenlijk wel te verwachten viel, want ze slaapt nog steeds. In een opwelling grijp ik haar schouder vast en schud haar heen en weer. Ik slaag erin haar wakker te maken, ook al is dat niet per se beter. Ze slaapt niet meer, maar ze heeft ook zeker niet door dat ze thuis met mij in bed ligt, veilig en wel. Het enige verschil met net, is dat haar ogen nu open zijn, maar het schokken en gillen houdt aan. Ze kijkt me aan alsof ik de duivel ben.
‘Paige, houd op! Ik ben het! Je doet jezelf pijn!’ roep ik verschrikt uit, maar ik denk niet dat ik tot haar doordring.
Mijn instinct zegt me om haar polsen vast te grijpen en haar tegen het matras te duwen, zodat ze zich niet zal bezeren, maar ik heb zo’n vermoeden dat haar droom ging over Jack Lockley en hij heeft haar meerdere keren bij haar polsen en hals vastgegrepen om haar in bedwang te houden, dus ik denk niet dat ik dat kan doen zonder het erger te maken.
‘Liefste?’ probeer ik dan. Het was mijn bedoeling om kalm en rustgevend te klinken, maar het komt er maar een beetje nerveus en geknepen uit. Mijn hand vindt haar middel, bijna als in een reflex, maar blijkbaar was dat zeker niet het juiste om te doen, want ze lijkt zichzelf alleen maar nog meer te verliezen in haar angst.
Ze richt haar aanval van blinde paniek op mij en ik kreun van pijn als ik de nagels waarmee ze naar me uithaalt in mijn hals voel dringen. Ik sla haar polsen over en pak haar bij haar schouders vast, maar het helpt niet genoeg en al snel zitten mijn keel en borstkas onder de krassen. Ik merk dat ze haar benen de hele tijd stijf tegen elkaar gedrukt houdt. Paiges geschreeuw is overgegaan is gebroken gesnik en ze blijft me maar smeken om haar geen pijn te doen, om haar met rust te laten, alsjeblieft, alsjeblieft. Ze vraagt me snikkend waarom ik dit doe.
Hoewel ik dit echt als laatste redmiddel heb bewaard, kan ik uiteindelijk niet anders dan toch maar haar polsen vastgrijpen en haar op het bed pinnen, zodat ze mij - en nog belangrijker zichzelf - niet meer kan verwonden. Binnen één seconde maakt haar hele houding een draai van honderdachtig graden. Waar ze eerst nog bij elke beweging tegenstribbelde en terugvocht, is er nu een schakel in haar omgezet en ontspant haar hele lichaam. In die eerste seconde dacht ik dat het goed was, dat ze ineens tot inkeer was gekomen, maar dan zie ik dat het tegendeel waar is. Toen ze me vertelde wat Jack Lockley haar allemaal aan heeft gedaan, vertelde ze dat ze na de negentiende keer opgehouden was met tegenstribbelen, in de hoop dat het dan allemaal minder pijn zou doen. En als ik haar zo zie liggen, klam van het zweet en zonder weerstand te bieden, zie ik niet iemand die weet dat ze weer veilig is, maar iemand die het terugvechten opgegeven heeft. Ze heeft die inmiddels bekende lege uitdrukking op haar gezicht en hoewel ze me niet aankijkt, kan ik zien hoe dof haar ogen staan. Haar ademhaling gaat zo langzaam dat het even duurt voordat ik zeker weet dat ze überhaupt wel ademhaalt. Er zit bloed onder haar nagels, en ook haal hals is bedekt met schrammen. Ik ben zelf nog te vol van adrenaline om mijn eigen verwondingen te voelen branden.
‘Paige?’ hijg ik, uitgeput door de plotselinge worsteling van zonet. ‘Paige, lieverd, luister alsjeblieft naar me.’
Ik denk überhaupt niet dat ze me zo hoort. De enige reden dat ik niet aan het woord “psychose” denk, is omdat het me zo bang maakt.
Nadat ik me erbij neer heb gelegd dat ik geen enkele reactie meer uit haar ga krijgen, laat ik haar aarzelend los, hopend dat ze niet weer in de aanval zal schieten. Dat doet ze niet. Blijkbaar is ze over een grens getrokken en kan ze niet meer terug. Ik neem het risico om uit bed te stappen en ga snel naar de badkamer, waar ik de EHBO-doos pak en snel weer terugga naar de slaapkamer. De krassen zijn niet heel diep, maar ze moeten wel verzorgd worden.
Ik rommel wat door de doos heen en vind uiteindelijk wat ontsmettingsalcohol. Ik doordrenk een aantal watten rijkelijk met het goedje en zeg: ‘Paige, lieverd, dit kan misschien een beetje prikken, maar het is even nodig, oké?’
Ik weet niet of ze me kan horen, maar het voelt fout om haar niet even in te lichten. Een beetje aarzelend begin ik de krassen te ontsmetten. Het feit dat ze er absoluut niet op reageert, ondanks dat het wel pijn móét doen, maakt me doodsbang. Het enige wat verraadt dat het pijn doet is dat ik kan voelen dat haar hart sneller begint te kloppen. De schrammen zijn diep genoeg om een beetje bloed af te geven, maar te oppervlakkig om actief te blijven bloeden. Het kost me niet veel tijd om alles schoon te maken. Ik besluit om er verder maar geen pleisters op te plakken, ook niet op de wat diepere schrammen. Ik zie dat ze niet alleen haar eigen hals opengekrabd heeft, maar ook haar armen, en die behandel ik ook even.
Ik pak wat nieuwe watten en een beetje onzorgvuldig maak ik ook mijn eigen krassen schoon, maar het kan me eigenlijk net niet genoeg schelen om het grondig te doen.
Met wat vochtige doekjes maak ik Paige’s nagels schoon en daarna breng ik alles weer terug naar de badkamer. Terwijl ik mijn handen was, bekijk ik in de spiegel mijn bovenlichaam. Mijn hals en borstkas zijn bezaaid met krassen.
Ik til mijn blik op van mijn torso naar mijn gezicht, en kijk mezelf aan. Er ligt een verwilderde blik in mijn ogen, en ik herken mezelf nauwelijks meer. Ik voel me opeens heel klein, en heel bang, en heel hulpeloos. Paige gaat langzaam kapot aan alle herinneringen die tegen haar wil in haar hoofd zijn geforceerd en ik kan haar niet helpen. Ik kan van haar houden met alles wat ik heb, maar ik kan haar pijn niet wegnemen. Ik kan haar niet helpen. Ik kan haar niet helpen en ze blijft gemarteld worden door haar trauma’s en ze gaat kapot voor mijn ogen.
En dan stort ik in. Ik zak met mijn rug tegen de muur naar de grond en begin te snikken, met mijn hoofd in mijn handen.
Ik wil dat iemand me komt vertellen wat ik moet doen. Ik wil dat Paige weer bij zinnen komt. Ik wil dat ze me in haar armen neemt en me belooft dat ze me nooit meer zo zal laten schrikken. Ik wil kunnen geloven dat dit de enige nacht zal zijn waarop we zoiets zullen meemaken. Maar ik weet beter. Ik weet zoveel beter.
Opeens wil ik dolgraag weer in mijn ouderlijk huis wonen, zodat ik mijn ouders kamer binnen kan lopen en ze me vast kunnen houden tot alles minder pijn doet. Ik was nog jong, toen. Zo jong dat ik nog op de bank in slaap kon vallen en in mijn bed wakker kon worden. Zo jong dat ik nog niet helemaal ik was. Niet echt, tenminste. De wereld was nog een wereld waarin moeders hun zoons niet haten, zusjes niet doodgaan en 17 jaar oude meisjes niet getraumatiseerd worden tot op het punt dat ze midden in de nacht haar eigen hals open beginnen te krabben. Maar ik leef niet in die wereld. En hoewel Paige altijd zo’n grote steun voor mij is en ze meestal mijn rots in de branding is, voelt het ineens heel erg alsof ik er alleen voor sta.
Ik ben bang. Ik ben achtentwintig - een volwassen man, verdomme - en ik ben doodsbang.
Paige neem ik niets kwalijk. En voor deze ene keer mezelf ook niet. Maar ik zit er gewoon even helemaal doorheen.
Ik maak me nog kleiner dan ik al was en wacht tot de storm over is. Uiteindelijk heb ik geen idee hoe lang ik daar gezeten heb voordat het snikken is gestopt.
Nog eventjes blijf ik daar op de grond zitten, niet in staat om de echte wereld weer aan te kunnen na mijn dieptepunt van net. Dan kom ik overeind en met onvaste, wankele benen loop ik de slaapkamer weer binnen. Paige ligt nog steeds op dezelfde plek als net. Haar nietsziende ogen volgen mijn bewegingen wanneer ik het nachtlampje aandoe en het grote licht uit. Het ziet eruit alsof ze wel doorheeft dat er iets gebeurt, maar niet kan verwerken wat. Ze lijkt bijna wel stoned. Ze lijkt wel gedrogeerd.
Terwijl ik in bed ga liggen, besluit ik maar om vannacht de nachtlamp aan te laten. Ik weet niet of het haar helpt, maar misschien wel, dus het is het proberen waard. Even overweeg ik om een shirt aan te trekken, zodat ze morgenochtend de krassen niet meteen hoeft te zien, maar dan besef ik dat ik geen kleding heb met een kraag die hoog genoeg is om alles te bedekken. Ik durf haar niet aan te raken, maar ik zeg wel zachtjes: ‘Paige, liefste. I-Ik weet niet in hoeverre dit binnenkomt, maar… je… je bent veilig. Weet alsjeblieft dat je veilig bent. Ik zou je nooit pijn doen. Ik ben hem niet. Ik ben Nathan. Je bent veilig. Paige, a-alsjeblieft.’
Ik verwacht geen reactie, maar toch blijf ik even wachten, gewoon voor het geval dat. Het blijft stil en ik ga liggen. Ik ben gewend om op mijn buik of zij te liggen, tenzij ik Paige in mijn armen heb en zij bovenop me ligt, maar nu dwingen de krassen me om op mijn rug te blijven liggen, dus ik lig niet helemaal comfortabel. En het feit dat ik nog altijd stijf sta van de adrenaline en constant aan het piekeren ben helpt niet. Uiteindelijk val ik wel in slaap, maar ik ben zo onrustig dat ik telkens weer eventjes wakker word. Elke keer controleer ik even of Paige nog gewoon naast me ligt, en hoewel ook zij in slaap is gevallen, valt het me op dat ze niet van positie verandert.
Ik vraag me af wat ik morgenochtend aantref. Ik vermoed dat Paige tegen de tijd dat ze uiteindelijk wakker wordt wel weer in de “echte” wereld zal zijn. En dat betekent ook dat ze zal beseffen wat er vannacht gebeurd is.
Ze zal van zichzelf walgen. Onterecht, maar ze zal het toch doen. En ik weet niet wat ik zal moeten doen om haar te helpen.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Paige moet écht behandeld worden!

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Awh dit is zo zielig!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen