Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ze zal van zichzelf walgen. Onterecht, maar ze zal het toch doen. En ik weet niet wat ik zal moeten doen om haar te helpen.

Al piekerend en overpeinzend val ik telkens weer in slaap, tot de zon opkomt en Paige op een gegeven moment ook haar ogen opendoet. Ineens ben ik klaarwakker. Ze ziet er bijna vredig uit, wanneer ze wakker wordt en gaapt alsof er niets aan de hand is. Maar dan begint de pijn blijkbaar te komen en er ontstaat een frons op haar gezicht. Haar hand gaat naar haar hals, waar de meeste krassen zitten, en ze krimpt een beetje ineen wanneer de aanrakingen het branderige gevoel versterken. Ik zie angst doorbreken in haar houding, alsof dit niet de eerste keer is dat ze zo wakker wordt.
Ervan uitgaande dat haar herinneringen in een klap terug zullen komen en de hel los zal breken, kom ik op één elleboog een stukje overeind, wat haar aandacht lijkt te trekken.
‘Nathan, wat is er aan de-‘ begint ze terwijl ze zich ook een stukje overeind werkt en zich tot me wendt. Zodra ze de verwondingen op mijn keel en borstkas ziet, valt ze stil en verbleekt haar gezicht. De stilte die volgt lijkt uren te duren. Dan gaat haar hand naar haar mond alsof ze een schreeuw van afgrijzen binnen wil houden, en ik kan zien dat ze lichtjes haar hoofd schudt. De beweging is zo miniem dat het me bijna ontgaat.
‘Paige, blijf kalm,’ zeg ik dan, hopend dat ik de schade kan inperken. ‘Lieverd, alsjeblieft. Probeer niet in paniek te raken.’
Ze schudt weer haar hoofd, vol ongeloof. Ik zie dat haar ogen langzaamaan wazig worden van de tranen, en ik zoek wanhopig naar de woorden om het beter te maken.
‘Ik zou jou nooit pijn doen,’ zegt ze verstikt. ‘Het was nooit mijn bedoeling om… I-Ik heb me altijd voorgenomen- Nee!’
Het laatste woord komt er hard en schril uit en wanneer haar stem breekt, doet mijn hart hetzelfde. Ze begint te snikken, en verbergt haar gezicht deels achter haar handen. Toch blijft ze steeds een blik werpen op mijn bovenlichaam, vol afschuw voor wat ze daar ziet.
‘Liefje…’ zeg ik zachtjes in de hoop haar troost te kunnen bieden. ‘Paige, liefste, ik…’
Wetende dat het toch niet helpt, sterft mijn stem weg en ik sla mijn armen om haar trillende lichaam, trek haar dichter tegen me aan. De krassen doen meer pijn wanneer ze er zo tegenaan gedrukt zit, maar ik ben me er eigenlijk niet zo van bewust.
‘Nee,’ jammert ze, en er klinkt zoveel angst en afschuw in haar stem door dat het voelt alsof mijn borstkas te klein wordt voor mijn hart. ‘Nee, nee, nee, nee, nee.’
Ze blijft maar beven en schokken, en ik heb zelden zoiets hartverscheurends meegemaakt.
'Paige, lieverd, je deed het niet expres,' druk ik haar op het hart en ik geef een kus tegen haar haar.
Ze schudt met een verstikt geluid haar hoofd en maakt zich van me los. Één seconde lang kijkt me me met een krijtwit gezicht aan, haar uitdrukking één en al schuldgevoel en ellende, maar dan staat ze ineens op en rent ze naar de badkamer. In eerste instantie denk ik dat ze over moet geven, want als ze heel erg van slag raakt doet haar maag soms hetzelfde, maar dan zie ik dat ze de deur voor mijn neus op slot doet en hoor ik haar weer huilen.
'Paige, doe open,' zeg ik terwijl ik aan de deurhendel begin te wrikken, alsof dat iets uitmaakt. 'Liefje, alsjeblieft.'
'Nee,' hoor ik haar snikken. 'Nee. Oh God, wat heb ik gedaan?'
Ik krimp ineen bij de gebroken toon in haar stem.
'Liefje, doe de deur open,' probeer ik weer, maar het is tevergeefs.
Ik weet vrij zeker dat ik op de een of andere manier het slot wel open kan krijgen als ik heel erg mijn best doe, maar ik leg me erbij neer dat dat niet is wat ze wil en dat ze dan misschien alleen maar meer in paniek zal raken.
Met een zucht ga ik op de grond zitten, met mijn rug tegen de deur, en sluit eventjes mijn ogen. Dan zeg ik: 'Ik ben hier, oké? Probeer gewoon rustig te blijven ademen.'
Ze reageert niet, maar ik hoor haar zachtjes snikken en besef dat ze precies aan de andere kant van de deur is komen zitten.
Dan hoor ik haar ineens iets zeggen, maar het is te onsamenhangend en vervormd om te begrijpen wat.
'Sorry, lief, kun je dat nog een keer zeggen? Ik verstond je niet,' vraag ik.
Ik hoor haar een paar keer diep ademhalen, beverig en onvast, maar dan jammert ze, hard genoeg om te verstaan: 'Ik droomde dat jij het was.'
Ik begrijp nog niet precies wat ze bedoelt, maar het voelt nu al alsof ik een stomp tegen mijn borstkas krijg en mijn schouders gaan verslagen hangen.
'Wat bedoel je?' vraag ik met ingehouden adem, mijn stem zacht en onvast.
Ik hoor weer een paar zachte snikjes uit haar keel ontsnappen, en na een diepe, trillerige zucht antwoordt ze: 'I-Ik droomde dat je me... Dat we... We lagen in bed en we waren aan het zoenen en we zouden gaan... En... En ineens werd je zo anders en... en je was niet meer lief en je was niet meer jij. En ik vond het niet meer fijn en ik zei dat je moest stoppen e-en je duwde mijn hoofd opzij en ging gewoon door. E-En het leek wel alsof ik ineens helemaal geen kracht meer had en ik kon je niet tegenhouden en je stopte maar niet en het deed zoveel pijn en ik kon gewoon niet geloven dat...'
Ze begint weer hartverscheurend te snikken, en ook mijn ogen staan ineens vol tranen. Ik weet dat ze niet oprecht denkt dat dit een reëel risico is, en dat het een vrij veelvoorkomende reactie is op zo'n ervaring, maar toch is het idee dat haar brein in staat is om zoiets te bedenken te afschuwelijk voor woorden.
'Dat zou ik nooit doen. Onthoud gewoon altijd dat ik dat nooit zou doen, oké?' breng ik met onvaste stem uit.
'Ik weet het. Echt.'
'Liefje, doe alsjeblieft de deur open,' smeek ik met zachte, verstrakte stem.
Ik hoor haar weer zachtjes snikken en om de een of andere reden weet ik gewoon dat ze haar hoofd schudt.
'Ik denk dat ik gewoon eventjes alleen wil zijn,' zegt ze zachtjes. Ze is schor van het huilen.
Er ontsnapt nog net geen jammerlijke kreun uit mijn keel. Elke cel in mijn lichaam schreeuwt dat ik naar haar toe moet, en dat ze mijn hulp nodig heeft. Het voelt weer alsof haar iets vreselijks overkomt en ik weer vastgeboeid zit aan die stalen buis, en het maakt niet uit hoe hard ik aan de boeien ruk of trek.
'Liefje, laat me alsjeblieft naar binnen. Laat me je helpen,' smeek ik haar.
'Ik denk niet dat het me nu zal helpen om jou te zien,' zegt ze zachtjes.
Mijn ogen vallen dicht. Au. Ze heeft gelijk, maar au.
Ineens word ik overvallen door een nieuwe angst: Wat als deze nachtmerrie voor langere tijd schade aan gaat brengen? Wat als ze heel lang niet meer naar mij gaat kunnen kijken zonder te denken aan de dingen die droom-ik haar aan hebben gedaan? Ik kan me voorstellen dat dit zo ongeveer een van de naarste dromen is die je kan hebben over de persoon waar je van houdt, en zeker voor Paige.
Ik bijt op mijn lip, maar besef dat het ook oneerlijk zou zijn om tegen haar wil in te gaan, en kom overeind.
'Oké, is goed. Laat het me weten als ik iets voor je kan doen, oké?' zeg ik, en nadat ik een zwakke "oké" als antwoord hoor, kleed ik me aan en loop ik naar de woonkamer.
Ik bel meteen Hailey en leg uit wat er is gebeurd. Nu de woorden over mijn lippen stromen, merk ik pas echt hoe van slag ik ben. Mijn stem slaat steeds over en de zinnen komen een beetje beverig uit mijn mond.
'Oké, Nathan, ga even zitten en haal eventjes diep adem, oké?' zegt ze, en ik ben zo wanhopig op zoek naar een reddingsboei om me aan vast te klampen dat ik meteen doe wat ze zegt. 'Je moet onthouden dat ze deze droom niet gehad heeft omdat ze oprecht geloofd dat je haar zoiets aan zou doen, en dat ze niet echt niet ziet als een reëel risico, maar dat ze gewoon heel erg getraumatiseerd is en haar brein daardoor allemaal rare dingen doet. Ik weet wat je dat weet, maar je moet het ook echt weten weten.'
'Ja.' Ik slik. 'Ja, oké.'
'Het is net zoals het toen bij mij was, weet je nog? En dat is ook allemaal goedgekomen,' helpt ze me herinneren.
Dat klopt. Toen Marco en ik Hailey net leerden kennen en ze uiteindelijk een relatie met hem kreeg, had ze ook wel eens verschrikkelijke nachtmerries waarin Marco of ik haar de dingen aandeden die Dean met haar had gedaan. Ook dat was niet omdat ze oprecht geloofde dat wij haar zoiets aan zouden doen, maar omdat ze eindelijk mensen in haar leven had die oprecht om haar gaven en van haar hielden en de scènes uit haar dromen in haar brein de afschuwelijkste dingen waren die haar zouden kunnen overkomen.
'Ja. Ja, ik weet het,' zeg ik uiteindelijk. 'Je hebt gelijk.'
'Dat heb ik wel vaker,' lacht ze, waarna ze weer serieus wordt. 'Oké, even serieus. Ik denk dat ik een oplossing heb gevonden om Paige toch nog de hulp te kunnen bieden die ze nodig heeft zonder dat ze zich verzet. En wat er vannacht gebeurd is, maakt dat plan eigenlijk alleen maar geschikter, denk ik.'
Ik voel een vlaag van opluchting door me heen gaan. Ze heeft een plan. Er is een plan. Alles komt goed, want Hailey heeft een plan.
'Oké, wat is het?' vraag ik.
'Ik ken nog iemand van mijn geneeskundestudie die jullie kan helpen. Toen ik me ging specialiseren in chirurgie is zij de kant van psychiatrie op gegaan, en ze doet nu relatietherapie voor koppels die samen iets erg traumatisch mee hebben gemaakt. Ze werkt bijvoorbeeld met stelletjes die een gewapende inbraak mee hebben gemaakt of een kind hebben verloren of zo, om maar iets te noemen. Ik denk dat Paige daar meer voor open zou staan dan als ze in haar eentje in therapie moet. Ze zal het waarschijnlijk makkelijker vinden om zich kwetsbaar op te stellen en eerlijk te vertellen waar ze mee zit als jij bij haar bent en hetzelfde doet. Dan staat ze er niet helemaal alleen voor. En ik denk dat ze eerder bereid zal zijn om professionele hulp in te schakelen als jij er ook baat bij hebt. Er is nu eenmaal maar weinig wat ze niet voor je zou doen, denk ik. En het is ook goed voor jou, natuurlijk. Paige is niet de enige die misschien wel wat begeleiding kan gebruiken,' legt ze uit.
Dat klinkt eigenlijk als een verassend goed plan. Zelf had ik nog niet eens aan zoiets gedacht.
'Oh,’ zeg ik dan, en ik denk er nog even over na. ‘Ik denk dat Paige daar oprecht nog wel voor open zou staan, misschien.'
'Kijk, dat was het enthousiasme waar ik naar zocht. Ik zal de contactgegevens en website naar je doorsturen, oké?'
Ik bedank haar en we beëindigen het gesprek. Hoewel het voelt alsof er een steen op mijn maag drukt, dwing ik mezelf om wat te ontbijten.
Het duurt niet heel lang voordat ik de badkamerdeur open hoor gaan en even later komt Paige - gekleed in een donkere spijkerbroek en een warme, diepblauwe trui in plaats van haar pyjama - de woonkamer binnen. Ik had wel duizend dingen bedacht om tegen haar te zeggen, maar ik sta ineens met mijn mond vol tanden en kan haar alleen maar dom aanstaren, doodsbang voor wat ze nu misschien gaat zeggen. Ze kijkt me even verloren aan in de geladen stilte, bijna alsof ze iets anders probeert te zien dan hetgeen dat haar ogen daadwerkelijk waarnemen, maar dan loopt ze aarzelend naar me toe en laat ze haar armen om mijn middel glijden. Ze verbergt haar gezicht tegen mijn schouder alsof het haar thuis is en ik beantwoord onzeker haar omhelzing.
'Ik hou heel veel van je. Onbewust ben ik nog steeds een heel klein beetje bang voor je, maar dat komt uiteindelijk wel weer goed, en ik hou heel veel van je,' zegt ze zachtjes, haar stem trillerig maar standvastig.
Ik neem haar iets steviger in mijn armen.
'Ik hou ook van jou. Zo, zo veel,' zeg ik zachtjes. 'En ik zou je nooit zoiets aandoen. En het is echt heel belangrijk dat je gewoon over alles eerlijk tegen me bent, zodat ik alles kan doen om je te helpen om naar het punt te komen waarop je niet meer aan die droom denkt wanneer je me ziet.'
Ze knikt, duidelijk geëmotioneerd.
Ik blijf haar omhelzen tot zij uiteindelijk degene is die de knuffel doorbreekt en zich losmaakt.
'Wil je wat ontbijten?' vraag ik meteen, en ze knikt.
Terwijl Paige haar ontbijt klaarmaakt, zet ik thee voor ons, en even later zitten we weer aan de eettafel. Paige lepelt haar yoghurt met muesli weg, en daarna vouwt ze haar in haar mouwen verstopte handen om de dampende mok thee en nipt ze er voorzichtig van.
Ik zit al minstens tien minuten moed te verzamelen, en het gaat niet heel voorspoedig, want ik durf nog steeds niets te zeggen. Ik weet dat Paige waarschijnlijk wel open staat voor de mogelijkheid, maar toch voelt het als een confrontatie die ik gewoonweg niet aan wil gaan.
Na mijn lip bijna kapotgebeten te hebben, schraap ik licht ongemakkelijk mijn keel en zeg ik: 'Paige, er is iets waar we het even over moeten hebben.'

Reacties (1)

  • BethGoes

    Ik hoop dat Paige ermee instemt!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen